Regenboog Bijbel Vertaling


RBVI

Uitleg


hoofdstuk
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   

vers
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   29   30   
31   32   33   34   35   36   37   38   39   40   41   42   

HSV
(TR)
Zie, Ik zend u als schapen te midden van de wolven; wees dus bedachtzaam als de slangen en oprecht als de duiven.
NBV
(NA27)
Bedenk wel, ik zend jullie als schapen onder de wolven. Wees dus scherpzinnig als een slang, maar behoud de onschuld van een duif.
NBG51
(N(A))
Zie, Ik zend u als schapen midden onder wolven; weest dan voorzichtig als slangen en argeloos als duiven.
NW
(WH)
Ziet! Ik zend U uit als schapen te midden van wolven; geeft er daarom blijk van zo omzichtig als slangen en toch zo onschuldig als duiven te zijn.
RBV
(BZ+)
Zie! Ik zend jullie uit als schapen te midden van wolven. Wees daarom zo voorzichtig als de slangen, en zo onschuldig als duiven.
RBVI
(BZ+)
zie!    Ik    zend uit    jullie    als    schapen    te    midden    van wolven    wees    daarom    voorzichtig    zoals    de    slangen    en    onschuldig    zoals    de    duiven  


zie!  
 
ιδου
idou
G2400..
gebruikte vertalingenzie!(75)
 G5628..
gebruikte vertalingenzie!(75), zeg(11), geef(10), laat begaan(6), werp(5), breng(4), leer(4), laat(4), kom binnen(3), neem mee(3), werp uit(3), betaal terug(3), ga uit(3), spreek(3), kom af(2), zie(2), geven(2), rukt uit(2), eet(2), neem(2), vertel(2), laat komen(2), laat hij naar beneden gaan(1), neem weg(1), drink(1), laat afkomen(1), laat Hij afkomen(1), er binnengaan(1), voer weg(1), laat voorbijgaan(1), werp weg(1), breng bijeen(1), laat {hebben}(1), laat weten(1), moet geven(1), laat achter(1), laat het(1), ga(1), vergeef(1), kom(1), verplaats u(1), leg op(1), haal uit(1), bestudeer(1), betaal(1)

zie!..
G2400zie!

V-2AAM-2S
ev ww act..
woordvormenkelvoud
werkwoord
actief

(u) zie..
gebruikte vertalingenzie!(75)
Ik  
 
εγω
egò
G1473..
gebruikte vertalingenIk(32), ik(14), IK(4)

