Regenboog Bijbel Vertaling


RBVI

Uitleg


hoofdstuk
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   

vers
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   29   30   
31   32   33   34   35   36   37   38   39   40   41   42   43   44   45   46   

HSV
(TR)
Later kwamen ook de andere meisjes, die zeiden: Heer, heer, doe ons open!
NBV
(NA27)
Enige tijd later kwamen ook de andere meisjes. Ze riepen: 'Heer, heer, laat ons binnen!'
NBG51
(N(A))
Later kwamen ook de andere maagden en zeiden: Heer, heer, doe ons open!
NW
(WH)
Later kwamen ook de overige maagden en zeiden: 'Heer, heer, doe ons open!'
RBV
(BZ+)
En later kwamen ook de overige maagden, [en] zij zeiden: 'Heer! Heer! Doe voor ons open.'
RBVI
(BZ+)
later    en    kwamen    ook    de    overige    maagden    zij zeiden    Heer!    Heer!    doe open    voor ons  


later  
 
υστερον
usteron
G5305..
gebruikte vertalingenlater(4), tenslotte(2), laatst(1), hierna(1)

later..
G5305later
tenslotte, hierna

ADV
bw..
woordvormbijwoord

hierna..
gebruikte vertalingenlater(4), tenslotte(2), laatst(1), hierna(1)
en  
 
δε
de
G1161..
gebruikte vertalingenmaar(323), en(204), toen(84), nu(65), ook(9), terwijl(8), -(7), bovendien(5), dan(1)

maar..
G1161maar
en, toen, nu, terwijl, ook, bovendien, -

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

maar..
gebruikte vertalingenmaar(311), en(202), toen(84), nu(64), ook(9), terwijl(8), -(7), bovendien(5), dan(1)
kwamen  
 
ερχονται
erchontai
G2064..
gebruikte vertalingenkwam(30), komt(22), zij kwamen(14), komen(13), kwamen(13), Hij kwam(10), kom(6), is gekomen(6), Ik ben gekomen(5), Hij komt(5), kwam Hij(5), zij kwam(4), gekomen is(4), kwam er(3), er kwam(3), te komen(3), kwam{en}(3), kwamen zij(3), hij komt(3), om te komen(2), komende(2), Hij ging(2), er zullen komen(2), zullen komen(2), gingen(2), laat komen(2), er ontstonden(2), was gekomen(2), bent U gekomen(2), gaan(1), {wordt gehaald}(1), komt Hij(1), gingen zij(1), bleven zij komen(1), het komt(1), was {geworden}(1), er kwamen(1), hij zal komen(1), zijn gekomen(1), gekomen(1), gekomen was(1), {komst}(1), zij gingen(1), Ik gekomen ben(1), wij zijn gekomen(1), komen zou(1), ik ben gekomen(1), gekomen waren(1), was gegaan(1), hij kwam(1), kan komen(1), zijn wij gekomen(1), jullie zijn gekomen(1), die komt(1), kunnen komen(1)
 G5736..
gebruikte vertalingenkan(17), komt(14), kwam(8), zij kwamen(8), kunnen jullie(6), ontvangt(5), wordt(4), Hij kwam(4), kwamen(4), overleggen jullie(3), pleegt overspel(3), kwam Hij(3), Ik kan(3), antwoordt U(3), komen voort(2), vereren zij(2), Ik heb medelijden(2), kunnen wij(2), kunnen(2), het wordt(2), kwamen samen(2), komen(2), kunt U(2), worden(2), ligt(1), Hij ging binnen(1), Hij riep bij Zich(1), het komt(1), ontstond er(1), {wordt gehaald}(1), kan hij(1), aannemen(1), {terecht} komt(1), riep bij Zich(1), er kwam samen(1), U kan(1), kan Hij(1), kan er(1), gingen naar(1), ik weet(1), gebeurt(1), pleegt zij overspel(1), kunnen zij(1), er kwamen(1), kwamen zij(1), U kunt(1), er wordt {gehangen}(1), komen uit(1), komt Hij(1), overdenken(1), zij is door een demon bezeten(1), hij heeft epilepsie(1), gaat uit(1), hij komt(1), komt voort(1), kwamen er naar(1), kwamen naar(1), gaat hij(1), gaat hij heen(1), hij wordt(1), vrezen wij(1), komen er binnen(1), Hij kan(1), zij gingen binnen(1), er kwam(1), overspel pleegt(1), er ontstond(1), hij gaat(1), u kunt(1), plaatsvindt(1), hij kwam(1), kom(1), overlegden(1)

