Regenboog Bijbel Vertaling


RBVI

Uitleg


hoofdstuk
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   

vers
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   29   30   
31   32   33   34   

HSV
(TR)
Of is het mij niet geoorloofd met het mijne te doen wat ik wil? Of bent u afgunstig omdat ik goed ben?
NBV
(NA27)
Of mag ik met mijn geld niet doen wat ik wil? Zet het kwaad bloed dat ik goed ben?'
NBG51
(N(A))
Staat het mij niet vrij met het mijne te doen, wat ik wil? Of is uw oog boos, omdat ik goed ben?
NW
(WH)
Is het mij niet geoorloofd om met mijn eigen dingen te doen wat ik wil? Of is uw oog boos omdat ik goed ben?'
RBV
(BZ+)
Of is het mij niet toegestaan om met wat van mij [is] te doen wat ik wil? Of is uw oog kwaad, omdat ik goed ben?
RBVI
(BZ+)
of    niet    is het toegestaan    mij    om te doen    wat    ik wil    met    wat    van mij    of    het    oog    van u    kwaad    is    omdat    ik    goed    ben  


of  
O?_BZ_TR_NA27_A
η
è
G2228..
gebruikte vertalingenof(88), dan(13), óf(4), -(2)

of..
G2228of
dan

PRT
prt..
woordvormpartikel

of..
gebruikte vertalingenof(88), dan(13), óf(4), -(2)
niet  
 
ουκ
ouk
G3756..
gebruikte vertalingenniet(256), geen(45), geens(13), zeker(12), nee(4), ?(1), -(1), {alleen}(1), niet{s}(1)

niet..
G3756niet
geen, geens[zins], zeker [niet], nee, niet{s}

PRT-N
prt-neg..
woordvormpartikel-negatief

niet..
gebruikte vertalingenniet(145), geen(21), -(1), ?(1), nee(1), {alleen}(1), niet{s}(1), geens(1)
is het toegestaan  
 
εξεστιν
exestin
G1832..
gebruikte vertalingenis het toegestaan(9), het is toegestaan(3), is toegestaan(2), toegestaan(1)
 G5904..
gebruikte vertalingen

is toegestaan..
G1832is toegestaan
mag*

V-PQI-3S
ev ww..
woordvormenkelvoud
werkwoord

(hij/zij/het) is toegestaan..
gebruikte vertalingenis het toegestaan(9), het is toegestaan(3), is toegestaan(2)
mij  
 
μοι
moi
G3427..
gebruikte vertalingenMij(17), mij(12), bij Mij(3), aan Mij(2), tot Mij(2), {van} mij(1), met mij(1), tot MIJ(1), aan mij(1)

