Regenboog Bijbel Vertaling


RBVI

Uitleg


hoofdstuk
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   

vers
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   29   30   
31   32   33   34   35   36   37   38   39   40   41   42   43   44   45   46   

HSV
(TR)
Want Ik had honger en u hebt Mij te eten gegeven; Ik had dorst en u hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling en u hebt Mij gastvrij onthaald.
NBV
(NA27)
Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op,
NBG51
(N(A))
Want Ik heb honger geleden en gij hebt Mij te eten gegeven. Ik heb dorst geleden en gij hebt Mij te drinken gegeven, Ik ben een vreemdeling geweest en gij hebt Mij gehuisvest,
NW
(WH)
Want ik werd hongerig en GIJ hebt mij iets te eten gegeven; ik werd dorstig en GIJ hebt mij iets te drinken gegeven. Ik was een vreemde en GIJ hebt mij gastvrij ontvangen;
RBV
(BZ+)
Want Ik had honger en jullie hebben Mij te eten gegeven. Ik had dorst en jullie hebben Mij te drinken gegeven. Ik was een vreemde en jullie hebben Mij ontvangen.
RBVI
(BZ+)
Ik had honger    want    en    jullie hebben gegeven    Mij    te eten    Ik had dorst    en    jullie hebben te drinken gegeven    Mij    een vreemde    Ik was    en    jullie hebben ontvangen    Mij  


Ik had honger  
 
επεινασα
epeinasa
G3983..
gebruikte vertalingenhonger had{den}(2), Ik had honger(2), honger(1), honger hebben(1), krijg Hij honger(1), had Hij honger(1), zij hongeren(1), hadden honger(1), had hij honger(1)
 G5656..
gebruikte vertalingenverwekte(39), kwamen naar(11), volgden(9), Hij genas(9), vroeg(7), volgde(6), sprak(5), zond hij(5), jullie hebben gehoord(5), brak(5), riep(5), vertrok(5), zij haalden op(4), had opgedragen(4), gaf(4), doodden(4), Hij gaf(4), deed(4), zij vroegen(4), zij brachten(4), bouwde(4), zij riepen(3), liet na(3), hij groef(3), zij deden(3), geëindigd had(3), verborg(3), zij berichtten(3), hij zond(3), Hij gaf opdracht(3), ging liggen(3), werden zij zeer verontwaardigd(3), jullie hebben geloofd(3), hij gaf(3), betoonden eer(3), IK welbehagen heb(3), jullie hebben gegeven(2), Ik had dorst(2), jullie hebben gegrepen(2), jullie hebben te drinken gegeven(2), vroegen(2), wilde(2), gaf bevel(2), plaatste(2), gelastte streng(2), Ik had honger(2), zij wilden(2), zonden(2), jullie hebben gedaan(2), Hij deed(2), Hij vroeg(2), Hij vertrok(2), hij kuste teder(2), grepen(2), droegen weg(2), zij maakten klaar(2), hebben jullie gedaan(2), er kwamen naar(2), jullie hebben opgehaald(2), kraaide(2), vroeg de zegen(2), zij leverden over(2), onder één juk heeft samengebracht(2), liet opstaan(2), plantte(2), heeft gedaan(2), heeft gegeven(2), ging hij naar het buitenland(2), zij bespot hadden(2), afkeurden(2), trokken zij uit(2), trokken aan(2), brachten zij(2), kwam tegemoet(2), berichtten(2), zij verwonderden(2), spreidden uit(2), ik heb gewonnen(2), zijn gevolgd(2), zij gaven(2), eunuch zijn(2), heeft toegestaan(2), Hij stond toe(2), u hebt in beheer gegeven(2), Hij maakte(2), Hij ging zitten(2), zij volgden(2), leverde over(2), heeft Hij gedaan(2), heeft Hij gered(2), heeft geprofeteerd(2), honger had{den}(2), smeekten zij(2), waaiden(2), hebben jullie gehoord(2), vroegen zij(2), vertrok Hij(2), Hij gelastte streng(2), hij strekte uit(2), beëindigd had(2), heeft opgedragen(2), verwonderden(2), stortte(2), verwonderden zij(2), vermaande(2), gaf Hij opdracht(2), verliet(2), zij noemden(2), zond uit(2), Hij sprak(2), zonden weg(2), Hij hield voor(2), verstikten(2), te wonen(2), zaaide(2), blies uit(1), grepen vast(1), gestolen hebben(1), {legde}(1), zij hingen aan een paal(1), deden zij(1), gaven zij(1), spuwden zij(1), zij stompten(1), hij legde(1), verwonderde(1), hij uitgehouwen had(1), rolde hij weg(1), uit blies(1), Hij heeft gelasterd(1), heb gedoopt(1), gingen zoeken(1), Hij maakte het duidelijk(1), haalden zij dakbedekking weg(1), {legde vast}(1), kraaide er(1), zij volgen(1), voerden weg(1), bewogen ertoe(1), sloegen zij(1), twijfelden zij(1), riep Hij(1), scheurde(1), hij schreeuwde luid(1), liet vrij(1), een discipel was geworden(1), bracht terug(1), zij hadden gelegd(1), hij liet vrij(1), is gaan zitten(1), deden om(1), kochten(1), zij hadden geloofd(1), overreedden(1), kochten zij(1), geloofden(1), geloofden zij niet(1), zij hadden overgeleverd(1), berichten(1), zond(1), hij rolde(1), weende(1), riep uit(1), wikkelde in(1), doorstak(1), {gaf}(1), Hij verweet(1), waren gevolgd(1), zij brachten aan(1), dwongen