Regenboog Bijbel Vertaling


RBVI

Uitleg


hoofdstuk
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   

vers
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   29   30   
31   32   33   34   35   36   37   38   39   40   41   42   43   44   45   46   47   48   49   50   51   

HSV
(TR)
en hij zal hem in stukken houwen en hem doen delen in het lot van de huichelaars; daar zal gejammer zijn en tandengeknars.
NBV
(NA27)
en hij zal hem straffen met zijn zwaard en hem het lot van de huichelaars laten ondergaan; daar zal hij met hen jammeren en knarsetanden.
NBG51
(N(A))
dat hij het niet weet, en hij zal hem folteren en hem in het lot der huichelaars doen delen. Daar zal het geween zijn en het tandengeknars.
NW
(WH)
en hij zal hem met de grootste strengheid straffen en hem zijn deel met de huichelaars toewijzen. Daar zal [hij] wenen en knarsetanden.
RBV
(BZ+)
En hij zal hem met de grootste strengheid straffen en [hem] zijn deel met de huichelaars toewijzen. Daar zal het geween en het tandengeknars zijn.
RBVI
(BZ+)
en    hij zal met de grootste strengheid straffen    hem    en    het    deel    van hem    met    de    huichelaars    zal toewijzen    daar    zal zijn    het    geween    en    het    geknars    van de    tanden  


en  
 
και
kai
G2532..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)

en..
G2532en
ook, nu, dan, -, zelfs, {maar}, {toen}, {toch}, {met}, {als}

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

en..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)
hij zal met de grootste strengheid straffen  
 
διχοτομησει
dichotomèsei
G1371..
gebruikte vertalingenhij zal met de grootste strengheid straffen(1)
 G5692..
gebruikte vertalingenu zult liefhebben(6), zal geven(6), zal overleveren(6), zij zullen overleveren(5), zal vergeven(3), zal belonen(3), zal verliezen(3), zal doen(3), zal Hij zeggen(3), zal komen(3), zij zullen veroordelen(3), zij zullen misleiden(3), zal vinden(2), gereed zal maken(2), zal Ik vergelijken(2), zij zullen ter dood laten brengen(2), zal erkennen(2), zullen zij vasten(2), zal vernederen(2), zal zeggen(2), zij zullen geven(2), ik zal slaan(2), zal ik voorgaan(2), doden(2), ik zal geven(2), zal Ik zeggen(2), zullen jullie vinden(2), zal geven aan(2), zij zullen doden(2), zal ik terugbetalen(2), zal verlaten(2), u zult hebben(2), zij zullen werpen(2), zullen jullie zeggen(2), u zult overspel plegen(2), zal redden(2), u zult moorden(2), zal dopen(2), jullie zullen vinden(2), zij zullen samen bijeenbrengen(1), HIJ zal uitzenden(1), zij zullen haten(1), zullen doden(1), aangetroffen zal worden(1), Hij zal grondig ziften(1), hij zal met de grootste strengheid straffen(1), Hij zal scheiden(1), zal Hij plaatsen(1), zal Hij zitten(1), zal ik aanstellen(1), zal toewijzen(1), ik zal aanstellen(1), hij zal aanstellen(1), zullen zij overleveren(1), zal trouwen met(1), {verwekken}(1), zal verpulverd worden(1), zullen geven(1), zal hij doen(1), zal hij doden(1), zal verhogen(1), zullen jullie doden(1), zal bijeen brengen(1), zullen jullie(1), zal Hij verbranden(1), zullen jullie vervolgen(1), jullie zullen aan een paal hangen(1), zullen jullie geselen(1), wij voorbereidingen zullen treffen(1), zij zullen {geven}(1), zal jullie laten zien(1), zal afbreken(1), Ik zal bouwen(1), zal tegemoet komen(1), zullen samen brengen(1), zal vragen(1), zal Hij uitzenden(1), zal wegrollen(1), zullen vergezellen(1), zij zullen worden(1), zal hij doen terugkeren(1), zij leggen(1), zullen zij wegnemen(1), zullen zij uitwerpen(1), zullen zij spreken(1), Hij zou vinden(1), naar spuwen(1), zullen overreden(1), zullen hebben(1), wij zullen geloven(1), zal ik doen(1), zullen zij dragen(1), Hij zal bijstaan(1), Ik zal doen(1), zou genezen(1), bespotten(1), geselen(1), zullen jullie het kruiden(1), hij zeggen moest(1), zal worden(1), zal het baten(1), zal weiden(1), Ik zal vragen(1), IK zal leggen(1), zal hij bekendmaken(1), Hij zal twisten(1), {eruit} tillen(1), grijpen(1), zal rust geven(1), {heeft}(1), Hij zal luid roepen(1), zal horen(1), u zult terugbetalen(1), zij zal veroordelen(1), zullen moeten geven(1), zal hij plunderen(1), zal Hij uitdoven(1), zullen hoop hebben(1), zal slaan(1), zal dwingen te gaan(1), zullen komen(1), ik zal volgen(1), zal genezen(1), zult u inzicht hebben(1), zullen zeggen(1), zal Ik openlijk verklaren(1), zult u zeggen(1), zal zorgen hebben(1), hij zal haten(1), u zult haten(1), hij zal liefhebben(1), zal hij verachten(1), zullen zij geselen(1), jullie zullen spreken(1), ik zal terugkeren(1), zullen jullie horen(1), Ik zal maken(1), zult u heilige dienst verrichten(1), zullen beërven(1), {moet} ik vergeven(1), u zult vinden(1), {kan} zondigen(1), u zult stelen stelen(1), u zult vals getuigenis afleggen(1), zullen jullie doen(1), hij zal vragen(1), zal ik gegeven(1), zal ik geven(1), zult u eer betonen(1), zal beërven(1), zal onmogelijk zijn(1), u zult {geven}(1), zal uitzenden(1), zij zullen verzamelen(1), Ik zal openen(1), zal ik zeggen(1), zullen jullie kijken(1), wij zullen verzamelen(1), u zult eed breken(1), zullen stralen(1), zal Hij belonen(1), zal herstellen(1), Ik zal gegeven(1), zullen overweldigen(1), zij zullen afscheiden(1), zal ik bouwen(1), u zult op de proef stellen(1)

