Regenboog Bijbel Vertaling


RBVI

Uitleg


hoofdstuk
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   

vers
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   29   30   
31   32   33   34   35   36   37   38   39   40   41   42   43   44   45   46   47   48   49   50   51   

HSV
(TR)
Wanneer u dan de gruwel van de verwoesting, waarvan gesproken is door de profeet Daniël, zult zien staan op de heilige plaats - laat hij die het leest, daarop letten! -
NBV
(NA27)
Wanneer jullie dus de 'verwoestende gruwel' waarover gesproken is door de profeet Daniël, zien staan op de heilige plaats (lezer, begrijp dit goed),
NBG51
(N(A))
Wanneer gij dan de gruwel der verwoesting, waarvan door de profeet Daniël gesproken is, op de heilige plaats ziet staan - wie het leest, geve er acht op - laten dan wie in Judea zijn,
NW
(WH)
Wanneer GIJ daarom het walgelijke ding dat verwoesting veroorzaakt, waarover door bemiddeling van de profeet Daniël gesproken is, in een heilige plaats ziet staan (de lezer gebruike onderscheidingsvermogen),
RBV
(BZ+)
Wanneer jullie dan het walgelijke [ding] van de verwoesting, [waarover] door [bemiddeling van] de profeet Daniël gesproken is, in een heilige plaats hebben zien staan (wie het leest laat hij [het] begrijpen);
RBVI
(BZ+)
wanneer    dan    jullie zien    het    walgelijk    van de    verwoesting    -    gesproken is    door    Daniël    de    profeet    hebben staan    in    een plaats    heilige    wie    het leest    laat hij begrijpen  


wanneer  
 
οταν
otan
G3752..
gebruikte vertalingenwanneer(34), {dat}(3), {zolang}(1), als(1)

wanneer..
G3752wanneer
als

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

wanneer..
gebruikte vertalingenwanneer(34), {dat}(3), {zolang}(1), als(1)
dan  
 
ουν
oun
G3767..
gebruikte vertalingendan(35), daarom(19), dus(6), nu(5), om(2)

dan..
G3767dan
dus, nu, om, daarom

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

dan..
gebruikte vertalingendan(35), daarom(19), dus(6), nu(5), om(2)
jullie zien  
 
ιδητε
idète
G1492..
gebruikte vertalingenzag(15), zie(12), zagen(12), zij zagen(9), jullie weten(9), Hij zag(7), zag Hij(7), hij zag(7), om te zien(6), ik ken(5), weet(4), zien(4), wij weten(4), ik weet(3), zij zien(3), zag hij(2), laten wij zien(2), jullie kennen(2), wij hebben gezien(2), hij wist(2), hebben wij gezien(2), jullie zien(2), jullie kunnen zien(2), doorzag(2), zij kunnen zien(2), zij hadden gezien(2), zagen zij(2), wist(1), keek aan(1), had gemerkt(1), hadden gezien(1), weet hij(1), u kent(1), Hij merkte op(1), zij wisten(1), zij zag(1), had opgemerkt(1), Ik kan bekijken(1), begrijpen jullie(1), wij zien(1), zij hadden {her}kend(1), u wist(1), wij zien hebben(1), hebt U gemerkt(1), zien jullie(1), had geweten(1), hebben wij zien(1), weten(1), jullie {achten}(1), hebben gezien(1), merkte(1), merkte op(1), zij hebben gezien(1)
 G5632..
gebruikte vertalingenzegt(9), te eten(5), komt(4), zien(3), jullie binnenkomen(3), Ik drink(3), zij zien(3), gaat voorbij(3), wij zeggen(3), uit te werpen(2), jullie zien(2), te vertellen(2), moeten wij betalen(2), jullie vertrekken(2), vraagt(2), zij zeggen(2), IK plaats(2), valt(2), u vertelt(2), gaan voorbij(2), jullie vergeven(2), laten wij zien(2), hij terugbetaald zou hebben(2), overlevert(2), vertel(2), over te kunnen leveren(2), sterft(2), kom(2), zij kunnen zien(2), jullie komen(2), Hij komt(1), zij konden voorzetten(1), U kan leggen op(1), wij in kunnen gaan(1), laten wij gaan(1), kunnen wij vergelijken(1), te laten weten(1), u geeft(1), leggen op(1), was opgestaan(1), geven(1), voor te zetten(1), droeg(1), zij wegleiden(1), zij opstaan(1), zij zijn opgestaan(1), moet nemen(1), vind(1), binnengaat(1), zij drinken(1), wij zien(1), voorbij kon gaan(1), Ik kan eten(1), nalaat(1), achterlaat(1), ontvangt(1), kan binnenkomen(1), te weten zou komen(1), kan vastgrijpen(1), heeft opgelevert(1), hij zegt(1), Ik kan bekijken(1), om in ontvangst te nemen(1), zeggen wij(1), vergeeft(1), Hij moet lijden(1), jullie zeggen(1), U komt(1), werp(1), geef(1), te vertrekken(1), HIJ uitzendt(1), Hij neemt weg(1), ga binnen(1), ga(1), mij halen(1), kunnen wij drinken(1), voorbijgaa{n}(1), spreken(1), ik zeg(1), u zult uitkomen(1), u hebt betaald(1), kunnen we eten(1), jullie drinken(1), jullie eten(1), uitgaat(1), kunnen begrijpen(1), zou zeggen(1), moeten jullie naar toe gaan(1), jullie vinden(1), over te leveren(1), te zeggen(1), het komt(1), zij moeten gaan(1), zouden zeggen(1), zien jullie(1), kunnen jullie ontkomen(1), {vergeeft}(1), kunnen jullie binnenkomen(1), is opgestaan(1), Hij kon leggen op(1), zeggen(1), jullie kunnen vinden(1), behouden(1), jullie vertellen(1), werpt(1)

