Regenboog Bijbel Vertaling


RBVI

Uitleg


hoofdstuk
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   

vers
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   

HSV
(TR)
Jezus antwoordde en zei: O ongelovig en ontaard geslacht, hoelang zal Ik nog bij u zijn, hoelang zal Ik u nog verdragen? Breng hem hier bij Mij.
NBV
(NA27)
Jezus antwoordde: 'Wat zijn jullie toch een ongelovig en dwars volk, hoe lang moet ik nog bij jullie blijven? Hoe lang moet ik jullie nog verdragen? Breng hem bij me. '
NBG51
(N(A))
Jezus antwoordde en zeide: O, ongelovig en verkeerd geslacht, hoelang zal Ik nog bij u zijn? Hoelang zal Ik u nog verdragen? Breng hem Mij hier.
NW
(WH)
Jezus gaf ten antwoord: 'O ongelovig en verdraaid geslacht, hoe lang moet ik nog bij U blijven? Hoe lang moet ik U nog verdragen? Brengt hem hier bij mij.'
RBV
(BZ+)
En Jezus antwoordde [en] zei: 'O, ongelovige en verdraaide generatie. Hoe lang zal Ik nog bij jullie zijn? Hoe lang zal Ik jullie nog verdragen? Breng hem hier bij Mij.'
RBVI
(BZ+)
antwoordde    en    de    Jezus    zei    o    generatie    ongelovige    en    verdraaide    -    {hoelang nog}?    Ik zal zijn    bij    jullie    -    {hoelang nog}?    Ik zal verdragen    jullie    breng    bij Mij    hem    hier  


antwoordde  
 
αποκριθεις
apokritheis
G611..
gebruikte vertalingenantwoordde(48), Hij antwoordde(14), antwoordde Hij(8), hij antwoordde(5), zij antwoordden(4), antwoordt U(3), begon te spreken(3), antwoordden(2), antwoorden(2), antwoord(1), Hij had geantwoord(1), zij moesten antwoorden(1), jullie antwoorden(1), had geantwoord(1), begon te antwoorden(1), zullen zij antwoorden(1), zullen antwoorden(1), zal Hij antwoorden(1), HIj antwoordde(1), zij antwoordde(1)
 G5679..
gebruikte vertalingenantwoordde(41), Hij antwoordde(12), ga(7), antwoordde Hij(6), hij antwoordde(5), begon te spreken(3), had medelijden(3), zij antwoordden(3), ging(2), gingen zij heen(1), had hij spijt(1), door demonen bezetene was(1), bevreesd was(1), herinnerde(1), heb medelijden(1), ik werd bevreesd(1), ging heen(1), gingen(1), HIj antwoordde(1), overdacht(1), hij spijt(1), gingen heen(1), begon te antwoorden(1), gaat(1)

antwoorden..
G611antwoorden
beginnen te antwoorden, beginnen te spreken

V-AOP-NSM
m ev ww pas-d..
woordvormmannelijk
enkelvoud
werkwoord
passief-deponent

(hij) antwoordde..
gebruikte vertalingenantwoordde(41), Hij antwoordde(12), antwoordde Hij(6), hij antwoordde(5), begon te spreken(3), HIj antwoordde(1), begon te antwoorden(1)
en  
 
δε
de
G1161..
gebruikte vertalingenmaar(323), en(204), toen(84), nu(65), ook(9), terwijl(8), -(7), bovendien(5), dan(1)

maar..
G1161maar
en, toen, nu, terwijl, ook, bovendien, -

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

maar..
gebruikte vertalingenmaar(311), en(202), toen(84), nu(64), ook(9), terwijl(8), -(7), bovendien(5), dan(1)
de  
 
ο
o
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-NSM
m ev lw nom..
woordvormmannelijk
enkelvoud
lidwoord
nominatief

de..
gebruikte vertalingende(552), -(88), die(42), het(39), wie(36), DIE(9), Die(6), wat(4), dat(3), deze(1), {van} de(1), De(1), DE(1)
Jezus  
 
