Regenboog Bijbel Vertaling


RBVI

Uitleg


hoofdstuk
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   

vers
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   29   30   
31   32   33   34   

HSV
(TR)
zoals [ook] de Zoon des mensen niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een losprijs voor velen.
NBV
(NA27)
zoals de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen. '
NBG51
(N(A))
gelijk de Zoon des mensen niet gekomen is om Zich te laten dienen, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen.
NW
(WH)
Evenals de Zoon des mensen niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en zijn ziel te geven als een losprijs in ruil voor velen.'
RBV
(BZ+)
Zoals de Zoon van de mens niet gekomen is om bediend te worden, maar om te bedienen, en Zijn leven te geven [als] een losprijs voor velen.'
RBVI
(BZ+)
zoals    de    Zoon    van de    mens    niet    gekomen is    om bediend te worden    maar    om te bedienen    en    om te geven    het    leven    van Hem    een losprijs    voor    velen  


zoals  
 
ωσπερ
òsper
G5618..
gebruikte vertalingenzoals(12), net als(2)

zoals..
G5618zoals
net als

ADV
bw..
woordvormbijwoord

zoals..
gebruikte vertalingen
de  
 
ο
o
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-NSM
m ev lw nom..
woordvormmannelijk
enkelvoud
lidwoord
nominatief

de..
gebruikte vertalingende(552), -(88), die(42), het(39), wie(36), DIE(9), Die(6), wat(4), dat(3), deze(1), {van} de(1), De(1), DE(1)
Zoon  
 
υιος
uios
G5207..
gebruikte vertalingenZoon(80), zonen(19), zoon(12), een Zoon(7), Zoon!(5), {vrienden}(2), een zoon(1), jong(1)

zoon..
G5207zoon
jong

N-NSM
m ev zn nom..
woordvormmannelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
nominatief

zoon..
gebruikte vertalingenZoon(57), een Zoon(5), zoon(2)
van de  
 
του
tou
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-GSM
m ev lw gen..
woordvormmannelijk
enkelvoud
lidwoord
genetief

(van) van de..
gebruikte vertalingenvan de(227), de(98), van het(22), het(13), DIE(8), -(8), van(4), dat(3), die(2), aan de(1), {uit} de(1), wie(1), van die(1), van wie(1)
mens  
 
ανθρωπου
anthròpou
G444..
gebruikte vertalingenmens(72), mensen(41), iemand(19), een mens(16), een man(7), van mensen(7), man(5), met een mens(3), Man(2), Mens(1)

mens..
G444mens
iemand, man

N-GSM
m ev zn gen..
woordvormmannelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
genetief

(van) mens..
gebruikte vertalingenmens(51), man(1), iemand(1)
niet  
 
ουκ
ouk
G3756..
gebruikte vertalingenniet(256), geen(45), geens(13), zeker(12), nee(4), ?(1), -(1), {alleen}(1), niet{s}(1)

niet..
G3756niet
geen, geens[zins], zeker [niet], nee, niet{s}

PRT-N
prt-neg..
woordvormpartikel-negatief

niet..
gebruikte vertalingenniet(145), geen(21), -(1), ?(1), nee(1), {alleen}(1), niet{s}(1), geens(1)
gekomen is  
 