mij..
G3427mij
tot mij, aan mij, met mij

P-1DS
ev pn dat..
woordvormenkelvoud
persoonlijk-voornaamwoord
datief

(tot) mij..
gebruikte vertalingenMij(17), mij(12), bij Mij(3), aan Mij(2), tot Mij(2), {van} mij(1), met mij(1), tot MIJ(1), aan mij(1)
om te doen  
BZ_TR_T-
ποιησαι
poièsai
G4160..
gebruikte vertalingendoen(10), doet(7), Ik doe(6), deed(5), voortbrengt(4), maak(4), doe(3), brengt voort(3), zij deden(3), zal doen(3), Hij deed(3), te doen(3), om te doen(3), doen jullie(3), blijf doen(3), moet ik doen(2), doen zij(2), hebben jullie gedaan(2), jullie doen(2), doet U(2), deden(2), heeft Hij gedaan(2), hield(2), maakt(2), deed hij(2), voortbrengen(2), te maken(2), jullie hebben gedaan(2), Hij maakte(2), heeft gedaan(2), zullen hebben(1), te {banen}(1), Hij gedaan had(1), hielden zij(1), gedaan heeft(1), Ik zal doen(1), deden zij(1), kunnen maken(1), hielden(1), gedaan(1), had begaan(1), ik doe(1), {geven}(1), jullie hebben gemaakt(1), U doet(1), Hij heeft gemaakt(1), zij gedaan(1), Hij doet(1), liet(1), heeft gemaakt(1), gedaan had(1), zullen jullie doen(1), voortbracht(1), hij doet(1), maken wij(1), {SCHEPPER}(1), maakte(1), hebben wij gedaan(1), u doet(1), breng voort(1), Ik zal maken(1), ze doet(1), maken(1), hij deed(1), hebben {gewerkt}(1), handelend(1), hij maakte(1), zij gedaan heeft(1), Ik houd(1), maken jullie(1), om te maken(1), u behandeld(1), hebben gemaakt(1), zal hij doen(1), zij doen(1), zal ik doen(1)
 G5658..
gebruikte vertalingenredden(4), kraait(4), om te halen(4), te scheiden(3), om te ontbinden(3), om te roepen(3), doen(3), plunderen(2), om te doen(2), te spreken(2), om te horen(2), om te bedienen(2), om te vragen(2), om te tonen(2), te waken(2), te grijpen(2), ter dood te laten brengen(2), zitten(2), onrein maken(2), om te berichten(2), ter dood laten brengen(2), om te scheiden van(2), om te vervullen(2), rein maken(2), te bevragen(1), om te kunnen verzadigen(1), zij heeft gezalfd(1), doe(1), aan paal gehangen te worden(1), om te schrijven(1), om te kijken naar(1), te zweren(1), opbouwen(1), spreken(1), afwijzen(1), gesproken had(1), {geven}(1), afbreken(1), roepen tot(1), kwaadspreken(1), om te vernietigen(1), binden(1), om te zaaien(1), in bewang houden(1), voorbereiding op begravenis(1), wit maken(1), om mee te gaan(1), om te grijpen(1), geloven(1), dichtbij komen(1), om te gaan zitten(1), om goed te doen(1), om slecht te doen(1), ter doden(1), te redden(1), weer kijken(1), zouden geloven(1), te pijnigen(1), begraven(1), te begraven(1), doden(1), vernietigen(1), te verbranden(1), onthullen(1), om tweedracht(1), het vragen(1), maken(1), om te doden(1), om terug te keren(1), om eer te betonen(1), kan verwekken(1), {te ontdoen}(1), zweert(1), om te verlangen(1), met verwondering(1), weg te sturen(1), in het openbaar ten schande maken(1), aan een paal te hangen(1), te geselen(1), beroeren(1), om te maken(1), om te misleiden(1), te doen(1), te bespotten(1), te trouwen(1), genezen(1), te tonen(1), wij kunnen verzadigen(1), om te redden(1), houden(1), om te scheiden(1), barmhartig zijn(1), om te kopen(1)

doen..
G4160doen
voortbrengen, maken, handelen, verrichten, houden, laten (doen)

V-AAN
ww act..
woordvormwerkwoord
actief

te doen..
gebruikte vertalingendoen(3), om te doen(2), {geven}(1), doe(1), om te maken(1), maken(1), te doen(1)
wat  
 
ο
o
G3739..
gebruikte vertalingenwie(54), wat(51), die(46), dat(21), welke(5), waar{mee}(4), waar(4), Wie(4), aan de(3), de(3), Die(3), -(3), {voor Hem}(2), {hen}(2), aan wie(2), waarvan(2), van wie(2), waarover(1), voor wie(1), waarin(1), hij(1), deze(1), {iemand}(1), van {Hem}(1), waar{op}(1), het(1), welk(1), {als}(1)

wie..
G3739wie
wat, welke, waar, die, dat, deze, de

R-ASN
o ev vnw-rl acc..
woordvormonzijdig
enkelvoud
voornaamwoord-relatief
acusatief

wat..
gebruikte vertalingenwat(25), dat(6), die(4), waar{mee}(4), waarin(1)
ik wil  
 