ιησους
ièsous
G2424..
gebruikte vertalingenJezus(260), van Jezus(5), Jezus!(3), over Jezus(1)

Jezus..
G2424Jezus

betekent: JEHOVAH is redding

N-NSM
m ev zn nom..
woordvormmannelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
nominatief

Jezus..
gebruikte vertalingenJezus(199)
zei  
 
ειπεν
eipen
G2036..
gebruikte vertalingenzei(132), Hij zei(21), zij zeiden(13), zeiden(12), zeg(11), heeft gezegd(6), zei Hij(6), zegt(6), zeiden zij(5), vertel(4), vroegen(3), hij zei(3), wij zeggen(3), spreek(3), te zeggen(3), hebt gezegd(2), Hij heeft gezegd(2), ik heb gezegd(2), om te zeggen(2), zij zeggen(2), Hij sprak(2), vraagt(2), zij zei(2), u vertelt(2), zei hij(2), te vertellen(2), vertelde(2), Hij had gezegd(2), zegt U(1), gezegd had(1), Hij gezegd had(1), zij spraken(1), zouden zeggen(1), hij zegt(1), zeggen wij(1), Hij(1), Hij gesproken had(1), Ik sprak(1), om te vragen(1), spreken(1), ik zeg(1), vroeg Hij(1), zeggen(1), zou zeggen(1), jullie zeggen(1), jullie vertellen(1), sprak(1)
 G5627..
gebruikte vertalingenzei(133), Hij zei(21), kwam(16), zij zeiden(13), zeiden(12), hebben jullie gelezen(9), viel(8), heeft gezegd(7), zag Hij(7), is gekomen(6), zei Hij(6), ging(6), Ik ben gekomen(5), gingen(5), kwamen(5), zijn jullie uitgegaan(5), zeiden zij(5), zij namen(4), zij aten(4), hij zei(4), Hij ging(4), zij zagen(4), nam(3), Hij vertrok(3), zij kwamen(3), jullie hebben ontvangen(3), is dood(3), Hij wierp uit(3), vluchten(3), hij binnenkwam(3), Hij kwam(3), ging uit(3), Hij zag(3), voerden weg(3), hij zag(3), vroegen(3), gingen zij(3), ging voort(3), viel neer(3), kwam er naar(3), kwam{en}(3), Hij had gezegd(2), jullie hebben opgehaald(2), zij zei(2), zagen zij(2), ging hij weg(2), gekomen is(2), zij brachten(2), kwam binnen(2), zij brachten bijeen(2), hebt U verlaten(2), zij wierpen(2), zij voerden weg(2), kwam er(2), Hij heeft gezegd(2), ging Hij(2), vond Hij(2), ik heb gezegd(2), vluchten weg(2), viel Hij neer(2), vertrok(2), gingen zij weg(2), wierpen(2), zij vonden(2), stierf(2), hebt gezegd(2), hebben wij gezien(2), jullie hebben gekleed(2), hij ging(2), zag hij(2), hielden(2), er ontstonden(2), kwamen op(2), bent U gekomen(2), zij gingen(2), ging Hij op(2), at{en} op(2), ging weg(2), at(2), wij hebben gezien(2), zij hadden gezien(2), nam mee(2), zei hij(2), het stortte in(2), zij had voortgebracht(2), kwam Hij(2), zagen(1), kwamen zij(1), zij stonden versteld(1), herkenden(1), zij gingen zitten(1), Hij {klom} omhoog(1), zij aangenomen hebben(1), wij zijn gekomen(1), zij kwamen samen(1), kwamen eerder(1), ze liepen gezamelijk snel(1), wierp neer(1), zond Hij weg(1), kwam Hij binnen(1), het was(1), {verdween}(1), vertrok vandaar(1), liepen zij snel(1), onderging(1), Hij kwam binnen(1), Hij is uitzinnig(1), zij merkte(1), Hij was binnengekomen(1), vertelde(1), hij ging heen(1), er kwamen(1), opstaat(1), rende hij(1), stond zij op(1), hij heeft geworpen(1), {voorbereiding}(1), zij dronken(1), sloegen zij(1), heeft(1), heeft er {in} geworpen(1), zij wierp er {in}(1), zij hebben er {in} geworpen(1), hieuw af(1), vluchtte weg(1), te gaan(1), Hij dood was(1), overviel(1), Hij nam(1), gezegd had(1), grepen(1), hij vertrok naar(1), zegt U(1), hebben gehad(1), ging hij uit(1), hij gestorven was(1), hij stond op(1), te staan(1), er kwam(1), {stak}(1), bracht(1), Hij(1), hebben gezien(1), vertrokken(1), hij stierf(1), zij begrepen(1), zij spraken(1), hij ging weg(1), vonden(1), merkte(1), kwam Hij omhoog(1), zij kwam(1), om te vragen(1), vond(1), vroeg Hij(1), kwam naar(1), ontvingen(1), nam Hij(1), ik ben gekomen(1), trok uit(1), u binnengekomen(1), zij hielden(1), hij nam nee(1), ze kwamen om(1), begrepen zij(1), Hij sprak(1), zij ontvingen(1), hij vond(1), wierpen zij(1), Ik sprak(1), vielen zij neer(1), jullie hebben meegenomen(1), wij hebben meegenomen(1), stapte Hij in(1), ging verder(1), zij hebben gezien(1), zij herkenden(1), er op ging uit(1), zij gingen erheen(1), ik weggegaan ben(1), werpen(1), Hij gesproken had(1), kwam hij tegen(1), gingen heen(1), Ik heb gevonden(1), zij vonden er(1), vonden zij er(1), er kwam naar(1), heeft gezien(1), zag(1), sloegen(1), {hieuw} af(1), merkte op(1), ik heb gezondigd(1), ombrengen(1), er kwam uit(1), troffen zij(1), is voorbijgegaan(1), stond(1), ik heb geleden(1), Ik gekomen ben(1), hebben wij uitgeworpen(1), meenamen(1), ik wist(1), stormde tegen(1), zij merkten(1), zij hebben gehad(1), binnenging(1), jullie zijn gekomen(1), wij zien hebben(1), hebben wij zien(1), zij stelden vast(1), zijn wij gekomen(1), hebben wij gekleed(1), Ik heb gekend(1), hebben wij ontvangen(1), kwamen binnen(1)