zien..
G1492zien
weten, kennen, doorzien, (op)merken, bezien, begrijpen, kijken

V-2AAS-2P
mv ww act..
woordvormmeervoud
werkwoord
actief

(JULLIE) (zien)..
gebruikte vertalingenzien(3), jullie zien(2), zien jullie(1)
het  
 
το
to
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-ASN
o ev lw acc..
woordvormonzijdig
enkelvoud
lidwoord
acusatief

de..
gebruikte vertalingende(132), het(96), -(13), dat(8), wat(8), deze(1)
walgelijk  
 
βδελυγμα
bdelugma
G946..
gebruikte vertalingenwalgelijk(2)

walgelijk..
G946walgelijk

N-ASN
o ev zn acc..
woordvormonzijdig
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
acusatief

(walgelijk)..
gebruikte vertalingenwalgelijk(2)
van de  
 
της
tès
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-GSF
v ev lw gen..
woordvormvrouwelijk
enkelvoud
lidwoord
genetief

(van) de..
gebruikte vertalingende(96), van de(48), het(35), van het(19), -(3), voor het(2), {in} de(2), bij de(1), {met} de(1), {naar} de(1), die(1), dan het(1)
verwoesting  
 
ερημωσεως
erèmòseòs
G2050..
gebruikte vertalingenverwoesting(2)

verwoesting..
G2050verwoesting

N-GSF
v ev zn gen..
woordvormvrouwelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
genetief

(van) (verwoesting)..
gebruikte vertalingenverwoesting(2)
-  
 
το
to
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-ASN
o ev lw acc..
woordvormonzijdig
enkelvoud
lidwoord
acusatief

de..
gebruikte vertalingende(132), het(96), -(13), dat(8), wat(8), deze(1)
gesproken is  
 
ρηθεν
rèthen
G4483..
gebruikte vertalingengesproken is(15), er gesproken is(5), is er gesproken(1)
 G5685..
gebruikte vertalingengesproken is(15), hij stond op(3), sta op(3), verdeeld is(2), was boos(1), er toe aangezet(1), een discipel geworden is(1), werd geworpen(1), samen aan palen waren gehangen(1), gedoopt is(1), werd gegeven(1), baat had gehad(1), Hij wakker geworden was(1), gedood is(1), zij bijeen waren gekomen(1), was uitgeworpen(1), geboren is(1), zij door GOD waren gewaarschuwd waren(1), geboren was(1), ontwaakt was(1), is verwerkt(1), door GOD gewaarschuwd te zijn(1), was gedoopt(1), ook wordt genoemd(1), ten huwelijk werd beloofd(1), stond op(1), stond Hij op(1), wordt verhoogd(1)

