Regenboog Bijbel Vertaling


RBVI

Uitleg


hoofdstuk
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   

vers
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   29   30   
31   32   33   34   35   36   37   38   39   40   41   42   43   44   45   46   47   48   49   50   51   52   53   54   55   56   57   58   59   60   61   
62   63   64   65   66   

HSV
(TR)
En toen Hij door de overpriesters en de oudsten beschuldigd werd, antwoordde Hij niets.
NBV
(NA27)
Maar op de beschuldigingen die de hogepriesters en oudsten tegen hem inbrachten, antwoordde hij niet één keer.
NBG51
(N(A))
En op de beschuldiging, die de overpriesters en oudsten tegen Hem inbrachten, antwoordde Hij niets.
NW
(WH)
Maar toen hij door de overpriesters en oudere mannen werd beschuldigd, gaf hij geen enkel antwoord.
RBV
(BZ+)
En terwijl Hij door de overpriesters en [[de]] oudere mannen werd beschuldigd, antwoordde Hij niets.
RBVI
(BZ+)
en    terwijl    -    werd beschuldigd    Hij    door    de    overpriesters    en    [[ de  ]]  oudere mannen    niets    antwoordde Hij  


en  
 
και
kai
G2532..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)

en..
G2532en
ook, nu, dan, -, zelfs, {maar}, {toen}, {toch}, {met}, {als}

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

en..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)
terwijl  
 
εν
en
G1722..
gebruikte vertalingenin(293), op(34), met(29), bij(28), onder(26), door(10), aan(8), tijdens(6), -(6), één(6), vanwege(3), terwijl(3), over(2), binnen(1), {toen}(1), voor(1), te(1), om(1)

in..
G1722in
op, bij, met, onder, door, één, aan, terwijl, vanwege, over, te, tijdens

PREP
vz..
woordvormvoorzetsel

in..
gebruikte vertalingenin(293), op(34), met(29), bij(28), onder(26), door(10), aan(8), tijdens(6), -(6), terwijl(3), vanwege(3), over(2), binnen(1), {toen}(1), om(1), voor(1), te(1)
-  
 
τω

G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-DSM
m ev lw dat..
woordvormmannelijk
enkelvoud
lidwoord
datief

(tot) de..
gebruikte vertalingende(57), het(33), tot de(26), aan de(15), met de(10), voor de(10), -(6), DIE(5), de toe(5), aan die(3), tot(2), die(2), aan(2), voor wie(2), tot het(2), {dat}(1), op de(1), aan het(1), tot die(1), naar de(1), {iemand}(1), van de(1)
werd beschuldigd  
 
κατηγορεισθαι
katègoreisthai
G2723..
gebruikte vertalingenbeschuldingen tegen inbrengen(1), beschuldigden(1), zij konden beschuldigen(1), werd beschuldigd(1), te kunnen beschuldigen(1)
 G5745..
gebruikte vertalingenbedroefd te worden(2), werd beschuldigd(1), vol liep(1), tot een besluit komen(1), ontdaan(1), om te worden genoemd(1), overgeleverd te worden(1), bedekt werd(1), samen groeien(1), onder de indruk waren(1), te zinken(1), vertrapt te worden(1)

beschuldigen..
G2723beschuldigen

V-PPN
o mv ww pas..
woordvormonzijdig
meervoud
werkwoord
passief

..
gebruikte vertalingen
Hij  
 
αυτον
auton
G846..
gebruikte vertalingenHem(329), van hem(176), van Hem(167), hem(167), tot hen(147), hen(136), van hun(97), tot Hem(62), Hij(48), zij(42), haar(38), tot hem(38), hun(34), het(33), van haar(28), er(20), hij(19), Hem toe(17), voor hen(13), ze(13), aan hen(11), die(11), van hen(10), deze(9), van HEM(8), -(7), aan Hem(7), voor Hem(6), diens(6), bij Hem(6), daar(5), aan hem(5), aan haar(5), zelf(5), voor hem(5), zelfde(5), met Hem(4), {het}(4), tot haar(4), HEM(3), naar Hem(3), {hem}(3), van {hem}(3), Die(2), over Hem(2), met hem(2), tot deze(2), {eraan}(2), {dit}(1), {haar}(1), hetzelfde(1), dat(1), u(1), zijn(1), erop(1), HIJ(1), aan(1), {van} hen(1), aan hun(1), {met} hun(1), tegen hem(1), van deze(1), to haar(1), ervan(1), ZELF(1), door hen(1), hem toe(1), dan hij(1), voor HEM(1), Het(1), dan deze(1), met het(1), hen aan(1), er om(1), met hen(1), {ervoor}(1), er tegen(1), op hen(1), {naar} hen(1), bij hem(1), {Zich}(1)

hem..
G846hem
(van, tot, aan) hem, haar, het, zich, zelf, deze, die, dat, daar

P-ASM
m ev pn acc..
woordvormmannelijk
enkelvoud
persoonlijk-voornaamwoord
acusatief

hem..
gebruikte vertalingenHem(198), hem(81), Hij(9), het(7), hij(7), er(3), HEM(3), zelfde(2), voor Hem(2), aan Hem(2), -(1), {haar}(1), {Zich}(1), van hem(1)
door  
 
