Regenboog Bijbel Vertaling


RBVI

Uitleg


hoofdstuk
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   

vers
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   29   30   
31   32   33   34   35   36   37   38   39   40   41   42   

HSV
(TR)
Genees zieken, reinig melaatsen, wek doden op, drijf demonen uit. U hebt het voor niets ontvangen, geef het voor niets.
NBV
(NA27)
Genees zieken, wek doden op, maak mensen die aan huidvraat lijden rein en drijf demonen uit. Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven!
NBG51
(N(A))
Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen, drijft boze geesten uit. Om niet hebt gij het ontvangen, geeft het om niet.
NW
(WH)
Geneest zieken, wekt doden op, maakt melaatsen rein, werpt demonen uit. GIJ hebt om niet ontvangen, geeft om niet.
RBV
(BZ+)
Genees [degenen] die verzwakt zijn, [[wek doden op]], maak melaatsen rein, werp demonen uit. Jullie hebben als vrije gave ontvangen, geef als vrij gave.
RBVI
(BZ+)
die verzwakt zijn    genees    doden    wek op    melaatsen    maak rein    demonen    werp uit    als vrij gave    jullie hebben ontvangen    als vrije gave    geef  


die verzwakt zijn  
 
ασθενουντας
asthenountas
G770..
gebruikte vertalingenverzwakt zijn(1), ik was verzwakt(1), die verzwakt zijn(1)
 G5723..
gebruikte vertalingenzei(80), zeiden(45), heeft(11), had(9), zeggen(9), vroegen(7), er waren(6), sprak(6), hoort(5), om op de proef te stellen(5), slapend(5), hij zei(4), aten(4), zij zeiden(4), te hebben(4), zaaier(4), toeziet(3), doet(3), voortbrengt(3), geloven(3), horen(3), Hij liep(3), verkondigde(3), zegt(3), te zeggen(3), uitwerpen(3), bezittingen(3), zeg(3), zagen(2), zij hadden(2), overgebleven(2), toeroepen(2), zou(2), liefheeft(2), begrijpt(2), levende(2), zij onderwijzen(2), kwaadspreekt(2), lopen(2), onrein {maakt}(2), verkopers(2), opbouwt(2), Hij afbreekt(2), schudden(2), {te} werpen(2), spotten(2), toekeken(2), zij volgden(2), jullie hebben(2), eten(2), doopte(2), ging overleveren(2), hij overlevert(2), van levenden(2), onderwijs gaf(2), spreken(2), verkochten(2), heiligt(2), het leest(2), dorst(2), de borst geven(2), zijn(2), afdaalden(2), bouwers(2), vragen(2), zij sterk zijn(2), zoekt(2), zij er zijn(2), leidt(2), zij zochten(2), volgden(2), wil(2), onderwijs gegeven(2), vraagt(2), Hij gaf onderwijs(2), hij verkondigde(2), genas(2), komende(2), riepen(2), roept(2), neerdalen(2), hebben(2), schreeuwen(1), sneed(1), zij horen(1), zij houden vast aan(1), zij hoedden(1), lag te slapen(1), ontkennen jullie autoriteit(1), gezond van verstand(1), geween(1), gejammer(1), gaan(1), hoorden(1), zij kijken(1), beefde(1), gingen(1), stapte(1), samendringen op(1), verzwakt zijn(1), vasten(1), doop(1), {bewakers}(1), onderwijs(1), hij at(1), Hij omhoog kwam(1), licht begon te worden(1), Hij leefde(1), herstellen(1), beproever(1), zij bewaakten(1), om te bedienden(1), waren aan het herstellen(1), met koorts(1), is rein(1), te plukken(1), om te roepen(1), kwam op(1), Hij verder ging(1), brengen(1), Hij verkondigde(1), wierp uit(1), hij smeekte(1), viel op de knielen(1), het groeide(1), overschaduwde(1), overvloed(1), {hebben} geworpen(1), jullie te overleveren(1), uit gevallen(1), zeer verontwaardigd(1), verslinden(1), willen(1), hij had(1), hij stierf(1), discussiëren(1), Hij onderwijs gaf(1), draagt(1), eet(1), bevestigde(1), meewerkte(1), vergezelden(1), zwijgen(1), wachtte op(1), wandelden(1), weenden(1), onderwijs aan het geven(1), zij {vielen}(1), {voorbijganger}(1), treurden(1), zij doden(1), zij afranselden(1), schuim(1), zij renden naar(1), gelooft(1), uitwierp(1), te hebbem(1), ondervroegen(1), bespraken zij(1), weende {om}(1), zij lopen rond(1), stralend(1), in gesprek(1), brachten(1), legde(1), maken jullie los(1), zij voor uit gingen(1), zij kochten(1), rondliep(1), {te bedelen}(1), nemen(1), zij hebben(1), gingen op(1), ging voor uit(1), wilde(1), verzochten zij(1), HIj zei(1), smeekte(1), ik heb(1), vallen(1), vinden(1), spraken(1), gezegd(1), hij zag(1), hij wilde(1), koorst hebben(1), er gegeten(1), liep(1), liepen(1), gegeten(1), omhoog komt(1), vraag(1), bezorgd te zijn(1), hij {kon}(1), vroeg(1), eisten(1), somber(1), klopt(1), zij waren in gesprek waren(1), op de knielen viel(1), doen(1), verzamelen(1), hij drinkt(1), hij eet(1), Hij eet(1), Hij drinkt(1), zwoegen(1), aan een bloedvloeiing leed(1), ging verder(1), spreekt(1), {hen} doden(1), opdrachten te geven(1), zij dragen(1), bijeen brengt(1), zoek(1), zaait(1), zij aan het hoeden waren(1), aanneemt(1), {zaaide}(1), kijken(1), verder ging(1), het leegstaan(1), zij verlangden(1), zij verlangen(1), zien(1), u vast(1), vast(1), verkopen(1), een lange tijd uitbleef(1), naar het buitenland gaat(1), u oogst(1), u brengt bijeen(1), {hen} dronken zijn(1), handelend(1), dronken(1), zij trouwden(1), werden uitgehuwelijkt(1), malen(1), honger(1), welwillend(1), te onderwijzen(1), zeiden zij(1), zij zei(1), {had} over{ge}leverd(1), die verzwakt zijn(1), zij treuren(1), honger hebben(1), dorsten(1), overleveren(1), zij hongeren(1), zij aten(1), kijkt(1), kochten(1), zij vasten(1), liefhebben(1), zuigelingen(1), Hij terugkeerde(1), zei{den}(1), voor uit gingen(1), oordelen(1), op ging(1), zij betoonde eer(1), Hij zei(1), vervolgen(1), zij vroegen(1), doodt(1), stenigt(1), vroegen zij(1), scheidt van(1), doorslikken(1), uitziften(1), was(1), u draagt(1), valselijk beschuldigen(1), haten(1), {luidde}(1)

