Regenboog Bijbel Vertaling


RBVI

Uitleg


hoofdstuk
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   

vers
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   29   30   
31   32   33   34   35   36   37   38   39   40   41   42   

HSV
(TR)
Wees dus niet bevreesd, u gaat veel musjes te boven.
NBV
(NA27)
Wees dus niet bang, jullie zijn meer waard dan een hele zwerm mussen.
NBG51
(N(A))
Weest dan niet bevreesd: gij gaat vele mussen te boven.
NW
(WH)
Vreest daarom niet: GIJ zijt meer waard dan vele mussen.
RBV
(BZ+)
Wordt dus niet bevreesd, jullie zijn van meer belang dan velen musjes.
RBVI
(BZ+)
niet    dus    wordt bevreesd    velen    musjes    van meer belang zijn    jullie  


niet  
 
μη

G3361..
gebruikte vertalingenniet(126), geen(28), zins(17), -(16), dan(7), alleen(6), behalve(2), {zonder}(1), {in geval}(1), zeker(1), {anders}(1), soms(1)

niet..
G3361niet
geen, [geen]zins, zeker[geen], dan, alleen, behalve, soms

PRT-N
prt-neg..
woordvormpartikel-negatief

niet..
gebruikte vertalingenniet(126), geen(28), zins(17), -(16), dan(7), alleen(6), behalve(2), {zonder}(1), {in geval}(1), soms(1)
dus  
 
ουν
oun
G3767..
gebruikte vertalingendan(35), daarom(19), dus(6), nu(5), om(2)

dan..
G3767dan
dus, nu, om, daarom

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

dan..
gebruikte vertalingendan(35), daarom(19), dus(6), nu(5), om(2)
wordt bevreesd  
BZ_TR_V+
φοβηθητε
phobèthète
G5399..
gebruikte vertalingenwees bevreesd(8), zij waren bevreesd(3), vrezen wij(2), werden zij bevreesd(2), zij vreesden(2), was hij bevreesd(2), wordt bevreesd(2), was bevreesd(1), werden bevreesd(1), bevreesd was(1), wees bevreesd voor(1), werd hij bevreesd(1), ik werd bevreesd(1), zij werden bevreesd(1), zij werden bevreesd(1)
 G5676..
gebruikte vertalingenlaat het gebeuren(4), jullie antwoorden(1), antwoord(1), wordt bevreesd(1), smeek(1), ga(1), laat gebeuren(1), wees bevreesd voor(1)

bevreesd zijn..
G5399bevreesd zijn
vrezen

V-AOM-2P
mv ww pas-d..
woordvormmeervoud
werkwoord
passief-deponent

(JULLIE) wordt bevreesd..
gebruikte vertalingen
velen  
 
πολλων
pollòn
G4183..
gebruikte vertalingenvelen(40), grote(22), veel(20), vele(18), vele {malen}(4), groot(4), van vele(1), {des}(1), zeer(1), lange(1), vaak(1), voor veel(1), voor velen(1)

veel..
G4183veel
groot, vaak, lang, veel {maal}

A-GPN
o mv bn gen..
woordvormonzijdig
meervoud
bijvoegelijk-naamwoord
genetief

(van) velen..
gebruikte vertalingen
musjes  
 
στρουθιων
strouthiòn
G4765..
gebruikte vertalingenmusjes(2)