in twee stukken snijden*..
G1371in twee stukken snijden*
zwaar geselen*, met de grootste strengheid straffen

V-FAI-3S
ev ww act..
woordvormenkelvoud
werkwoord
actief

(hij/zij/het) hij zal afsnijden..
gebruikte vertalingen
hem  
 
αυτον
auton
G846..
gebruikte vertalingenHem(329), van hem(176), van Hem(167), hem(167), tot hen(147), hen(136), van hun(97), tot Hem(62), Hij(48), zij(42), haar(38), tot hem(38), hun(34), het(33), van haar(28), er(20), hij(19), Hem toe(17), voor hen(13), ze(13), aan hen(11), die(11), van hen(10), deze(9), van HEM(8), -(7), aan Hem(7), voor Hem(6), diens(6), bij Hem(6), daar(5), aan hem(5), aan haar(5), zelf(5), voor hem(5), zelfde(5), met Hem(4), {het}(4), tot haar(4), HEM(3), naar Hem(3), {hem}(3), van {hem}(3), Die(2), over Hem(2), met hem(2), tot deze(2), {eraan}(2), {dit}(1), {haar}(1), hetzelfde(1), dat(1), u(1), zijn(1), erop(1), HIJ(1), aan(1), {van} hen(1), aan hun(1), {met} hun(1), tegen hem(1), van deze(1), to haar(1), ervan(1), ZELF(1), door hen(1), hem toe(1), dan hij(1), voor HEM(1), Het(1), dan deze(1), met het(1), hen aan(1), er om(1), met hen(1), {ervoor}(1), er tegen(1), op hen(1), {naar} hen(1), bij hem(1), {Zich}(1)

hem..
G846hem
(van, tot, aan) hem, haar, het, zich, zelf, deze, die, dat, daar

P-ASM
m ev pn acc..
woordvormmannelijk
enkelvoud
persoonlijk-voornaamwoord
acusatief

hem..
gebruikte vertalingenHem(198), hem(81), Hij(9), het(7), hij(7), er(3), HEM(3), zelfde(2), voor Hem(2), aan Hem(2), -(1), {haar}(1), {Zich}(1), van hem(1)
en  
 