zij(1), legde(1), zetten(1), verkondingden(1), u geloofde(1), zij zwachtelde(1), legde neer(1), wikkelde hij in(1), overgeleverd heeft(1), plaatste er omheen(1), stuurde Hij weg(1), zij zetten voor(1), Ik brak(1), hoorden(1), Hij keerde om(1), jullie hebben gemaakt(1), legde Hij(1), zuchtte(1), jullie hebben doorgegeven(1), ranselden af(1), dwong Hij(1), verdeelde Hij(1), zij dachten(1), zij schreeuwden luid(1), zij hadden begrepen(1), sprak Hij(1), liet(1), krijg Hij honger(1), gelastte Hij streng(1), {hebben} achtergelaten(1), verlaten heeft(1), wij verhinderden(1), heeft hij opgetekent(1), werd Hij zeer verontwaardigd(1), heeft gemaakt(1), zag hij weer(1), bezorgde stuiptrekkingen(1), Hij vermaande(1), Hij zond(1), zag(1), zij namen aan(1), zij lieten begaan(1), konden(1), ik heb gebracht(1), onderwezen hadden(1), zij gedaan(1), gedaan(1), was u in staat(1), raakte(1), stond toe(1), barmhartig is(1), worden verkort(1), Hij gedaan had(1), goot uit(1), betoonde eer(1), vermaande Hij(1), Hij gaf aan(1), aan gaf Hij(1), Hij de naam gaf(1), horen(1), had lief(1), het bracht voort(1), het kwam op(1), genas(1), hoorde het(1), hij bracht(1), zij lieten na(1), onthoofdde(1), zij legden(1), heeft geschreven(1), verwonde zij aan het hoofd(1), doodden zij(1), hij vroeg(1), gaf opdracht(1), vastgezet(1), opgepakt(1), heb onthoofd(1), hij had getrouwd(1), hij zwoer(1), geschapen heeft(1), zou verkorten(1), zij veroordeelden(1), overleed(1), zij hebben gehoord(1), hebben verlangd(1), hebben zij gesloten(1), opkwam(1), voortbracht(1), verzamelden(1), kocht(1), hebt u gezaaid(1), hebben zij gehoord(1), kwam het op(1), zouden jullie hebben veroordeeld(1), hadden honger(1), onthult(1), IK gekozen heb(1), welbehagen heeft(1), zij kwamen tot inkeer(1), is gekomen(1), Hij breekt(1), hebben jullie begrepen(1), hoorde(1), bent u gaan twijfelen(1), liep(1), zij schreeuwden(1), eer betoonden(1), ontkennen jullie autoriteit(1), eer betonen(1), zij riep luid(1), heeft geplant(1), dwong(1), volgden zij(1), hij verklaarde(1), zij behaagde(1), gebonden(1), gaf hij bevel(1), onthoofden(1), zij begroeven(1), zij bracht(1), U volledig hebt verborgen(1), hadden zij blijven bestaan(1), Hij riep(1), is opgegaan(1), kwamen(1), vervolgden zij(1), overspel heeft gepleegd(1), sloegen tegen(1), hebben wij gedaan(1), hebben wij geprofeteerd(1), had hij honger(1), heeft gewezen(1), hij kwam nauwkeurig te weten(1), hij {gaf}(1), deed hij(1), brachten(1), trokken zij terug(1), vertrok hij(1), hij nauwkeurig te weten was gekomen(1), heb IK geroepen(1), verwonderde Hij(1), u gelooft(1), geëindigd was(1), maakten zij bekend(1), Hij hield vast(1), hebben geprofeteerd(1), wij hebben op de fluit spelen(1), hadden zij tot inkeer gekomen(1), ze tot inkeer kwamen(1), wij hebben klaagliederen gezonden(1), is overleden(1), verheerlijkten(1), Hij heeft gedragen(1), genas Hij(1), brachten zij bij(1), maakten wakker(1), kwamen toegemoet(1), voer over(1), berichtten zij(1), zij wierpen neer(1), zij verheerlijkten(1), wegnam(1), jullie hebben gewild(1), heb IK willen(1), zou hij wakker zijn geweest(1), zou hebben toegestaan(1), maakten in orde(1), werden zij slaperig(1), heeft aangesteld(1), jullie vermoord hebben(1), jullie laten na(1), doodde(1), behandelden onbeschaamd(1), ik heb bereid(1), stak in brand(1), kwamen er naar(1), zijn gaan zitten(1), had de moed(1), Hij tot zwijgen had gebracht(1), in beheer gaf(1), hij maakte(1), wij hebben gediend(1), hebben wij te drinken geven(1), hebben wij gevoed(1), zij goot uit(1), zij gedaan heeft(1), had gegeven(1), waren jullie instaat(1), deden(1), ik was verzwakt(1), ik heb gewand(1), hij verborg(1), hij verborg volledig(1), won(1), bracht(1), u hebt gezaaid(1), ik heb gezaaid(1), u hebt gewand(1), zond hij uit(1), hij zond uit(1), u smeekte(1), ik heb vergeven(1), duidelijk maken(1), barmhartig ben geweest(1), hij leverde over(1), hebben achtergelaten(1), berispten(1), maakte(1), vergaf(1), hij liet gaan(1), straalde(1), hebben onthuld(1), begrepen zij(1), overschaduwde(1), begrepen(1), hebt u gewonnen(1), was voor(1), ik bracht naar(1), heeft verlaten(1), hij deed(1), hebben geloofd(1), had Hij honger(1), hebben gemaakt(1), heen plaatste(1), hij ging naar het buitenland(1), hield(1), zij ranselden af(1), nabij kwam(1), keerde om(1), zij leggen op(1), u behandeld(1), hebben {gewerkt}(1), veronderstelden zij(1), bent u overeengekomen(1), riepen zij(1), zij naderden(1), konden weer zien(1), trok(1)