komen..
G2064komen
gaan, onstaan

V-PNI-3P
mv ww med/pas-d..
woordvormmeervoud
werkwoord
medium/passief-deponent

(ZIJ) komen..
gebruikte vertalingenzij kwamen(8), kwamen(4), kwamen zij(1), komen(1), er kwamen(1)
ook  
 
και
kai
G2532..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)

en..
G2532en
ook, nu, dan, -, zelfs, {maar}, {toen}, {toch}, {met}, {als}

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

en..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)
de  
 
αι
ai
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-NPF
v mv lw nom..
woordvormvrouwelijk
meervoud
lidwoord
nominatief

de..
gebruikte vertalingende(43), die(5), -(2), het(1)
overige  
 
λοιπαι
loipai
G3062..
gebruikte vertalingenoverigen(4), overige(1)

overgeblevenen*..
G3062overgeblevenen*
overigen

A-NPF
v mv bn nom..
woordvormvrouwelijk
meervoud
bijvoegelijk-naamwoord
nominatief

..
gebruikte vertalingen
maagden  
 
παρθενοι
parthenoi
G3933..
gebruikte vertalingenmaagden(3), maagd(2), een maagd(1)

maagd..
G3933maagd

N-NPF
v mv zn nom..
woordvormvrouwelijk
meervoud
zelfstandig-naamwoord
nominatief