zeggen..
G2036zeggen
vertellen, spreken, vragen

V-2AAI-3S
ev ww act..
woordvormenkelvoud
werkwoord
actief

(hij/zij/het) zei..
gebruikte vertalingenzei(132), Hij zei(21), heeft gezegd(6), zei Hij(6), hij zei(3), Hij heeft gezegd(2), Hij had gezegd(2), zei hij(2), zij zei(2), vertelde(1), Hij(1), gezegd had(1), Hij sprak(1), Hij gesproken had(1), om te vragen(1), vroeg Hij(1)
o  
 
ω
ò
G5599..
gebruikte vertalingeno(3)

o..
G5599o

INJ
tw..
woordvormtussenwerpsel

o..
gebruikte vertalingeno(3)
generatie  
 
γενεα
genea
G1074..
gebruikte vertalingengeneratie(9), generaties(5), een generatie(3), aan generatie(1)

generatie..
G1074generatie
afstamming*, geslacht*

N-VSF
v ev zn..
woordvormvrouwelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord

generatie..
gebruikte vertalingengeneratie(2)
ongelovige  
 
απιστος
apistos
G571..
gebruikte vertalingenongelovige(2)

ongelovig..
G571ongelovig
onbetrouwbaar*

A-VSF
v ev bn..
woordvormvrouwelijk
enkelvoud
bijvoegelijk-naamwoord

ongelovige..
gebruikte vertalingenongelovige(2)
en  
 
και
kai
G2532..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)