honger hebben..
G3983honger hebben
hongeren

V-AAI-1S
ev ww act..
woordvormenkelvoud
werkwoord
actief

(ik) ..
gebruikte vertalingen
want  
 
γαρ
gar
G1063..
gebruikte vertalingenwant(197), toch(3), dan(2), -(1)

want..
G1063want
dan, toch

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

want..
gebruikte vertalingenwant(197), toch(3), dan(2), -(1)
en  
 
και
kai
G2532..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)

en..
G2532en
ook, nu, dan, -, zelfs, {maar}, {toen}, {toch}, {met}, {als}

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

en..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)
jullie hebben gegeven  
 
εδωκατε
edòkate
G1325..
gebruikte vertalingengeef(12), Hij gaf(7), zal geven(6), gaf(6), geven(5), om te geven(5), zal gegeven worden(4), te geven(4), zij gaven(3), hij gaf(3), er zal gegeven worden(3), jullie hebben gegeven(2), zij zullen geven(2), moeten wij betalen(2), heeft gegeven(2), ik zal geven(2), om te {betalen}(2), bracht voort(2), het gegeven is(2), is het gegeven(2), zal ik gegeven(1), werd gegeven(1), te moeten geven(1), het bracht voort(1), u geeft(1), zal ik geven(1), hij had gegeven(1), gegegeven(1), gegeven wordt(1), is gegeven(1), gaven zij(1), het zal gegeven worden(1), gegeven had(1), zal worden gegeven(1), gegeven(1), gegeven zou worden(1), Ik zal gegeven(1), had gegeven(1), gegeven kunnen worden(1), moet geven(1)
 G5656..
gebruikte vertalingenverwekte(39), kwamen naar(11), volgden(9), Hij genas(9), vroeg(7), volgde(6), sprak(5), zond hij(5), jullie hebben gehoord(5), brak(5), riep(5), vertrok(5), zij haalden op(4), had opgedragen(4), gaf(4), doodden(4), Hij gaf(4), deed(4), zij vroegen(4), zij brachten(4), bouwde(4), zij riepen(3), liet na(3), hij groef(3), zij deden(3), geëindigd had(3), verborg(3), zij berichtten(3), hij zond(3), Hij gaf opdracht(3), ging liggen(3), werden zij zeer verontwaardigd(3), jullie hebben geloofd(3), hij gaf(3), betoonden eer(3), IK welbehagen heb(3), jullie hebben gegeven(2), Ik had dorst(2), jullie hebben gegrepen(2), jullie hebben te drinken gegeven(2), vroegen(2), wilde(2), gaf bevel(2), plaatste(2), gelastte streng(2), Ik had honger(2), zij wilden(2), zonden(2), jullie hebben gedaan(2), Hij deed(2), Hij vroeg(2), Hij vertrok(2), hij kuste teder(2), grepen(2), droegen weg(2), zij maakten klaar(2), hebben jullie gedaan(2), er kwamen naar(2), jullie hebben opgehaald(2), kraaide(2), vroeg de zegen(2), zij leverden over(2), onder één juk heeft samengebracht(2), liet opstaan(2), plantte(2), heeft gedaan(2), heeft gegeven(2), ging hij naar het buitenland(2), zij bespot hadden(2), afkeurden(2), trokken zij uit(2), trokken aan(2), brachten zij(2), kwam tegemoet(2), berichtten(2), zij verwonderden(2), spreidden uit(2), ik heb gewonnen(2), zijn gevolgd(2), zij gaven(2), eunuch zijn(2), heeft toegestaan(2), Hij stond toe(2), u hebt in beheer gegeven(2), Hij maakte(2), Hij ging zitten(2), zij volgden(2), leverde over(2), heeft Hij gedaan(2), heeft Hij gered(2), heeft geprofeteerd(2), honger had{den}(2), smeekten zij(2), waaiden(2), hebben jullie gehoord(2), vroegen zij(2), vertrok Hij(2), Hij gelastte streng(2), hij strekte uit(2), beëindigd had(2), heeft opgedragen(2), verwonderden(2), stortte(2), verwonderden zij(2), vermaande(2), gaf Hij opdracht(2), verliet(2), zij noemden(2), zond uit(2), Hij sprak(2), zonden weg(2), Hij hield voor(2), verstikten(2), te wonen(2), zaaide(2), blies uit(1), grepen vast(1), gestolen hebben(1), {legde}(1), zij hingen aan een paal(1), deden zij(1), gaven zij(1), spuwden zij(1), zij stompten(1), hij legde(1), verwonderde(1), hij uitgehouwen had(1), rolde hij weg(1), uit blies(1), Hij heeft gelasterd(1), heb gedoopt(1), gingen zoeken(1), Hij maakte het duidelijk(1), haalden zij dakbedekking weg(1), {legde vast}(1), kraaide er(1), zij volgen(1), voerden weg(1), bewogen ertoe(1), sloegen zij(1), twijfelden zij(1), riep Hij(1), scheurde(1), hij schreeuwde luid(1), liet vrij(1), een discipel was geworden(1), bracht terug(1), zij hadden gelegd(1), hij liet vrij(1), is gaan zitten(1), deden om(1), kochten(1), zij hadden geloofd(1), overreedden(1), kochten zij(1), geloofden(1), geloofden zij niet(1), zij hadden overgeleverd(1), berichten(1), zond(1), hij rolde(1), weende(1), riep uit(1), wikkelde in(1), doorstak(1), {gaf}(1), Hij verweet(1), waren gevolgd(1), zij brachten aan(1), dwongen zij(1), legde(1), zetten(1), verkondingden(1), u geloofde(1), zij zwachtelde(1), legde neer(1), wikkelde hij in(1), overgeleverd heeft(1), plaatste er omheen(1), stuurde Hij weg(1), zij zetten voor(1), Ik brak(1), hoorden(1), Hij keerde om(1), jullie hebben gemaakt(1), legde Hij(1), zuchtte(1), jullie hebben doorgegeven(1), ranselden af(1), dwong Hij(1), verdeelde Hij(1), zij dachten(1), zij schreeuwden luid(1), zij hadden begrepen(1), sprak Hij(1), liet(1), krijg Hij honger(1), gelastte Hij streng(1), {hebben} achtergelaten(1), verlaten heeft(1), wij verhinderden(1), heeft hij opgetekent(1), werd Hij zeer verontwaardigd(1), heeft gemaakt(1), zag hij weer(1), bezorgde stuiptrekkingen(1), Hij vermaande(1), Hij zond(1), zag(1), zij namen aan(1), zij lieten begaan(1), konden(1), ik heb gebracht(1), onderwezen hadden(1), zij gedaan(1), gedaan(1), was u in staat(1), raakte(1), stond toe(1), barmhartig is(1), worden verkort(1), Hij gedaan had(1), goot uit(1), betoonde eer(1), vermaande Hij(1), Hij gaf aan(1), aan gaf Hij(1), Hij de naam gaf(1), horen(1), had lief(1), het bracht voort(1), het kwam op(1), genas(1), hoorde het(1), hij bracht(1), zij lieten na(1), onthoofdde(1), zij legden(1), heeft geschreven(1), verwonde zij aan het hoofd(1), doodden zij(1), hij vroeg(1), gaf opdracht(1), vastgezet(1), opgepakt(1), heb onthoofd(1), hij had getrouwd(1), hij zwoer(1), geschapen heeft(1), zou verkorten(1), zij veroordeelden(1), overleed(1), zij hebben gehoord(1), hebben verlangd(1), hebben zij gesloten(1), opkwam(1), voortbracht(1), verzamelden(1), kocht(1), hebt u gezaaid(1), hebben zij gehoord(1), kwam het op(1), zouden jullie hebben veroordeeld(1), hadden honger(1), onthult(1), IK gekozen heb(1), welbehagen heeft(1), zij kwamen tot inkeer(1), is gekomen(1), Hij breekt(1), hebben jullie begrepen(1), hoorde(1), bent u gaan twijfelen(1), liep(1), zij schreeuwden(1), eer betoonden(1), ontkennen jullie autoriteit(1), eer betonen(1), zij riep luid(1), heeft geplant(1), dwong(1), volgden zij(1), hij verklaarde(1), zij behaagde(1), gebonden(1), gaf hij bevel(1), onthoofden(1), zij begroeven(1), zij bracht(1), U volledig hebt verborgen(1), hadden zij blijven bestaan(1), Hij riep(1), is opgegaan(1), kwamen(1), vervolgden zij(1), overspel heeft gepleegd(1), sloegen tegen(1), hebben wij gedaan(1), hebben wij geprofeteerd(1), had hij honger(1), heeft gewezen(1), hij kwam nauwkeurig te weten(1), hij {gaf}(1), deed hij(1), brachten(1), trokken zij terug(1), vertrok hij(1), hij nauwkeurig te weten was gekomen(1), heb IK geroepen(1), verwonderde Hij(1), u gelooft(1), geëindigd was(1), maakten zij bekend(1), Hij hield vast(1), hebben geprofeteerd(1), wij hebben op de fluit spelen(1), hadden zij tot inkeer gekomen(1), ze tot inkeer kwamen(1), wij hebben klaagliederen gezonden(1), is overleden(1), verheerlijkten(1), Hij heeft gedragen(1), genas Hij(1), brachten zij bij(1), maakten wakker(1), kwamen toegemoet(1), voer over(1), berichtten zij(1), zij wierpen neer(1), zij verheerlijkten(1), wegnam(1), jullie hebben gewild(1), heb IK willen(1), zou hij wakker zijn geweest(1), zou hebben toegestaan(1), maakten in orde(1), werden zij slaperig(1), heeft aangesteld(1), jullie vermoord hebben(1), jullie laten na(1), doodde(1), behandelden onbeschaamd(1), ik heb bereid(1), stak in brand(1), kwamen er naar(1), zijn gaan zitten(1), had de moed(1), Hij tot zwijgen had gebracht(1), in beheer gaf(1), hij maakte(1), wij hebben gediend(1), hebben wij te drinken geven(1), hebben wij gevoed(1), zij goot uit(1), zij gedaan heeft(1), had gegeven(1), waren jullie instaat(1), deden(1), ik was verzwakt(1), ik heb gewand(1), hij verborg(1), hij verborg volledig(1), won(1), bracht(1), u hebt gezaaid(1), ik heb gezaaid(1), u hebt gewand(1), zond hij uit(1), hij zond uit(1), u smeekte(1), ik heb vergeven(1), duidelijk maken(1), barmhartig ben geweest(1), hij leverde over(1), hebben achtergelaten(1), berispten(1), maakte(1), vergaf(1), hij liet gaan(1), straalde(1), hebben onthuld(1), begrepen zij(1), overschaduwde(1), begrepen(1), hebt u gewonnen(1), was voor(1), ik bracht naar(1), heeft verlaten(1), hij deed(1), hebben geloofd(1), had Hij honger(1), hebben gemaakt(1), heen plaatste(1), hij ging naar het buitenland(1), hield(1), zij ranselden af(1), nabij kwam(1), keerde om(1), zij leggen op(1), u behandeld(1), hebben {gewerkt}(1), veronderstelden zij(1), bent u overeengekomen(1), riepen zij(1), zij naderden(1), konden weer zien(1), trok(1)

