Regenboog Bijbel Vertaling


RBVI

Uitleg


hoofdstuk
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   

vers
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   29   30   
31   32   33   34   35   

HSV
(TR)
Wie zich dan zal vernederen als dit kind, die is de belangrijkste in het Koninkrijk der hemelen.
NBV
(NA27)
Wie zichzelf vernedert en wordt als dit kind, die is de grootste in het koninkrijk van de hemel.
NBG51
(N(A))
Wie nu zichzelf gering zal achten als dit kind, die is de grootste in het Koninkrijk der hemelen.
NW
(WH)
Al wie zich daarom zal vernederen gelijk dit jonge kind, die is de grootste in het koninkrijk der hemelen;
RBV
(BZ+)
Wie zichzelf dan zal vernederen, als dit jonge Kind, die is de grotere in het Koninkrijkvan de hemelen.
RBVI
(BZ+)
wie    dan    zal vernederen    zichzelf    als    het    jonge Kind    dit    die    is    de    grotere    in    het    Koninkrijk    van de    hemelen  


wie  
 
οστις
ostis
G3748..
gebruikte vertalingendie(19), wie(5), ieder die(3), één die(3), iemand(2), dat(1), deze(1), Eén Die(1)

(één) die..
G3748(één) die
wie, ieder die, deze, dat, iemand

R-NSM
m ev vnw-rl nom..
woordvormmannelijk
enkelvoud
voornaamwoord-relatief
nominatief

(één) die..
gebruikte vertalingenwie(5), die(5), ieder die(3), één die(3), iemand(2), Eén Die(1)
dan  
 
ουν
oun
G3767..
gebruikte vertalingendan(35), daarom(19), dus(6), nu(5), om(2)

dan..
G3767dan
dus, nu, om, daarom

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

dan..
gebruikte vertalingendan(35), daarom(19), dus(6), nu(5), om(2)
zal vernederen  
O_BZ_WH_NA27_V+
ταπεινωσει
tapeinòsei
G5013..
gebruikte vertalingenzal vernederen(2), zal vernederd worden(1)
 G5692..
gebruikte vertalingenu zult liefhebben(6), zal geven(6), zal overleveren(6), zij zullen overleveren(5), zal vergeven(3), zal belonen(3), zal verliezen(3), zal doen(3), zal Hij zeggen(3), zal komen(3), zij zullen veroordelen(3), zij zullen misleiden(3), zal vinden(2), gereed zal maken(2), zal Ik vergelijken(2), zij zullen ter dood laten brengen(2), zal erkennen(2), zullen zij vasten(2), zal vernederen(2), zal zeggen(2), zij zullen geven(2), ik zal slaan(2), zal ik voorgaan(2), doden(2), ik zal geven(2), zal Ik zeggen(2), zullen jullie vinden(2), zal geven aan(2), zij zullen doden(2), zal ik terugbetalen(2), zal verlaten(2), u zult hebben(2), zij zullen werpen(2), zullen jullie zeggen(2), u zult overspel plegen(2), zal redden(2), u zult moorden(2), zal dopen(2), jullie zullen vinden(2), zij zullen samen bijeenbrengen(1), HIJ zal uitzenden(1), zij zullen haten(1), zullen doden(1), aangetroffen zal worden(1), Hij zal grondig ziften(1), hij zal met de grootste strengheid straffen(1), Hij zal scheiden(1), zal Hij plaatsen(1), zal Hij zitten(1), zal ik aanstellen(1), zal toewijzen(1), ik zal aanstellen(1), hij zal aanstellen(1), zullen zij overleveren(1), zal trouwen met(1), {verwekken}(1), zal verpulverd worden(1), zullen geven(1), zal hij doen(1), zal hij doden(1), zal verhogen(1), zullen jullie doden(1), zal bijeen brengen(1), zullen jullie(1), zal Hij verbranden(1), zullen jullie vervolgen(1), jullie zullen aan een paal hangen(1), zullen jullie geselen(1), wij voorbereidingen zullen treffen(1), zij zullen {geven}(1), zal jullie laten zien(1), zal afbreken(1), Ik zal bouwen(1), zal tegemoet komen(1), zullen samen brengen(1), zal vragen(1), zal Hij uitzenden(1), zal wegrollen(1), zullen vergezellen(1), zij zullen worden(1), zal hij doen terugkeren(1), zij leggen(1), zullen zij wegnemen(1), zullen zij uitwerpen(1), zullen zij spreken(1), Hij zou vinden(1), naar spuwen(1), zullen overreden(1), zullen hebben(1), wij zullen geloven(1), zal ik doen(1), zullen zij dragen(1), Hij zal bijstaan(1), Ik zal doen(1), zou genezen(1), bespotten(1), geselen(1), zullen jullie het kruiden(1), hij zeggen moest(1), zal worden(1), zal het baten(1), zal weiden(1), Ik zal vragen(1), IK zal leggen(1), zal hij bekendmaken(1), Hij zal twisten(1), {eruit} tillen(1), grijpen(1), zal rust geven(1), {heeft}(1), Hij zal luid roepen(1), zal horen(1), u zult terugbetalen(1), zij zal veroordelen(1), zullen moeten geven(1), zal hij plunderen(1), zal Hij uitdoven(1), zullen hoop hebben(1), zal slaan(1), zal dwingen te gaan(1), zullen komen(1), ik zal volgen(1), zal genezen(1), zult u inzicht hebben(1), zullen zeggen(1), zal Ik openlijk verklaren(1), zult u zeggen(1), zal zorgen hebben(1), hij zal haten(1), u zult haten(1), hij zal liefhebben(1), zal hij verachten(1), zullen zij geselen(1), jullie zullen spreken(1), ik zal terugkeren(1), zullen jullie horen(1), Ik zal maken(1), zult u heilige dienst verrichten(1), zullen beërven(1), {moet} ik vergeven(1), u zult vinden(1), {kan} zondigen(1), u zult stelen stelen(1), u zult vals getuigenis afleggen(1), zullen jullie doen(1), hij zal vragen(1), zal ik gegeven(1), zal ik geven(1), zult u eer betonen(1), zal beërven(1), zal onmogelijk zijn(1), u zult {geven}(1), zal uitzenden(1), zij zullen verzamelen(1), Ik zal openen(1), zal ik zeggen(1), zullen jullie kijken(1), wij zullen verzamelen(1), u zult eed breken(1), zullen stralen(1), zal Hij belonen(1), zal herstellen(1), Ik zal gegeven(1), zullen overweldigen(1), zij zullen afscheiden(1), zal ik bouwen(1), u zult op de proef stellen(1)

