Regenboog Bijbel Vertaling


RBVI

Uitleg


hoofdstuk
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   

vers
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   

HSV
(TR)
In die dagen trad Johannes de Doper op en hij predikte in de woestijn van Judea,
NBV
(NA27)
In die tijd trad Johannes de Doper op in de woestijn van Judea. Hij verkondigde:
NBG51
(N(A))
In die dagen trad Johannes de Doper op en hij predikte in de woestijn van Judea,
NW
(WH)
In die dagen kwam Johannes de Doper en predikte in de wildernis van Judea
RBV
(BZ+)
Nu kwam in die dagen Johannes de Doper in de wildernis van Judea, [en] hij verkondigde
RBVI
(BZ+)
in    nu    de    dagen    die    kwam    Johannes    de    Doper    hij verkondigde    in    de    wildernis    van de    Judea  


in  
 
εν
en
G1722..
gebruikte vertalingenin(293), op(34), met(29), bij(28), onder(26), door(10), aan(8), tijdens(6), -(6), één(6), vanwege(3), terwijl(3), over(2), binnen(1), {toen}(1), voor(1), te(1), om(1)

in..
G1722in
op, bij, met, onder, door, één, aan, terwijl, vanwege, over, te, tijdens

PREP
vz..
woordvormvoorzetsel

in..
gebruikte vertalingenin(293), op(34), met(29), bij(28), onder(26), door(10), aan(8), tijdens(6), -(6), terwijl(3), vanwege(3), over(2), binnen(1), {toen}(1), om(1), voor(1), te(1)
nu  
 
δε
de
G1161..
gebruikte vertalingenmaar(323), en(204), toen(84), nu(65), ook(9), terwijl(8), -(7), bovendien(5), dan(1)

maar..
G1161maar
en, toen, nu, terwijl, ook, bovendien, -

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

maar..
gebruikte vertalingenmaar(311), en(202), toen(84), nu(64), ook(9), terwijl(8), -(7), bovendien(5), dan(1)
de  
 
ταις
tais
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-DPF
v mv lw dat..
woordvormvrouwelijk
meervoud
lidwoord
datief

(tot) de..
gebruikte vertalingende(29), -(4), die(4), tot de(2), voor de(1), het(1)
dagen  
 
ημεραις
èmerais
G2250..
gebruikte vertalingendagen(39), dag(28), Dag(5), een dag(2)

dag..
G2250dag

N-DPF
v mv zn dat..
woordvormvrouwelijk
meervoud
zelfstandig-naamwoord
datief

(tot) dagen..
gebruikte vertalingendagen(12)
die  
 
εκειναις
ekeinais
G1565..
gebruikte vertalingendie(52), dat(24), -(1), voor die(1), aan {hen}(1), tot {hen}(1)

die..
G1565die
dat

D-DPF
v mv vnw-d dat..
woordvormvrouwelijk
meervoud
voornaamwoord-demonstratief
datief

(tot) die..
gebruikte vertalingendie(7)
kwam  
 
παραγινεται
paraginetai
G3854..
gebruikte vertalingenkwam(3), kwamen aan(1)
 G5736..
gebruikte vertalingenkan(17), komt(14), kwam(8), zij kwamen(8), kunnen jullie(6), ontvangt(5), wordt(4), Hij kwam(4), kwamen(4), overleggen jullie(3), pleegt overspel(3), kwam Hij(3), Ik kan(3), antwoordt U(3), komen voort(2), vereren zij(2), Ik heb medelijden(2), kunnen wij(2), kunnen(2), het wordt(2), kwamen samen(2), komen(2), kunt U(2), worden(2), ligt(1), Hij ging binnen(1), Hij riep bij Zich(1), het komt(1), ontstond er(1), {wordt gehaald}(1), kan hij(1), aannemen(1), {terecht} komt(1), riep bij Zich(1), er kwam samen(1), U kan(1), kan Hij(1), kan er(1), gingen naar(1), ik weet(1), gebeurt(1), pleegt zij overspel(1), kunnen zij(1), er kwamen(1), kwamen zij(1), U kunt(1), er wordt {gehangen}(1), komen uit(1), komt Hij(1), overdenken(1), zij is door een demon bezeten(1), hij heeft epilepsie(1), gaat uit(1), hij komt(1), komt voort(1), kwamen er naar(1), kwamen naar(1), gaat hij(1), gaat hij heen(1), hij wordt(1), vrezen wij(1), komen er binnen(1), Hij kan(1), zij gingen binnen(1), er kwam(1), overspel pleegt(1), er ontstond(1), hij gaat(1), u kunt(1), plaatsvindt(1), hij kwam(1), kom(1), overlegden(1)

komen (aan)..
G3854komen (aan)

V-PNI-3S
ev ww med/pas-d..
woordvormenkelvoud
werkwoord
medium/passief-deponent

(hij/zij/het) kwam..
gebruikte vertalingenkwam(3)
Johannes  
O_BZ_TR_NA27_W-
ιωαννης
iòannès
G2491..
gebruikte vertalingenJohannes(42), van Johannes(9), dan Johannes(1), aan Johannes(1)