geven..
G1325geven
voortbrengen

V-AAI-2P
mv ww act..
woordvormmeervoud
werkwoord
actief

(JULLIE) ..
gebruikte vertalingen
Mij  
 
μοι
moi
G3427..
gebruikte vertalingenMij(17), mij(12), bij Mij(3), aan Mij(2), tot Mij(2), {van} mij(1), met mij(1), tot MIJ(1), aan mij(1)

mij..
G3427mij
tot mij, aan mij, met mij

P-1DS
ev pn dat..
woordvormenkelvoud
persoonlijk-voornaamwoord
datief

(tot) mij..
gebruikte vertalingenMij(17), mij(12), bij Mij(3), aan Mij(2), tot Mij(2), {van} mij(1), met mij(1), tot MIJ(1), aan mij(1)
te eten  
 
φαγειν
phagein
G5315..
gebruikte vertalingente eten(11), om te eten(4), zij aten(4), eet(3), at(2), gegeten hadden(1), Ik kan eten(1), gegeten(1), zij konden eten(1), eten(1), kunnen we eten(1), jullie eten(1)
 G5629..
gebruikte vertalingenbinnen te komen(7), te eten(6), om te zien(6), komen(4), om te geven(4), om te eten(4), te geven(3), drinken(3), te nemen(3), komt(3), te komen(3), te werpen(2), te gaan zitten(2), uitwerpen(2), om te stappen(2), om te grijpen(2), om te komen(2), voorbij gaan(2), om te zeggen(2), gaan(2), te drinken(2), geven(2), te zeggen(2), {om te brengen}(2), binnenkomen(2), om te {betalen}(2), zij konden eten(1), kon binnengaan(1), om te werpen(1), om te weg gaan(1), uitgaan(1), opstaan(1), om binnen te komen(1), samen sterven(1), voort zou brengen(1), eraf halen(1), zou opstaan(1), zou lijden(1), te weten zou komen(1), sterven(1), onopgemerkt blijven(1), zij moesten voorzetten(1), mee te nemen(1), te kennen(1), gevonden(1), om te halen(1), te gaan(1), weg te gaan(1), om te gaan(1), toevoegen(1), om tenemen(1), om mee te nemen(1), heen te gaan(1), om te ontkomen(1), bied tegenstand(1), zien(1), om te kennen(1), door te gaan(1), om in ontvangst te nemen(1), om binnen tekomen(1), samen bijeen brengen(1), terug betalen(1), samen gekomen waren(1), {zij} weggaan(1), eten(1), zou moeten lijden(1), {storten}(1)

eten..
G5315eten

V-2AAN
ww act..
woordvormwerkwoord
actief

te eten..
gebruikte vertalingente eten(6), om te eten(4), zij konden eten(1), eten(1)
Ik had dorst  
 