θελω
thelò
G2309..
gebruikte vertalingenwil(11), wilde(7), willen jullie(7), u wilt(4), wilt u(4), zij wilden(4), Ik wil(4), ik wil(3), jullie willen(3), wij willen(2), IK wil(2), U wilt(2), hij wilde(2), U het wilt(1), HIJ behagen in heeft(1), Ik wil het(1), Hij wilde(1), willen(1), wilt U(1), zij wilde(1), wilt(1), wilde hij(1), zij willen(1), heb IK willen(1), jullie hebben gewild(1)
 G5719..
gebruikte vertalingenIk zeg(62), zei(61), Hij zei(28), zij zeiden(15), heeft(13), zeggen(11), zeg Ik(10), hebben jullie(10), zei Hij(9), zeg(8), willen jullie(7), hij zei(6), zij hebben(5), jullie horen(5), begrijpen jullie(5), brengt voort(5), nam mee(5), maakt onrein(5), jullie hebben(4), zeiden zij(4), Ik wil(4), Ik doe(4), vasten(4), hij heeft(4), doen(4), blijft zoeken naar(4), wilt u(4), doet struikelen(4), zegt(4), weten jullie(4), denken(4), jullie zien(3), zij zeggen(3), is(3), wil(3), ik wil(3), doen jullie(3), zij vroegen(3), hebben(3), spreekt(3), overtreden(3), zij brachten(3), overlijdt(3), staat op het punt(3), het is beter(3), horen(3), zweert(3), zend uit(3), eten(3), zeiden(3), zij hebben ontvangen(3), bracht(3), wij hebben(3), u wilt(3), is rood(2), kent(2), u denkt(2), zien(2), zij zonden(2), volgt(2), wij willen(2), voortbrengt(2), Hij heeft(2), noemt u(2), {komt}(2), zijn werkzaam(2), eert(2), U ziet(2), eten zij(2), zei hij(2), uitwerp(2), hoort U(2), denkt(2), over heersen(2), wij gaan op(2), jullie doen(2), zij zijn bij gebleven(2), doet U(2), stellen jullie op de proef(2), jullie zoeken(2), lelijk maakt(2), Hij roept(2), {vallen} jullie(2), Hij gaat voor uit(2), vindt(2), laten jullie toe(2), van meer belang zijn(2), hebben wij(2), slapen(2), doen zij(2), jullie meten(2), maakt(2), doet(2), getuigen tegen(2), gieten(2), zij tegen getuigen(2), stelen(2), vergeven(2), U kijkt(2), inbreken(2), trouwen zij(2), IK wil(2), drink(2), ik zeg(2), gehoorzaam zijn(2), noemt(2), is verschuldigd(2), werpt Hij uit(2), neemt weg(1), denken jullie(1), wilt U(1), ik oogst(1), verstikken(1), vrucht dragen(1), hebt u(1), hij hield(1), ik bijeen breng(1), scheidt(1), nemen zij aan(1), Hij vond(1), gaat hij heen(1), Ik houd(1), vond Hij(1), Hij ging op(1), Hij opdracht geeft(1), lieten neer(1), eet Hij(1), drinkt(1), zij gehoorzaam zijn(1), vertelden(1), brengt vrucht voort(1), zoeken(1), Ik wil het(1), roept(1), naait(1), u spreekt(1), ik stel onder ede(1), {krijgt}(1), verlangen(1), {doet} scheuren(1), giet(1), {trekt aan}(1), HIJ behagen in heeft(1), het baatte(1), zaait(1), stellen jullie terzijde(1), jullie ontvangen(1), hij zegt(1), zij maakten los(1), U onderwijst(1), wierp(1), gaat heen(1), hij zond(1), zenden(1), zond Hij uit(1), ontbreekt(1), hij volgt(1), Ik geef opdracht(1), u hebt(1), gezag over uitoefenen(1), zij naderden(1), zij