Regenboog Bijbel Vertaling


RBVI

Uitleg


hoofdstuk
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   

vers
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   29   30   
31   32   33   34   35   36   37   38   39   40   41   42   43   44   45   46   

HSV
(TR)
Meester, wat is het grote gebod in de wet?
NBV
(NA27)
'Meester, wat is het grootste gebod in de wet?'
NBG51
(N(A))
Meester, wat is het grote gebod in de wet?
NW
(WH)
'Leraar, wat is het grootste gebod in de Wet?'
RBV
(BZ+)
'Leraar! Wat [is] [het] grote gebod in de Wet?'
RBVI
(BZ+)
Leraar!    wat    gebod    grote    in    de    Wet  


Leraar!  
 
διδασκαλε
didaskale
G1320..
gebruikte vertalingenLeraar!(16), Leraar(5), leraar(2)

leraar..
G1320leraar

N-VSM
m ev zn..
woordvormmannelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord

leraar!..
gebruikte vertalingenLeraar!(16)
wat  
 
ποια
poia
G4169..
gebruikte vertalingenwelke(8), wat(2), welk(1), welke?(1)

welke..
G4169welke
wat

I-NSF
v ev vnw-ov nom..
woordvormvrouwelijk
enkelvoud
voornaamwoord-ondervragend
nominatief

(wat)..
gebruikte vertalingenwat(2)
gebod  
 
εντολη
entolè
G1785..
gebruikte vertalingengebod(9), geboden(6)

gebod..
G1785gebod

Duid meestal op een gebod van de Wet van Mozes.

N-NSF
v ev zn nom..
woordvormvrouwelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
nominatief

geboden..
gebruikte vertalingengebod(4), geboden(1)
grote  
 
μεγαλη
megalè
G3173..
gebruikte vertalingengrote(17), groot(7), luide(6), groter(3), groten(2), zeer(1), zware(1), luid(1)

groot..
G3173groot
luid, zwaar, zeer

A-NSF
v ev bn nom..
woordvormvrouwelijk
enkelvoud
bijvoegelijk-naamwoord
nominatief

grote..
gebruikte vertalingengrote(6), groot(2), zware(1)
in  
 
εν
en
G1722..
gebruikte vertalingenin(293), op(34), met(29), bij(28), onder(26), door(10), aan(8), tijdens(6), -(6), één(6), vanwege(3), terwijl(3), over(2), binnen(1), {toen}(1), voor(1), te(1), om(1)

in..
G1722in
op, bij, met, onder, door, één, aan, terwijl, vanwege, over, te, tijdens

PREP
vz..
woordvormvoorzetsel

in..
gebruikte vertalingenin(293), op(34), met(29), bij(28), onder(26), door(10), aan(8), tijdens(6), -(6), terwijl(3), vanwege(3), over(2), binnen(1), {toen}(1), om(1), voor(1), te(1)
de  
 
τω

G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-DSM
m ev lw dat..
woordvormmannelijk
enkelvoud
lidwoord
datief

(tot) de..
gebruikte vertalingende(57), het(33), tot de(26), aan de(15), met de(10), voor de(10), -(6), DIE(5), de toe(5), aan die(3), tot(2), die(2), aan(2), voor wie(2), tot het(2), {dat}(1), op de(1), aan het(1), tot die(1), naar de(1), {iemand}(1), van de(1)
Wet  
 
νομω
nomò
G3551..
gebruikte vertalingenWet(8)

wet..
G3551wet

N-DSM
m ev zn dat..
woordvormmannelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
datief

(tot) Wet..
gebruikte vertalingen


Afwijkingen
Er zijn geen afwijkingen in dit vers.

Basisteksten
BZByzantijnse/meerderheidstekst (2000)
NA27Tekst van Nestle-Aland (1993)
TRTextus Receptus (1896)
WHTekst van Westcott-Hort (1881)