ik..
G1473ik

P-1NS
ev pn nom..
woordvormenkelvoud
persoonlijk-voornaamwoord
nominatief

ik..
gebruikte vertalingenIk(32), ik(14), IK(4)
zend uit  
 
αποστελλω
apostellò
G649..
gebruikte vertalingenzond hij(5), hij zond(4), zond(3), zond uit(3), zend uit(3), gezonden heeft(2), zonden weg(2), zonden(2), zij zonden(2), uit te zenden(1), had uitgezonden(1), zenden(1), zal Hij uitzenden(1), te zenden(1), zond Hij uit(1), Hij zond(1), gezonden zijn(1), zendt hij(1), Ik ben gezonden(1), zal uitzenden(1), hij zond uit(1), zond hij uit(1), uit zenden(1), HIJ zal uitzenden(1), zend(1), zend hij(1)
 G5719..
gebruikte vertalingenIk zeg(62), zei(61), Hij zei(28), zij zeiden(15), heeft(13), zeggen(11), zeg Ik(10), hebben jullie(10), zei Hij(9), zeg(8), willen jullie(7), hij zei(6), zij hebben(5), jullie horen(5), begrijpen jullie(5), brengt voort(5), nam mee(5), maakt onrein(5), jullie hebben(4), zeiden zij(4), Ik wil(4), Ik doe(4), vasten(4), hij heeft(4), doen(4), blijft zoeken naar(4), wilt u(4), doet struikelen(4), zegt(4), weten jullie(4), denken(4), jullie zien(3), zij zeggen(3), is(3), wil(3), ik wil(3), doen jullie(3), zij vroegen(3), hebben(3), spreekt(3), overtreden(3), zij brachten(3), overlijdt(3), staat op het punt(3), het is beter(3), horen(3), zweert(3), zend uit(3), eten(3), zeiden(3), zij hebben ontvangen(3), bracht(3), wij hebben(3), u wilt(3), is rood(2), kent(2), u denkt(2), zien(2), zij zonden(2), volgt(2), wij willen(2), voortbrengt(2), Hij heeft(2), noemt u(2), {komt}(2), zijn werkzaam(2), eert(2), U ziet(2), eten zij(2), zei hij(2), uitwerp(2), hoort U(2), denkt(2), over heersen(2), wij gaan op(2), jullie doen(2), zij zijn bij gebleven(2), doet U(2), stellen jullie op de proef(2), jullie zoeken(2), lelijk maakt(2), Hij roept(2), {vallen} jullie(2), Hij gaat voor uit(2), vindt(2), laten jullie toe(2), van meer belang zijn(2), hebben wij(2), slapen(2), doen zij(2), jullie meten(2), maakt(2), doet(2), getuigen tegen(2), gieten(2), zij tegen getuigen(2), stelen(2), vergeven(2), U kijkt(2), inbreken(2), trouwen zij(2), IK wil(2), drink(2), ik zeg(2), gehoorzaam zijn(2), noemt(2), is verschuldigd(2), werpt Hij uit(2), neemt weg(1), denken jullie(1), wilt U(1), ik oogst(1), verstikken(1), vrucht dragen(1), hebt u(1), hij hield(1), ik bijeen breng(1), scheidt(1), nemen zij aan(1), Hij vond(1), gaat hij heen(1), Ik houd(1), vond Hij(1), Hij ging op(1), Hij opdracht geeft(1), lieten neer(1), eet Hij(1), drinkt(1), zij gehoorzaam zijn(1), vertelden(1), brengt vrucht voort(1), zoeken(1), Ik wil het(1), roept(1), naait(1), u spreekt(1), ik stel onder ede(1), {krijgt}(1), verlangen(1), {doet} scheuren(1), giet(1), {trekt aan}(1), HIJ behagen in heeft(1), het baatte(1), zaait(1), stellen jullie terzijde(1), jullie ontvangen(1), hij zegt(1), zij maakten los(1), U onderwijst(1), wierp(1), gaat heen(1), hij zond(1), zenden(1), zond Hij uit(1), ontbreekt(1), hij volgt(1), Ik geef opdracht(1), u hebt(1), gezag over uitoefenen(1), zij naderden(1), zij riepen(1), Hij nam mee(1), vond(1), brengen naar buiten(1), zetten op(1), kleden(1), dwongen(1), hingen zij aan palen(1), Hij leefde(1), zagen zij(1), zij riepen bijeen(1), jullie noemen(1), het is {zover}(1), slaapt u(1), grepen(1), komt overeen(1), beschuldingen tegen inbrengen(1), jullie spreken(1), samenstroomde(1), ik geloof(1), slaapt(1), wenen jullie(1), Hij zag(1), volgden(1), vroegen(1), houdt(1), wandelen(1), {valt} u {lastig}(1), vraagt(1), namen mee(1), komt het op(1), zij wekten(1), stel onder ede(1), veel hij neer(1), zagen(1), houden vast(1), hij weet(1), herstelt(1), Ik zie(1), ik zie(1), ondervragen(1), hij doet schokken(1), knarsen(1), schuimen(1), hij zag(1), smeekten(1), zij smeekten(1), {maken} onrein(1), Hij doet(1), jullie plaatsen(1), jullie begrijpen(1), jullie herinneren(1), zend hij(1), voorbij ging(1), zien weer(1), verwachten wij(1), lopen(1), grijpen(1), is van meer belang(1), jullie willen(1), op neemt(1), vroeg(1), lastert(1), U uitwept(1), eet(1), zet op(1), zij slaapt(1), {trekt}(1), werpt uit(1), uitwerpt(1), zij horen(1), zij kijken(1), begrijpen(1), ze zien(1), ze horen(1), het hoort(1), Ik spreek(1), spreekt U(1), verstrooit(1), werpen uit(1), zegt hij(1), vindt hij(1), wonen(1), neemt mee(1), hij doet(1), hoort(1), ze schijnt(1), zetten zij(1), HIJ laat opgaan(1), HIJ laat regenen(1), zij menen(1), zij graag(1), aansteken(1), is het nuttig(1), doop(1), als koning regeerde(1), liet hij toe(1), plaatste(1), verliet(1), toonde(1), zij zetten lelijk(1), ze zaaien(1), jullie oordelen(1), jullie nodig hebben(1), ziet u(1), merkt u op(1), vergaren(1), ontvangt(1), bekleedt(1), {ze weven}(1), ze brengen bijeen(1), ze oogsten(1), voed(1), {ze groeien}(1), {ze zwoegen}(1), rukt weg(1), verstikken volledig(1), vergroten(1), zij verbreden(1), zij hebben graag(1), jullie verslinden(1), jullie trekken door(1), jullie versperren(1), zij willen(1), zij leggen(1), onderwijst(1), voorgaan(1), Hij vroeg(1), noemen(1), zij binden samen(1), zij doen(1), maken jullie(1), jullie tienden afstaan(1), zend(1), getuigen jullie(1), samen bijeenbrengt(1), weet(1), het duurt een lange tijd(1), jullie denken(1), jullie zeggen(1), jullie versieren(1), zijn vol(1), jullie reinigen(1), jullie zijn als(1), vol zijn(1), jullie bouwen(1), zij houden(1), zendt hij(1), zeggen jullie(1), zij blijft roepen(1), herinneren jullie(1), wilt(1), lijdt(1), U wilt(1), {terechtkomt}(1), houden zij(1), heen gaat(1), vrucht draagt(1), verkoopt(1), koopt(1), nadert(1), {is}(1), valt hij(1), draagt af(1), ik behandel onrechtvaardig(1), ontbreekt het mij aan(1), zij zei(1), op het punt sta(1), is van plan(1), gezag uitoefenen over(1), hij vroeg(1), maken plaats(1), hij zoeken(1), ontvangen(1), hij zich verheugt(1), u schuldig bent(1), is het beter(1), hij verwacht(1)

