Regenboog Bijbel Vertaling


RBVI

Uitleg


hoofdstuk
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   

vers
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   29   30   
31   32   33   34   35   36   37   38   39   40   41   42   

HSV
(TR)
En u zult door allen gehaat worden omwille van Mijn Naam; maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden.
NBV
(NA27)
Jullie zullen door iedereen worden gehaat omwille van mijn naam; maar wie standhoudt tot het einde zal worden gered.
NBG51
(N(A))
En gij zult door allen gehaat worden om mijns naams wil; maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden.
NW
(WH)
En GIJ zult ter wille van mijn naam voorwerpen van haat zijn voor alle mensen; wie echter heeft volhard tot het einde, die zal gered worden.
RBV
(BZ+)
En jullie zullen vanwege Mijn naam door alle [mensen] gehaat worden; maar wie standhoudt tot [het] einde, die zal gered worden.
RBVI
(BZ+)
en    jullie zullen worden    gehaat    door    alle    vanwege    de    naam    van Mij    wie    maar    standhoudt    tot    einde    die    zal gered worden  


en  
 
και
kai
G2532..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)

en..
G2532en
ook, nu, dan, -, zelfs, {maar}, {toen}, {toch}, {met}, {als}

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

en..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)
jullie zullen worden  
 
εσεσθε
esesthe
G2071..
gebruikte vertalingenzal zijn(31), zal het zijn(6), zullen zijn(6), jullie zullen worden(3), er zullen zijn(3), zullen worden(2), zal zij zijn(2), zal gebeuren(2), Ik zal zijn(2), zal het gaan(2), het zal zijn(2), u zult(1), er zal {ontstaan}(1), zal {hebben}(1), zullen(1), zal hij zijn(1), zal(1), u zult zijn(1), er zal zijn(1), word(1)
 G5704..
gebruikte vertalingenzal zijn(31), zal het zijn(6), zullen zijn(6), jullie zullen worden(3), er zullen zijn(3), zullen worden(2), zal zij zijn(2), zal gebeuren(2), Ik zal zijn(2), zal het gaan(2), het zal zijn(2), u zult(1), er zal {ontstaan}(1), zal {hebben}(1), zullen(1), zal hij zijn(1), zal(1), u zult zijn(1), er zal zijn(1), word(1)

zal zijn..
G2071zal zijn

V-FXI-2P
mv ww -..
woordvormmeervoud
werkwoord


(JULLIE) (jullie zullen worden)..
gebruikte vertalingenjullie zullen worden(3), word(1)
gehaat  
 
μισουμενοι
misoumenoi
G3404..
gebruikte vertalingengehaat(3), zij zullen haten(1), hij zal haten(1), haten(1), u zult haten(1)
 G5746..
gebruikte vertalingenwordt genoemd(9), vertaald(4), werd genoemd(4), gehaat(3), worden gezaaid(2), vergoten wordt(2), verschuldigd was(2), bedroefd(2), {opengaan}(1), werd op de proef gesteld(1), sliepen(1), werd gedragen(1), zwaar(1), genoemd werd(1), geteisterd werden(1), gesproken werd{en}(1), zij werden bedroefd(1), gehoed(1), die zijn(1), verdwaalde(1), lijdt pijn(1), is gesteld(1), wordt geworpen(1), boos is(1), gekweld werden(1), er gehoed(1), tumult maken(1), werd geteisterd(1), verbleven(1), {werd gehouden}(1), smeulende(1), heen en weer bewogen wordt(1), vergoten is(1)

haten..
G3404haten

V-PPP-NPM
m mv ww pas..
woordvormmannelijk
meervoud
werkwoord
passief

(WIJ/JULLIE/ZIJ) (gehaat)..
gebruikte vertalingengehaat(3)
door  
 
υπο
upo
G5259..
gebruikte vertalingendoor(34), onder(8)

door..
G5259door
door [bemiddeling van], onder

PREP
vz..
woordvormvoorzetsel

door..
gebruikte vertalingendoor(28), onder(7)
alle  
 
παντων
pantòn
G3956..
gebruikte vertalingenal(46), allen(38), alles(36), heel(18), elke(13), ieder(12), alle(9), van allen(6), allemaal(4), elk(3), iedere(3), enkel(2), van alle(2), voor al(2), allerlei(2), dan allen(1), tot allen(1), bij ieder(1), onder allen(1), op allen(1), al{tijd}(1), hele(1)

al..
G3956al
alle, alles, allemaal, allerlei, elk, ieder, heel, enkel

A-GPM
m mv bn gen..
woordvormmannelijk
meervoud
bijvoegelijk-naamwoord
genetief

(van) allen..
gebruikte vertalingenvan allen(5), alle(2), dan allen(1), allen(1)
vanwege  
 