ηλθεν
èlthen
G2064..
gebruikte vertalingenkwam(30), komt(22), zij kwamen(14), komen(13), kwamen(13), Hij kwam(10), kom(6), is gekomen(6), Ik ben gekomen(5), Hij komt(5), kwam Hij(5), zij kwam(4), gekomen is(4), kwam er(3), er kwam(3), te komen(3), kwam{en}(3), kwamen zij(3), hij komt(3), om te komen(2), komende(2), Hij ging(2), er zullen komen(2), zullen komen(2), gingen(2), laat komen(2), er ontstonden(2), was gekomen(2), bent U gekomen(2), gaan(1), {wordt gehaald}(1), komt Hij(1), gingen zij(1), bleven zij komen(1), het komt(1), was {geworden}(1), er kwamen(1), hij zal komen(1), zijn gekomen(1), gekomen(1), gekomen was(1), {komst}(1), zij gingen(1), Ik gekomen ben(1), wij zijn gekomen(1), komen zou(1), ik ben gekomen(1), gekomen waren(1), was gegaan(1), hij kwam(1), kan komen(1), zijn wij gekomen(1), jullie zijn gekomen(1), die komt(1), kunnen komen(1)
 G5627..
gebruikte vertalingenzei(133), Hij zei(21), kwam(16), zij zeiden(13), zeiden(12), hebben jullie gelezen(9), viel(8), heeft gezegd(7), zag Hij(7), is gekomen(6), zei Hij(6), ging(6), Ik ben gekomen(5), gingen(5), kwamen(5), zijn jullie uitgegaan(5), zeiden zij(5), zij namen(4), zij aten(4), hij zei(4), Hij ging(4), zij zagen(4), nam(3), Hij vertrok(3), zij kwamen(3), jullie hebben ontvangen(3), is dood(3), Hij wierp uit(3), vluchten(3), hij binnenkwam(3), Hij kwam(3), ging uit(3), Hij zag(3), voerden weg(3), hij zag(3), vroegen(3), gingen zij(3), ging voort(3), viel neer(3), kwam er naar(3), kwam{en}(3), Hij had gezegd(2), jullie hebben opgehaald(2), zij zei(2), zagen zij(2), ging hij weg(2), gekomen is(2), zij brachten(2), kwam binnen(2), zij brachten bijeen(2), hebt U verlaten(2), zij wierpen(2), zij voerden weg(2), kwam er(2), Hij heeft gezegd(2), ging Hij(2), vond Hij(2), ik heb gezegd(2), vluchten weg(2), viel Hij neer(2), vertrok(2), gingen zij weg(2), wierpen(2), zij vonden(2), stierf(2), hebt gezegd(2), hebben wij gezien(2), jullie hebben gekleed(2), hij ging(2), zag hij(2), hielden(2), er ontstonden(2), kwamen op(2), bent U gekomen(2), zij gingen(2), ging Hij op(2), at{en} op(2), ging weg(2), at(2), wij hebben gezien(2), zij hadden gezien(2), nam mee(2), zei hij(2), het stortte in(2), zij had voortgebracht(2), kwam Hij(2), zagen(1), kwamen zij(1), zij stonden versteld(1), herkenden(1), zij gingen zitten(1), Hij {klom} omhoog(1), zij aangenomen hebben(1), wij zijn gekomen(1), zij kwamen samen(1), kwamen eerder(1), ze liepen gezamelijk snel(1), wierp neer(1), zond Hij weg(1), kwam Hij binnen(1), het was(1), {verdween}(1), vertrok vandaar(1), liepen zij snel(1), onderging(1), Hij kwam binnen(1), Hij is uitzinnig(1), zij merkte(1), Hij was binnengekomen(1), vertelde(1), hij ging heen(1), er kwamen(1), opstaat(1), rende hij(1), stond zij op(1), hij heeft geworpen(1), {voorbereiding}(1), zij dronken(1), sloegen zij(1), heeft(1), heeft er {in} geworpen(1), zij wierp er {in}(1), zij hebben er {in} geworpen(1), hieuw af(1), vluchtte weg(1), te gaan(1), Hij dood was(1), overviel(1), Hij nam(1), gezegd had(1), grepen(1), hij vertrok naar(1), zegt U(1), hebben gehad(1), ging hij uit(1), hij gestorven was(1), hij stond op(1), te staan(1), er kwam(1), {stak}(1), bracht(1), Hij(1), hebben gezien(1), vertrokken(1), hij stierf(1), zij begrepen(1), zij spraken(1), hij ging weg(1), vonden(1), merkte(1), kwam Hij omhoog(1), zij kwam(1), om te vragen(1), vond(1), vroeg Hij(1), kwam naar(1), ontvingen(1), nam Hij(1), ik ben gekomen(1), trok uit(1), u binnengekomen(1), zij hielden(1), hij nam nee(1), ze kwamen om(1), begrepen zij(1), Hij sprak(1), zij ontvingen(1), hij vond(1), wierpen zij(1), Ik sprak(1), vielen zij neer(1), jullie hebben meegenomen(1), wij hebben meegenomen(1), stapte Hij in(1), ging verder(1), zij hebben gezien(1), zij herkenden(1), er op ging uit(1), zij gingen erheen(1), ik weggegaan ben(1), werpen(1), Hij gesproken had(1), kwam hij tegen(1), gingen heen(1), Ik heb gevonden(1), zij vonden er(1), vonden zij er(1), er kwam naar(1), heeft gezien(1), zag(1), sloegen(1), {hieuw} af(1), merkte op(1), ik heb gezondigd(1), ombrengen(1), er kwam uit(1), troffen zij(1), is voorbijgegaan(1), stond(1), ik heb geleden(1), Ik gekomen ben(1), hebben wij uitgeworpen(1), meenamen(1), ik wist(1), stormde tegen(1), zij merkten(1), zij hebben gehad(1), binnenging(1), jullie zijn gekomen(1), wij zien hebben(1), hebben wij zien(1), zij stelden vast(1), zijn wij gekomen(1), hebben wij gekleed(1), Ik heb gekend(1), hebben wij ontvangen(1), kwamen binnen(1)