riepen(1), Hij nam mee(1), vond(1), brengen naar buiten(1), zetten op(1), kleden(1), dwongen(1), hingen zij aan palen(1), Hij leefde(1), zagen zij(1), zij riepen bijeen(1), jullie noemen(1), het is {zover}(1), slaapt u(1), grepen(1), komt overeen(1), beschuldingen tegen inbrengen(1), jullie spreken(1), samenstroomde(1), ik geloof(1), slaapt(1), wenen jullie(1), Hij zag(1), volgden(1), vroegen(1), houdt(1), wandelen(1), {valt} u {lastig}(1), vraagt(1), namen mee(1), komt het op(1), zij wekten(1), stel onder ede(1), veel hij neer(1), zagen(1), houden vast(1), hij weet(1), herstelt(1), Ik zie(1), ik zie(1), ondervragen(1), hij doet schokken(1), knarsen(1), schuimen(1), hij zag(1), smeekten(1), zij smeekten(1), {maken} onrein(1), Hij doet(1), jullie plaatsen(1), jullie begrijpen(1), jullie herinneren(1), zend hij(1), voorbij ging(1), zien weer(1), verwachten wij(1), lopen(1), grijpen(1), is van meer belang(1), jullie willen(1), op neemt(1), vroeg(1), lastert(1), U uitwept(1), eet(1), zet op(1), zij slaapt(1), {trekt}(1), werpt uit(1), uitwerpt(1), zij horen(1), zij kijken(1), begrijpen(1), ze zien(1), ze horen(1), het hoort(1), Ik spreek(1), spreekt U(1), verstrooit(1), werpen uit(1), zegt hij(1), vindt hij(1), wonen(1), neemt mee(1), hij doet(1), hoort(1), ze schijnt(1), zetten zij(1), HIJ laat opgaan(1), HIJ laat regenen(1), zij menen(1), zij graag(1), aansteken(1), is het nuttig(1), doop(1), als koning regeerde(1), liet hij toe(1), plaatste(1), verliet(1), toonde(1), zij zetten lelijk(1), ze zaaien(1), jullie oordelen(1), jullie nodig hebben(1), ziet u(1), merkt u op(1), vergaren(1), ontvangt(1), bekleedt(1), {ze weven}(1), ze brengen bijeen(1), ze oogsten(1), voed(1), {ze groeien}(1), {ze zwoegen}(1), rukt weg(1), verstikken volledig(1), vergroten(1), zij verbreden(1), zij hebben graag(1), jullie verslinden(1), jullie trekken door(1), jullie versperren(1), zij willen(1), zij leggen(1), onderwijst(1), voorgaan(1), Hij vroeg(1), noemen(1), zij binden samen(1), zij doen(1), maken jullie(1), jullie tienden afstaan(1), zend(1), getuigen jullie(1), samen bijeenbrengt(1), weet(1), het duurt een lange tijd(1), jullie denken(1), jullie zeggen(1), jullie versieren(1), zijn vol(1), jullie reinigen(1), jullie zijn als(1), vol zijn(1), jullie bouwen(1), zij houden(1), zendt hij(1), zeggen jullie(1), zij blijft roepen(1), herinneren jullie(1), wilt(1), lijdt(1), U wilt(1), {terechtkomt}(1), houden zij(1), heen gaat(1), vrucht draagt(1), verkoopt(1), koopt(1), nadert(1), {is}(1), valt hij(1), draagt af(1), ik behandel onrechtvaardig(1), ontbreekt het mij aan(1), zij zei(1), op het punt sta(1), is van plan(1), gezag uitoefenen over(1), hij vroeg(1), maken plaats(1), hij zoeken(1), ontvangen(1), hij zich verheugt(1), u schuldig bent(1), is het beter(1), hij verwacht(1)

