Regenboog Bijbel Vertaling


RBVI

Uitleg


hoofdstuk
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   

vers
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   29   30   
31   32   33   34   35   36   37   38   39   40   41   42   43   44   45   46   47   48   49   50   51   52   53   54   55   56   57   58   59   60   61   
62   63   64   65   66   

HSV
(TR)
De volgende dag, dat is [de dag] na de voorbereiding, kwamen de overpriesters en de Farizeeën bij Pilatus bijeen,
NBV
(NA27)
De volgende dag, dus na de voorbereidingsdag, gingen de hogepriesters en de farizeeën samen naar Pilatus.
NBG51
(N(A))
De volgende dag, dat is na de Voorbereiding, kwamen de overpriesters en de Farizeeën gezamenlijk tot Pilatus,
NW
(WH)
De volgende dag, dit was na de Voorbereiding, kwamen de overpriesters en de Farizeeën gezamenlijk bij Pilatus
RBV
(BZ+)
Maar op de volgende dag, dat is [de dag] na de voorbereiding [van het feest], kwamen de overpriesters en de Farizeeën bij Pilatus bijeen,
RBVI
(BZ+)
de    maar    op de volgende dag    dat    is    na    de    voorbereiding    kwamen bijeen    de    overpriesters    en    de    Farizeeën    bij    Pilatus  


de  
 
τη

G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-DSF
v ev lw dat..
woordvormvrouwelijk
enkelvoud
lidwoord
datief

(tot) de..
gebruikte vertalingende(73), het(54), -(13), op de(7), tot de(5), voor de(3), voor het(3), van het(2), aan de(2), met het(2), naar de(1), met de(1), {voor} het(1)
maar  
 
δε
de
G1161..
gebruikte vertalingenmaar(323), en(204), toen(84), nu(65), ook(9), terwijl(8), -(7), bovendien(5), dan(1)

maar..
G1161maar
en, toen, nu, terwijl, ook, bovendien, -

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

maar..
gebruikte vertalingenmaar(311), en(202), toen(84), nu(64), ook(9), terwijl(8), -(7), bovendien(5), dan(1)
op de volgende dag  
 
επαυριον
epaurion
G1887..
gebruikte vertalingenvolgende dag(1), op de volgende dag(1)

morgen*..
G1887morgen*
op de volgende dag

ADV
bw..
woordvormbijwoord

de volgende dag..
gebruikte vertalingenvolgende dag(1), op de volgende dag(1)
dat  
 
ητις
ètis
G3748..
gebruikte vertalingendie(19), wie(5), ieder die(3), één die(3), iemand(2), dat(1), deze(1), Eén Die(1)

(één) die..
G3748(één) die
wie, ieder die, deze, dat, iemand

R-NSF
v ev vnw-rl nom..
woordvormvrouwelijk
enkelvoud
voornaamwoord-relatief
nominatief

(één) die..
gebruikte vertalingen
is  
 
εστιν
estin
G2076..
gebruikte vertalingenis(111), het is(23), betekent(10), is het(9), Hij is(7), er is(7), {hebben}(3), ze is(3), was(2), Hij was(2), het betekent(2), {komt}(2), is er(2), -(2), HIJ is(2), {kan zijn}(1), er zijn(1), het was(1), is hij(1), zijn(1), hij is(1), is Hij(1), {kan} Hij {zijn}(1)
 G5748..
gebruikte vertalingenis(111), zijn(27), het is(23), bent(13), ben(10), betekent(10), is het(9), er is(7), Hij is(7), zij zijn(6), U bent(6), u bent(6), er zijn(5), zijn jullie(4), {hebben}(3), ze is(3), ik ben(3), zijn zij(2), was(2), Hij was(2), -(2), het betekent(2), is er(2), {komt}(2), Ik ben(2), HIJ is(2), {kan zijn}(1), jullie zijn(1), bent u hier(1), jullie {toebehoren}(1), het was(1), wij zijn(1), is hij(1), verklaarde zij(1), hij is(1), ik ben het(1), zij er zijn(1), ben het(1), het bent(1), is Hij(1), zijn er(1), ben Ik(1), bent u(1), {kan} Hij {zijn}(1)

is..
G2076is
betekent, {komt}, {heeft}

V-PXI-3S
ev ww -..
woordvormenkelvoud
werkwoord


(hij/zij/het) is..
gebruikte vertalingenis(111), het is(23), betekent(10), is het(9), Hij is(7), er is(7), {hebben}(3), ze is(3), was(2), Hij was(2), het betekent(2), {komt}(2), is er(2), -(2), HIJ is(2), {kan zijn}(1), er zijn(1), het was(1), is hij(1), zijn(1), hij is(1), is Hij(1), {kan} Hij {zijn}(1)
na  
 
μετα
meta
G3326..
gebruikte vertalingenmet(90), na(16), bij(15), over(2), daarna(2), aan(1)

met..
G3326met
bij, na, daarna, over

PREP
vz..
woordvormvoorzetsel

met..
gebruikte vertalingenmet(56), na(13), daarna(2), over(2), bij(2)
de  
 
την
tèn
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-ASF
v ev lw acc..
woordvormvrouwelijk
enkelvoud
lidwoord
acusatief

de..
gebruikte vertalingende(226), het(103), -(8), dat(5), {wie}(1), wat(1)
voorbereiding  
 