spreken..
G4483spreken
zeggen

V-APP-ASN
o ev ww pas..
woordvormonzijdig
enkelvoud
werkwoord
passief

(het) (gesproken is)..
gebruikte vertalingengesproken is(3)
door  
 
δια
dia
G1223..
gebruikte vertalingenom(28), door(26), vanwege(20), omdat(4), over(3), voor(2), {uit}(2), {in}(2), {aan}(1), {tijd}(1), {van}(1), {na}(1)

om..
G1223om
door [bemiddeling van], vanwege, omdat, over, voor, omwille

PREP
vz..
woordvormvoorzetsel

door..
gebruikte vertalingenom(27), door(21), vanwege(20), omdat(4), voor(2), over(2), {uit}(2), {in}(2), {aan}(1), {van}(1), {tijd}(1)
Daniël  
 
δανιηλ
danièl
G1158..
gebruikte vertalingenDaniël(2)

Daniël..
G1158Daniël

betekent: oordeel van GOD

N-PRI
zn..
woordvormzelfstandig-naamwoord

(Daniël)..
gebruikte vertalingenDaniël(2)
de  
 
του
tou
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-GSM
m ev lw gen..
woordvormmannelijk
enkelvoud
lidwoord
genetief

(van) van de..
gebruikte vertalingenvan de(227), de(98), van het(22), het(13), DIE(8), -(8), van(4), dat(3), die(2), aan de(1), {uit} de(1), wie(1), van die(1), van wie(1)
profeet  
 
προφητου
prophètou
G4396..
gebruikte vertalingenprofeet(18), profeten(12), een profeet(8), Profeten(5), van een profeet(2), Profeet(1)

profeet..
G4396profeet

N-GSM
m ev zn gen..
woordvormmannelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
genetief

(van) profeet..
gebruikte vertalingenprofeet(17), van een profeet(2)
hebben staan  
BZ_TR_NA27_V-
εστως
estòs
G2476..
gebruikte vertalingenstaan(5), stand houden(3), plaatste(3), stonden(3), zij stonden(2), hebben staan(2), bleef staan(2), stond(2), zal stand houden(2), zij stelden vast(1), zullen jullie staan(1), er staan(1), bevestigd wordt(1), te staan(1), staan jullie(1), zal Hij plaatsen(1)
 G5761..
gebruikte vertalingenstaan(4), stonden(4), zij stonden(2), jullie kennen(2), hebben staan(2), erbij stonden(2), stond(1), was uitgegaan(1), had opgemerkt(1), Hij merkte op(1), wist(1), gezegd had(1), er staan(1), doorzag(1), gezeten(1), had ontvangen(1), had gehad(1), had gemerkt(1)

staan..
G2476staan
standhouden, plaatsen, vaststellen, bevestigen

V-RAP-NSM
m ev ww act..
woordvormmannelijk
enkelvoud
werkwoord
actief

(hij) (hebben staan)..
gebruikte vertalingenhebben staan(2)
in  
 
εν
en
G1722..
gebruikte vertalingenin(293), op(34), met(29), bij(28), onder(26), door(10), aan(8), tijdens(6), -(6), één(6), vanwege(3), terwijl(3), over(2), binnen(1), {toen}(1), voor(1), te(1), om(1)

in..
G1722in
op, bij, met, onder, door, één, aan, terwijl, vanwege, over, te, tijdens

PREP
vz..
woordvormvoorzetsel

in..
gebruikte vertalingenin(293), op(34), met(29), bij(28), onder(26), door(10), aan(8), tijdens(6), -(6), terwijl(3), vanwege(3), over(2), binnen(1), {toen}(1), om(1), voor(1), te(1)
een plaats  
 
τοπω
topò
G5117..
gebruikte vertalingenplaats(14), plaatsen(4), een plaats(2)

plaats..
G5117plaats

N-DSM
m ev zn dat..
woordvormmannelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
datief