εδιψησα
edipsèsa
G1372..
gebruikte vertalingendorst(2), Ik had dorst(2), dorsten(1)
 G5656..
gebruikte vertalingenverwekte(39), kwamen naar(11), volgden(9), Hij genas(9), vroeg(7), volgde(6), sprak(5), zond hij(5), jullie hebben gehoord(5), brak(5), riep(5), vertrok(5), zij haalden op(4), had opgedragen(4), gaf(4), doodden(4), Hij gaf(4), deed(4), zij vroegen(4), zij brachten(4), bouwde(4), zij riepen(3), liet na(3), hij groef(3), zij deden(3), geëindigd had(3), verborg(3), zij berichtten(3), hij zond(3), Hij gaf opdracht(3), ging liggen(3), werden zij zeer verontwaardigd(3), jullie hebben geloofd(3), hij gaf(3), betoonden eer(3), IK welbehagen heb(3), jullie hebben gegeven(2), Ik had dorst(2), jullie hebben gegrepen(2), jullie hebben te drinken gegeven(2), vroegen(2), wilde(2), gaf bevel(2), plaatste(2), gelastte streng(2), Ik had honger(2), zij wilden(2), zonden(2), jullie hebben gedaan(2), Hij deed(2), Hij vroeg(2), Hij vertrok(2), hij kuste teder(2), grepen(2), droegen weg(2), zij maakten klaar(2), hebben jullie gedaan(2), er kwamen naar(2), jullie hebben opgehaald(2), kraaide(2), vroeg de zegen(2), zij leverden over(2), onder één juk heeft samengebracht(2), liet opstaan(2), plantte(2), heeft gedaan(2), heeft gegeven(2), ging hij naar het buitenland(2), zij bespot hadden(2), afkeurden(2), trokken zij uit(2), trokken aan(2), brachten zij(2), kwam tegemoet(2), berichtten(2), zij verwonderden(2), spreidden uit(2), ik heb gewonnen(2), zijn gevolgd(2), zij gaven(2), eunuch zijn(2), heeft toegestaan(2), Hij stond toe(2), u hebt in beheer gegeven(2), Hij maakte(2), Hij ging zitten(2), zij volgden(2), leverde over(2), heeft Hij gedaan(2), heeft Hij gered(2), heeft geprofeteerd(2), honger had{den}(2), smeekten zij(2), waaiden(2), hebben jullie gehoord(2), vroegen zij(2), vertrok Hij(2), Hij gelastte streng(2), hij strekte uit(2), beëindigd had(2), heeft opgedragen(2), verwonderden(2), stortte(2), verwonderden zij(2), vermaande(2), gaf Hij opdracht(2), verliet(2), zij noemden(2), zond uit(2), Hij sprak(2), zonden weg(2), Hij hield voor(2), verstikten(2), te wonen(2), zaaide(2), blies uit(1), grepen vast(1), gestolen hebben(1), {legde}(1), zij hingen aan een paal(1), deden zij(1), gaven zij(1), spuwden zij(1), zij stompten(1), hij legde(1), verwonderde(1), hij uitgehouwen had(1), rolde hij weg(1), uit blies(1), Hij heeft gelasterd(1), heb gedoopt(1), gingen zoeken(1), Hij maakte het duidelijk(1), haalden zij dakbedekking weg(1), {legde vast}(1), kraaide er(1), zij volgen(1), voerden weg(1), bewogen ertoe(1), sloegen zij(1), twijfelden zij(1), riep Hij(1), scheurde(1), hij schreeuwde luid(1), liet vrij(1), een discipel was geworden(1), bracht terug(1), zij hadden gelegd(1), hij liet vrij(1), is gaan zitten(1), deden om(1), kochten(1), zij hadden geloofd(1), overreedden(1), kochten zij(1), geloofden(1), geloofden zij niet(1), zij hadden overgeleverd(1), berichten(1), zond(1), hij rolde(1), weende(1), riep uit(1), wikkelde in(1), doorstak(1), {gaf}(1), Hij verweet(1), waren gevolgd(1), zij brachten aan(1), dwongen zij(1), legde(1), zetten(1), verkondingden(1), u geloofde(1), zij zwachtelde(1), legde neer(1), wikkelde hij in(1), overgeleverd heeft(1), plaatste er omheen(1), stuurde Hij weg(1), zij zetten voor(1), Ik brak(1), hoorden(1), Hij keerde om(1), jullie hebben gemaakt(1), legde Hij(1), zuchtte(1), jullie hebben doorgegeven(1), ranselden af(1), dwong Hij(1), verdeelde Hij(1), zij dachten(1), zij schreeuwden luid(1), zij hadden begrepen(1), sprak Hij(1), liet(1), krijg Hij honger(1), gelastte Hij streng(1), {hebben} achtergelaten(1), verlaten heeft(1), wij verhinderden(1), heeft hij opgetekent(1), werd Hij zeer verontwaardigd(1), heeft gemaakt(1), zag hij weer(1), bezorgde stuiptrekkingen(1), Hij vermaande(1), Hij zond(1), zag(1), zij namen aan(1), zij lieten begaan(1), konden(1), ik heb gebracht(1), onderwezen hadden(1), zij gedaan(1), gedaan(1), was u in staat(1), raakte(1), stond toe(1), barmhartig is(1), worden verkort(1), Hij gedaan had(1), goot uit(1), betoonde eer(1), vermaande Hij(1), Hij gaf aan(1), aan gaf Hij(1), Hij de naam gaf(1), horen(1), had lief(1), het bracht voort(1), het kwam op(1), genas(1), hoorde het(1), hij bracht(1), zij lieten na(1), onthoofdde(1), zij legden(1), heeft geschreven(1), verwonde zij aan het hoofd(1), doodden zij(1), hij vroeg(1), gaf opdracht(1), vastgezet(1), opgepakt(1), heb onthoofd(1), hij had getrouwd(1), hij zwoer(1), geschapen heeft(1), zou verkorten(1), zij veroordeelden(1), overleed(1), zij hebben gehoord(1), hebben verlangd(1), hebben zij gesloten(1), opkwam(1), voortbracht(1), verzamelden(1), kocht(1), hebt u gezaaid(1), hebben zij gehoord(1), kwam het op(1), zouden jullie hebben veroordeeld(1), hadden honger(1), onthult(1), IK gekozen heb(1), welbehagen heeft(1), zij kwamen tot inkeer(1), is gekomen(1), Hij breekt(1), hebben jullie begrepen(1), hoorde(1), bent u gaan twijfelen(1), liep(1), zij schreeuwden(1), eer betoonden(1), ontkennen jullie autoriteit(1), eer betonen(1), zij riep luid(1), heeft geplant(1), dwong(1), volgden zij(1), hij verklaarde(1), zij behaagde(1), gebonden(1), gaf hij bevel(1), onthoofden(1), zij begroeven(1), zij bracht(1), U volledig hebt verborgen(1), hadden zij blijven bestaan(1), Hij riep(1), is opgegaan(1), kwamen(1), vervolgden zij(1), overspel heeft gepleegd(1), sloegen tegen(1), hebben wij gedaan(1), hebben wij geprofeteerd(1), had hij honger(1), heeft gewezen(1), hij kwam nauwkeurig te weten(1), hij {gaf}(1), deed hij(1), brachten(1), trokken zij terug(1), vertrok hij(1), hij nauwkeurig te weten was gekomen(1), heb IK geroepen(1), verwonderde Hij(1), u gelooft(1), geëindigd was(1), maakten zij bekend(1), Hij hield vast(1), hebben geprofeteerd(1), wij hebben op de fluit spelen(1), hadden zij tot inkeer gekomen(1), ze tot inkeer kwamen(1), wij hebben klaagliederen gezonden(1), is overleden(1), verheerlijkten(1), Hij heeft gedragen(1), genas Hij(1), brachten zij bij(1), maakten wakker(1), kwamen toegemoet(1), voer over(1), berichtten zij(1), zij wierpen neer(1), zij verheerlijkten(1), wegnam(1), jullie hebben gewild(1), heb IK willen(1), zou hij wakker zijn geweest(1), zou hebben toegestaan(1), maakten in orde(1), werden zij slaperig(1), heeft aangesteld(1), jullie vermoord hebben(1), jullie laten na(1), doodde(1), behandelden onbeschaamd(1), ik heb bereid(1), stak in brand(1), kwamen er naar(1), zijn gaan zitten(1), had de moed(1), Hij tot zwijgen had gebracht(1), in beheer gaf(1), hij maakte(1), wij hebben gediend(1), hebben wij te drinken geven(1), hebben wij gevoed(1), zij goot uit(1), zij gedaan heeft(1), had gegeven(1), waren jullie instaat(1), deden(1), ik was verzwakt(1), ik heb gewand(1), hij verborg(1), hij verborg volledig(1), won(1), bracht(1), u hebt gezaaid(1), ik heb gezaaid(1), u hebt gewand(1), zond hij uit(1), hij zond uit(1), u smeekte(1), ik heb vergeven(1), duidelijk maken(1), barmhartig ben geweest(1), hij leverde over(1), hebben achtergelaten(1), berispten(1), maakte(1), vergaf(1), hij liet gaan(1), straalde(1), hebben onthuld(1), begrepen zij(1), overschaduwde(1), begrepen(1), hebt u gewonnen(1), was voor(1), ik bracht naar(1), heeft verlaten(1), hij deed(1), hebben geloofd(1), had Hij honger(1), hebben gemaakt(1), heen plaatste(1), hij ging naar het buitenland(1), hield(1), zij ranselden af(1), nabij kwam(1), keerde om(1), zij leggen op(1), u behandeld(1), hebben {gewerkt}(1), veronderstelden zij(1), bent u overeengekomen(1), riepen zij(1), zij naderden(1), konden weer zien(1), trok(1)