zwak zijn*..
G770zwak zijn*
zonder kracht zijn*, verzwakt zijn, ziek zijn*

V-PAP-APM
m mv ww act..
woordvormmannelijk
meervoud
werkwoord
actief

(WIJ/JULLIE/ZIJ) zijn verzwakt..
gebruikte vertalingenverzwakt zijn(1), die verzwakt zijn(1)
genees  
 
θεραπευετε
therapeuete
G2323..
gebruikte vertalingenHij genas(9), genas(3), om te genezen(3), zou genezen(1), genazen(1), was genezen(1), genezen(1), zal genezen(1), genees(1), genas Hij(1)
 G5720..
gebruikte vertalingenga(28), pas op(8), blijf waken(8), laat hij horen(6), heb goede moed(5), volg(5), breng(4), let op(4), goedendag(4), eer(4), zie toe(3), blijf doen(3), geloof(3), kom tot inkeer(3), verhinder(3), blijven volgen(2), hoor(2), moet {gebracht worden}(2), begrijp(2), help(2), laat scheiden(2), maak(2), heb(2), laat zij vluchten(2), laat hij begrijpen(2), vlucht(2), luister(2), kijk uit(2), blijf zoeken(2), verzamel schatten(2), loop(2), hoor!(1), weten jullie(1), zwijg(1), wees bezorgd(1), zijn jullie bezorgd(1), blijf wakker(1), laat hij naar beneden gaan(1), ga weg(1), heb geloof(1), blijf(1), vergeef(1), wees van tevoren bezorgt(1), overdenk(1), vrede(1), blijf zegenen(1), oordeel(1), Luister(1), spreek(1), zie erop toe(1), verkondig(1), laat het weten(1), geloven jullie(1), weest verheugd(1), brengen(1), wek op(1), maak rein(1), werp uit(1), vertrek(1), geef(1), blijf vragen(1), houd jullie aan(1), doe(1), laat hij er plaats voor maken(1), blijf kloppen(1), blijf liefhebben(1), ga weg jullie(1), Zie toe(1), genees(1)