komen..
G2064komen
gaan, onstaan

V-2AAI-3S
ev ww act..
woordvormenkelvoud
werkwoord
actief

(hij/zij/het) kwam..
gebruikte vertalingenkwam(15), is gekomen(6), kwam{en}(3), Hij kwam(3), kwam er(2), Hij ging(2), gekomen is(2), kwam Hij(2), er kwam(1), zij kwam(1)
om bediend te worden  
 
διακονηθηναι
diakonèthènai
G1247..
gebruikte vertalingenbedienden(2), om bediend te worden(2), om te bedienen(2), hadden bediend(1), zij bediende(1), om te bedienden(1), wij hebben gediend(1), bediende(1)
 G5683..
gebruikte vertalingengeworpen te worden(4), stand houden(3), zou worden gedood(2), opgewekt ben(2), gegeven zou worden(2), gedoopt worden(2), om bediend te worden(2), gezien te worden(2), te moeten geven(1), om te brengen(1), om gedoopt te worden(1), overgeleverd was(1), om te beveiligen(1), verzadigd worden(1), afgekeurd zou worden(1), verkocht kunnen worden(1), gegegeven(1), verkondigd worden(1), zij moesten roepen(1), gered worden(1), gedoopt wordt(1), gegeven kunnen worden(1), om geworpen te worden(1), om te verkopen(1), zou worden opgewekt(1), geoordeeld wordt(1), om te gaan zitten(1), terugbetaald zou worden(1), er gered worden(1), om te worden gehangen aan paal(1), toenemen(1), vertroost worden(1), om op de proef te worden gesteld(1), verkocht(1)

bedienen..
G1247bedienen
dienen*

V-APN
o mv ww pas..
woordvormonzijdig
meervoud
werkwoord
passief

bediend te worden..
gebruikte vertalingenom bediend te worden(2)
maar  
 
αλλα
alla
G235..
gebruikte vertalingenmaar(72), daarentegen(3), {echter}(1), {dan}(1), niettemin(1)

maar..
G235maar
daarentegen, niettemin

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

maar..
gebruikte vertalingenmaar(42), {dan}(1), niettemin(1), daarentegen(1)
om te bedienen  
 