Johannes..
G2491Johannes

betekent: JEHOVAH is een genadige gever

N-NSM
m ev zn nom..
woordvormmannelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
nominatief

Johannes..
gebruikte vertalingenJohannes(17)
de  
 
ο
o
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-NSM
m ev lw nom..
woordvormmannelijk
enkelvoud
lidwoord
nominatief

de..
gebruikte vertalingende(552), -(88), die(42), het(39), wie(36), DIE(9), Die(6), wat(4), dat(3), deze(1), {van} de(1), De(1), DE(1)
Doper  
 
βαπτιστης
baptistès
G910..
gebruikte vertalingenDoper(10)

doper..
G910doper
onderdompeler*

N-NSM
m ev zn nom..
woordvormmannelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
nominatief

onderdompeler..
gebruikte vertalingen
hij verkondigde  
 
κηρυσσων
kèrussòn
G2784..
gebruikte vertalingente verkondigen(4), verkondigde(3), wordt verkondigd(2), hij verkondigde(2), verkondigden(1), zij verkondigden(1), verkondingen(1), verkondingden(1), om te verkondigen(1), verkondigd worden(1), hij verkondingde(1), verkondig(1), verkonding(1), zal verkondigd worden(1), Ik kan verkondigen(1), Hij verkondigde(1)
 G5723..
gebruikte vertalingenzei(80), zeiden(45), heeft(11), had(9), zeggen(9), vroegen(7), er waren(6), sprak(6), hoort(5), om op de proef te stellen(5), slapend(5), hij zei(4), aten(4), zij zeiden(4), te hebben(4), zaaier(4), toeziet(3), doet(3), voortbrengt(3), geloven(3), horen(3), Hij liep(3), verkondigde(3), zegt(3), te zeggen(3), uitwerpen(3), bezittingen(3), zeg(3), zagen(2), zij hadden(2), overgebleven(2), toeroepen(2), zou(2), liefheeft(2), begrijpt(2), levende(2), zij onderwijzen(2), kwaadspreekt(2), lopen(2), onrein {maakt}(2), verkopers(2), opbouwt(2), Hij afbreekt(2), schudden(2), {te} werpen(2), spotten(2), toekeken(2), zij volgden(2), jullie hebben(2), eten(2), doopte(2), ging overleveren(2), hij overlevert(2), van levenden(2), onderwijs gaf(2), spreken(2), verkochten(2), heiligt(2), het leest(2), dorst(2), de borst geven(2), zijn(2), afdaalden(2), bouwers(2), vragen(2), zij sterk zijn(2), zoekt(2), zij er zijn(2), leidt(2), zij zochten(2), volgden(2), wil(2), onderwijs gegeven(2), vraagt(2), Hij gaf onderwijs(2), hij verkondigde(2), genas(2), komende(2), riepen(2), roept(2), neerdalen(2), hebben(2), schreeuwen(1), sneed(1), zij horen(1), zij houden vast aan(1), zij hoedden(1), lag te slapen(1), ontkennen jullie autoriteit(1), gezond van verstand(1), geween(1), gejammer(1), gaan(1), hoorden(1), zij kijken(1), beefde(1), gingen(1), stapte(1), samendringen op(1), verzwakt zijn(1), vasten(1), doop(1), {bewakers}(1), onderwijs(1), hij at(1), Hij omhoog kwam(1), licht begon te worden(1), Hij leefde(1), herstellen(1), beproever(1), zij bewaakten(1), om te bedienden(1), waren aan het herstellen(1), met koorts(1), is rein(1), te plukken(1), om te roepen(1), kwam op(1), Hij verder ging(1), brengen(1), Hij verkondigde(1), wierp uit(1), hij smeekte(1), viel op de knielen(1), het groeide(1), overschaduwde(1), overvloed(1), {hebben} geworpen(1), jullie te overleveren(1), uit gevallen(1), zeer verontwaardigd(1), verslinden(1), willen(1), hij had(1), hij stierf(1), discussiëren(1), Hij onderwijs gaf(1), draagt(1), eet(1), bevestigde(1), meewerkte(1), vergezelden(1), zwijgen(1), wachtte op(1), wandelden(1), weenden(1), onderwijs aan het geven(1), zij {vielen}(1), {voorbijganger}(1), treurden(1), zij doden(1), zij afranselden(1), schuim(1), zij renden naar(1), gelooft(1), uitwierp(1), te hebbem(1), ondervroegen(1), bespraken zij(1), weende {om}(1), zij lopen rond(1), stralend(1), in gesprek(1), brachten(1), legde(1), maken jullie los(1), zij voor uit gingen(1), zij kochten(1), rondliep(1), {te bedelen}(1), nemen(1), zij hebben(1), gingen op(1), ging voor uit(1), wilde(1), verzochten zij(1), HIj zei(1), smeekte(1), ik heb(1), vallen(1), vinden(1), spraken(1), gezegd(1), hij zag(1), hij wilde(1), koorst hebben(1), er gegeten(1), liep(1), liepen(1), gegeten(1), omhoog komt(1), vraag(1), bezorgd te zijn(1), hij {kon}(1), vroeg(1), eisten(1), somber(1), klopt(1), zij waren in gesprek waren(1), op de knielen viel(1), doen(1), verzamelen(1), hij drinkt(1), hij eet(1), Hij eet(1), Hij drinkt(1), zwoegen(1), aan een bloedvloeiing leed(1), ging verder(1), spreekt(1), {hen} doden(1), opdrachten te geven(1), zij dragen(1), bijeen brengt(1), zoek(1), zaait(1), zij aan het hoeden waren(1), aanneemt(1), {zaaide}(1), kijken(1), verder ging(1), het leegstaan(1), zij verlangden(1), zij verlangen(1), zien(1), u vast(1), vast(1), verkopen(1), een lange tijd uitbleef(1), naar het buitenland gaat(1), u oogst(1), u brengt bijeen(1), {hen} dronken zijn(1), handelend(1), dronken(1), zij trouwden(1), werden uitgehuwelijkt(1), malen(1), honger(1), welwillend(1), te onderwijzen(1), zeiden zij(1), zij zei(1), {had} over{ge}leverd(1), die verzwakt zijn(1), zij treuren(1), honger hebben(1), dorsten(1), overleveren(1), zij hongeren(1), zij aten(1), kijkt(1), kochten(1), zij vasten(1), liefhebben(1), zuigelingen(1), Hij terugkeerde(1), zei{den}(1), voor uit gingen(1), oordelen(1), op ging(1), zij betoonde eer(1), Hij zei(1), vervolgen(1), zij vroegen(1), doodt(1), stenigt(1), vroegen zij(1), scheidt van(1), doorslikken(1), uitziften(1), was(1), u draagt(1), valselijk beschuldigen(1), haten(1), {luidde}(1)