genezen..
G2323genezen
(letterlijk) bedienen*

V-PAM-2P
mv ww act..
woordvormmeervoud
werkwoord
actief

(JULLIE) genees..
gebruikte vertalingen
doden  
O??_TR_WH_NA27_A
νεκρους
nekrous
G3498..
gebruikte vertalingendoden(17), van doden(3), een dode(1)

dode..
G3498dode

A-APM
m mv bn acc..
woordvormmannelijk
meervoud
bijvoegelijk-naamwoord
acusatief

doden..
gebruikte vertalingen
wek op  
O??_TR_WH_NA27_A
εγερετε
egerete
G1453..
gebruikte vertalingensta op(12), Hij is opgewekt(4), hij stond op(3), liet opstaan(2), opgewekt ben(2), zal opstaan(2), is opgewekt(2), er zullen opstaan(2), stonden op(1), werd{en} opgewekt(1), word Ik opgewekt(1), hij is opgewekt(1), zij worden opgewekt(1), hij staat op(1), stond hij op(1), zullen opstaan(1), was opgestaan(1), zou worden opgewekt(1), stond Hij op(1), stond op(1), maakten wakker(1), zij stond op(1), kan verwekken(1), ontwaakte(1), wek op(1), zal worden opgewekt(1), {eruit} tillen(1), er is verwekt(1), worden opgewekt(1), zal Hij worden opgewekt(1)
 G5720..
gebruikte vertalingenga(28), pas op(8), blijf waken(8), laat hij horen(6), heb goede moed(5), volg(5), breng(4), let op(4), goedendag(4), eer(4), zie toe(3), blijf doen(3), geloof(3), kom tot inkeer(3), verhinder(3), blijven volgen(2), hoor(2), moet {gebracht worden}(2), begrijp(2), help(2), laat scheiden(2), maak(2), heb(2), laat zij vluchten(2), laat hij begrijpen(2), vlucht(2), luister(2), kijk uit(2), blijf zoeken(2), verzamel schatten(2), loop(2), hoor!(1), weten jullie(1), zwijg(1), wees bezorgd(1), zijn jullie bezorgd(1), blijf wakker(1), laat hij naar beneden gaan(1), ga weg(1), heb geloof(1), blijf(1), vergeef(1), wees van tevoren bezorgt(1), overdenk(1), vrede(1), blijf zegenen(1), oordeel(1), Luister(1), spreek(1), zie erop toe(1), verkondig(1), laat het weten(1), geloven jullie(1), weest verheugd(1), brengen(1), wek op(1), maak rein(1), werp uit(1), vertrek(1), geef(1), blijf vragen(1), houd jullie aan(1), doe(1), laat hij er plaats voor maken(1), blijf kloppen(1), blijf liefhebben(1), ga weg jullie(1), Zie toe(1), genees(1)

(op)wekken..
G1453(op)wekken
opstaan, verwekken, waker maken, optillen

V-PAM-2P
mv ww act..
woordvormmeervoud
werkwoord
actief

(JULLIE) wek op..
gebruikte vertalingen
melaatsen  
 
λεπρους
leprous
G3015..
gebruikte vertalingenmelaatse(2), melaatsen(2), een melaatse(2)