διακονησαι
diakonèsai
G1247..
gebruikte vertalingenbedienden(2), om bediend te worden(2), om te bedienen(2), hadden bediend(1), zij bediende(1), om te bedienden(1), wij hebben gediend(1), bediende(1)
 G5658..
gebruikte vertalingenredden(4), kraait(4), om te halen(4), te scheiden(3), om te ontbinden(3), om te roepen(3), doen(3), plunderen(2), om te doen(2), te spreken(2), om te horen(2), om te bedienen(2), om te vragen(2), om te tonen(2), te waken(2), te grijpen(2), ter dood te laten brengen(2), zitten(2), onrein maken(2), om te berichten(2), ter dood laten brengen(2), om te scheiden van(2), om te vervullen(2), rein maken(2), te bevragen(1), om te kunnen verzadigen(1), zij heeft gezalfd(1), doe(1), aan paal gehangen te worden(1), om te schrijven(1), om te kijken naar(1), te zweren(1), opbouwen(1), spreken(1), afwijzen(1), gesproken had(1), {geven}(1), afbreken(1), roepen tot(1), kwaadspreken(1), om te vernietigen(1), binden(1), om te zaaien(1), in bewang houden(1), voorbereiding op begravenis(1), wit maken(1), om mee te gaan(1), om te grijpen(1), geloven(1), dichtbij komen(1), om te gaan zitten(1), om goed te doen(1), om slecht te doen(1), ter doden(1), te redden(1), weer kijken(1), zouden geloven(1), te pijnigen(1), begraven(1), te begraven(1), doden(1), vernietigen(1), te verbranden(1), onthullen(1), om tweedracht(1), het vragen(1), maken(1), om te doden(1), om terug te keren(1), om eer te betonen(1), kan verwekken(1), {te ontdoen}(1), zweert(1), om te verlangen(1), met verwondering(1), weg te sturen(1), in het openbaar ten schande maken(1), aan een paal te hangen(1), te geselen(1), beroeren(1), om te maken(1), om te misleiden(1), te doen(1), te bespotten(1), te trouwen(1), genezen(1), te tonen(1), wij kunnen verzadigen(1), om te redden(1), houden(1), om te scheiden(1), barmhartig zijn(1), om te kopen(1)

bedienen..
G1247bedienen
dienen*

V-AAN
ww act..
woordvormwerkwoord
actief

te bedienen..
gebruikte vertalingenom te bedienen(2)
en  
 
και
kai
G2532..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)

en..
G2532en
ook, nu, dan, -, zelfs, {maar}, {toen}, {toch}, {met}, {als}

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

en..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)
om te geven  
 
δουναι
dounai
G1325..
gebruikte vertalingengeef(12), Hij gaf(7), zal geven(6), gaf(6), geven(5), om te geven(5), zal gegeven worden(4), te geven(4), zij gaven(3), hij gaf(3), er zal gegeven worden(3), jullie hebben gegeven(2), zij zullen geven(2), moeten wij betalen(2), heeft gegeven(2), ik zal geven(2), om te {betalen}(2), bracht voort(2), het gegeven is(2), is het gegeven(2), zal ik gegeven(1), werd gegeven(1), te moeten geven(1), het bracht voort(1), u geeft(1), zal ik geven(1), hij had gegeven(1), gegegeven(1), gegeven wordt(1), is gegeven(1), gaven zij(1), het zal gegeven worden(1), gegeven had(1), zal worden gegeven(1), gegeven(1), gegeven zou worden(1), Ik zal gegeven(1), had gegeven(1), gegeven kunnen worden(1), moet geven(1)
 G5629..
gebruikte vertalingenbinnen te komen(7), te eten(6), om te zien(6), komen(4), om te geven(4), om te eten(4), te geven(3), drinken(3), te nemen(3), komt(3), te komen(3), te werpen(2), te gaan zitten(2), uitwerpen(2), om te stappen(2), om te grijpen(2), om te komen(2), voorbij gaan(2), om te zeggen(2), gaan(2), te drinken(2), geven(2), te zeggen(2), {om te brengen}(2), binnenkomen(2), om te {betalen}(2), zij konden eten(1), kon binnengaan(1), om te werpen(1), om te weg gaan(1), uitgaan(1), opstaan(1), om binnen te komen(1), samen sterven(1), voort zou brengen(1), eraf halen(1), zou opstaan(1), zou lijden(1), te weten zou komen(1), sterven(1), onopgemerkt blijven(1), zij moesten voorzetten(1), mee te nemen(1), te kennen(1), gevonden(1), om te halen(1), te gaan(1), weg te gaan(1), om te gaan(1), toevoegen(1), om tenemen(1), om mee te nemen(1), heen te gaan(1), om te ontkomen(1), bied tegenstand(1), zien(1), om te kennen(1), door te gaan(1), om in ontvangst te nemen(1), om binnen tekomen(1), samen bijeen brengen(1), terug betalen(1), samen gekomen waren(1), {zij} weggaan(1), eten(1), zou moeten lijden(1), {storten}(1)

geven..
G1325geven
voortbrengen

V-2AAN
ww act..
woordvormwerkwoord
actief

te geven..
gebruikte vertalingenom te geven(4), te geven(3), om te {betalen}(2), geven(2)
het  
 