dorsten ..
G1372dorsten
dorst hebben

V-AAI-1S
ev ww act..
woordvormenkelvoud
werkwoord
actief

(ik) ..
gebruikte vertalingen
en  
 
και
kai
G2532..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)

en..
G2532en
ook, nu, dan, -, zelfs, {maar}, {toen}, {toch}, {met}, {als}

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

en..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)
jullie hebben te drinken gegeven  
 
εποτισατε
epotisate
G4222..
gebruikte vertalingengaf te drinken(2), jullie hebben te drinken gegeven(2), te drinken geeft(2), hebben wij te drinken geven(1)
 G5656..
gebruikte vertalingenverwekte(39), kwamen naar(11), volgden(9), Hij genas(9), vroeg(7), volgde(6), sprak(5), zond hij(5), jullie hebben gehoord(5), brak(5), riep(5), vertrok(5), zij haalden op(4), had opgedragen(4), gaf(4), doodden(4), Hij gaf(4), deed(4), zij vroegen(4), zij brachten(4), bouwde(4), zij riepen(3), liet na(3), hij groef(3), zij deden(3), geëindigd had(3), verborg(3), zij berichtten(3), hij zond(3), Hij gaf opdracht(3), ging liggen(3), werden zij zeer verontwaardigd(3), jullie hebben geloofd(3), hij gaf(3), betoonden eer(3), IK welbehagen heb(3), jullie hebben gegeven(2), Ik had dorst(2), jullie hebben gegrepen(2), jullie hebben te drinken gegeven(2), vroegen(2), wilde(2), gaf bevel(2), plaatste(2), gelastte streng(2), Ik had honger(2), zij wilden(2), zonden(2), jullie hebben gedaan(2), Hij deed(2), Hij vroeg(2), Hij vertrok(2), hij kuste teder(2), grepen(2), droegen weg(2), zij maakten klaar(2), hebben jullie gedaan(2), er kwamen naar(2), jullie hebben opgehaald(2), kraaide(2), vroeg de zegen(2), zij leverden over(2), onder één juk heeft samengebracht(2), liet opstaan(2), plantte(2), heeft gedaan(2), heeft gegeven(2), ging hij naar het buitenland(2), zij bespot hadden(2), afkeurden(2), trokken zij uit(2), trokken aan(2), brachten zij(2), kwam tegemoet(2), berichtten(2), zij verwonderden(2), spreidden uit(2), ik heb gewonnen(2), zijn gevolgd(2), zij gaven(2), eunuch zijn(2), heeft toegestaan(2), Hij stond toe(2), u hebt in beheer gegeven(2), Hij maakte(2), Hij ging zitten(2), zij volgden(2), leverde over(2), heeft Hij gedaan(2), heeft Hij gered(2), heeft geprofeteerd(2), honger had{den}(2), smeekten zij(2), waaiden(2), hebben jullie gehoord(2), vroegen zij(2), vertrok Hij(2), Hij gelastte streng(2), hij strekte uit(2), beëindigd had(2), heeft opgedragen(2), verwonderden(2), stortte(2), verwonderden zij(2), vermaande(2), gaf Hij opdracht(2), verliet(2), zij noemden(2), zond uit(2), Hij sprak(2), zonden weg(2), Hij hield voor(2), verstikten(2), te wonen(2), zaaide(2), blies uit(1), grepen vast(1), gestolen hebben(1), {legde}(1), zij hingen aan een paal(1), deden zij(1), gaven zij(1), spuwden zij(1), zij stompten(1), hij legde(1), verwonderde(1), hij uitgehouwen had(1), rolde hij weg(1), uit blies(1), Hij heeft gelasterd(1), heb gedoopt(1), gingen zoeken(1), Hij maakte het duidelijk(1), haalden zij dakbedekking weg(1), {legde vast}(1), kraaide er(1), zij volgen(1), voerden weg(1), bewogen ertoe(1), sloegen zij(1), twijfelden zij(1), riep Hij(1), scheurde(1), hij schreeuwde luid(1), liet vrij(1), een discipel was geworden(1), bracht terug(1), zij hadden gelegd(1), hij liet vrij(1), is gaan zitten(1), deden om(1), kochten(1), zij hadden geloofd(1), overreedden(1), kochten zij(1), geloofden(1), geloofden zij niet(1), zij hadden overgeleverd(1), berichten(1), zond(1), hij rolde(1), weende(1), riep uit(1), wikkelde in(1), doorstak(1), {gaf}(1), Hij verweet(1), waren gevolgd(1), zij brachten aan(1), dwongen zij(1), legde(1), zetten(1), verkondingden(1), u geloofde(1), zij zwachtelde(1), legde neer(1), wikkelde hij in(1), overgeleverd heeft(1), plaatste er omheen(1), stuurde Hij weg(1), zij zetten voor(1), Ik brak(1), hoorden(1), Hij keerde om(1), jullie hebben gemaakt(1), legde Hij(1), zuchtte(1), jullie hebben doorgegeven(1), ranselden af(1), dwong Hij(1), verdeelde Hij(1), zij dachten(1), zij schreeuwden luid(1), zij hadden begrepen(1), sprak Hij(1), liet(1), krijg Hij honger(1), gelastte Hij streng(1), {hebben} achtergelaten(1), verlaten heeft(1), wij verhinderden(1), heeft hij opgetekent(1), werd Hij zeer verontwaardigd(1), heeft gemaakt(1), zag hij weer(1), bezorgde stuiptrekkingen(1), Hij vermaande(1), Hij zond(1), zag(1), zij namen aan(1), zij lieten begaan(1), konden(1), ik heb gebracht(1), onderwezen hadden(1), zij gedaan(1), gedaan(1), was u in staat(1), raakte(1), stond toe(1), barmhartig is(1), worden verkort(1), Hij gedaan had(1), goot uit(1), betoonde eer(1), vermaande Hij(1), Hij gaf aan(1), aan gaf Hij(1), Hij de naam gaf(1), horen(1), had lief(1), het bracht voort(1), het kwam op(1), genas(1), hoorde het(1), hij bracht(1), zij lieten na(1), onthoofdde(1), zij legden(1), heeft geschreven(1), verwonde zij aan