δια
dia
G1223..
gebruikte vertalingenom(28), door(26), vanwege(20), omdat(4), over(3), voor(2), {uit}(2), {in}(2), {aan}(1), {tijd}(1), {van}(1), {na}(1)

om..
G1223om
door [bemiddeling van], vanwege, omdat, over, voor, omwille

PREP
vz..
woordvormvoorzetsel

door..
gebruikte vertalingenom(27), door(21), vanwege(20), omdat(4), voor(2), over(2), {uit}(2), {in}(2), {aan}(1), {van}(1), {tijd}(1)
de  
 
το
to
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-ASN
o ev lw acc..
woordvormonzijdig
enkelvoud
lidwoord
acusatief

de..
gebruikte vertalingende(132), het(96), -(13), dat(8), wat(8), deze(1)
naam  
 
ονομα
onoma
G3686..
gebruikte vertalingennaam(35), {heette}(4), namen(1)

naam..
G3686naam

N-ASN
o ev zn acc..
woordvormonzijdig
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
acusatief

naam..
gebruikte vertalingennaam(12)
van Mij  
 
μου
mou
G3450..
gebruikte vertalingenvan Mij(74), van mij(24), van MIJ(16), Mij(12), mij(3), {dan} ik(2), voor Mij(1), {naar} Mij(1), {voor} Mij(1)

mij..
G3450mij
ik

P-1GS
ev pn gen..
woordvormenkelvoud
persoonlijk-voornaamwoord
genetief

(van) mij..
gebruikte vertalingenvan Mij(74), van mij(24), van MIJ(16), Mij(12), mij(3), {dan} ik(2), voor Mij(1), {naar} Mij(1), {voor} Mij(1)
wie  
 
ο
o
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-NSM
m ev lw nom..
woordvormmannelijk
enkelvoud
lidwoord
nominatief

de..
gebruikte vertalingende(552), -(88), die(42), het(39), wie(36), DIE(9), Die(6), wat(4), dat(3), deze(1), {van} de(1), De(1), DE(1)
maar  
 
δε
de
G1161..
gebruikte vertalingenmaar(323), en(204), toen(84), nu(65), ook(9), terwijl(8), -(7), bovendien(5), dan(1)

maar..
G1161maar
en, toen, nu, terwijl, ook, bovendien, -

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

maar..
gebruikte vertalingenmaar(311), en(202), toen(84), nu(64), ook(9), terwijl(8), -(7), bovendien(5), dan(1)
standhoudt  
 
υπομεινας
upomeinas
G5278..
gebruikte vertalingenstandhoudt(3)
 G5660..
gebruikte vertalingenhoorden(15), hoorde(11), dankte(5), riep(4), strekte uit(4), keek aan(3), standhoudt(3), zond(3), zij hoorden(3), zweert(3), keek op(2), opkwam(2), vulde(2), Hij had weggestuurd(2), zij voeren over(2), vroeg de zegen(2), zij een lofzang hadden gezongen(2), maak los(2), zij aan een paal hadden gehangen(2), zij bonden(2), zij hadden gehoord(2), hij zond(2), gezonden heeft(2), Hij keek op(1), Hij zuchtte diep(1), gespuwd te hebben(1), had aangehoord(1), zij behaagde(1), hij keek op(1), pakte(1), stuiptrekkingen {bezorgend}(1), schreewend(1), had uitgezonden(1), Hij spuwde(1), Hij pakte(1), hij riep(1), tilde op(1), zij {maakten open}(1), hield vast(1), was gevaren(1), had uitgegeven(1), Hij ging zitten(1), gedaan had(1), zij had gehoord(1), het hoorde(1), neem op(1), Hij riep(1), hij had de moed(1), zij vlochten hadden(1), liet zweepslagen geven(1), hielden(1), hij kocht(1), was opgegaan(1), geloven(1), niet gelooft(1), gelooft(1), zij opkeken(1), kijk zij aan(1), scheurde(1), stenigde zij(1), hij hoorde(1), hij werd somber(1), schreeuwend(1), had horen(1), was gaan zitten(1), Hij terugkwam(1), Hij vroeg de zegen(1), zij brak(1), te kunnen grijpen(1), viel op de knielen(1), verzegelde(1), trouwt(1), {SCHEPPER}(1), hij greep(1), open(1), Hij opende(1), volgen(1), Hij vastte(1), ging zitten(1), hebben vergedragen(1), hij overeengekomen was(1), zij {opsloegen}(1), sluit(1), zij gingen zitten(1), trokken zij(1), zaaide(1), had hoorde(1), had gegrepen(1), hij {liet}(1), gaf opdracht(1), verliest(1), Hij brak(1), Hij gaf opdracht(1), deden(1), onbekommerd(1), zij trokken uit(1), liet hij zweepslagen geven(1), wierp hij(1), zij openden(1), vlochten zij(1), zij vielen op de knielen(1), om neer te bukken(1), Hij strekte uit(1), hij had gerold(1), zij spuwden(1), geraakt heeft(1), zij gegrepen hadden(1), overleden was(1), trouwde(1), bind(1), grepen(1), woont in(1), vermoord hebben(1), sloeg(1), vertrokken waren(1), zond uit(1), hij indoopt(1), deed stuiptrekken(1)