musje..
G4765musje

N-GPN
o mv zn gen..
woordvormonzijdig
meervoud
zelfstandig-naamwoord
genetief

(van) musjes..
gebruikte vertalingen
van meer belang zijn  
 
διαφερετε
diapherete
G1308..
gebruikte vertalingenvan meer belang zijn(2), droeg(1), is van meer belang(1)
 G5719..
gebruikte vertalingenIk zeg(62), zei(61), Hij zei(28), zij zeiden(15), heeft(13), zeggen(11), zeg Ik(10), hebben jullie(10), zei Hij(9), zeg(8), willen jullie(7), hij zei(6), zij hebben(5), jullie horen(5), begrijpen jullie(5), brengt voort(5), nam mee(5), maakt onrein(5), jullie hebben(4), zeiden zij(4), Ik wil(4), Ik doe(4), vasten(4), hij heeft(4), doen(4), blijft zoeken naar(4), wilt u(4), doet struikelen(4), zegt(4), weten jullie(4), denken(4), jullie zien(3), zij zeggen(3), is(3), wil(3), ik wil(3), doen jullie(3), zij vroegen(3), hebben(3), spreekt(3), overtreden(3), zij brachten(3), overlijdt(3), staat op het punt(3), het is beter(3), horen(3), zweert(3), zend uit(3), eten(3), zeiden(3), zij hebben ontvangen(3), bracht(3), wij hebben(3), u wilt(3), is rood(2), kent(2), u denkt(2), zien(2), zij zonden(2), volgt(2), wij willen(2), voortbrengt(2), Hij heeft(2), noemt u(2), {komt}(2), zijn werkzaam(2), eert(2), U ziet(2), eten zij(2), zei hij(2), uitwerp(2), hoort U(2), denkt(2), over heersen(2), wij gaan op(2), jullie doen(2), zij zijn bij gebleven(2), doet U(2), stellen jullie op de proef(2), jullie zoeken(2), lelijk maakt(2), Hij roept(2), {vallen} jullie(2), Hij gaat voor uit(2), vindt(2), laten jullie toe(2), van meer belang zijn(2), hebben wij(2), slapen(2), doen zij(2), jullie meten(2), maakt(2), doet(2), getuigen tegen(2), gieten(2), zij tegen getuigen(2), stelen(2), vergeven(2), U kijkt(2), inbreken(2), trouwen zij(2), IK wil(2), drink(2), ik zeg(2), gehoorzaam zijn(2), noemt(2), is verschuldigd(2), werpt Hij uit(2), neemt weg(1), denken jullie(1), wilt U(1), ik oogst(1), verstikken(1), vrucht dragen(1), hebt u(1), hij hield(1), ik bijeen breng(1), scheidt(1), nemen zij aan(1), Hij vond(1), gaat hij heen(1), Ik houd(1), vond Hij(1), Hij ging op(1), Hij opdracht geeft(1), lieten neer(1), eet Hij(1), drinkt(1), zij gehoorzaam zijn(1), vertelden(1), brengt vrucht voort(1), zoeken(1), Ik wil het(1), roept(1), naait(1), u spreekt(1), ik stel onder ede(1), {krijgt}(1), verlangen(1), {doet} scheuren(1), giet(1), {trekt aan}(1), HIJ behagen in heeft(1), het baatte(1), zaait(1), stellen jullie terzijde(1), jullie ontvangen(1), hij zegt(1), zij maakten los(1), U onderwijst(1), wierp(1), gaat heen(1), hij zond(1), zenden(1), zond Hij uit(1), ontbreekt(1), hij volgt(1), Ik geef opdracht(1), u hebt(1), gezag over uitoefenen(1), zij naderden(1), zij riepen(1), Hij nam mee(1), vond(1), brengen naar buiten(1), zetten op(1), kleden(1), dwongen(1), hingen zij aan palen(1), Hij leefde(1), zagen zij(1), zij riepen bijeen(1), jullie noemen(1), het is {zover}(1), slaapt u(1), grepen(1), komt overeen(1), beschuldingen tegen inbrengen(1), jullie spreken(1), samenstroomde(1), ik geloof(1), slaapt(1), wenen jullie(1), Hij