en..
G2532en
ook, nu, dan, -, zelfs, {maar}, {toen}, {toch}, {met}, {als}

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

en..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)
verdraaide  
 
διεστραμμενη
diestrammenè
G1294..
gebruikte vertalingenverdraaide(1)
 G5772..
gebruikte vertalingenvastgebonden(3), genodigden(3), gekleed(2), ontbonden(2), zegend is(2), gebonden(2), bijeen waren gekomen(2), verdorde(2), gereed gemaakt is(2), zwaar geworden(2), aan een paal werd gehangen(2), onder te binden(1), was afgestompt(1), hij was gekleed(1), stond geschreven(1), ontslapen waren(1), samen bijeen gekomen(1), gezaaid werd(1), lag(1), ingegraveerd(1), met mirre gemengde(1), samen aan een paal gehangen waren(1), uitgehouwen(1), ten huwelijk was beloofd(1), was opgestaan(1), vastzat(1), had aangetrokken(1), gezegend is(1), afgestompt(1), gezegend(1), verdord was(1), ingericht is(1), hij oneer aangedaan was(1), vermengd(1), gezonden zijn(1), geteld(1), bedekt(1), belast zijn(1), vertrapt werd(1), aangeveegd(1), verstrooid(1), gestroopt(1), zij die is gescheiden(1), is smal(1), {liggen}(1), {lag}(1), opgeruimd(1), was gezaaid(1), witgeklakte(1), zijn geslacht(1), zij die vervolgd zijn(1), jullie gezegend zijn(1), jullie vervloekt zijn(1), die is gescheiden(1), bijeengekomen(1), verborgen zijn(1), verborgen(1), verdraaide(1), verdwaald waren(1), een prijs was vastgesteld(1)

verdraaien..
G1294verdraaien

V-RPP-NSF
v ev ww pas..
woordvormvrouwelijk
enkelvoud
werkwoord
passief

(zij) verdraaide..
gebruikte vertalingen
-  
 
εως
eòs
G2193..
gebruikte vertalingentot(31), totdat(14), voordat(5), -(5), {terwijl}(4), zelfs tot(3), tot op(1)

tot..
G2193tot
totdat, voordat, tot op, tot aan, zelfs tot, {terwijl}

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

tot(dat)..
gebruikte vertalingentot(31), totdat(14), voordat(5), -(5), {terwijl}(4), zelfs tot(3), tot op(1)
{hoelang nog}?  
 
ποτε
pote
G4219..
gebruikte vertalingenwanneer(8), {hoelang nog}?(4)

wanneer?..
G4219wanneer?
{hoelang nog}?

PRT-I
prt-ov..
woordvormpartikel-ondervragend

wanneer?..
gebruikte vertalingenwanneer(8), {hoelang nog}?(4)
Ik zal zijn  
BZ_TR_T-
εσομαι
esomai
G2071..
gebruikte vertalingenzal zijn(31), zal het zijn(6), zullen zijn(6), jullie zullen worden(3), er zullen zijn(3), zullen worden(2), zal zij zijn(2), zal gebeuren(2), Ik zal zijn(2), zal het gaan(2), het zal zijn(2), u zult(1), er zal {ontstaan}(1), zal {hebben}(1), zullen(1), zal hij zijn(1), zal(1), u zult zijn(1), er zal zijn(1), word(1)
 G5704..
gebruikte vertalingenzal zijn(31), zal het zijn(6), zullen zijn(6), jullie zullen worden(3), er zullen zijn(3), zullen worden(2), zal zij zijn(2), zal gebeuren(2), Ik zal zijn(2), zal het gaan(2), het zal zijn(2), u zult(1), er zal {ontstaan}(1), zal {hebben}(1), zullen(1), zal hij zijn(1), zal(1), u zult zijn(1), er zal zijn(1), word(1)

zal zijn..
G2071zal zijn

V-FXI-1S
ev ww -..
woordvormenkelvoud
werkwoord


(ik) zal zijn..
gebruikte vertalingenIk zal zijn(2)
bij  
 
μεθ
meth
G3326..
gebruikte vertalingenmet(90), na(16), bij(15), over(2), daarna(2), aan(1)

met..
G3326met
bij, na, daarna, over

PREP
vz..
woordvormvoorzetsel

met..
gebruikte vertalingenmet(8), bij(7), na(2)
jullie  
 
υμων
umòn
G5216..
gebruikte vertalingenvan jullie(73), jullie(23), {als} jullie(1), -(1)

