Regenboog Bijbel Vertaling


RBVI

Uitleg


hoofdstuk
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   

vers
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   29   30   
31   32   33   34   35   36   

HSV
(TR)
en zij smeekten Hem alleen maar de zoom van Zijn bovenkleed te mogen aanraken. En allen die [Hem] aanraakten, werden gezond.
NBV
(NA27)
Die smeekten hem alleen maar de zoom van zijn kleed te mogen aanraken. En iedereen die dat deed werd genezen en was volkomen gezond.
NBG51
(N(A))
en zij smeekten Hem, dat zij alleen maar de kwast van zijn kleed mochten aanraken. En allen, die Hem aanraakten, werden behouden.
NW
(WH)
En zij verzochten hem voorts dringend of zij alleen maar de franje van zijn bovenkleed mochten aanraken; en allen die ze aanraakten, werden volkomen gezond.
RBV
(BZ+)
En [die] smeekten Hem dat zij enkel de franje van Zijn kleed mochten aanraakten, en allen die [Zijn kleed] aanraakten werden verlost.
RBVI
(BZ+)
en    smeekten    Hem    dat    enkel    zij mochten aanraken    de    franje    van het    kleed    van Hem    en    allen die    aanraakten    werden verlost  


en  
 
και
kai
G2532..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)

en..
G2532en
ook, nu, dan, -, zelfs, {maar}, {toen}, {toch}, {met}, {als}

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

en..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)
smeekten  
 
παρεκαλουν
parekaloun
G3870..
gebruikte vertalingensmeekte(3), hij smeekte(3), smeekten(3), zij smeekten(2), smeekten zij(2), zullen vertroost worden(1), te smeken(1), vertroost worden(1), roepen tot(1), u smeekte(1)
 G5707..
gebruikte vertalingenzeiden(14), Hij zei(9), zei(8), zij zeiden(5), zei Hij(5), wilde(4), zeiden zij(4), Hij sprak(3), vroeg Hij(3), Hij gaf(3), riepen(3), had(3), zochten(3), hij zei(3), vroegen(3), gaf onderwijs(3), hadden zij(2), hij smeekte(2), verwonderden(2), vroeg(2), zij wilden(2), sloegen(2), volgde(2), lasterden(2), zij zwegen(2), zij zochten(2), bedienden(2), spreidden uit(2), hield(2), Hij vroeg(2), gaf te drinken(2), berispten(2), verweten(2), zij brachten naar(2), hij had(2), had gezegd(2), hij betoonde eer(2), sprak Hij(2), kapten(2), zij zei(2), bracht voort(2), trok rond door(2), smeekten(2), zij riepen(2), smeekte(2), zij hadden gelegenheid(1), HIj onderwees(1), verwonderd(1), Hij wilde(1), zij begrepen niet(1), gaf Hij onderwijs(1), riep hij(1), zegende(1), waren gevolgd(1), hij luisterde(1), zij hoorden(1), zij legden(1), waren(1), zij hadden(1), zij verkondigden(1), hij sprak(1), zagen(1), hadden bediend(1), zei hij(1), zij vroegen(1), zij smeekten(1), hij volgde(1), zij vroeg(1), zij gaven(1), hij wist(1), een vals getuigenis aflegden(1), legden een vals getuigenis af(1), zij sloegen(1), zij vonden er(1), deed(1), liet hij vrij(1), beschuldigden(1), begon te wenen(1), {brachten}(1), bevroeg(1), Hij zweeg(1), volgde van nabij(1), spuwden(1), eer te betonen(1), had de moed(1), zij {vonden}(1), Hij begon te onderwijzen(1), Hij liet toe(1), luisterde(1), Hij zag(1), zij slachten(1), deed hij(1), hij zocht(1), zij had(1), wierpen(1), hoorden(1), legde Hij uit(1), te bespotten(1), hij wilde(1), zweeg(1), zocht hij(1), hield tegen(1), bewaakten(1), hij verkondingde(1), Hij gaf onderwijs(1), was(1), liet toe(1), brachten zij(1), zij bediende(1), vielen in slaap(1), {die} hielden(1), zij lachten uit(1), ging voor uit(1), lag te slapen(1), bediende(1), eer betonen(1), het had(1), zij hielden(1), wilde hij(1), zij klagen(1), te wurgen(1), schuldig was(1), verzochten(1), zij hielden nauwlettend in de gaten(1), hielden zij(1), ging lopen(1), Hij verwonderde(1), lachten zij uit(1), zij drongen samen op(1), Hij had gezegd(1), Hij trok rond(1), gaf(1), genazen(1), koesterde wrok(1), wreven in(1), zij wierpen uit(1), verkondigden(1), kon(1), zij wilde(1), viel neer(1), vielen zij neer(1), zag{en}(1), hadden(1), Hij deed(1), riep(1), gelastte Hij streng(1), hij had gemeenschap met(1), droeg(1), Hij onderwees(1), sprak(1), lette op(1)

