Regenboog Bijbel Vertaling


RBVI

Uitleg


hoofdstuk
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   

vers
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   29   30   

HSV
(TR)
Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast bent, en Ik zal u rust geven.
NBV
(NA27)
Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven.
NBG51
(N(A))
Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven;
NW
(WH)
Komt tot mij, allen die zwoegt en zwaar beladen zijt, en ik zal U verkwikken.
RBV
(BZ+)
Kom naar Mij, allen die zwoegen en belast zijn, en Ik zal jullie rust geven.
RBVI
(BZ+)
kom    naar    Mij    allen    die    zwoegen    en    belast zijn    en Ik    zal rust geven    jullie  


kom  
 
δευτε
deute
G1205..
gebruikte vertalingenkom(9)
 G5773..
gebruikte vertalingenkom(11)

kom..
G1205kom
kom hier*

V-XXM-2P
mv ww -..
woordvormmeervoud
werkwoord


(JULLIE) kom..
gebruikte vertalingenkom(9)
naar  
 
προς
pros
G4314..
gebruikte vertalingennaar(41), bij(38), om(7), tot(7), met(6), voor(4), -(3), aan(3), onder(1), naar toe(1), {over}(1)

naar..
G4314naar
bij, tot, om, voor, aan, met

PREP
vz..
woordvormvoorzetsel

naar..
gebruikte vertalingennaar(41), bij(38), om(7), tot(7), met(6), voor(4), -(3), aan(3), onder(1), naar toe(1), {over}(1)
Mij  
 
με
me
G3165..
gebruikte vertalingenMij(40), mij(11), Ik(7), MIJ(4), ik(2), van Mij(1)

mij..
G3165mij
ik

P-1AS
ev pn acc..
woordvormenkelvoud
persoonlijk-voornaamwoord
acusatief

mij..
gebruikte vertalingenMij(40), mij(11), Ik(7), MIJ(4), ik(2), van Mij(1)
allen  
 
παντες
pantes
G3956..
gebruikte vertalingenal(46), allen(38), alles(36), heel(18), elke(13), ieder(12), alle(9), van allen(6), allemaal(4), elk(3), iedere(3), enkel(2), van alle(2), voor al(2), allerlei(2), dan allen(1), tot allen(1), bij ieder(1), onder allen(1), op allen(1), al{tijd}(1), hele(1)

al..
G3956al
alle, alles, allemaal, allerlei, elk, ieder, heel, enkel

A-NPM
m mv bn nom..
woordvormmannelijk
meervoud
bijvoegelijk-naamwoord
nominatief

allen..
gebruikte vertalingenallen(26), al(7), alle(2)
die  
 
οι
oi
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-NPM
m mv lw nom..
woordvormmannelijk
meervoud
lidwoord
nominatief

de..
gebruikte vertalingende(256), die(59), -(47), dit(2), het(1), deze(1), {sommigen}(1)
zwoegen  
 