..
gebruikte vertalingen
zij zeiden  
 
λεγουσαι
legousai
G3004..
gebruikte vertalingenzei(150), zeiden(64), Ik zeg(62), Hij zei(38), zij zeiden(24), zeggen(20), hij zei(14), zei Hij(14), te zeggen(13), zeg(11), zegt(10), wordt genoemd(10), zeg Ik(10), zeiden zij(9), vroegen(7), zij vroegen(4), werd genoemd(4), zij zei(4), zij zeggen(3), zei hij(3), te spreken(2), had gezegd(2), noemt u(2), vroeg(2), ik zeg(2), Hij had gezegd(1), vraagt(1), jullie noemen(1), sprak(1), genoemd werd(1), jullie spreken(1), vertelden(1), noemt(1), heeft gezegd(1), spreekt(1), hij zegt(1), gezegd(1), zegt hij(1), zeggen jullie(1), vraag(1), HIj zei(1), te kunnen zeggen(1), hij vroeg(1), zei{den}(1), u spreekt(1), vroegen zij(1), jullie zeggen(1), Hij vroeg(1), {luidde}(1)
 G5723..
gebruikte vertalingenzei(80), zeiden(45), heeft(11), had(9), zeggen(9), vroegen(7), er waren(6), sprak(6), hoort(5), om op de proef te stellen(5), slapend(5), hij zei(4), aten(4), zij zeiden(4), te hebben(4), zaaier(4), toeziet(3), doet(3), voortbrengt(3), geloven(3), horen(3), Hij liep(3), verkondigde(3), zegt(3), te zeggen(3), uitwerpen(3), bezittingen(3), zeg(3), zagen(2), zij hadden(2), overgebleven(2), toeroepen(2), zou(2), liefheeft(2), begrijpt(2), levende(2), zij onderwijzen(2), kwaadspreekt(2), lopen(2), onrein {maakt}(2), verkopers(2), opbouwt(2), Hij afbreekt(2), schudden(2), {te} werpen(2), spotten(2), toekeken(2), zij volgden(2), jullie hebben(2), eten(2), doopte(2), ging overleveren(2), hij overlevert(2), van levenden(2), onderwijs gaf(2), spreken(2), verkochten(2), heiligt(2), het leest(2), dorst(2), de borst geven(2), zijn(2), afdaalden(2), bouwers(2), vragen(2), zij sterk zijn(2), zoekt(2), zij er zijn(2), leidt(2), zij zochten(2), volgden(2), wil(2), onderwijs gegeven(2), vraagt(2), Hij gaf onderwijs(2), hij verkondigde(2), genas(2), komende(2), riepen(2), roept(2), neerdalen(2), hebben(2), schreeuwen(1), sneed(1), zij horen(1), zij houden vast aan(1), zij hoedden(1), lag te slapen(1), ontkennen jullie autoriteit(1), gezond van verstand(1), geween(1), gejammer(1), gaan(1), hoorden(1), zij kijken(1), beefde(1), gingen(1), stapte(1), samendringen op(1), verzwakt zijn(1), vasten(1), doop(1), {bewakers}(1), onderwijs(1), hij at(1), Hij omhoog kwam(1), licht begon te worden(1), Hij leefde(1), herstellen(1), beproever(1), zij bewaakten(1), om te bedienden(1), waren aan het herstellen(1), met koorts(1), is rein(1), te plukken(1), om te roepen(1), kwam op(1), Hij verder ging(1), brengen(1), Hij verkondigde(1), wierp uit(1), hij smeekte(1), viel op de knielen(1), het groeide(1), overschaduwde(1), overvloed(1), {hebben} geworpen(1), jullie te overleveren(1), uit gevallen(1), zeer verontwaardigd(1), verslinden(1), willen(1), hij had(1), hij stierf(1), discussiëren(1), Hij onderwijs gaf(1), draagt(1), eet(1), bevestigde(1), meewerkte(1), vergezelden(1), zwijgen(1), wachtte op(1), wandelden(1), weenden(1), onderwijs aan het geven(1), zij {vielen}(1), {voorbijganger}(1), treurden(1), zij doden(1), zij afranselden(1), schuim(1), zij renden naar(1), gelooft(1), uitwierp(1), te hebbem(1), ondervroegen(1), bespraken zij(1), weende {om}(1), zij lopen rond(1), stralend(1), in gesprek(1), brachten(1), legde(1), maken jullie los(1), zij voor uit gingen(1), zij kochten(1), rondliep(1), {te bedelen}(1), nemen(1), zij hebben(1), gingen op(1), ging voor uit(1), wilde(1), verzochten zij(1), HIj zei(1), smeekte(1), ik heb(1), vallen(1), vinden(1), spraken(1), gezegd(1), hij zag(1), hij wilde(1), koorst hebben(1), er gegeten(1), liep(1), liepen(1), gegeten(1), omhoog komt(1), vraag(1), bezorgd te zijn(1), hij {kon}(1), vroeg(1), eisten(1), somber(1), klopt(1), zij waren in gesprek waren(1), op de knielen viel(1), doen(1), verzamelen(1), hij drinkt(1), hij eet(1), Hij eet(1), Hij drinkt(1), zwoegen(1), aan een bloedvloeiing leed(1), ging verder(1), spreekt(1), {hen} doden(1), opdrachten te geven(1), zij dragen(1), bijeen brengt(1), zoek(1), zaait(1), zij aan het hoeden waren(1), aanneemt(1), {zaaide}(1), kijken(1), verder ging(1), het leegstaan(1), zij verlangden(1), zij verlangen(1), zien(1), u vast(1), vast(1), verkopen(1), een lange tijd uitbleef(1), naar het buitenland gaat(1), u oogst(1), u brengt bijeen(1), {hen} dronken zijn(1), handelend(1), dronken(1), zij trouwden(1), werden uitgehuwelijkt(1), malen(1), honger(1), welwillend(1), te onderwijzen(1), zeiden zij(1), zij zei(1), {had} over{ge}leverd(1), die verzwakt zijn(1), zij treuren(1), honger hebben(1), dorsten(1), overleveren(1), zij hongeren(1), zij aten(1), kijkt(1), kochten(1), zij vasten(1), liefhebben(1), zuigelingen(1), Hij terugkeerde(1), zei{den}(1), voor uit gingen(1), oordelen(1), op ging(1), zij betoonde eer(1), Hij zei(1), vervolgen(1), zij vroegen(1), doodt(1), stenigt(1), vroegen zij(1), scheidt van(1), doorslikken(1), uitziften(1), was(1), u draagt(1), valselijk beschuldigen(1), haten(1), {luidde}(1)