(uit)zenden..
G649(uit)zenden
wegzenden

V-PAI-1S
ev ww act..
woordvormenkelvoud
werkwoord
actief

(ik) zend uit..
gebruikte vertalingenzend uit(3), zend(1)
jullie  
 
υμας
umas
G5209..
gebruikte vertalingenjullie(52)

jullie..
G5209jullie

P-2AP
mv pn acc..
woordvormmeervoud
persoonlijk-voornaamwoord
acusatief

jullie..
gebruikte vertalingenjullie(52)
als  
 
ως
òs
G5613..
gebruikte vertalingenals(31), zoals(20), voor(3), zo(3), ongeveer(2), hoe(2), {al}(1), hetzelfde als(1)

(zo)als..
G5613(zo)als
voor, hoe, ongeveer

ADV
bw..
woordvormbijwoord

(zo)als..
gebruikte vertalingenals(31), zoals(20), voor(3), zo(3), ongeveer(2), hoe(2), {al}(1), hetzelfde als(1)
schapen  
 
προβατα
probata
G4263..
gebruikte vertalingenschapen(10), dan een schaap(1), schaap(1), van schapen(1)

schaap..
G4263schaap

N-NPN
o mv zn nom..
woordvormonzijdig
meervoud
zelfstandig-naamwoord
nominatief

schapen..
gebruikte vertalingenschapen(5)
te  
 
εν
en
G1722..
gebruikte vertalingenin(293), op(34), met(29), bij(28), onder(26), door(10), aan(8), tijdens(6), -(6), één(6), vanwege(3), terwijl(3), over(2), binnen(1), {toen}(1), voor(1), te(1), om(1)

in..
G1722in
op, bij, met, onder, door, één, aan, terwijl, vanwege, over, te, tijdens

PREP
vz..
woordvormvoorzetsel

in..
gebruikte vertalingenin(293), op(34), met(29), bij(28), onder(26), door(10), aan(8), tijdens(6), -(6), terwijl(3), vanwege(3), over(2), binnen(1), {toen}(1), om(1), voor(1), te(1)
midden  
 
μεσω
mesò
G3319..
gebruikte vertalingenmidden(13)

midden..
G3319midden

A-DSN
o ev bn dat..
woordvormonzijdig
enkelvoud
bijvoegelijk-naamwoord
datief

(tot) midden..
gebruikte vertalingenmidden(6)
van wolven  
 
λυκων
lukòn
G3074..
gebruikte vertalingenvan wolven(1), wolven(1)