toespreken..
G3870toespreken
bij zich roepen, vertroosten, verzoeken, smeken

V-IAI-3P
mv ww act..
woordvormmeervoud
werkwoord
actief

(ZIJ) smeekten..
gebruikte vertalingensmeekten(2), zij smeekten(1)
Hem  
 
αυτον
auton
G846..
gebruikte vertalingenHem(329), van hem(176), van Hem(167), hem(167), tot hen(147), hen(136), van hun(97), tot Hem(62), Hij(48), zij(42), haar(38), tot hem(38), hun(34), het(33), van haar(28), er(20), hij(19), Hem toe(17), voor hen(13), ze(13), aan hen(11), die(11), van hen(10), deze(9), van HEM(8), -(7), aan Hem(7), voor Hem(6), diens(6), bij Hem(6), daar(5), aan hem(5), aan haar(5), zelf(5), voor hem(5), zelfde(5), met Hem(4), {het}(4), tot haar(4), HEM(3), naar Hem(3), {hem}(3), van {hem}(3), Die(2), over Hem(2), met hem(2), tot deze(2), {eraan}(2), {dit}(1), {haar}(1), hetzelfde(1), dat(1), u(1), zijn(1), erop(1), HIJ(1), aan(1), {van} hen(1), aan hun(1), {met} hun(1), tegen hem(1), van deze(1), to haar(1), ervan(1), ZELF(1), door hen(1), hem toe(1), dan hij(1), voor HEM(1), Het(1), dan deze(1), met het(1), hen aan(1), er om(1), met hen(1), {ervoor}(1), er tegen(1), op hen(1), {naar} hen(1), bij hem(1), {Zich}(1)

hem..
G846hem
(van, tot, aan) hem, haar, het, zich, zelf, deze, die, dat, daar

P-ASM
m ev pn acc..
woordvormmannelijk
enkelvoud
persoonlijk-voornaamwoord
acusatief

hem..
gebruikte vertalingenHem(198), hem(81), Hij(9), het(7), hij(7), er(3), HEM(3), zelfde(2), voor Hem(2), aan Hem(2), -(1), {haar}(1), {Zich}(1), van hem(1)
dat  
 
ινα
ina
G2443..
gebruikte vertalingenom(45), zodat(31), dat(26), {dan}(1), -(1)

zodat..
G2443zodat
om, dat

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

(zo)dat..
gebruikte vertalingenom(45), zodat(31), dat(26), {dan}(1), -(1)
enkel  
 
μονον
monon
G3440..
gebruikte vertalingenenkel(6), alleen(4)

alleen..
G3440alleen
enkel

ADV
bw..
woordvormbijwoord

alleen..
gebruikte vertalingenenkel(6), alleen(3)
zij mochten aanraken  
 
αψωνται
apsòntai
G680..
gebruikte vertalingenraakte aan(6), aanraakten(2), heeft aangeraakt(2), te kunnen aanraken(2), raakte Hij aan(2), ik aanraak(2), Hij zou aanraken(1), aan te raken(1), zij mochten aanraken(1), Hij raakte aan(1)
 G5672..
gebruikte vertalingente kunnen aanraken(2), ik aanraak(2), moet ik vragen(1), hebben gewassen(1), aan te raken(1), Hij zou aanraken(1), aan te trekken(1), zij hebben ondergedompeld(1), te vragen(1), zij zou vragen(1), zij mochten aanraken(1), zij vragen(1), zou beginnen(1), jullie aantrekken(1)

aanraken..
G680aanraken

V-AMS-3P
mv ww med..
woordvormmeervoud
werkwoord
medium

(ZIJ) zouden aanraken..
gebruikte vertalingente kunnen aanraken(2), zij mochten aanraken(1)
de  
 