melaatse..
G3015melaatse

A-APM
m mv bn acc..
woordvormmannelijk
meervoud
bijvoegelijk-naamwoord
acusatief

melaatsen..
gebruikte vertalingen
maak rein  
 
καθαριζετε
katharizete
G2511..
gebruikte vertalingenrein maken(2), word rein(2), hij was rein(1), is rein(1), reinig(1), worden rein gemaakt(1), was hij gereinigd(1), maak rein(1), jullie reinigen(1)
 G5720..
gebruikte vertalingenga(28), pas op(8), blijf waken(8), laat hij horen(6), heb goede moed(5), volg(5), breng(4), let op(4), goedendag(4), eer(4), zie toe(3), blijf doen(3), geloof(3), kom tot inkeer(3), verhinder(3), blijven volgen(2), hoor(2), moet {gebracht worden}(2), begrijp(2), help(2), laat scheiden(2), maak(2), heb(2), laat zij vluchten(2), laat hij begrijpen(2), vlucht(2), luister(2), kijk uit(2), blijf zoeken(2), verzamel schatten(2), loop(2), hoor!(1), weten jullie(1), zwijg(1), wees bezorgd(1), zijn jullie bezorgd(1), blijf wakker(1), laat hij naar beneden gaan(1), ga weg(1), heb geloof(1), blijf(1), vergeef(1), wees van tevoren bezorgt(1), overdenk(1), vrede(1), blijf zegenen(1), oordeel(1), Luister(1), spreek(1), zie erop toe(1), verkondig(1), laat het weten(1), geloven jullie(1), weest verheugd(1), brengen(1), wek op(1), maak rein(1), werp uit(1), vertrek(1), geef(1), blijf vragen(1), houd jullie aan(1), doe(1), laat hij er plaats voor maken(1), blijf kloppen(1), blijf liefhebben(1), ga weg jullie(1), Zie toe(1), genees(1)

reinigen..
G2511reinigen
rein maken

V-PAM-2P
mv ww act..
woordvormmeervoud
werkwoord
actief

(JULLIE) maak rein..
gebruikte vertalingen
demonen  
 
δαιμονια
daimonia
G1140..
gebruikte vertalingendemonen(18), demon(5), een demon(1)

demon..
G1140demon

N-APN
o mv zn acc..
woordvormonzijdig
meervoud
zelfstandig-naamwoord
acusatief

demonen..
gebruikte vertalingendemonen(15)
werp uit  
 
εκβαλλετε
ekballete
G1544..
gebruikte vertalingenHij wierp uit(3), werp uit(3), uitwerpen(3), uitwerp(2), wierpen(2), brengt voort(2), uit te werpen(2), werpt Hij uit(2), werp weg(1), bracht(1), Hij uit te werpen(1), Hij had uitgeworpen(1), zullen zij uitwerpen(1), wierp uit(1), zond Hij weg(1), wordt geworpen(1), Hij stuurde weg(1), om uit te werpen(1), uitwierp(1), zij wierpen uit(1), werpen uit(1), U uitwept(1), Hij weggestuurd had(1), zullen worden geworpen(1), hebben wij uitgeworpen(1), haal uit(1), om te halen(1), was uitgeworpen(1), HIJ uitzendt(1), uitwerpt(1), mij halen(1), werpt uit(1), Hij neemt weg(1), zij konden uitwerpen(1), voortbrengt(1)
 G5720..
gebruikte vertalingenga(28), pas op(8), blijf waken(8), laat hij horen(6), heb goede moed(5), volg(5), breng(4), let op(4), goedendag(4), eer(4), zie toe(3), blijf doen(3), geloof(3), kom tot inkeer(3), verhinder(3), blijven volgen(2), hoor(2), moet {gebracht worden}(2), begrijp(2), help(2), laat scheiden(2), maak(2), heb(2), laat zij vluchten(2), laat hij begrijpen(2), vlucht(2), luister(2), kijk uit(2), blijf zoeken(2), verzamel schatten(2), loop(2), hoor!(1), weten jullie(1), zwijg(1), wees bezorgd(1), zijn jullie bezorgd(1), blijf wakker(1), laat hij naar beneden gaan(1), ga weg(1), heb geloof(1), blijf(1), vergeef(1), wees van tevoren bezorgt(1), overdenk(1), vrede(1), blijf zegenen(1), oordeel(1), Luister(1), spreek(1), zie erop toe(1), verkondig(1), laat het weten(1), geloven jullie(1), weest verheugd(1), brengen(1), wek op(1), maak rein(1), werp uit(1), vertrek(1), geef(1), blijf vragen(1), houd jullie aan(1), doe(1), laat hij er plaats voor maken(1), blijf kloppen(1), blijf liefhebben(1), ga weg jullie(1), Zie toe(1), genees(1)

uitwerpen..
G1544uitwerpen
werpen, brengen, wegsturen, uithalen, uitzenden, voortbrengen, uittrekken