(tot) ..
gebruikte vertalingen
heilige  
 
αγιω
agiò
G40..
gebruikte vertalingenheilige(16), Heilige(1), heiligen(1)

heilige..
G40heilige

A-DSM
m ev bn dat..
woordvormmannelijk
enkelvoud
bijvoegelijk-naamwoord
datief

(tot) ..
gebruikte vertalingen
wie  
 
ο
o
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-NSM
m ev lw nom..
woordvormmannelijk
enkelvoud
lidwoord
nominatief

de..
gebruikte vertalingende(552), -(88), die(42), het(39), wie(36), DIE(9), Die(6), wat(4), dat(3), deze(1), {van} de(1), De(1), DE(1)
het leest  
 
αναγινωσκων
anaginòskòn
G314..
gebruikte vertalingenhebben jullie gelezen(9), het leest(2)
 G5723..
gebruikte vertalingenzei(80), zeiden(45), heeft(11), had(9), zeggen(9), vroegen(7), er waren(6), sprak(6), hoort(5), om op de proef te stellen(5), slapend(5), hij zei(4), aten(4), zij zeiden(4), te hebben(4), zaaier(4), toeziet(3), doet(3), voortbrengt(3), geloven(3), horen(3), Hij liep(3), verkondigde(3), zegt(3), te zeggen(3), uitwerpen(3), bezittingen(3), zeg(3), zagen(2), zij hadden(2), overgebleven(2), toeroepen(2), zou(2), liefheeft(2), begrijpt(2), levende(2), zij onderwijzen(2), kwaadspreekt(2), lopen(2), onrein {maakt}(2), verkopers(2), opbouwt(2), Hij afbreekt(2), schudden(2), {te} werpen(2), spotten(2), toekeken(2), zij volgden(2), jullie hebben(2), eten(2), doopte(2), ging overleveren(2), hij overlevert(2), van levenden(2), onderwijs gaf(2), spreken(2), verkochten(2), heiligt(2), het leest(2), dorst(2), de borst geven(2), zijn(2), afdaalden(2), bouwers(2), vragen(2), zij sterk zijn(2), zoekt(2), zij er zijn(2), leidt(2), zij zochten(2), volgden(2), wil(2), onderwijs gegeven(2), vraagt(2), Hij gaf onderwijs(2), hij verkondigde(2), genas(2), komende(2), riepen(2), roept(2), neerdalen(2), hebben(2), schreeuwen(1), sneed(1), zij horen(1), zij houden vast aan(1), zij hoedden(1), lag te slapen(1), ontkennen jullie autoriteit(1), gezond van verstand(1), geween(1), gejammer(1), gaan(1), hoorden(1), zij kijken(1), beefde(1), gingen(1), stapte(1), samendringen op(1), verzwakt zijn(1), vasten(1), doop(1), {bewakers}(1), onderwijs(1), hij at(1), Hij omhoog kwam(1), licht begon te worden(1), Hij leefde(1), herstellen(1), beproever(1), zij bewaakten(1), om te bedienden(1), waren aan het herstellen(1), met koorts(1), is rein(1), te plukken(1), om te roepen(1), kwam op(1), Hij verder ging(1), brengen(1), Hij verkondigde(1), wierp uit(1), hij smeekte(1), viel op de knielen(1), het groeide(1), overschaduwde(1), overvloed(1), {hebben} geworpen(1), jullie te overleveren(1), uit gevallen(1), zeer verontwaardigd(1), verslinden(1), willen(1), hij had(1), hij stierf(1), discussiëren(1), Hij onderwijs gaf(1), draagt(1), eet(1), bevestigde(1), meewerkte(1), vergezelden(1), zwijgen(1), wachtte op(1), wandelden(1), weenden(1), onderwijs aan het geven(1), zij {vielen}(1), {voorbijganger}(1), treurden(1), zij doden(1), zij afranselden(1), schuim(1), zij renden naar(1), gelooft(1), uitwierp(1), te hebbem(1), ondervroegen(1), bespraken zij(1), weende {om}(1), zij lopen rond(1), stralend(1), in gesprek(1), brachten(1), legde(1), maken jullie los(1), zij voor uit gingen(1), zij kochten(1), rondliep(1), {te bedelen}(1), nemen(1), zij hebben(1), gingen op(1), ging voor uit(1), wilde(1), verzochten zij(1), HIj zei(1), smeekte(1), ik heb(1), vallen(1), vinden(1), spraken(1), gezegd(1), hij zag(1), hij wilde(1), koorst hebben(1), er gegeten(1), liep(1), liepen(1), gegeten(1), omhoog komt(1), vraag(1), bezorgd te zijn(1), hij {kon}(1), vroeg(1), eisten(1), somber(1), klopt(1), zij waren in gesprek waren(1), op de knielen viel(1), doen(1), verzamelen(1), hij drinkt(1), hij eet(1), Hij eet(1), Hij drinkt(1), zwoegen(1), aan een bloedvloeiing leed(1), ging verder(1), spreekt(1), {hen} doden(1), opdrachten te geven(1), zij dragen(1), bijeen brengt(1), zoek(1), zaait(1), zij aan het hoeden waren(1), aanneemt(1), {zaaide}(1), kijken(1), verder ging(1), het leegstaan(1), zij verlangden(1), zij verlangen(1), zien(1), u vast(1), vast(1), verkopen(1), een lange tijd uitbleef(1), naar het buitenland gaat(1), u oogst(1), u brengt bijeen(1), {hen} dronken zijn(1), handelend(1), dronken(1), zij trouwden(1), werden uitgehuwelijkt(1), malen(1), honger(1), welwillend(1), te onderwijzen(1), zeiden zij(1), zij zei(1), {had} over{ge}leverd(1), die verzwakt zijn(1), zij treuren(1), honger hebben(1), dorsten(1), overleveren(1), zij hongeren(1), zij aten(1), kijkt(1), kochten(1), zij vasten(1), liefhebben(1), zuigelingen(1), Hij terugkeerde(1), zei{den}(1), voor uit gingen(1), oordelen(1), op ging(1), zij betoonde eer(1), Hij zei(1), vervolgen(1), zij vroegen(1), doodt(1), stenigt(1), vroegen zij(1), scheidt van(1), doorslikken(1), uitziften(1), was(1), u draagt(1), valselijk beschuldigen(1), haten(1), {luidde}(1)