παρασκευην
paraskeuèn
G3904..
gebruikte vertalingenvoorbereiding(2)

voorbereiding..
G3904voorbereiding

N-ASF
v ev zn acc..
woordvormvrouwelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
acusatief

voorbereiding..
gebruikte vertalingen
kwamen bijeen  
 
συνηχθησαν
sunèchthèsan
G4863..
gebruikte vertalingenkwamen bijeen(6), bijeen waren gekomen(3), zij brachten bijeen(2), jullie hebben ontvangen(2), kwam bijeen(2), u brengt bijeen(1), zij bijeen waren gekomen(1), ik bijeen breng(1), zullen bijeen komen(1), zal gebracht worden(1), hebben wij ontvangen(1), kwamen zij bijeen(1), ze brengen bijeen(1), zal bijeen brengen(1), bijeen brengt(1), breng bijeen(1), bijeengekomen(1), bijeenbracht(1), hij bijeen had laten brengen(1)
 G5681..
gebruikte vertalingener gesproken is(5), kwamen bijeen(4), werden verzadigd(4), Hij is opgewekt(4), werden geopend(3), kan vergeleken worden(3), verdorde het(2), verschroeide het(2), verscheen Hij(2), werd gebracht naar(2), kwam bijeen(2), zou worden gered(2), hij geboren was(2), scheurde(2), veranderde Hij van gedaante(2), raakte hij in beroering(2), hij was hersteld(2), is opgewekt(2), is vervuld(2), was gezond(2), werd vervuld(2), zij waren zichtbaar(1), werd{en} opgewekt(1), wij herinneren(1), beefden(1), zij onderwezen waren(1), spleten(1), werd Hij opgenomen(1), Hij werd gerekend(1), bijeen waren gekomen(1), werd gesloten(1), stonden op(1), herinnerde(1), Hij veroordeeld was(1), wordt bekendgemaakt(1), wordt genoemd(1), beefde(1), is gegeven(1), losgemaakt(1), verscheen(1), was zeer verbaasd(1), droogde op(1), werd geopend(1), hij is opgewekt(1), legden aan(1), herinnerde zich(1), was hersteld(1), zij waren verbaasd(1), gezien was(1), Hij werd gedoopt(1), hij was rein(1), het werd {bekend}(1), stond hij op(1), zij waren zeer verbaasd(1), zij raakten in beroering(1), verdorde(1), is overgedragen(1), wordt gerechtvaardig(1), ontwaakte(1), Hij weggestuurd had(1), hij is verdeeld geworden(1), is vetgemest(1), werd bedroefd(1), vol was(1), gegist was(1), was verlost(1), zij stond op(1), werd hij woedend(1), hij bedrogen was(1), werd bevonden(1), is gehoord(1), gebracht(1), was hij gereinigd(1), is er gesproken(1), overgeleverd was(1), werd gebracht(1), gegeven(1), kon verdorren(1), werd verwekt(1), raakte in opschudding(1), stenigde(1), werd hij boos(1), kwamen zij bijeen(1), werd stil(1), werd gevuld(1), werden gebracht naar(1), geboren worden(1), er aanstoot aan namen(1), werden verlost(1), raakten zij in paniek(1), verschenen(1), was genezen(1), werden zij bedroefd(1), werd er gebracht(1), zij werden bedroefd(1), verkort zouden worden(1)

bijeen brengen..
G4863bijeen brengen
bijeen gekomen, ontvangen

V-API-3P
mv ww pas..
woordvormmeervoud
werkwoord
passief

(ZIJ) kwamen bijeen..
gebruikte vertalingenkwamen bijeen(4), bijeen waren gekomen(1), kwamen zij bijeen(1)
de  
 
οι
oi
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-NPM
m mv lw nom..
woordvormmannelijk
meervoud
lidwoord
nominatief

de..
gebruikte vertalingende(256), die(59), -(47), dit(2), het(1), deze(1), {sommigen}(1)
overpriesters  
 
αρχιερεις
archiereis
G749..
gebruikte vertalingenoverpriesters(33), hogepriester(15)

hogepriester..
G749hogepriester
overpriester

N-NPM
m mv zn nom..
woordvormmannelijk
meervoud
zelfstandig-naamwoord
nominatief

overpriesters..
gebruikte vertalingenoverpriesters(21)
en  
 
και
kai
G2532..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)

en..
G2532en
ook, nu, dan, -, zelfs, {maar}, {toen}, {toch}, {met}, {als}

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

en..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)
de  
 
οι
oi
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-NPM
m mv lw nom..
woordvormmannelijk
meervoud
lidwoord
nominatief

de..
gebruikte vertalingende(256), die(59), -(47), dit(2), het(1), deze(1), {sommigen}(1)
Farizeeën  
 
φαρισαιοι
pharisaioi
G5330..
gebruikte vertalingenFarizeeën(42), Farizeeër(1)

Farizeeër..
G5330Farizeeër

N-NPM
m mv zn nom..
woordvormmannelijk
meervoud
zelfstandig-naamwoord
nominatief

Farizeeën..
gebruikte vertalingenFarizeeën(23)
bij  
 
προς
pros
G4314..
gebruikte vertalingennaar(41), bij(38), om(7), tot(7), met(6), voor(4), -(3), aan(3), onder(1), naar toe(1), {over}(1)

naar..
G4314naar
bij, tot, om, voor, aan, met

PREP
vz..
woordvormvoorzetsel

naar..
gebruikte vertalingennaar(41), bij(38), om(7), tot(7), met(6), voor(4), -(3), aan(3), onder(1), naar toe(1), {over}(1)
Pilatus  
 
πιλατον
pilaton
G4091..
gebruikte vertalingenPilatus(19)

Pilatus..
G4091Pilatus

betekent: gewapend met een speer

N-ASM
m ev zn acc..
woordvormmannelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
acusatief

Pilatus..
gebruikte vertalingenPilatus(3)


Afwijkingen
Er zijn geen afwijkingen in dit vers.

Basisteksten
BZByzantijnse/meerderheidstekst (2000)
NA27Tekst van Nestle-Aland (1993)
TRTextus Receptus (1896)
WHTekst van Westcott-Hort (1881)