willen..
G2309willen
wensen*, behagen in hebben, begeren

V-PAI-1S
ev ww act..
woordvormenkelvoud
werkwoord
actief

(ik) wil..
gebruikte vertalingenIk wil(4), ik wil(3), IK wil(2), wil(1), Ik wil het(1)
met  
 
εν
en
G1722..
gebruikte vertalingenin(293), op(34), met(29), bij(28), onder(26), door(10), aan(8), tijdens(6), -(6), één(6), vanwege(3), terwijl(3), over(2), binnen(1), {toen}(1), voor(1), te(1), om(1)

in..
G1722in
op, bij, met, onder, door, één, aan, terwijl, vanwege, over, te, tijdens

PREP
vz..
woordvormvoorzetsel

in..
gebruikte vertalingenin(293), op(34), met(29), bij(28), onder(26), door(10), aan(8), tijdens(6), -(6), terwijl(3), vanwege(3), over(2), binnen(1), {toen}(1), om(1), voor(1), te(1)
wat  
 
τοις
tois
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-DPN
o mv lw dat..
woordvormonzijdig
meervoud
lidwoord
datief

(tot) de..
gebruikte vertalingende(23), met de(5), {tijdens} de(5), aan de(5), voor de(4), het(3), wat(2), tot die(2), op de(2), {op} de(1), die(1), aan wie(1)
van mij  
 
εμοις
emois
G1699..
gebruikte vertalingenMijn(2), Mij(1), mijne(1), aan Mij(1), van mij(1)

mijn..
G1699mijn

S-1DPN
o mv vnw-b dat..
woordvormonzijdig
meervoud
voornaamwoord-bezittend
datief

(tot) mij..
gebruikte vertalingen
of  
BZ_TR_C-
ει
ei
G1487..
gebruikte vertalingenals(47), behalve(15), of(8), dan(6), anders(5), -(4), {maar}(4), al(2), indien(2), {dat}(1), {geen}(1), {om}(1)

als..
G1487als
behalve, anders, dan, of, {maar}, -, indien

COND
vw-c..
woordvormvoegwoord-conditie

als..
gebruikte vertalingenals(47), behalve(15), of(8), dan(6), anders(5), -(4), {maar}(4), al(2), indien(2), {dat}(1), {geen}(1), {om}(1)
het  
 
ο
o
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-NSM
m ev lw nom..
woordvormmannelijk
enkelvoud
lidwoord
nominatief

de..
gebruikte vertalingende(552), -(88), die(42), het(39), wie(36), DIE(9), Die(6), wat(4), dat(3), deze(1), {van} de(1), De(1), DE(1)
oog  
 
οφθαλμος
ophthalmos
G3788..
gebruikte vertalingenogen(17), oog(13), een oog(3)

oog..
G3788oog

N-NSM
m ev zn nom..
woordvormmannelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
nominatief

oog..
gebruikte vertalingenoog(7), een oog(1)
van u  
 
σου
sou
G4675..
gebruikte vertalingenvan u(107), van U(32), u(11), U(9), uw(1)

(van) u..
G4675(van) u

P-2GS
ev pn gen..
woordvormenkelvoud
persoonlijk-voornaamwoord
genetief

(van) u..
gebruikte vertalingenvan u(107), van U(32), u(11), U(9), uw(1)
kwaad  
 
πονηρος
ponèros
G4190..
gebruikte vertalingenslechte(5), kwaad(5), verdorven(4), kwade(3), slechte!(2), slecht(2), slechten(2), schadelijke(2), {afgunstig}(1), verdorvenen(1)

kwaad..
G4190kwaad
slecht, verdorven, schadelijk

A-NSM
m ev bn nom..
woordvormmannelijk
enkelvoud
bijvoegelijk-naamwoord
nominatief

kwaad..
gebruikte vertalingenkwaad(2), {afgunstig}(1), slechte(1), verdorven(1)
is  
 