wolf..
G3074wolf

N-GPM
m mv zn gen..
woordvormmannelijk
meervoud
zelfstandig-naamwoord
genetief

(van) ..
gebruikte vertalingen
wees  
 
γινεσθε
ginesthe
G1096..
gebruikte vertalingenhet was geworden(13), gebeurde het(12), wordt(9), gebeuren(7), worden(7), er ontstond(5), is gebeurd(4), er gebeurd was(4), laat het gebeuren(4), waren gebeurd(3), werden(3), kwam er(3), is geweest(2), is geworden(2), gebeurt(2), komt(2), het wordt(2), werd(2), kan zijn(2), gebeurd(2), wees(2), jullie worden(2), hij wordt(2), er gebeurt was(1), er gebeurde was(1), ontstond er(1), er kwam(1), is er gekomen(1), laat gebeuren(1), er is gebeurd(1), het geworden was(1), was geworden(1), gekomen was(1), waren geweest(1), het gebeurde(1), heeft plaatsgevonden(1), het gebeurd(1), er was {verstreken}(1), gebeurd is(1), Hij was(1), kwam(1), word(1), laat er {voortkomen}(1), het zal gebeuren(1), zijn gebeurd(1), had het blijven bestaan(1), werd het(1), werd{en}(1), er gebeurt(1), zal gebeuren(1), gebeurd zijn(1), hij er wordt(1), er ontstaat(1), was(1), geweest(1), plaatsvindt(1), was er gekomen(1), kan worden(1), er is geweest(1), er gebeurde(1)
 G5737..
gebruikte vertalingenwees bevreesd(7), blijf bidden(7), ga(3), zit(2), wees(2), blijf gaan(2), ga uit(1), spring op van vreugde(1), werk(1), word(1)

worden..
G1096worden
gebeuren, zijn, ontstaan, komen, plaatsvinden

V-PNM-2P
mv ww med/pas-d..
woordvormmeervoud
werkwoord
medium/passief-deponent

(JULLIE) worden..
gebruikte vertalingen
daarom  
 
ουν
oun
G3767..
gebruikte vertalingendan(35), daarom(19), dus(6), nu(5), om(2)

dan..
G3767dan
dus, nu, om, daarom

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

dan..
gebruikte vertalingendan(35), daarom(19), dus(6), nu(5), om(2)
voorzichtig  
 
φρονιμοι
phronimoi
G5429..
gebruikte vertalingenverstandigen(3), verstandige(2), voorzichtig(1), verstandig(1)

verstandig..
G5429verstandig
bedachtzaam, voorzichtig

A-NPM
m mv bn nom..
woordvormmannelijk
meervoud
bijvoegelijk-naamwoord
nominatief

..
gebruikte vertalingen
zoals  
 
ως
òs
G5613..
gebruikte vertalingenals(31), zoals(20), voor(3), zo(3), ongeveer(2), hoe(2), {al}(1), hetzelfde als(1)

(zo)als..
G5613(zo)als
voor, hoe, ongeveer

ADV
bw..
woordvormbijwoord

(zo)als..
gebruikte vertalingenals(31), zoals(20), voor(3), zo(3), ongeveer(2), hoe(2), {al}(1), hetzelfde als(1)
de  
 
οι
oi
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-NPM
m mv lw nom..
woordvormmannelijk
meervoud
lidwoord
nominatief

de..
gebruikte vertalingende(256), die(59), -(47), dit(2), het(1), deze(1), {sommigen}(1)
slangen  
 
οφεις
opheis
G3789..
gebruikte vertalingenslangen(3), handen(1), een slang(1)

slang..
G3789slang

N-NPM
m mv zn nom..
woordvormmannelijk
meervoud
zelfstandig-naamwoord
nominatief

..
gebruikte vertalingen
en  
 
και
kai
G2532..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)

en..
G2532en
ook, nu, dan, -, zelfs, {maar}, {toen}, {toch}, {met}, {als}

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

en..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)
onschuldig  
 
ακεραιοι
akeraioi
G185..
gebruikte vertalingenonschuldig(1)

onvermengd*..
G185onvermengd*
onschuldig, eenvoudig*

A-NPM
m mv bn nom..
woordvormmannelijk
meervoud
bijvoegelijk-naamwoord
nominatief

..
gebruikte vertalingen
zoals  
 
ως
òs
G5613..
gebruikte vertalingenals(31), zoals(20), voor(3), zo(3), ongeveer(2), hoe(2), {al}(1), hetzelfde als(1)

(zo)als..
G5613(zo)als
voor, hoe, ongeveer

ADV
bw..
woordvormbijwoord

(zo)als..
gebruikte vertalingenals(31), zoals(20), voor(3), zo(3), ongeveer(2), hoe(2), {al}(1), hetzelfde als(1)
de  
 
αι
ai
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-NPF
v mv lw nom..
woordvormvrouwelijk
meervoud
lidwoord
nominatief

de..
gebruikte vertalingende(43), die(5), -(2), het(1)
duiven  
 
περιστεραι
peristerai
G4058..
gebruikte vertalingenduiven(3), een duif(2)

duif..
G4058duif

N-NPF
v mv zn nom..
woordvormvrouwelijk
meervoud
zelfstandig-naamwoord
nominatief

..
gebruikte vertalingen


Afwijkingen
Er zijn geen afwijkingen in dit vers.

Basisteksten
BZByzantijnse/meerderheidstekst (2000)
NA27Tekst van Nestle-Aland (1993)
TRTextus Receptus (1896)
WHTekst van Westcott-Hort (1881)