lezen..
G314lezen
nauwkeurig weten*

V-PAP-NSM
m ev ww act..
woordvormmannelijk
enkelvoud
werkwoord
actief

(hij) (het leest)..
gebruikte vertalingenhet leest(2)
laat hij begrijpen  
 
νοειτω
noeitò
G3539..
gebruikte vertalingenbegrijpen jullie(5), laat hij begrijpen(2)
 G5720..
gebruikte vertalingenga(28), pas op(8), blijf waken(8), laat hij horen(6), heb goede moed(5), volg(5), breng(4), let op(4), goedendag(4), eer(4), zie toe(3), blijf doen(3), geloof(3), kom tot inkeer(3), verhinder(3), blijven volgen(2), hoor(2), moet {gebracht worden}(2), begrijp(2), help(2), laat scheiden(2), maak(2), heb(2), laat zij vluchten(2), laat hij begrijpen(2), vlucht(2), luister(2), kijk uit(2), blijf zoeken(2), verzamel schatten(2), loop(2), hoor!(1), weten jullie(1), zwijg(1), wees bezorgd(1), zijn jullie bezorgd(1), blijf wakker(1), laat hij naar beneden gaan(1), ga weg(1), heb geloof(1), blijf(1), vergeef(1), wees van tevoren bezorgt(1), overdenk(1), vrede(1), blijf zegenen(1), oordeel(1), Luister(1), spreek(1), zie erop toe(1), verkondig(1), laat het weten(1), geloven jullie(1), weest verheugd(1), brengen(1), wek op(1), maak rein(1), werp uit(1), vertrek(1), geef(1), blijf vragen(1), houd jullie aan(1), doe(1), laat hij er plaats voor maken(1), blijf kloppen(1), blijf liefhebben(1), ga weg jullie(1), Zie toe(1), genees(1)

begrijpen..
G3539begrijpen

V-PAM-3S
ev ww act..
woordvormenkelvoud
werkwoord
actief

(hij/zij/het) (laat hij begrijpen)..
gebruikte vertalingenlaat hij begrijpen(2)


Afwijkingen
BZ_TR_NA27_V-andere vorm, niet merkbaar  

Basisteksten
BZByzantijnse/meerderheidstekst (2000)
NA27Tekst van Nestle-Aland (1993)
TRTextus Receptus (1896)
WHTekst van Westcott-Hort (1881)