(van) jullie..
G5216(van) jullie

P-2GP
mv pn gen..
woordvormmeervoud
persoonlijk-voornaamwoord
genetief

(van) jullie..
gebruikte vertalingenvan jullie(73), jullie(23), {als} jullie(1), -(1)
-  
 
εως
eòs
G2193..
gebruikte vertalingentot(31), totdat(14), voordat(5), -(5), {terwijl}(4), zelfs tot(3), tot op(1)

tot..
G2193tot
totdat, voordat, tot op, tot aan, zelfs tot, {terwijl}

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

tot(dat)..
gebruikte vertalingentot(31), totdat(14), voordat(5), -(5), {terwijl}(4), zelfs tot(3), tot op(1)
{hoelang nog}?  
 
ποτε
pote
G4219..
gebruikte vertalingenwanneer(8), {hoelang nog}?(4)

wanneer?..
G4219wanneer?
{hoelang nog}?

PRT-I
prt-ov..
woordvormpartikel-ondervragend

wanneer?..
gebruikte vertalingenwanneer(8), {hoelang nog}?(4)
Ik zal verdragen  
 
ανεξομαι
anexomai
G430..
gebruikte vertalingenIk zal verdragen(2)
 G5695..
gebruikte vertalingenzullen jullie zien(3), zullen jullie ontvangen(3), zullen zien(3), zult u ontkennen(3), zal ontvangen(3), Ik zal verdragen(2), zullen zitten(2), zij zal voortbrengen(2), zullen komen(2), ik zal ontkennen(2), zullen jullie drinken(2), zal kunnen(2), zij zal leven(2), zal binnenkomen(2), jullie zullen herkennen(2), zullen opstaan tegen(2), er zullen komen(2), {zullen} voorbijgaan(1), zult ontkennen(1), jullie zullen zien(1), zullen gaan(1), zullen omkomen(1), zij zullen ontvangen(1), hij zal komen(1), zullen binnenkomen(1), zullen jullie begrijpen(1), zullen voorbijgaan(1), zult zien(1), zij zouden ontvangen(1), zal vallen(1), zal ontkennen(1), zal hij ondersteunen(1), zullen aanschouwen(1), zal voortkomen(1), zal leven(1), IK gezond zal maken(1), Ik zal uiten(1), zal hij uitlenen(1), zullen treuren(1), het zal gebeuren(1), zal gebeuren(1), zullen uitgaan(1), hij zal verplaatsen(1), zij zullen aanschouwen(1)

verdragen..
G430verdragen

V-FDI-1S
ev ww med-d..
woordvormenkelvoud
werkwoord
medium-deponent

(ik) zal verdragen..
gebruikte vertalingenIk zal verdragen(2)
jullie  
 
υμων
umòn
G5216..
gebruikte vertalingenvan jullie(73), jullie(23), {als} jullie(1), -(1)

(van) jullie..
G5216(van) jullie

P-2GP
mv pn gen..
woordvormmeervoud
persoonlijk-voornaamwoord
genetief

(van) jullie..
gebruikte vertalingenvan jullie(73), jullie(23), {als} jullie(1), -(1)
breng  
 