κοπιωντες
kopiòntes
G2872..
gebruikte vertalingenzwoegen(1), {ze zwoegen}(1)
 G5723..
gebruikte vertalingenzei(80), zeiden(45), heeft(11), had(9), zeggen(9), vroegen(7), er waren(6), sprak(6), hoort(5), om op de proef te stellen(5), slapend(5), hij zei(4), aten(4), zij zeiden(4), te hebben(4), zaaier(4), toeziet(3), doet(3), voortbrengt(3), geloven(3), horen(3), Hij liep(3), verkondigde(3), zegt(3), te zeggen(3), uitwerpen(3), bezittingen(3), zeg(3), zagen(2), zij hadden(2), overgebleven(2), toeroepen(2), zou(2), liefheeft(2), begrijpt(2), levende(2), zij onderwijzen(2), kwaadspreekt(2), lopen(2), onrein {maakt}(2), verkopers(2), opbouwt(2), Hij afbreekt(2), schudden(2), {te} werpen(2), spotten(2), toekeken(2), zij volgden(2), jullie hebben(2), eten(2), doopte(2), ging overleveren(2), hij overlevert(2), van levenden(2), onderwijs gaf(2), spreken(2), verkochten(2), heiligt(2), het leest(2), dorst(2), de borst geven(2), zijn(2), afdaalden(2), bouwers(2), vragen(2), zij sterk zijn(2), zoekt(2), zij er zijn(2), leidt(2), zij zochten(2), volgden(2), wil(2), onderwijs gegeven(2), vraagt(2), Hij gaf onderwijs(2), hij verkondigde(2), genas(2), komende(2), riepen(2), roept(2), neerdalen(2), hebben(2), schreeuwen(1), sneed(1), zij horen(1), zij houden vast aan(1), zij hoedden(1), lag te slapen(1), ontkennen jullie autoriteit(1), gezond van verstand(1), geween(1), gejammer(1), gaan(1), hoorden(1), zij kijken(1), beefde(1), gingen(1), stapte(1), samendringen op(1), verzwakt zijn(1), vasten(1), doop(1), {bewakers}(1), onderwijs(1), hij at(1), Hij omhoog kwam(1), licht begon te worden(1), Hij leefde(1), herstellen(1), beproever(1), zij bewaakten(1), om te bedienden(1), waren aan het herstellen(1), met koorts(1), is rein(1), te plukken(1), om te roepen(1), kwam op(1), Hij verder ging(1), brengen(1), Hij verkondigde(1), wierp uit(1), hij smeekte(1), viel op de knielen(1), het groeide(1), overschaduwde(1), overvloed(1), {hebben} geworpen(1), jullie te overleveren(1), uit gevallen(1), zeer verontwaardigd(1), verslinden(1), willen(1), hij had(1), hij stierf(1), discussiëren(1), Hij onderwijs gaf(1), draagt(1), eet(1), bevestigde(1), meewerkte(1), vergezelden(1), zwijgen(1), wachtte op(1), wandelden(1), weenden(1), onderwijs aan het geven(1), zij {vielen}(1), {voorbijganger}(1), treurden(1), zij doden(1), zij afranselden(1), schuim(1), zij renden naar(1), gelooft(1), uitwierp(1), te hebbem(1), ondervroegen(1), bespraken zij(1), weende {om}(1), zij lopen rond(1), stralend(1), in gesprek(1), brachten(1), legde(1), maken jullie los(1), zij voor uit gingen(1), zij kochten(1), rondliep(1), {te bedelen}(1), nemen(1), zij hebben(1), gingen op(1), ging voor uit(1), wilde(1), verzochten zij(1), HIj zei(1), smeekte(1), ik heb(1), vallen(1), vinden(1), spraken(1), gezegd(1), hij zag(1), hij wilde(1), koorst hebben(1), er gegeten(1), liep(1), liepen(1), gegeten(1), omhoog komt(1), vraag(1), bezorgd te zijn(1), hij {kon}(1), vroeg(1), eisten(1), somber(1), klopt(1), zij waren in gesprek waren(1), op de knielen viel(1), doen(1), verzamelen(1), hij drinkt(1), hij eet(1), Hij eet(1), Hij drinkt(1), zwoegen(1), aan een bloedvloeiing leed(1), ging verder(1), spreekt(1), {hen} doden(1), opdrachten te geven(1), zij dragen(1), bijeen brengt(1), zoek(1), zaait(1), zij aan het hoeden waren(1), aanneemt(1), {zaaide}(1), kijken(1), verder ging(1), het leegstaan(1), zij verlangden(1), zij verlangen(1), zien(1), u vast(1), vast(1), verkopen(1), een lange tijd uitbleef(1), naar het buitenland gaat(1), u oogst(1), u brengt bijeen(1), {hen} dronken zijn(1), handelend(1), dronken(1), zij trouwden(1), werden uitgehuwelijkt(1), malen(1), honger(1), welwillend(1), te onderwijzen(1), zeiden zij(1), zij zei(1), {had} over{ge}leverd(1), die verzwakt zijn(1), zij treuren(1), honger hebben(1), dorsten(1), overleveren(1), zij hongeren(1), zij aten(1), kijkt(1), kochten(1), zij vasten(1), liefhebben(1), zuigelingen(1), Hij terugkeerde(1), zei{den}(1), voor uit gingen(1), oordelen(1), op ging(1), zij betoonde eer(1), Hij zei(1), vervolgen(1), zij vroegen(1), doodt(1), stenigt(1), vroegen zij(1), scheidt van(1), doorslikken(1), uitziften(1), was(1), u draagt(1), valselijk beschuldigen(1), haten(1), {luidde}(1)