zeggen..
G3004zeggen
noemen, vragen, spreken, vertellen

V-PAP-NPF
v mv ww act..
woordvormvrouwelijk
meervoud
werkwoord
actief

(WIJ/JULLIE/ZIJ) zeiden..
gebruikte vertalingen
Heer!  
 
κυριε
kurie
G2962..
gebruikte vertalingenHeer!(27), heer(26), Heer(17), JEHOVAH(15), van JEHOVAH(11), HEER(4), heren(2), heer!(2), van heer(1)

heer..
G2962heer
JEHOVAH, meester*

N-VSM
m ev zn..
woordvormmannelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord

heer!..
gebruikte vertalingenHeer!(27), Heer(5), heer(4), heer!(2), HEER(1)
Heer!  
 
κυριε
kurie
G2962..
gebruikte vertalingenHeer!(27), heer(26), Heer(17), JEHOVAH(15), van JEHOVAH(11), HEER(4), heren(2), heer!(2), van heer(1)

heer..
G2962heer
JEHOVAH, meester*

N-VSM
m ev zn..
woordvormmannelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord

heer!..
gebruikte vertalingenHeer!(27), Heer(5), heer(4), heer!(2), HEER(1)
doe open  
 
ανοιξον
anoixon
G455..
gebruikte vertalingenwerden geopend(3), open(1), geopende mogen worden(1), doe open(1), Ik zal openen(1), al opgedaan worden(1), Hij opende(1), er zal opgedaan worden(1), zij openden(1)
 G5657..
gebruikte vertalingenzie(10), wees barmhartig(6), hak af(4), red(4), til op(4), bericht(4), stuur weg(3), toon(3), blijf(2), grijp(2), hoor(2), maak(2), verkoop(2), leg uit(2), ga zitten(2), op nemen(2), heb geduld(2), strek uit(2), profeteer(2), maak gereed(2), hang aan een paal(2), schudt af(2), beërf(1), neem af(1), verkondingen(1), doe open(1), laat hij keren(1), koop(1), maak klaar(1), volg(1), maak discipelen(1), geef bevel(1), maak vol(1), zend(1), vraag(1), laat hij terugkeren(1), help(1), {steek terug}(1), wijs terecht(1), sta toe(1), wees barmhartig!(1), onderzoek(1), verblijf(1), staat toe(1), doe(1), breng voort(1), laat schijnen(1), keer(1), kijk(1), verkonding(1), neem op(1), roep(1), neem(1), nodig uit(1), draag weg(1), houdt u aan(1), doe onderzoek(1), verzamel(1), bind(1), geef opdracht(1), reinig(1)

openen..
G455openen
open doen

V-AAM-2S
ev ww act..
woordvormenkelvoud
werkwoord
actief

(u) ..
gebruikte vertalingen
voor ons  
 
ημιν
èmin
G2254..
gebruikte vertalingenons(16), voor ons(7), wij(3), tot ons(1), met wij(1), met ons(1)

(tot) ons..
G2254(tot) ons
voor ons, wij

P-1DP
mv pn dat..
woordvormmeervoud
persoonlijk-voornaamwoord
datief

(tot) ons..
gebruikte vertalingenons(16), voor ons(7), wij(3), tot ons(1), met wij(1), met ons(1)


Afwijkingen
Er zijn geen afwijkingen in dit vers.

Basisteksten
BZByzantijnse/meerderheidstekst (2000)
NA27Tekst van Nestle-Aland (1993)
TRTextus Receptus (1896)
WHTekst van Westcott-Hort (1881)