vernederen..
G5013vernederen

V-FAI-3S
ev ww act..
woordvormenkelvoud
werkwoord
actief

(hij/zij/het) ..
gebruikte vertalingen
zichzelf  
 
εαυτον
eauton
G1438..
gebruikte vertalingenzichzelf(17), elkaar(11), zich(8), Zichzelf(3), jullie zelf(2), jullie(2), {zich}zelf(2), eigen(2), hun(2), voor zichzelf(2), {onder} elkaar(1), {uzelf}(1), Zich(1), voor {u}zelf(1), dan hijzelf(1), hun eigen(1), tot elkaar(1), haar eigen(1)

zichzelf..
G1438zichzelf
zich, uzelf, eigen, elkaar

F-3ASM
m ev vnw-rf acc..
woordvormmannelijk
enkelvoud
voornaamwoord-reflexsief
acusatief

zichzelf..
gebruikte vertalingenzichzelf(9), Zichzelf(2)
als  
 
ως
òs
G5613..
gebruikte vertalingenals(31), zoals(20), voor(3), zo(3), ongeveer(2), hoe(2), {al}(1), hetzelfde als(1)

(zo)als..
G5613(zo)als
voor, hoe, ongeveer

ADV
bw..
woordvormbijwoord

(zo)als..
gebruikte vertalingenals(31), zoals(20), voor(3), zo(3), ongeveer(2), hoe(2), {al}(1), hetzelfde als(1)
het  
 
το
to
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-NSN
o ev lw nom..
woordvormonzijdig
enkelvoud
lidwoord
nominatief

de..
gebruikte vertalingenhet(63), de(56), wat(16), -(9), dat(4), die(3), dit(1), Wat(1)
jonge Kind  
 
παιδιον
paidion
G3813..
gebruikte vertalingenjonge Kind(10), jonge kinderen(10), jonge kind(5), een jong kind(2), jong kind(2)

jonge kind..
G3813jonge kind

N-NSN
o ev zn nom..
woordvormonzijdig
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
nominatief

jonge kind..
gebruikte vertalingenjonge Kind(2), jonge kind(2), een jong kind(1)
dit  
 
τουτο
touto
G5124..
gebruikte vertalingendit(21), daar(14), dat(7), deze(5), hier(1), het(1), die(1)

dit..
G5124dit
daar, dat, hier

D-NSN
o ev vnw-d nom..
woordvormonzijdig
enkelvoud
voornaamwoord-demonstratief
nominatief

dit..
gebruikte vertalingendit(17), deze(3), hier(1), het(1), dat(1)
die  
 
ουτος
outos
G3778..
gebruikte vertalingendeze(40), dit(23), die(17), Dit(8), Deze(6), dat(3), {éne}(1)

deze..
G3778deze
dit, die, dat

D-NSM
m ev vnw-d nom..
woordvormmannelijk
enkelvoud
voornaamwoord-demonstratief
nominatief

deze..
gebruikte vertalingendit(11), die(11), deze(8), Dit(8), Deze(6), dat(1)
is  
 