του
tou
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-GSN
o ev lw gen..
woordvormonzijdig
enkelvoud
lidwoord
genetief

(van) de..
gebruikte vertalingende(34), van de(28), van het(22), het(16), dan de(2), van(1), aan het(1)
franje  
 
κρασπεδου
kraspedou
G2899..
gebruikte vertalingenfranje(3), franjes(1)

franje..
G2899franje
aanhangsel*, zoom*

N-GSN
o ev zn gen..
woordvormonzijdig
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
genetief

(van) franje..
gebruikte vertalingenfranje(3)
van het  
 
του
tou
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-GSN
o ev lw gen..
woordvormonzijdig
enkelvoud
lidwoord
genetief

(van) de..
gebruikte vertalingende(34), van de(28), van het(22), het(16), dan de(2), van(1), aan het(1)
kleed  
 
ιματιου
imatiou
G2440..
gebruikte vertalingenkleren(14), kleed(7), mantel(3), mantels(3), een kleed(2)

kleed..
G2440kleed
kleren, mantel

N-GSN
o ev zn gen..
woordvormonzijdig
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
genetief

(van) kleed..
gebruikte vertalingenkleed(6)
van Hem  
 
αυτου
autou
G846..
gebruikte vertalingenHem(329), van hem(176), van Hem(167), hem(167), tot hen(147), hen(136), van hun(97), tot Hem(62), Hij(48), zij(42), haar(38), tot hem(38), hun(34), het(33), van haar(28), er(20), hij(19), Hem toe(17), voor hen(13), ze(13), aan hen(11), die(11), van hen(10), deze(9), van HEM(8), -(7), aan Hem(7), voor Hem(6), diens(6), bij Hem(6), daar(5), aan hem(5), aan haar(5), zelf(5), voor hem(5), zelfde(5), met Hem(4), {het}(4), tot haar(4), HEM(3), naar Hem(3), {hem}(3), van {hem}(3), Die(2), over Hem(2), met hem(2), tot deze(2), {eraan}(2), {dit}(1), {haar}(1), hetzelfde(1), dat(1), u(1), zijn(1), erop(1), HIJ(1), aan(1), {van} hen(1), aan hun(1), {met} hun(1), tegen hem(1), van deze(1), to haar(1), ervan(1), ZELF(1), door hen(1), hem toe(1), dan hij(1), voor HEM(1), Het(1), dan deze(1), met het(1), hen aan(1), er om(1), met hen(1), {ervoor}(1), er tegen(1), op hen(1), {naar} hen(1), bij hem(1), {Zich}(1)

hem..
G846hem
(van, tot, aan) hem, haar, het, zich, zelf, deze, die, dat, daar

P-GSM
m ev pn gen..
woordvormmannelijk
enkelvoud
persoonlijk-voornaamwoord
genetief

(van) hem..
gebruikte vertalingenvan hem(172), van Hem(166), hem(37), Hem(30), Hij(18), van HEM(8), diens(6), hij(3), er(2), over Hem(2), HIJ(1), naar Hem(1), hun(1), zelfde(1), zijn(1), voor hem(1), {dit}(1), dan hij(1)
en  
 
και
kai
G2532..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)

en..
G2532en
ook, nu, dan, -, zelfs, {maar}, {toen}, {toch}, {met}, {als}

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

en..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)
allen die  
 
οσοι
osoi
G3745..
gebruikte vertalingenwat(15), allen die(4), al wat(4), als(2), die(2), hoe(1), -(1), waar(1), zo(1), zolang(1)