και
kai
G2532..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)

en..
G2532en
ook, nu, dan, -, zelfs, {maar}, {toen}, {toch}, {met}, {als}

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

en..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)
het  
 
το
to
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-ASN
o ev lw acc..
woordvormonzijdig
enkelvoud
lidwoord
acusatief

de..
gebruikte vertalingende(132), het(96), -(13), dat(8), wat(8), deze(1)
deel  
 
μερος
meros
G3313..
gebruikte vertalingengebied(4), deel(1)

deel..
G3313deel
gebied

N-ASN
o ev zn acc..
woordvormonzijdig
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
acusatief

deel..
gebruikte vertalingen
van hem  
 
αυτου
autou
G846..
gebruikte vertalingenHem(329), van hem(176), van Hem(167), hem(167), tot hen(147), hen(136), van hun(97), tot Hem(62), Hij(48), zij(42), haar(38), tot hem(38), hun(34), het(33), van haar(28), er(20), hij(19), Hem toe(17), voor hen(13), ze(13), aan hen(11), die(11), van hen(10), deze(9), van HEM(8), -(7), aan Hem(7), voor Hem(6), diens(6), bij Hem(6), daar(5), aan hem(5), aan haar(5), zelf(5), voor hem(5), zelfde(5), met Hem(4), {het}(4), tot haar(4), HEM(3), naar Hem(3), {hem}(3), van {hem}(3), Die(2), over Hem(2), met hem(2), tot deze(2), {eraan}(2), {dit}(1), {haar}(1), hetzelfde(1), dat(1), u(1), zijn(1), erop(1), HIJ(1), aan(1), {van} hen(1), aan hun(1), {met} hun(1), tegen hem(1), van deze(1), to haar(1), ervan(1), ZELF(1), door hen(1), hem toe(1), dan hij(1), voor HEM(1), Het(1), dan deze(1), met het(1), hen aan(1), er om(1), met hen(1), {ervoor}(1), er tegen(1), op hen(1), {naar} hen(1), bij hem(1), {Zich}(1)

hem..
G846hem
(van, tot, aan) hem, haar, het, zich, zelf, deze, die, dat, daar

P-GSM
m ev pn gen..
woordvormmannelijk
enkelvoud
persoonlijk-voornaamwoord
genetief

(van) hem..
gebruikte vertalingenvan hem(172), van Hem(166), hem(37), Hem(30), Hij(18), van HEM(8), diens(6), hij(3), er(2), over Hem(2), HIJ(1), naar Hem(1), hun(1), zelfde(1), zijn(1), voor hem(1), {dit}(1), dan hij(1)
met  
 
μετα
meta
G3326..
gebruikte vertalingenmet(90), na(16), bij(15), over(2), daarna(2), aan(1)

met..
G3326met
bij, na, daarna, over

PREP
vz..
woordvormvoorzetsel

met..
gebruikte vertalingenmet(56), na(13), daarna(2), over(2), bij(2)
de  
 
των
tòn
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-GPM
m mv lw gen..
woordvormmannelijk
meervoud
lidwoord
genetief

(van) de..
gebruikte vertalingenvan de(141), de(80), die(8), van die(7), -(3), voor de(3), onder de(2), van(1), dan de(1)
huichelaars  
 
υποκριτων
upokritòn
G5273..
gebruikte vertalingenhuichelaars(15), huichelaar(1)