την
tèn
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-ASF
v ev lw acc..
woordvormvrouwelijk
enkelvoud
lidwoord
acusatief

de..
gebruikte vertalingende(226), het(103), -(8), dat(5), {wie}(1), wat(1)
leven  
 
ψυχην
psuchèn
G5590..
gebruikte vertalingenleven(14), ziel(10), een leven(1)

ziel..
G5590ziel
leven

N-ASF
v ev zn acc..
woordvormvrouwelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
acusatief

ziel..
gebruikte vertalingenleven(10), ziel(3), een leven(1)
van Hem  
 
αυτου
autou
G846..
gebruikte vertalingenHem(329), van hem(176), van Hem(167), hem(167), tot hen(147), hen(136), van hun(97), tot Hem(62), Hij(48), zij(42), haar(38), tot hem(38), hun(34), het(33), van haar(28), er(20), hij(19), Hem toe(17), voor hen(13), ze(13), aan hen(11), die(11), van hen(10), deze(9), van HEM(8), -(7), aan Hem(7), voor Hem(6), diens(6), bij Hem(6), daar(5), aan hem(5), aan haar(5), zelf(5), voor hem(5), zelfde(5), met Hem(4), {het}(4), tot haar(4), HEM(3), naar Hem(3), {hem}(3), van {hem}(3), Die(2), over Hem(2), met hem(2), tot deze(2), {eraan}(2), {dit}(1), {haar}(1), hetzelfde(1), dat(1), u(1), zijn(1), erop(1), HIJ(1), aan(1), {van} hen(1), aan hun(1), {met} hun(1), tegen hem(1), van deze(1), to haar(1), ervan(1), ZELF(1), door hen(1), hem toe(1), dan hij(1), voor HEM(1), Het(1), dan deze(1), met het(1), hen aan(1), er om(1), met hen(1), {ervoor}(1), er tegen(1), op hen(1), {naar} hen(1), bij hem(1), {Zich}(1)

hem..
G846hem
(van, tot, aan) hem, haar, het, zich, zelf, deze, die, dat, daar

P-GSM
m ev pn gen..
woordvormmannelijk
enkelvoud
persoonlijk-voornaamwoord
genetief

(van) hem..
gebruikte vertalingenvan hem(172), van Hem(166), hem(37), Hem(30), Hij(18), van HEM(8), diens(6), hij(3), er(2), over Hem(2), HIJ(1), naar Hem(1), hun(1), zelfde(1), zijn(1), voor hem(1), {dit}(1), dan hij(1)
een losprijs  
 
λυτρον
lutron
G3083..
gebruikte vertalingeneen losprijs(2)

losprijs..
G3083losprijs

N-ASN
o ev zn acc..
woordvormonzijdig
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
acusatief

losprijs..
gebruikte vertalingeneen losprijs(2)
voor  
 
αντι
anti
G473..
gebruikte vertalingenvoor(5), {om}(1), in plaats van(1)

voor..
G473voor
in plaats van, tegenover*

PREP
vz..
woordvormvoorzetsel

voor..
gebruikte vertalingenvoor(5), in plaats van(1)
velen  
 
πολλων
pollòn
G4183..
gebruikte vertalingenvelen(40), grote(22), veel(20), vele(18), vele {malen}(4), groot(4), van vele(1), {des}(1), zeer(1), lange(1), vaak(1), voor veel(1), voor velen(1)

veel..
G4183veel
groot, vaak, lang, veel {maal}

A-GPM
m mv bn gen..
woordvormmannelijk
meervoud
bijvoegelijk-naamwoord
genetief

(van) velen..
gebruikte vertalingenvelen(6), van vele(1), grote(1)


Afwijkingen
Er zijn geen afwijkingen in dit vers.

Basisteksten
BZByzantijnse/meerderheidstekst (2000)
NA27Tekst van Nestle-Aland (1993)
TRTextus Receptus (1896)
WHTekst van Westcott-Hort (1881)