φερετε
pherete
G5342..
gebruikte vertalingenzij brachten(4), breng(4), brachten zij(2), hij bracht(1), ik heb gebracht(1), om te brengen(1), brengen(1), zij bracht(1), werd gebracht(1), droeg(1)
 G5720..
gebruikte vertalingenga(28), pas op(8), blijf waken(8), laat hij horen(6), heb goede moed(5), volg(5), breng(4), let op(4), goedendag(4), eer(4), zie toe(3), blijf doen(3), geloof(3), kom tot inkeer(3), verhinder(3), blijven volgen(2), hoor(2), moet {gebracht worden}(2), begrijp(2), help(2), laat scheiden(2), maak(2), heb(2), laat zij vluchten(2), laat hij begrijpen(2), vlucht(2), luister(2), kijk uit(2), blijf zoeken(2), verzamel schatten(2), loop(2), hoor!(1), weten jullie(1), zwijg(1), wees bezorgd(1), zijn jullie bezorgd(1), blijf wakker(1), laat hij naar beneden gaan(1), ga weg(1), heb geloof(1), blijf(1), vergeef(1), wees van tevoren bezorgt(1), overdenk(1), vrede(1), blijf zegenen(1), oordeel(1), Luister(1), spreek(1), zie erop toe(1), verkondig(1), laat het weten(1), geloven jullie(1), weest verheugd(1), brengen(1), wek op(1), maak rein(1), werp uit(1), vertrek(1), geef(1), blijf vragen(1), houd jullie aan(1), doe(1), laat hij er plaats voor maken(1), blijf kloppen(1), blijf liefhebben(1), ga weg jullie(1), Zie toe(1), genees(1)

brengen..
G5342brengen
dragen

V-PAM-2P
mv ww act..
woordvormmeervoud
werkwoord
actief

(JULLIE) breng..
gebruikte vertalingenbreng(4)
bij Mij  
 
μοι
moi
G3427..
gebruikte vertalingenMij(17), mij(12), bij Mij(3), aan Mij(2), tot Mij(2), {van} mij(1), met mij(1), tot MIJ(1), aan mij(1)

mij..
G3427mij
tot mij, aan mij, met mij

P-1DS
ev pn dat..
woordvormenkelvoud
persoonlijk-voornaamwoord
datief

(tot) mij..
gebruikte vertalingenMij(17), mij(12), bij Mij(3), aan Mij(2), tot Mij(2), {van} mij(1), met mij(1), tot MIJ(1), aan mij(1)
hem  
 
αυτον
auton
G846..
gebruikte vertalingenHem(329), van hem(176), van Hem(167), hem(167), tot hen(147), hen(136), van hun(97), tot Hem(62), Hij(48), zij(42), haar(38), tot hem(38), hun(34), het(33), van haar(28), er(20), hij(19), Hem toe(17), voor hen(13), ze(13), aan hen(11), die(11), van hen(10), deze(9), van HEM(8), -(7), aan Hem(7), voor Hem(6), diens(6), bij Hem(6), daar(5), aan hem(5), aan haar(5), zelf(5), voor hem(5), zelfde(5), met Hem(4), {het}(4), tot haar(4), HEM(3), naar Hem(3), {hem}(3), van {hem}(3), Die(2), over Hem(2), met hem(2), tot deze(2), {eraan}(2), {dit}(1), {haar}(1), hetzelfde(1), dat(1), u(1), zijn(1), erop(1), HIJ(1), aan(1), {van} hen(1), aan hun(1), {met} hun(1), tegen hem(1), van deze(1), to haar(1), ervan(1), ZELF(1), door hen(1), hem toe(1), dan hij(1), voor HEM(1), Het(1), dan deze(1), met het(1), hen aan(1), er om(1), met hen(1), {ervoor}(1), er tegen(1), op hen(1), {naar} hen(1), bij hem(1), {Zich}(1)

hem..
G846hem
(van, tot, aan) hem, haar, het, zich, zelf, deze, die, dat, daar

P-ASM
m ev pn acc..
woordvormmannelijk
enkelvoud
persoonlijk-voornaamwoord
acusatief

hem..
gebruikte vertalingenHem(198), hem(81), Hij(9), het(7), hij(7), er(3), HEM(3), zelfde(2), voor Hem(2), aan Hem(2), -(1), {haar}(1), {Zich}(1), van hem(1)
hier  
 
ωδε
òde
G5602..
gebruikte vertalingenhier(28)

hier..
G5602hier

ADV
bw..
woordvormbijwoord

hier..
gebruikte vertalingenhier(28)


Afwijkingen
BZ_TR_T-andere plaats, niet merkbaar  

Basisteksten
BZByzantijnse/meerderheidstekst (2000)
NA27Tekst van Nestle-Aland (1993)
TRTextus Receptus (1896)
WHTekst van Westcott-Hort (1881)