υπο
upo
G5259..
gebruikte vertalingendoor(34), onder(8)

door..
G5259door
door [bemiddeling van], onder

PREP
vz..
woordvormvoorzetsel

door..
gebruikte vertalingendoor(28), onder(7)
de  
 
των
tòn
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-GPM
m mv lw gen..
woordvormmannelijk
meervoud
lidwoord
genetief

(van) de..
gebruikte vertalingenvan de(141), de(80), die(8), van die(7), -(3), voor de(3), onder de(2), van(1), dan de(1)
overpriesters  
 
αρχιερεων
archiereòn
G749..
gebruikte vertalingenoverpriesters(33), hogepriester(15)

hogepriester..
G749hogepriester
overpriester

N-GPM
m mv zn gen..
woordvormmannelijk
meervoud
zelfstandig-naamwoord
genetief

(van) overpriesters..
gebruikte vertalingenoverpriesters(5)
en  
 
και
kai
G2532..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)

en..
G2532en
ook, nu, dan, -, zelfs, {maar}, {toen}, {toch}, {met}, {als}

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

en..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)
[[ de  ]]
BZ_TR_A
των
tòn
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-GPM
m mv lw gen..
woordvormmannelijk
meervoud
lidwoord
genetief

(van) de..
gebruikte vertalingenvan de(141), de(80), die(8), van die(7), -(3), voor de(3), onder de(2), van(1), dan de(1)
oudere mannen  
 
πρεσβυτερων
presbuteròn
G4245..
gebruikte vertalingenoudere mannen(20)

oudere mannen..
G4245oudere mannen

A-GPM
m mv bn gen..
woordvormmannelijk
meervoud
bijvoegelijk-naamwoord
genetief

(van) oudere mannen..
gebruikte vertalingenoudere mannen(11)
niets  
 
ουδεν
ouden
G3762..
gebruikte vertalingenniemand(24), niets(17), {iets}(2), geen(1), geen enkel(1)

niemand..
G3762niemand
(letterlijk) maar niet één*, zelfs niet één*, niets, geen enkel

A-ASN
o ev bn acc..
woordvormonzijdig
enkelvoud
bijvoegelijk-naamwoord
acusatief

niets..
gebruikte vertalingenniets(11), {iets}(2)
antwoordde Hij  
 
απεκρινατο
apekrinato
G611..
gebruikte vertalingenantwoordde(48), Hij antwoordde(14), antwoordde Hij(8), hij antwoordde(5), zij antwoordden(4), antwoordt U(3), begon te spreken(3), antwoordden(2), antwoorden(2), antwoord(1), Hij had geantwoord(1), zij moesten antwoorden(1), jullie antwoorden(1), had geantwoord(1), begon te antwoorden(1), zullen zij antwoorden(1), zullen antwoorden(1), zal Hij antwoorden(1), HIj antwoordde(1), zij antwoordde(1)
 G5662..
gebruikte vertalingenbegon(15), antwoordde(7), raakte aan(6), Hij begon(5), begonnen(4), begon hij(3), zij begonnen(3), heeft geboden(3), zij heeft verricht(2), Hij bad(2), antwoordde Hij(2), heeft aangeraakt(2), begonnen zij(2), jullie hebben opgezocht(2), antwoordden(2), begon Hij(2), raakte Hij aan(2), Hij antwoordde(2), hij ontkende(1), zij antwoordden(1), begon zij(1), zij antwoordde(1), schonk hij(1), bidden(1), Hij had geantwoord(1), zij maakten verwijten(1), had geantwoord(1), geboden had(1), hij gebood(1), U vervloekt hebt(1), ontkende hij(1), antwoorden(1), danste(1), jullie hebben gedanst(1), streng gelastte(1), Hij raakte aan(1), aanraakten(1), gebood(1), ik geboden heb(1), beveiligden(1), Hij ontkende(1), hij handelde(1), zij vertelden(1)

antwoorden..
G611antwoorden
beginnen te antwoorden, beginnen te spreken

V-ADI-3S
ev ww med-d..
woordvormenkelvoud
werkwoord
medium-deponent

(hij/zij/het) (antwoordde)..
gebruikte vertalingenantwoordde(2), antwoordde Hij(1)


Afwijkingen
BZ_TR_A[[ komt voor  ]]

Basisteksten
BZByzantijnse/meerderheidstekst (2000)
NA27Tekst van Nestle-Aland (1993)
TRTextus Receptus (1896)
WHTekst van Westcott-Hort (1881)