blijven..
G5278blijven
standhouden

V-AAP-NSM
m ev ww act..
woordvormmannelijk
enkelvoud
werkwoord
actief

(hij) (standhoudt)..
gebruikte vertalingenstandhoudt(3)
tot  
 
εις
eis
G1519..
gebruikte vertalingenin(168), naar(93), -(37), tot(22), op(20), voor(15), om(9), aan(7), tussen(3), tegen(3), bij(3), tot in(2), {als}(2), over(1), {over}(1)

in..
G1519in
naar, tot, voor, -, om, aan, tegen, tussen, bij

PREP
vz..
woordvormvoorzetsel

in..
gebruikte vertalingenin(168), naar(93), -(37), tot(22), op(20), voor(15), om(9), aan(7), tussen(3), tegen(3), bij(3), tot in(2), {als}(2), over(1), {over}(1)
einde  
 
τελος
telos
G5056..
gebruikte vertalingeneinde(7), afloop(1), heffing(1)

einde*..
G5056einde*
afloop*, heffing, rechten* belasting*

N-ASN
o ev zn acc..
woordvormonzijdig
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
acusatief

einde..
gebruikte vertalingeneinde(4), afloop(1)
die  
 
ουτος
outos
G3778..
gebruikte vertalingendeze(40), dit(23), die(17), Dit(8), Deze(6), dat(3), {éne}(1)

deze..
G3778deze
dit, die, dat

D-NSM
m ev vnw-d nom..
woordvormmannelijk
enkelvoud
voornaamwoord-demonstratief
nominatief

deze..
gebruikte vertalingendit(11), die(11), deze(8), Dit(8), Deze(6), dat(1)
zal gered worden  
 
σωθησεται
sòthèsetai
G4982..
gebruikte vertalingenredden(5), zal gered worden(4), red(4), heeft verlost(3), zou worden gered(2), heeft Hij gered(2), zal redden(2), zal ik verlost zijn(2), gered worden(1), zij geredt wordt(1), werden verlost(1), om te redden(1), was verlost(1), er gered worden(1), te redden(1)
 G5701..
gebruikte vertalingenzal gegeven worden(4), zal worden genoemd(4), zal gered worden(4), zal afgenomen worden(3), er zal gegeven worden(3), zullen tot struikelen worden gebracht(3), zal vergeven worden(2), zal stand houden(2), zal verduisterd worden(2), er zullen opstaan(2), het zal vergeven worden(2), hij zal overvloedig hebben(2), zullen jullie gedoopt worden(2), zal worden overgeleverd(2), zal opstaan(2), zal ik verlost zijn(2), zullen worden geschokt(2), zal verteld worden(2), {zullen} verstrooid worden(2), zal gezouten worden(2), zullen zij bezwijken(1), zullen opstaan(1), zal toegevoegd worden(1), zal veroordeeld worden(1), afgebroken zal worden(1), zal vernederd worden(1), zal verhoogd worden(1), zullen jullie staan(1), zal hechten(1), {zullen} gemeten worden(1), zullen verkort worden(1), zullen jullie struikelen(1), hij zal verbrijzeld worden(1), vervult zullen worden(1), zal vergeleken worden(1), zullen bijeen komen(1), zullen struikelen(1), zal gebracht worden(1), vergeven zal worden(1), zal tot struikelen worden gebracht(1), zal verkondigd worden(1), zal met wortel en al uitgetrokken worden(1), zullen jullie geoordeeld worden(1), zullen toegevoegd worden(1), zullen jullie gemeten worden(1), het zal gegeven worden(1), zal gezonden worden(1), hij zal vergeleken worden(1), zij verhoord zullen worden(1), u wordt geworpen(1), zullen verzadigd worden(1), zullen vertroost worden(1), zullen barmhartigheid ontvangen(1), zullen worden genoemd(1), zal het gezouten worden(1), zij zullen aanzitten(1), zullen worden geworpen(1), Hij genoemd zal worden(1), zal worden opgewekt(1), zal Hij worden opgewekt(1), zal hechten aan(1), zal worden wegnomen(1), zult u veroordeeld worden(1), zult u rechtvaardig verklaard worden(1), ontdekt zal worden(1), jullie zullen worden gebracht(1), bekend zal worden(1), zult u verhoogd worden(1), zult u {verlaagd} worden(1), zal worden gegeven(1)

redden..
G4982redden
verlossen

V-FPI-3S
ev ww pas..
woordvormenkelvoud
werkwoord
passief

(hij/zij/het) (zal gered worden)..
gebruikte vertalingenzal gered worden(4)


Afwijkingen
Er zijn geen afwijkingen in dit vers.

Basisteksten
BZByzantijnse/meerderheidstekst (2000)
NA27Tekst van Nestle-Aland (1993)
TRTextus Receptus (1896)
WHTekst van Westcott-Hort (1881)