V-PAM-2P
mv ww act..
woordvormmeervoud
werkwoord
actief

(JULLIE) werp uit..
gebruikte vertalingen
als vrij gave  
 
δωρεαν
dòrean
G1432..
gebruikte vertalingenals vrije gave(1), als vrij gave(1)

als geschenk*..
G1432als geschenk*
als vrije gave

ADV
bw..
woordvormbijwoord

als geschenk..
gebruikte vertalingen
jullie hebben ontvangen  
 
ελαβετε
elabete
G2983..
gebruikte vertalingennam(8), Hij nam(7), had ontvangen(6), zij namen(4), zij grepen(3), neem(3), zullen jullie ontvangen(3), te nemen(3), namen(3), zal ontvangen(3), zij ontvingen(2), om in ontvangst te nemen(2), ontvangt(2), grepen(2), hielden(2), jullie hebben opgehaald(2), hij nam(2), grijpen(1), zij hadden gehouden(1), nemen zij aan(1), moet nemen(1), zij zullen ontvangen(1), jullie ontvangen(1), mee te nemen(1), zij hadden ontvangen(1), nam Hij(1), hadden gehouden(1), ontvingen(1), wij hebben meegenomen(1), aanneemt(1), op neemt(1), jullie hebben ontvangen(1), jullie hebben meegenomen(1), eisten(1), zij hielden(1), om tenemen(1), zij zouden ontvangen(1), ontvangen(1), meenamen(1)
 G5627..
gebruikte vertalingenzei(133), Hij zei(21), kwam(16), zij zeiden(13), zeiden(12), hebben jullie gelezen(9), viel(8), heeft gezegd(7), zag Hij(7), is gekomen(6), zei Hij(6), ging(6), Ik ben gekomen(5), gingen(5), kwamen(5), zijn jullie uitgegaan(5), zeiden zij(5), zij namen(4), zij aten(4), hij zei(4), Hij ging(4), zij zagen(4), nam(3), Hij vertrok(3), zij kwamen(3), jullie hebben ontvangen(3), is dood(3), Hij wierp uit(3), vluchten(3), hij binnenkwam(3), Hij kwam(3), ging uit(3), Hij zag(3), voerden weg(3), hij zag(3), vroegen(3), gingen zij(3), ging voort(3), viel neer(3), kwam er naar(3), kwam{en}(3), Hij had gezegd(2), jullie hebben opgehaald(2), zij zei(2), zagen zij(2), ging hij weg(2), gekomen is(2), zij brachten(2), kwam binnen(2), zij brachten bijeen(2), hebt U verlaten(2), zij wierpen(2), zij voerden weg(2), kwam er(2), Hij heeft gezegd(2), ging Hij(2), vond Hij(2), ik heb gezegd(2), vluchten weg(2), viel Hij neer(2), vertrok(2), gingen zij weg(2), wierpen(2), zij vonden(2), stierf(2), hebt gezegd(2), hebben wij gezien(2), jullie hebben gekleed(2), hij ging(2), zag hij(2), hielden(2), er ontstonden(2), kwamen op(2), bent U gekomen(2), zij gingen(2), ging Hij op(2), at{en} op(2), ging weg(2), at(2), wij hebben gezien(2), zij hadden gezien(2), nam mee(2), zei hij(2), het stortte in(2), zij had voortgebracht(2), kwam Hij(2), zagen(1), kwamen zij(1), zij stonden versteld(1), herkenden(1), zij gingen zitten(1), Hij {klom} omhoog(1), zij aangenomen hebben(1), wij zijn gekomen(1), zij kwamen samen(1), kwamen eerder(1), ze liepen gezamelijk snel(1), wierp neer(1), zond Hij weg(1), kwam Hij binnen(1), het was(1), {verdween}(1), vertrok vandaar(1), liepen zij snel(1), onderging(1), Hij kwam binnen(1), Hij is uitzinnig(1), zij merkte(1), Hij was binnengekomen(1), vertelde(1), hij ging heen(1), er kwamen(1), opstaat(1), rende hij(1), stond zij op(1), hij heeft geworpen(1), {voorbereiding}(1), zij dronken(1), sloegen zij(1), heeft(1), heeft er {in} geworpen(1), zij wierp er {in}(1), zij hebben er {in} geworpen(1), hieuw af(1), vluchtte weg(1), te gaan(1), Hij dood was(1), overviel(1), Hij nam(1), gezegd had(1), grepen(1), hij vertrok naar(1), zegt U(1), hebben gehad(1), ging hij uit(1), hij gestorven was(1), hij stond op(1), te staan(1), er kwam(1), {stak}(1), bracht(1), Hij(1), hebben gezien(1), vertrokken(1), hij stierf(1), zij begrepen(1), zij spraken(1), hij ging weg(1), vonden(1), merkte(1), kwam Hij omhoog(1), zij kwam(1), om te vragen(1), vond(1), vroeg Hij(1), kwam naar(1), ontvingen(1), nam Hij(1), ik ben gekomen(1), trok uit(1), u binnengekomen(1), zij hielden(1), hij nam nee(1), ze kwamen om(1), begrepen zij(1), Hij sprak(1), zij ontvingen(1), hij vond(1), wierpen zij(1), Ik sprak(1), vielen zij neer(1), jullie hebben meegenomen(1), wij hebben meegenomen(1), stapte Hij in(1), ging verder(1), zij hebben gezien(1), zij herkenden(1), er op ging uit(1), zij gingen erheen(1), ik weggegaan ben(1), werpen(1), Hij gesproken had(1), kwam hij tegen(1), gingen heen(1), Ik heb gevonden(1), zij vonden er(1), vonden zij er(1), er kwam naar(1), heeft gezien(1), zag(1), sloegen(1), {hieuw} af(1), merkte op(1), ik heb gezondigd(1), ombrengen(1), er kwam uit(1), troffen zij(1), is voorbijgegaan(1), stond(1), ik heb geleden(1), Ik gekomen ben(1), hebben wij uitgeworpen(1), meenamen(1), ik wist(1), stormde tegen(1), zij merkten(1), zij hebben gehad(1), binnenging(1), jullie zijn gekomen(1), wij zien hebben(1), hebben wij zien(1), zij stelden vast(1), zijn wij gekomen(1), hebben wij gekleed(1), Ik heb gekend(1), hebben wij ontvangen(1), kwamen binnen(1)