zwoegen..
G2872zwoegen
moe worden

V-PAP-NPM
m mv ww act..
woordvormmannelijk
meervoud
werkwoord
actief

(WIJ/JULLIE/ZIJ) ..
gebruikte vertalingen
en  
 
και
kai
G2532..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)

en..
G2532en
ook, nu, dan, -, zelfs, {maar}, {toen}, {toch}, {met}, {als}

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

en..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)
belast zijn  
 
πεφορτισμενοι
pephortismenoi
G5412..
gebruikte vertalingenbelast zijn(1)
 G5772..
gebruikte vertalingenvastgebonden(3), genodigden(3), gekleed(2), ontbonden(2), zegend is(2), gebonden(2), bijeen waren gekomen(2), verdorde(2), gereed gemaakt is(2), zwaar geworden(2), aan een paal werd gehangen(2), onder te binden(1), was afgestompt(1), hij was gekleed(1), stond geschreven(1), ontslapen waren(1), samen bijeen gekomen(1), gezaaid werd(1), lag(1), ingegraveerd(1), met mirre gemengde(1), samen aan een paal gehangen waren(1), uitgehouwen(1), ten huwelijk was beloofd(1), was opgestaan(1), vastzat(1), had aangetrokken(1), gezegend is(1), afgestompt(1), gezegend(1), verdord was(1), ingericht is(1), hij oneer aangedaan was(1), vermengd(1), gezonden zijn(1), geteld(1), bedekt(1), belast zijn(1), vertrapt werd(1), aangeveegd(1), verstrooid(1), gestroopt(1), zij die is gescheiden(1), is smal(1), {liggen}(1), {lag}(1), opgeruimd(1), was gezaaid(1), witgeklakte(1), zijn geslacht(1), zij die vervolgd zijn(1), jullie gezegend zijn(1), jullie vervloekt zijn(1), die is gescheiden(1), bijeengekomen(1), verborgen zijn(1), verborgen(1), verdraaide(1), verdwaald waren(1), een prijs was vastgesteld(1)

beladen zijn..
G5412beladen zijn
belast zijn

V-RPP-NPM
m mv ww pas..
woordvormmannelijk
meervoud
werkwoord
passief

(WIJ/JULLIE/ZIJ) ..
gebruikte vertalingen
en Ik  
 
καγω
kagò
G2504..
gebruikte vertalingenook Ik(2), ik ook(2), Ik ook(2), {als} ik(1), en Ik(1), ook(1)

en ik..
G2504en ik
ik ook, dan ik

P-1NS-C
pn nom..
woordvormpersoonlijk-voornaamwoord
nominatief

ik ook..
gebruikte vertalingenook Ik(2), ik ook(2), Ik ook(2), {als} ik(1), en Ik(1), ook(1)
zal rust geven  
 