εστιν
estin
G2076..
gebruikte vertalingenis(111), het is(23), betekent(10), is het(9), Hij is(7), er is(7), {hebben}(3), ze is(3), was(2), Hij was(2), het betekent(2), {komt}(2), is er(2), -(2), HIJ is(2), {kan zijn}(1), er zijn(1), het was(1), is hij(1), zijn(1), hij is(1), is Hij(1), {kan} Hij {zijn}(1)
 G5748..
gebruikte vertalingenis(111), zijn(27), het is(23), bent(13), ben(10), betekent(10), is het(9), er is(7), Hij is(7), zij zijn(6), U bent(6), u bent(6), er zijn(5), zijn jullie(4), {hebben}(3), ze is(3), ik ben(3), zijn zij(2), was(2), Hij was(2), -(2), het betekent(2), is er(2), {komt}(2), Ik ben(2), HIJ is(2), {kan zijn}(1), jullie zijn(1), bent u hier(1), jullie {toebehoren}(1), het was(1), wij zijn(1), is hij(1), verklaarde zij(1), hij is(1), ik ben het(1), zij er zijn(1), ben het(1), het bent(1), is Hij(1), zijn er(1), ben Ik(1), bent u(1), {kan} Hij {zijn}(1)

is..
G2076is
betekent, {komt}, {heeft}

V-PXI-3S
ev ww -..
woordvormenkelvoud
werkwoord


(hij/zij/het) is..
gebruikte vertalingenis(111), het is(23), betekent(10), is het(9), Hij is(7), er is(7), {hebben}(3), ze is(3), was(2), Hij was(2), het betekent(2), {komt}(2), is er(2), -(2), HIJ is(2), {kan zijn}(1), er zijn(1), het was(1), is hij(1), zijn(1), hij is(1), is Hij(1), {kan} Hij {zijn}(1)
de  
 
ο
o
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-NSM
m ev lw nom..
woordvormmannelijk
enkelvoud
lidwoord
nominatief

de..
gebruikte vertalingende(552), -(88), die(42), het(39), wie(36), DIE(9), Die(6), wat(4), dat(3), deze(1), {van} de(1), De(1), DE(1)
grotere  
 
μειζων
meizòn
G3187..
gebruikte vertalingengroter(6), grotere(3)

groter..
G3187groter

A-NSM-C
bn nom..
woordvormbijvoegelijk-naamwoord
nominatief

groter..
gebruikte vertalingengroter(5), grotere(3)
in  
 
εν
en
G1722..
gebruikte vertalingenin(293), op(34), met(29), bij(28), onder(26), door(10), aan(8), tijdens(6), -(6), één(6), vanwege(3), terwijl(3), over(2), binnen(1), {toen}(1), voor(1), te(1), om(1)

in..
G1722in
op, bij, met, onder, door, één, aan, terwijl, vanwege, over, te, tijdens

PREP
vz..
woordvormvoorzetsel

in..
gebruikte vertalingenin(293), op(34), met(29), bij(28), onder(26), door(10), aan(8), tijdens(6), -(6), terwijl(3), vanwege(3), over(2), binnen(1), {toen}(1), om(1), voor(1), te(1)
het  
 
τη

G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-DSF
v ev lw dat..
woordvormvrouwelijk
enkelvoud
lidwoord
datief

(tot) de..
gebruikte vertalingende(73), het(54), -(13), op de(7), tot de(5), voor de(3), voor het(3), van het(2), aan de(2), met het(2), naar de(1), met de(1), {voor} het(1)
Koninkrijk  
 
βασιλεια
basileia
G932..
gebruikte vertalingenKoninkrijk(67), koninkrijk(9), een koninkrijk(1), koninkrijken(1)

koninkrijk..
G932koninkrijk

N-DSF
v ev zn dat..
woordvormvrouwelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
datief

(tot) koninkrijk..
gebruikte vertalingenKoninkrijk(12)
van de  
 
των
tòn
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-GPM
m mv lw gen..
woordvormmannelijk
meervoud
lidwoord
genetief

(van) de..
gebruikte vertalingenvan de(141), de(80), die(8), van die(7), -(3), voor de(3), onder de(2), van(1), dan de(1)
hemelen  
 
ουρανων
ouranòn
G3772..
gebruikte vertalingenhemelen(61), hemel(41), van hemel(1), van hemelen(1)

hemel..
G3772hemel

N-GPM
m mv zn gen..
woordvormmannelijk
meervoud
zelfstandig-naamwoord
genetief

(van) hemelen..
gebruikte vertalingenhemelen(36), van hemelen(1)


Afwijkingen
O_BZ_WH_NA27_V+vrijwel zeker oorspronkelijk, andere vorm, merkbaar  

Basisteksten
BZByzantijnse/meerderheidstekst (2000)
NA27Tekst van Nestle-Aland (1993)
TRTextus Receptus (1896)
WHTekst van Westcott-Hort (1881)