εστιν
estin
G2076..
gebruikte vertalingenis(111), het is(23), betekent(10), is het(9), Hij is(7), er is(7), {hebben}(3), ze is(3), was(2), Hij was(2), het betekent(2), {komt}(2), is er(2), -(2), HIJ is(2), {kan zijn}(1), er zijn(1), het was(1), is hij(1), zijn(1), hij is(1), is Hij(1), {kan} Hij {zijn}(1)
 G5748..
gebruikte vertalingenis(111), zijn(27), het is(23), bent(13), ben(10), betekent(10), is het(9), er is(7), Hij is(7), zij zijn(6), U bent(6), u bent(6), er zijn(5), zijn jullie(4), {hebben}(3), ze is(3), ik ben(3), zijn zij(2), was(2), Hij was(2), -(2), het betekent(2), is er(2), {komt}(2), Ik ben(2), HIJ is(2), {kan zijn}(1), jullie zijn(1), bent u hier(1), jullie {toebehoren}(1), het was(1), wij zijn(1), is hij(1), verklaarde zij(1), hij is(1), ik ben het(1), zij er zijn(1), ben het(1), het bent(1), is Hij(1), zijn er(1), ben Ik(1), bent u(1), {kan} Hij {zijn}(1)

is..
G2076is
betekent, {komt}, {heeft}

V-PXI-3S
ev ww -..
woordvormenkelvoud
werkwoord


(hij/zij/het) is..
gebruikte vertalingenis(111), het is(23), betekent(10), is het(9), Hij is(7), er is(7), {hebben}(3), ze is(3), was(2), Hij was(2), het betekent(2), {komt}(2), is er(2), -(2), HIJ is(2), {kan zijn}(1), er zijn(1), het was(1), is hij(1), zijn(1), hij is(1), is Hij(1), {kan} Hij {zijn}(1)
omdat  
 
οτι
oti
G3754..
gebruikte vertalingendat(114), -(62), want(43), omdat(24), waarom(2)

(om)dat..
G3754(om)dat
want, -, waarom

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

dat..
gebruikte vertalingendat(114), -(62), want(43), omdat(24), waarom(2)
ik  
 
εγω
egò
G1473..
gebruikte vertalingenIk(32), ik(14), IK(4)

ik..
G1473ik

P-1NS
ev pn nom..
woordvormenkelvoud
persoonlijk-voornaamwoord
nominatief

ik..
gebruikte vertalingenIk(32), ik(14), IK(4)
goed  
 
αγαθος
agathos
G18..
gebruikte vertalingengoede(9), goed(5), goede!(3), goeden(2), goeds(1)

goed..
G18goed

A-NSM
m ev bn nom..
woordvormmannelijk
enkelvoud
bijvoegelijk-naamwoord
nominatief

goed..
gebruikte vertalingengoed(3), goede(1)
ben  
 
ειμι
eimi
G1510..
gebruikte vertalingenben(10), ik ben(3), Ik ben(2), wij hadden {geleefd}(1), is(1), wij waren geweest(1), ben het(1), ik ben het(1), ben Ik(1)
 G5748..
gebruikte vertalingenis(111), zijn(27), het is(23), bent(13), ben(10), betekent(10), is het(9), er is(7), Hij is(7), zij zijn(6), U bent(6), u bent(6), er zijn(5), zijn jullie(4), {hebben}(3), ze is(3), ik ben(3), zijn zij(2), was(2), Hij was(2), -(2), het betekent(2), is er(2), {komt}(2), Ik ben(2), HIJ is(2), {kan zijn}(1), jullie zijn(1), bent u hier(1), jullie {toebehoren}(1), het was(1), wij zijn(1), is hij(1), verklaarde zij(1), hij is(1), ik ben het(1), zij er zijn(1), ben het(1), het bent(1), is Hij(1), zijn er(1), ben Ik(1), bent u(1), {kan} Hij {zijn}(1)

ben..
G1510ben

V-PXI-1S
ev ww -..
woordvormenkelvoud
werkwoord


(ik) ben..
gebruikte vertalingenben(10), ik ben(3), Ik ben(2), ben Ik(1), ben het(1), ik ben het(1)


Afwijkingen
O?_BZ_TR_NA27_Awaarschijnlijk oorspronkelijk, komt voor  
BZ_TR_T-andere plaats, niet merkbaar  
BZ_TR_C-ander woord, niet merkbaar  

Basisteksten
BZByzantijnse/meerderheidstekst (2000)
NA27Tekst van Nestle-Aland (1993)
TRTextus Receptus (1896)
WHTekst van Westcott-Hort (1881)