αναπαυσω
anapausò
G373..
gebruikte vertalingenrusten jullie(2), rust uit(1), zal rust geven(1)
 G5692..
gebruikte vertalingenu zult liefhebben(6), zal geven(6), zal overleveren(6), zij zullen overleveren(5), zal vergeven(3), zal belonen(3), zal verliezen(3), zal doen(3), zal Hij zeggen(3), zal komen(3), zij zullen veroordelen(3), zij zullen misleiden(3), zal vinden(2), gereed zal maken(2), zal Ik vergelijken(2), zij zullen ter dood laten brengen(2), zal erkennen(2), zullen zij vasten(2), zal vernederen(2), zal zeggen(2), zij zullen geven(2), ik zal slaan(2), zal ik voorgaan(2), doden(2), ik zal geven(2), zal Ik zeggen(2), zullen jullie vinden(2), zal geven aan(2), zij zullen doden(2), zal ik terugbetalen(2), zal verlaten(2), u zult hebben(2), zij zullen werpen(2), zullen jullie zeggen(2), u zult overspel plegen(2), zal redden(2), u zult moorden(2), zal dopen(2), jullie zullen vinden(2), zij zullen samen bijeenbrengen(1), HIJ zal uitzenden(1), zij zullen haten(1), zullen doden(1), aangetroffen zal worden(1), Hij zal grondig ziften(1), hij zal met de grootste strengheid straffen(1), Hij zal scheiden(1), zal Hij plaatsen(1), zal Hij zitten(1), zal ik aanstellen(1), zal toewijzen(1), ik zal aanstellen(1), hij zal aanstellen(1), zullen zij overleveren(1), zal trouwen met(1), {verwekken}(1), zal verpulverd worden(1), zullen geven(1), zal hij doen(1), zal hij doden(1), zal verhogen(1), zullen jullie doden(1), zal bijeen brengen(1), zullen jullie(1), zal Hij verbranden(1), zullen jullie vervolgen(1), jullie zullen aan een paal hangen(1), zullen jullie geselen(1), wij voorbereidingen zullen treffen(1), zij zullen {geven}(1), zal jullie laten zien(1), zal afbreken(1), Ik zal bouwen(1), zal tegemoet komen(1), zullen samen brengen(1), zal vragen(1), zal Hij uitzenden(1), zal wegrollen(1), zullen vergezellen(1), zij zullen worden(1), zal hij doen terugkeren(1), zij leggen(1), zullen zij wegnemen(1), zullen zij uitwerpen(1), zullen zij spreken(1), Hij zou vinden(1), naar spuwen(1), zullen overreden(1), zullen hebben(1), wij zullen geloven(1), zal ik doen(1), zullen zij dragen(1), Hij zal bijstaan(1), Ik zal doen(1), zou genezen(1), bespotten(1), geselen(1), zullen jullie het kruiden(1), hij zeggen moest(1), zal worden(1), zal het baten(1), zal weiden(1), Ik zal vragen(1), IK zal leggen(1), zal hij bekendmaken(1), Hij zal twisten(1), {eruit} tillen(1), grijpen(1), zal rust geven(1), {heeft}(1), Hij zal luid roepen(1), zal horen(1), u zult terugbetalen(1), zij zal veroordelen(1), zullen moeten geven(1), zal hij plunderen(1), zal Hij uitdoven(1), zullen hoop hebben(1), zal slaan(1), zal dwingen te gaan(1), zullen komen(1), ik zal volgen(1), zal genezen(1), zult u inzicht hebben(1), zullen zeggen(1), zal Ik openlijk verklaren(1), zult u zeggen(1), zal zorgen hebben(1), hij zal haten(1), u zult haten(1), hij zal liefhebben(1), zal hij verachten(1), zullen zij geselen(1), jullie zullen spreken(1), ik zal terugkeren(1), zullen jullie horen(1), Ik zal maken(1), zult u heilige dienst verrichten(1), zullen beërven(1), {moet} ik vergeven(1), u zult vinden(1), {kan} zondigen(1), u zult stelen stelen(1), u zult vals getuigenis afleggen(1), zullen jullie doen(1), hij zal vragen(1), zal ik gegeven(1), zal ik geven(1), zult u eer betonen(1), zal beërven(1), zal onmogelijk zijn(1), u zult {geven}(1), zal uitzenden(1), zij zullen verzamelen(1), Ik zal openen(1), zal ik zeggen(1), zullen jullie kijken(1), wij zullen verzamelen(1), u zult eed breken(1), zullen stralen(1), zal Hij belonen(1), zal herstellen(1), Ik zal gegeven(1), zullen overweldigen(1), zij zullen afscheiden(1), zal ik bouwen(1), u zult op de proef stellen(1)

rusten..
G373rusten
(letterlijk) doen ophouden*, rust geven, uitrusten, ontspannen*

V-FAI-1S
ev ww act..
woordvormenkelvoud
werkwoord
actief

(ik) zal rusten..
gebruikte vertalingen
jullie  
 
υμας
umas
G5209..
gebruikte vertalingenjullie(52)

jullie..
G5209jullie

P-2AP
mv pn acc..
woordvormmeervoud
persoonlijk-voornaamwoord
acusatief

jullie..
gebruikte vertalingenjullie(52)


Afwijkingen
Er zijn geen afwijkingen in dit vers.

Basisteksten
BZByzantijnse/meerderheidstekst (2000)
NA27Tekst van Nestle-Aland (1993)
TRTextus Receptus (1896)
WHTekst van Westcott-Hort (1881)