(al) wat..
G3745(al) wat
(alle) die, zo (lang), hoe

K-NPM
m mv vnw-c nom..
woordvormmannelijk
meervoud
voornaamwoord-correlatief
nominatief

allen die..
gebruikte vertalingenallen die(3), waar(1)
aanraakten  
 
ηψαντο
èpsanto
G680..
gebruikte vertalingenraakte aan(6), aanraakten(2), heeft aangeraakt(2), te kunnen aanraken(2), raakte Hij aan(2), ik aanraak(2), Hij zou aanraken(1), aan te raken(1), zij mochten aanraken(1), Hij raakte aan(1)
 G5662..
gebruikte vertalingenbegon(15), antwoordde(7), raakte aan(6), Hij begon(5), begonnen(4), begon hij(3), zij begonnen(3), heeft geboden(3), zij heeft verricht(2), Hij bad(2), antwoordde Hij(2), heeft aangeraakt(2), begonnen zij(2), jullie hebben opgezocht(2), antwoordden(2), begon Hij(2), raakte Hij aan(2), Hij antwoordde(2), hij ontkende(1), zij antwoordden(1), begon zij(1), zij antwoordde(1), schonk hij(1), bidden(1), Hij had geantwoord(1), zij maakten verwijten(1), had geantwoord(1), geboden had(1), hij gebood(1), U vervloekt hebt(1), ontkende hij(1), antwoorden(1), danste(1), jullie hebben gedanst(1), streng gelastte(1), Hij raakte aan(1), aanraakten(1), gebood(1), ik geboden heb(1), beveiligden(1), Hij ontkende(1), hij handelde(1), zij vertelden(1)

aanraken..
G680aanraken

V-ADI-3P
mv ww med-d..
woordvormmeervoud
werkwoord
medium-deponent

(ZIJ) ..
gebruikte vertalingen
werden verlost  
 
διεσωθησαν
diesòthèsan
G1295..
gebruikte vertalingenwerden verlost(1)
 G5681..
gebruikte vertalingener gesproken is(5), kwamen bijeen(4), werden verzadigd(4), Hij is opgewekt(4), werden geopend(3), kan vergeleken worden(3), verdorde het(2), verschroeide het(2), verscheen Hij(2), werd gebracht naar(2), kwam bijeen(2), zou worden gered(2), hij geboren was(2), scheurde(2), veranderde Hij van gedaante(2), raakte hij in beroering(2), hij was hersteld(2), is opgewekt(2), is vervuld(2), was gezond(2), werd vervuld(2), zij waren zichtbaar(1), werd{en} opgewekt(1), wij herinneren(1), beefden(1), zij onderwezen waren(1), spleten(1), werd Hij opgenomen(1), Hij werd gerekend(1), bijeen waren gekomen(1), werd gesloten(1), stonden op(1), herinnerde(1), Hij veroordeeld was(1), wordt bekendgemaakt(1), wordt genoemd(1), beefde(1), is gegeven(1), losgemaakt(1), verscheen(1), was zeer verbaasd(1), droogde op(1), werd geopend(1), hij is opgewekt(1), legden aan(1), herinnerde zich(1), was hersteld(1), zij waren verbaasd(1), gezien was(1), Hij werd gedoopt(1), hij was rein(1), het werd {bekend}(1), stond hij op(1), zij waren zeer verbaasd(1), zij raakten in beroering(1), verdorde(1), is overgedragen(1), wordt gerechtvaardig(1), ontwaakte(1), Hij weggestuurd had(1), hij is verdeeld geworden(1), is vetgemest(1), werd bedroefd(1), vol was(1), gegist was(1), was verlost(1), zij stond op(1), werd hij woedend(1), hij bedrogen was(1), werd bevonden(1), is gehoord(1), gebracht(1), was hij gereinigd(1), is er gesproken(1), overgeleverd was(1), werd gebracht(1), gegeven(1), kon verdorren(1), werd verwekt(1), raakte in opschudding(1), stenigde(1), werd hij boos(1), kwamen zij bijeen(1), werd stil(1), werd gevuld(1), werden gebracht naar(1), geboren worden(1), er aanstoot aan namen(1), werden verlost(1), raakten zij in paniek(1), verschenen(1), was genezen(1), werden zij bedroefd(1), werd er gebracht(1), zij werden bedroefd(1), verkort zouden worden(1)

redden*..
G1295redden*
verlossen

V-API-3P
mv ww pas..
woordvormmeervoud
werkwoord
passief

(ZIJ) ..
gebruikte vertalingen


Afwijkingen
Er zijn geen afwijkingen in dit vers.

Basisteksten
BZByzantijnse/meerderheidstekst (2000)
NA27Tekst van Nestle-Aland (1993)
TRTextus Receptus (1896)
WHTekst van Westcott-Hort (1881)