het hoofd(1), doodden zij(1), hij vroeg(1), gaf opdracht(1), vastgezet(1), opgepakt(1), heb onthoofd(1), hij had getrouwd(1), hij zwoer(1), geschapen heeft(1), zou verkorten(1), zij veroordeelden(1), overleed(1), zij hebben gehoord(1), hebben verlangd(1), hebben zij gesloten(1), opkwam(1), voortbracht(1), verzamelden(1), kocht(1), hebt u gezaaid(1), hebben zij gehoord(1), kwam het op(1), zouden jullie hebben veroordeeld(1), hadden honger(1), onthult(1), IK gekozen heb(1), welbehagen heeft(1), zij kwamen tot inkeer(1), is gekomen(1), Hij breekt(1), hebben jullie begrepen(1), hoorde(1), bent u gaan twijfelen(1), liep(1), zij schreeuwden(1), eer betoonden(1), ontkennen jullie autoriteit(1), eer betonen(1), zij riep luid(1), heeft geplant(1), dwong(1), volgden zij(1), hij verklaarde(1), zij behaagde(1), gebonden(1), gaf hij bevel(1), onthoofden(1), zij begroeven(1), zij bracht(1), U volledig hebt verborgen(1), hadden zij blijven bestaan(1), Hij riep(1), is opgegaan(1), kwamen(1), vervolgden zij(1), overspel heeft gepleegd(1), sloegen tegen(1), hebben wij gedaan(1), hebben wij geprofeteerd(1), had hij honger(1), heeft gewezen(1), hij kwam nauwkeurig te weten(1), hij {gaf}(1), deed hij(1), brachten(1), trokken zij terug(1), vertrok hij(1), hij nauwkeurig te weten was gekomen(1), heb IK geroepen(1), verwonderde Hij(1), u gelooft(1), geëindigd was(1), maakten zij bekend(1), Hij hield vast(1), hebben geprofeteerd(1), wij hebben op de fluit spelen(1), hadden zij tot inkeer gekomen(1), ze tot inkeer kwamen(1), wij hebben klaagliederen gezonden(1), is overleden(1), verheerlijkten(1), Hij heeft gedragen(1), genas Hij(1), brachten zij bij(1), maakten wakker(1), kwamen toegemoet(1), voer over(1), berichtten zij(1), zij wierpen neer(1), zij verheerlijkten(1), wegnam(1), jullie hebben gewild(1), heb IK willen(1), zou hij wakker zijn geweest(1), zou hebben toegestaan(1), maakten in orde(1), werden zij slaperig(1), heeft aangesteld(1), jullie vermoord hebben(1), jullie laten na(1), doodde(1), behandelden onbeschaamd(1), ik heb bereid(1), stak in brand(1), kwamen er naar(1), zijn gaan zitten(1), had de moed(1), Hij tot zwijgen had gebracht(1), in beheer gaf(1), hij maakte(1), wij hebben gediend(1), hebben wij te drinken geven(1), hebben wij gevoed(1), zij goot uit(1), zij gedaan heeft(1), had gegeven(1), waren jullie instaat(1), deden(1), ik was verzwakt(1), ik heb gewand(1), hij verborg(1), hij verborg volledig(1), won(1), bracht(1), u hebt gezaaid(1), ik heb gezaaid(1), u hebt gewand(1), zond hij uit(1), hij zond uit(1), u smeekte(1), ik heb vergeven(1), duidelijk maken(1), barmhartig ben geweest(1), hij leverde over(1), hebben achtergelaten(1), berispten(1), maakte(1), vergaf(1), hij liet gaan(1), straalde(1), hebben onthuld(1), begrepen zij(1), overschaduwde(1), begrepen(1), hebt u gewonnen(1), was voor(1), ik bracht naar(1), heeft verlaten(1), hij deed(1), hebben geloofd(1), had Hij honger(1), hebben gemaakt(1), heen plaatste(1), hij ging naar het buitenland(1), hield(1), zij ranselden af(1), nabij kwam(1), keerde om(1), zij leggen op(1), u behandeld(1), hebben {gewerkt}(1), veronderstelden zij(1), bent u overeengekomen(1), riepen zij(1), zij naderden(1), konden weer zien(1), trok(1)

te drinken geven..
G4222te drinken geven

V-AAI-2P
mv ww act..
woordvormmeervoud
werkwoord
actief

(JULLIE) ..
gebruikte vertalingen
Mij  
 
με
me
G3165..
gebruikte vertalingenMij(40), mij(11), Ik(7), MIJ(4), ik(2), van Mij(1)

mij..
G3165mij
ik

P-1AS
ev pn acc..
woordvormenkelvoud
persoonlijk-voornaamwoord
acusatief

mij..
gebruikte vertalingenMij(40), mij(11), Ik(7), MIJ(4), ik(2), van Mij(1)
een vreemde  
 
ξενος
xenos
G3581..
gebruikte vertalingeneen vreemde(4), vreemden(1)

vreemde..
G3581vreemde

A-NSM
m ev bn nom..
woordvormmannelijk
enkelvoud
bijvoegelijk-naamwoord
nominatief

vreemde..
gebruikte vertalingen
Ik was  
 
ημην
èmèn
G2252..
gebruikte vertalingenIk was(3), was Ik(1)
 G5713..
gebruikte vertalingenwas(26), verklaarde(14), zij waren(10), waren(8), -(6), Hij was(6), er was(6), hij was(5), Ik was(3), het was(3), er waren(3), zou zijn geweest(2), u bent geweest(2), waren er(2), hadden(2), Hij had(2), was het(2), {werd}(2), had{den}(2), zij was(1), {kwam}(1), {kwamen}(1), was Ik(1), was geweest(1), Hij verklaarde(1), wij hadden {geleefd}(1), er hadden(1), wij waren geweest(1), was Hij(1), {bleef}(1), hij verklaarde(1), {hielden}(1)

was..
G2252was

V-IXI-1S
ev ww -..
woordvormenkelvoud
werkwoord


(ik) was..
gebruikte vertalingenIk was(3), was Ik(1)
en  
 
και
kai
G2532..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)

en..
G2532en
ook, nu, dan, -, zelfs, {maar}, {toen}, {toch}, {met}, {als}

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

en..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)
jullie hebben ontvangen  
 