huichelaar..
G5273huichelaar

N-GPM
m mv zn gen..
woordvormmannelijk
meervoud
zelfstandig-naamwoord
genetief

(van) huichelaars..
gebruikte vertalingenhuichelaars(2)
zal toewijzen  
 
θησει
thèsei
G5087..
gebruikte vertalingenIK plaats(2), zij legden(2), legde(2), zij {vielen}(1), Hij werd gelegd(1), zij hadden gelegd(1), hij legde(1), IK zal leggen(1), gezet(1), zal toewijzen(1), zetten zij(1), gezet te worden(1)
 G5692..
gebruikte vertalingenu zult liefhebben(6), zal geven(6), zal overleveren(6), zij zullen overleveren(5), zal vergeven(3), zal belonen(3), zal verliezen(3), zal doen(3), zal Hij zeggen(3), zal komen(3), zij zullen veroordelen(3), zij zullen misleiden(3), zal vinden(2), gereed zal maken(2), zal Ik vergelijken(2), zij zullen ter dood laten brengen(2), zal erkennen(2), zullen zij vasten(2), zal vernederen(2), zal zeggen(2), zij zullen geven(2), ik zal slaan(2), zal ik voorgaan(2), doden(2), ik zal geven(2), zal Ik zeggen(2), zullen jullie vinden(2), zal geven aan(2), zij zullen doden(2), zal ik terugbetalen(2), zal verlaten(2), u zult hebben(2), zij zullen werpen(2), zullen jullie zeggen(2), u zult overspel plegen(2), zal redden(2), u zult moorden(2), zal dopen(2), jullie zullen vinden(2), zij zullen samen bijeenbrengen(1), HIJ zal uitzenden(1), zij zullen haten(1), zullen doden(1), aangetroffen zal worden(1), Hij zal grondig ziften(1), hij zal met de grootste strengheid straffen(1), Hij zal scheiden(1), zal Hij plaatsen(1), zal Hij zitten(1), zal ik aanstellen(1), zal toewijzen(1), ik zal aanstellen(1), hij zal aanstellen(1), zullen zij overleveren(1), zal trouwen met(1), {verwekken}(1), zal verpulverd worden(1), zullen geven(1), zal hij doen(1), zal hij doden(1), zal verhogen(1), zullen jullie doden(1), zal bijeen brengen(1), zullen jullie(1), zal Hij verbranden(1), zullen jullie vervolgen(1), jullie zullen aan een paal hangen(1), zullen jullie geselen(1), wij voorbereidingen zullen treffen(1), zij zullen {geven}(1), zal jullie laten zien(1), zal afbreken(1), Ik zal bouwen(1), zal tegemoet komen(1), zullen samen brengen(1), zal vragen(1), zal Hij uitzenden(1), zal wegrollen(1), zullen vergezellen(1), zij zullen worden(1), zal hij doen terugkeren(1), zij leggen(1), zullen zij wegnemen(1), zullen zij uitwerpen(1), zullen zij spreken(1), Hij zou vinden(1), naar spuwen(1), zullen overreden(1), zullen hebben(1), wij zullen geloven(1), zal ik doen(1), zullen zij dragen(1), Hij zal bijstaan(1), Ik zal doen(1), zou genezen(1), bespotten(1), geselen(1), zullen jullie het kruiden(1), hij zeggen moest(1), zal worden(1), zal het baten(1), zal weiden(1), Ik zal vragen(1), IK zal leggen(1), zal hij bekendmaken(1), Hij zal twisten(1), {eruit} tillen(1), grijpen(1), zal rust geven(1), {heeft}(1), Hij zal luid roepen(1), zal horen(1), u zult terugbetalen(1), zij zal veroordelen(1), zullen moeten geven(1), zal hij plunderen(1), zal Hij uitdoven(1), zullen hoop hebben(1), zal slaan(1), zal dwingen te gaan(1), zullen komen(1), ik zal volgen(1), zal genezen(1), zult u inzicht hebben(1), zullen zeggen(1), zal Ik openlijk verklaren(1), zult u zeggen(1), zal zorgen hebben(1), hij zal haten(1), u zult haten(1), hij zal liefhebben(1), zal hij verachten(1), zullen zij geselen(1), jullie zullen spreken(1), ik zal terugkeren(1), zullen jullie horen(1), Ik zal maken(1), zult u heilige dienst verrichten(1), zullen beërven(1), {moet} ik vergeven(1), u zult vinden(1), {kan} zondigen(1), u zult stelen stelen(1), u zult vals getuigenis afleggen(1), zullen jullie doen(1), hij zal vragen(1), zal ik gegeven(1), zal ik geven(1), zult u eer betonen(1), zal beërven(1), zal onmogelijk zijn(1), u zult {geven}(1), zal uitzenden(1), zij zullen verzamelen(1), Ik zal openen(1), zal ik zeggen(1), zullen jullie kijken(1), wij zullen verzamelen(1), u zult eed breken(1), zullen stralen(1), zal Hij belonen(1), zal herstellen(1), Ik zal gegeven(1), zullen overweldigen(1), zij zullen afscheiden(1), zal ik bouwen(1), u zult op de proef stellen(1)