nemen..
G2983nemen
meenemen, opnemen, aannemen, ontvangen, ophalen, grijpen, eisen

V-2AAI-2P
mv ww act..
woordvormmeervoud
werkwoord
actief

(JULLIE) hebben meegenomen..
gebruikte vertalingen
als vrije gave  
 
δωρεαν
dòrean
G1432..
gebruikte vertalingenals vrije gave(1), als vrij gave(1)

als geschenk*..
G1432als geschenk*
als vrije gave

ADV
bw..
woordvormbijwoord

als geschenk..
gebruikte vertalingen
geef  
 
δοτε
dote
G1325..
gebruikte vertalingengeef(12), Hij gaf(7), zal geven(6), gaf(6), geven(5), om te geven(5), zal gegeven worden(4), te geven(4), zij gaven(3), hij gaf(3), er zal gegeven worden(3), jullie hebben gegeven(2), zij zullen geven(2), moeten wij betalen(2), heeft gegeven(2), ik zal geven(2), om te {betalen}(2), bracht voort(2), het gegeven is(2), is het gegeven(2), zal ik gegeven(1), werd gegeven(1), te moeten geven(1), het bracht voort(1), u geeft(1), zal ik geven(1), hij had gegeven(1), gegegeven(1), gegeven wordt(1), is gegeven(1), gaven zij(1), het zal gegeven worden(1), gegeven had(1), zal worden gegeven(1), gegeven(1), gegeven zou worden(1), Ik zal gegeven(1), had gegeven(1), gegeven kunnen worden(1), moet geven(1)
 G5628..
gebruikte vertalingenzie!(75), zeg(11), geef(10), laat begaan(6), werp(5), breng(4), leer(4), laat(4), kom binnen(3), neem mee(3), werp uit(3), betaal terug(3), ga uit(3), spreek(3), kom af(2), zie(2), geven(2), rukt uit(2), eet(2), neem(2), vertel(2), laat komen(2), laat hij naar beneden gaan(1), neem weg(1), drink(1), laat afkomen(1), laat Hij afkomen(1), er binnengaan(1), voer weg(1), laat voorbijgaan(1), werp weg(1), breng bijeen(1), laat {hebben}(1), laat weten(1), moet geven(1), laat achter(1), laat het(1), ga(1), vergeef(1), kom(1), verplaats u(1), leg op(1), haal uit(1), bestudeer(1), betaal(1)

geven..
G1325geven
voortbrengen

V-2AAM-2P
mv ww act..
woordvormmeervoud
werkwoord
actief

(JULLIE) geven..
gebruikte vertalingengeef(3), geven(2)


Afwijkingen
O??_TR_WH_NA27_Awaarschijnlijk oorspronkelijk, komt voor  

Basisteksten
BZByzantijnse/meerderheidstekst (2000)
NA27Tekst van Nestle-Aland (1993)
TRTextus Receptus (1896)
WHTekst van Westcott-Hort (1881)