zag(1), volgden(1), vroegen(1), houdt(1), wandelen(1), {valt} u {lastig}(1), vraagt(1), namen mee(1), komt het op(1), zij wekten(1), stel onder ede(1), veel hij neer(1), zagen(1), houden vast(1), hij weet(1), herstelt(1), Ik zie(1), ik zie(1), ondervragen(1), hij doet schokken(1), knarsen(1), schuimen(1), hij zag(1), smeekten(1), zij smeekten(1), {maken} onrein(1), Hij doet(1), jullie plaatsen(1), jullie begrijpen(1), jullie herinneren(1), zend hij(1), voorbij ging(1), zien weer(1), verwachten wij(1), lopen(1), grijpen(1), is van meer belang(1), jullie willen(1), op neemt(1), vroeg(1), lastert(1), U uitwept(1), eet(1), zet op(1), zij slaapt(1), {trekt}(1), werpt uit(1), uitwerpt(1), zij horen(1), zij kijken(1), begrijpen(1), ze zien(1), ze horen(1), het hoort(1), Ik spreek(1), spreekt U(1), verstrooit(1), werpen uit(1), zegt hij(1), vindt hij(1), wonen(1), neemt mee(1), hij doet(1), hoort(1), ze schijnt(1), zetten zij(1), HIJ laat opgaan(1), HIJ laat regenen(1), zij menen(1), zij graag(1), aansteken(1), is het nuttig(1), doop(1), als koning regeerde(1), liet hij toe(1), plaatste(1), verliet(1), toonde(1), zij zetten lelijk(1), ze zaaien(1), jullie oordelen(1), jullie nodig hebben(1), ziet u(1), merkt u op(1), vergaren(1), ontvangt(1), bekleedt(1), {ze weven}(1), ze brengen bijeen(1), ze oogsten(1), voed(1), {ze groeien}(1), {ze zwoegen}(1), rukt weg(1), verstikken volledig(1), vergroten(1), zij verbreden(1), zij hebben graag(1), jullie verslinden(1), jullie trekken door(1), jullie versperren(1), zij willen(1), zij leggen(1), onderwijst(1), voorgaan(1), Hij vroeg(1), noemen(1), zij binden samen(1), zij doen(1), maken jullie(1), jullie tienden afstaan(1), zend(1), getuigen jullie(1), samen bijeenbrengt(1), weet(1), het duurt een lange tijd(1), jullie denken(1), jullie zeggen(1), jullie versieren(1), zijn vol(1), jullie reinigen(1), jullie zijn als(1), vol zijn(1), jullie bouwen(1), zij houden(1), zendt hij(1), zeggen jullie(1), zij blijft roepen(1), herinneren jullie(1), wilt(1), lijdt(1), U wilt(1), {terechtkomt}(1), houden zij(1), heen gaat(1), vrucht draagt(1), verkoopt(1), koopt(1), nadert(1), {is}(1), valt hij(1), draagt af(1), ik behandel onrechtvaardig(1), ontbreekt het mij aan(1), zij zei(1), op het punt sta(1), is van plan(1), gezag uitoefenen over(1), hij vroeg(1), maken plaats(1), hij zoeken(1), ontvangen(1), hij zich verheugt(1), u schuldig bent(1), is het beter(1), hij verwacht(1)

van meer belang zijn..
G1308van meer belang zijn
(letterlijk) door dragen*, verschillen van*, overtreffen*

V-PAI-2P
mv ww act..
woordvormmeervoud
werkwoord
actief

(JULLIE) van belang zijn..
gebruikte vertalingen
jullie  
 
υμεις
umeis
G5210..
gebruikte vertalingenjullie(36), -(7), {zelf}(1)

jullie..
G5210jullie

P-2NP
mv pn nom..
woordvormmeervoud
persoonlijk-voornaamwoord
nominatief

jullie..
gebruikte vertalingenjullie(36), -(7), {zelf}(1)


Afwijkingen
BZ_TR_V+andere vorm, merkbaar  

Basisteksten
BZByzantijnse/meerderheidstekst (2000)
NA27Tekst van Nestle-Aland (1993)
TRTextus Receptus (1896)
WHTekst van Westcott-Hort (1881)