zetten..
G5087zetten
leggen, plaatsen, toewijzen

V-FAI-3S
ev ww act..
woordvormenkelvoud
werkwoord
actief

(hij/zij/het) zal toewijzen..
gebruikte vertalingen
daar  
 
εκει
ekei
G1563..
gebruikte vertalingendaar(43), {plaats}(1)

daar..
G1563daar

ADV
bw..
woordvormbijwoord

daar..
gebruikte vertalingendaar(43), {plaats}(1)
zal zijn  
 
εσται
estai
G2071..
gebruikte vertalingenzal zijn(31), zal het zijn(6), zullen zijn(6), jullie zullen worden(3), er zullen zijn(3), zullen worden(2), zal zij zijn(2), zal gebeuren(2), Ik zal zijn(2), zal het gaan(2), het zal zijn(2), u zult(1), er zal {ontstaan}(1), zal {hebben}(1), zullen(1), zal hij zijn(1), zal(1), u zult zijn(1), er zal zijn(1), word(1)
 G5704..
gebruikte vertalingenzal zijn(31), zal het zijn(6), zullen zijn(6), jullie zullen worden(3), er zullen zijn(3), zullen worden(2), zal zij zijn(2), zal gebeuren(2), Ik zal zijn(2), zal het gaan(2), het zal zijn(2), u zult(1), er zal {ontstaan}(1), zal {hebben}(1), zullen(1), zal hij zijn(1), zal(1), u zult zijn(1), er zal zijn(1), word(1)

zal zijn..
G2071zal zijn

V-FXI-3S
ev ww -..
woordvormenkelvoud
werkwoord


(hij/zij/het) zal zijn..
gebruikte vertalingenzal zijn(31), zal het zijn(6), zal gebeuren(2), zal het gaan(2), zal zij zijn(2), het zal zijn(2), er zal {ontstaan}(1), zal {hebben}(1), zal hij zijn(1), er zal zijn(1), zal(1)
het  
 
ο
o
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-NSM
m ev lw nom..
woordvormmannelijk
enkelvoud
lidwoord
nominatief

de..
gebruikte vertalingende(552), -(88), die(42), het(39), wie(36), DIE(9), Die(6), wat(4), dat(3), deze(1), {van} de(1), De(1), DE(1)
geween  
 
κλαυθμος
klauthmos
G2805..
gebruikte vertalingengeween(7)

geween..
G2805geween

N-NSM
m ev zn nom..
woordvormmannelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
nominatief

geween..
gebruikte vertalingen
en  
 
και
kai
G2532..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)

en..
G2532en
ook, nu, dan, -, zelfs, {maar}, {toen}, {toch}, {met}, {als}

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

en..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)
het  
 
ο
o
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-NSM
m ev lw nom..
woordvormmannelijk
enkelvoud
lidwoord
nominatief

de..
gebruikte vertalingende(552), -(88), die(42), het(39), wie(36), DIE(9), Die(6), wat(4), dat(3), deze(1), {van} de(1), De(1), DE(1)
geknars  
 
βρυγμος
brugmos
G1030..
gebruikte vertalingengeknars(6)

geknars..
G1030geknars

N-NSM
m ev zn nom..
woordvormmannelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
nominatief

geknars..
gebruikte vertalingen
van de  
 
των
tòn
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-GPM
m mv lw gen..
woordvormmannelijk
meervoud
lidwoord
genetief

(van) de..
gebruikte vertalingenvan de(141), de(80), die(8), van die(7), -(3), voor de(3), onder de(2), van(1), dan de(1)
tanden  
 
οδοντων
odontòn
G3599..
gebruikte vertalingentanden(7), een tand(2)

tand..
G3599tand

N-GPM
m mv zn gen..
woordvormmannelijk
meervoud
zelfstandig-naamwoord
genetief

(van) tanden..
gebruikte vertalingen


Afwijkingen
Er zijn geen afwijkingen in dit vers.

Basisteksten
BZByzantijnse/meerderheidstekst (2000)
NA27Tekst van Nestle-Aland (1993)
TRTextus Receptus (1896)
WHTekst van Westcott-Hort (1881)