συνηγαγετε
sunègagete
G4863..
gebruikte vertalingenkwamen bijeen(6), bijeen waren gekomen(3), zij brachten bijeen(2), jullie hebben ontvangen(2), kwam bijeen(2), u brengt bijeen(1), zij bijeen waren gekomen(1), ik bijeen breng(1), zullen bijeen komen(1), zal gebracht worden(1), hebben wij ontvangen(1), kwamen zij bijeen(1), ze brengen bijeen(1), zal bijeen brengen(1), bijeen brengt(1), breng bijeen(1), bijeengekomen(1), bijeenbracht(1), hij bijeen had laten brengen(1)
 G5627..
gebruikte vertalingenzei(133), Hij zei(21), kwam(16), zij zeiden(13), zeiden(12), hebben jullie gelezen(9), viel(8), heeft gezegd(7), zag Hij(7), is gekomen(6), zei Hij(6), ging(6), Ik ben gekomen(5), gingen(5), kwamen(5), zijn jullie uitgegaan(5), zeiden zij(5), zij namen(4), zij aten(4), hij zei(4), Hij ging(4), zij zagen(4), nam(3), Hij vertrok(3), zij kwamen(3), jullie hebben ontvangen(3), is dood(3), Hij wierp uit(3), vluchten(3), hij binnenkwam(3), Hij kwam(3), ging uit(3), Hij zag(3), voerden weg(3), hij zag(3), vroegen(3), gingen zij(3), ging voort(3), viel neer(3), kwam er naar(3), kwam{en}(3), Hij had gezegd(2), jullie hebben opgehaald(2), zij zei(2), zagen zij(2), ging hij weg(2), gekomen is(2), zij brachten(2), kwam binnen(2), zij brachten bijeen(2), hebt U verlaten(2), zij wierpen(2), zij voerden weg(2), kwam er(2), Hij heeft gezegd(2), ging Hij(2), vond Hij(2), ik heb gezegd(2), vluchten weg(2), viel Hij neer(2), vertrok(2), gingen zij weg(2), wierpen(2), zij vonden(2), stierf(2), hebt gezegd(2), hebben wij gezien(2), jullie hebben gekleed(2), hij ging(2), zag hij(2), hielden(2), er ontstonden(2), kwamen op(2), bent U gekomen(2), zij gingen(2), ging Hij op(2), at{en} op(2), ging weg(2), at(2), wij hebben gezien(2), zij hadden gezien(2), nam mee(2), zei hij(2), het stortte in(2), zij had voortgebracht(2), kwam Hij(2), zagen(1), kwamen zij(1), zij stonden versteld(1), herkenden(1), zij gingen zitten(1), Hij {klom} omhoog(1), zij aangenomen hebben(1), wij zijn gekomen(1), zij kwamen samen(1), kwamen eerder(1), ze liepen gezamelijk snel(1), wierp neer(1), zond Hij weg(1), kwam Hij binnen(1), het was(1), {verdween}(1), vertrok vandaar(1), liepen zij snel(1), onderging(1), Hij kwam binnen(1), Hij is uitzinnig(1), zij merkte(1), Hij was binnengekomen(1), vertelde(1), hij ging heen(1), er kwamen(1), opstaat(1), rende hij(1), stond zij op(1), hij heeft geworpen(1), {voorbereiding}(1), zij dronken(1), sloegen zij(1), heeft(1), heeft er {in} geworpen(1), zij wierp er {in}(1), zij hebben er {in} geworpen(1), hieuw af(1), vluchtte weg(1), te gaan(1), Hij dood was(1), overviel(1), Hij nam(1), gezegd had(1), grepen(1), hij vertrok naar(1), zegt U(1), hebben gehad(1), ging hij uit(1), hij gestorven was(1), hij stond op(1), te staan(1), er kwam(1), {stak}(1), bracht(1), Hij(1), hebben gezien(1), vertrokken(1), hij stierf(1), zij begrepen(1), zij spraken(1), hij ging weg(1), vonden(1), merkte(1), kwam Hij omhoog(1), zij kwam(1), om te vragen(1), vond(1), vroeg Hij(1), kwam naar(1), ontvingen(1), nam Hij(1), ik ben gekomen(1), trok uit(1), u binnengekomen(1), zij hielden(1), hij nam nee(1), ze kwamen om(1), begrepen zij(1), Hij sprak(1), zij ontvingen(1), hij vond(1), wierpen zij(1), Ik sprak(1), vielen zij neer(1), jullie hebben meegenomen(1), wij hebben meegenomen(1), stapte Hij in(1), ging verder(1), zij hebben gezien(1), zij herkenden(1), er op ging uit(1), zij gingen erheen(1), ik weggegaan ben(1), werpen(1), Hij gesproken had(1), kwam hij tegen(1), gingen heen(1), Ik heb gevonden(1), zij vonden er(1), vonden zij er(1), er kwam naar(1), heeft gezien(1), zag(1), sloegen(1), {hieuw} af(1), merkte op(1), ik heb gezondigd(1), ombrengen(1), er kwam uit(1), troffen zij(1), is voorbijgegaan(1), stond(1), ik heb geleden(1), Ik gekomen ben(1), hebben wij uitgeworpen(1), meenamen(1), ik wist(1), stormde tegen(1), zij merkten(1), zij hebben gehad(1), binnenging(1), jullie zijn gekomen(1), wij zien hebben(1), hebben wij zien(1), zij stelden vast(1), zijn wij gekomen(1), hebben wij gekleed(1), Ik heb gekend(1), hebben wij ontvangen(1), kwamen binnen(1)

bijeen brengen..
G4863bijeen brengen
bijeen gekomen, ontvangen

V-2AAI-2P
mv ww act..
woordvormmeervoud
werkwoord
actief

(JULLIE) ..
gebruikte vertalingen
Mij  
 
με
me
G3165..
gebruikte vertalingenMij(40), mij(11), Ik(7), MIJ(4), ik(2), van Mij(1)

mij..
G3165mij
ik

P-1AS
ev pn acc..
woordvormenkelvoud
persoonlijk-voornaamwoord
acusatief

mij..
gebruikte vertalingenMij(40), mij(11), Ik(7), MIJ(4), ik(2), van Mij(1)


Afwijkingen
Er zijn geen afwijkingen in dit vers.

Basisteksten
BZByzantijnse/meerderheidstekst (2000)
NA27Tekst van Nestle-Aland (1993)
TRTextus Receptus (1896)
WHTekst van Westcott-Hort (1881)