verkondingen..
G2784verkondingen

V-PAP-NSM
m ev ww act..
woordvormmannelijk
enkelvoud
werkwoord
actief

(hij) verkondigde..
gebruikte vertalingenverkondigde(3), hij verkondigde(2), Hij verkondigde(1)
in  
 
εν
en
G1722..
gebruikte vertalingenin(293), op(34), met(29), bij(28), onder(26), door(10), aan(8), tijdens(6), -(6), één(6), vanwege(3), terwijl(3), over(2), binnen(1), {toen}(1), voor(1), te(1), om(1)

in..
G1722in
op, bij, met, onder, door, één, aan, terwijl, vanwege, over, te, tijdens

PREP
vz..
woordvormvoorzetsel

in..
gebruikte vertalingenin(293), op(34), met(29), bij(28), onder(26), door(10), aan(8), tijdens(6), -(6), terwijl(3), vanwege(3), over(2), binnen(1), {toen}(1), om(1), voor(1), te(1)
de  
 
τη

G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-DSF
v ev lw dat..
woordvormvrouwelijk
enkelvoud
lidwoord
datief

(tot) de..
gebruikte vertalingende(73), het(54), -(13), op de(7), tot de(5), voor de(3), voor het(3), van het(2), aan de(2), met het(2), naar de(1), met de(1), {voor} het(1)
wildernis  
 
ερημω
erèmò
G2048..
gebruikte vertalingenwildernis(9), een afgelegen(4), afgelegen(3), als een wildernis(1)

wildernis..
G2048wildernis
eenzaam*, afgelegen, verlaten, onbewoond*, woestijn*

A-DSF
v ev bn dat..
woordvormvrouwelijk
enkelvoud
bijvoegelijk-naamwoord
datief

(tot) wildernis..
gebruikte vertalingenwildernis(6)
van de  
 
της
tès
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-GSF
v ev lw gen..
woordvormvrouwelijk
enkelvoud
lidwoord
genetief

(van) de..
gebruikte vertalingende(96), van de(48), het(35), van het(19), -(3), voor het(2), {in} de(2), bij de(1), {met} de(1), {naar} de(1), die(1), dan het(1)
Judea  
 
ιουδαιας
ioudaias
G2449..
gebruikte vertalingenJudea(12)

Judea..
G2449Judea

betekent: hij zal geprezen worden

N-GSF
v ev zn gen..
woordvormvrouwelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
genetief

(van) Judea..
gebruikte vertalingenJudea(8)


Afwijkingen
O_BZ_TR_NA27_W-vrijwel zeker oorspronkelijk, andere schrijfstijl, niet merkbaar  

Basisteksten
BZByzantijnse/meerderheidstekst (2000)
NA27Tekst van Nestle-Aland (1993)
TRTextus Receptus (1896)
WHTekst van Westcott-Hort (1881)