Regenboog Bijbel Vertaling


RBVI

Uitleg


hoofdstuk
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   

vers
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   29   30   
31   32   33   34   35   36   37   38   39   40   41   42   43   44   45   46   47   48   

HSV
(TR)
Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.
NBV
(NA27)
Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.
NBG51
(N(A))
Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken.
NW
(WH)
Laat evenzo UW licht voor de mensen schijnen, opdat zij UW voortreffelijke werken mogen zien en UW Vader, die in de hemelen is, heerlijkheid geven.
RBV
(BZ+)
Laat zo ook jullie licht voor de mensen schijnen, zodat zij jullie waardevolle werken zien. En jullie VADER, DIE in de hemelen [is], verheerlijken.
RBVI
(BZ+)
zo ook    laat schijnen    het    licht    van jullie    voor    de    mensen    zodat    zij zien    van jullie    de    waardevolle    werken    en    verheerlijken    de    VADER    van jullie    DIE    in    de    hemelen  


zo ook  
 
ουτως
outòs
G3779..
gebruikte vertalingenzo(34), zo ook(3), {dan}(2), zo{iets}(2), {zulke}(1), als volgt(1)

zo..
G3779zo
zo ook, als volgt, op deze manier

ADV
bw..
woordvormbijwoord

zo (ook)..
gebruikte vertalingenzo(34), zo ook(3), {dan}(2), zo{iets}(2), {zulke}(1), als volgt(1)
laat schijnen  
 
λαμψατω
lampsatò
G2989..
gebruikte vertalingenstraalde(1), laat schijnen(1), ze schijnt(1)
 G5657..
gebruikte vertalingenzie(10), wees barmhartig(6), hak af(4), red(4), til op(4), bericht(4), stuur weg(3), toon(3), blijf(2), grijp(2), hoor(2), maak(2), verkoop(2), leg uit(2), ga zitten(2), op nemen(2), heb geduld(2), strek uit(2), profeteer(2), maak gereed(2), hang aan een paal(2), schudt af(2), beërf(1), neem af(1), verkondingen(1), doe open(1), laat hij keren(1), koop(1), maak klaar(1), volg(1), maak discipelen(1), geef bevel(1), maak vol(1), zend(1), vraag(1), laat hij terugkeren(1), help(1), {steek terug}(1), wijs terecht(1), sta toe(1), wees barmhartig!(1), onderzoek(1), verblijf(1), staat toe(1), doe(1), breng voort(1), laat schijnen(1), keer(1), kijk(1), verkonding(1), neem op(1), roep(1), neem(1), nodig uit(1), draag weg(1), houdt u aan(1), doe onderzoek(1), verzamel(1), bind(1), geef opdracht(1), reinig(1)

schijnen..
G2989schijnen
stralen

V-AAM-3S
ev ww act..
woordvormenkelvoud
werkwoord
actief

(hij/zij/het) laat schijnen..
gebruikte vertalingen
het  
 
το
to
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-NSN
o ev lw nom..
woordvormonzijdig
enkelvoud
lidwoord
nominatief

de..
gebruikte vertalingenhet(63), de(56), wat(16), -(9), dat(4), die(3), dit(1), Wat(1)
licht  
 
φως
phòs
G5457..
gebruikte vertalingenlicht(5), een licht(2), vuur(1)

licht..
G5457licht
vuur

N-NSN
o ev zn nom..
woordvormonzijdig
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
nominatief

licht..
gebruikte vertalingen
van jullie  
 
υμων
umòn
G5216..
gebruikte vertalingenvan jullie(73), jullie(23), {als} jullie(1), -(1)

(van) jullie..
G5216(van) jullie

P-2GP
mv pn gen..
woordvormmeervoud
persoonlijk-voornaamwoord
genetief

(van) jullie..
gebruikte vertalingenvan jullie(73), jullie(23), {als} jullie(1), -(1)
voor  
 
εμπροσθεν
emprosthen
G1715..
gebruikte vertalingenvoor(19), bij(1)

voor..
G1715voor
bij

PREP
vz..
woordvormvoorzetsel

voor..
gebruikte vertalingenvoor(19), bij(1)
de  
 
των
tòn
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-GPM
m mv lw gen..
woordvormmannelijk
meervoud
lidwoord
genetief

(van) de..
gebruikte vertalingenvan de(141), de(80), die(8), van die(7), -(3), voor de(3), onder de(2), van(1), dan de(1)
mensen  
 
ανθρωπων
anthròpòn
G444..
gebruikte vertalingenmens(72), mensen(41), iemand(19), een mens(16), een man(7), van mensen(7), man(5), met een mens(3), Man(2), Mens(1)

mens..
G444mens
iemand, man

N-GPM
m mv zn gen..
woordvormmannelijk
meervoud
zelfstandig-naamwoord
genetief

(van) mensen..
gebruikte vertalingenmensen(21), van mensen(7), mens(1)
zodat  
 
οπως
opòs
G3704..
gebruikte vertalingenzodat(15), hoe(3), {om}(1), dat(1)

zodat..
G3704zodat
hoe, dat

ADV
bw..
woordvormbijwoord

zodat..
gebruikte vertalingenzodat(15), hoe(3), {om}(1), dat(1)
zij zien  
 
ιδωσιν
idòsin
G1492..
gebruikte vertalingenzag(15), zie(12), zagen(12), zij zagen(9), jullie weten(9), Hij zag(7), zag Hij(7), hij zag(7), om te zien(6), ik ken(5), weet(4), zien(4), wij weten(4), ik weet(3), zij zien(3), zag hij(2), laten wij zien(2), jullie kennen(2), wij hebben gezien(2), hij wist(2), hebben wij gezien(2), jullie zien(2), jullie kunnen zien(2), doorzag(2), zij kunnen zien(2), zij hadden gezien(2), zagen zij(2), wist(1), keek aan(1), had gemerkt(1), hadden gezien(1), weet hij(1), u kent(1), Hij merkte op(1), zij wisten(1), zij zag(1), had opgemerkt(1), Ik kan bekijken(1), begrijpen jullie(1), wij zien(1), zij hadden {her}kend(1), u wist(1), wij zien hebben(1), hebt U gemerkt(1), zien jullie(1), had geweten(1), hebben wij zien(1), weten(1), jullie {achten}(1), hebben gezien(1), merkte(1), merkte op(1), zij hebben gezien(1)
 G5632..
gebruikte vertalingenzegt(9), te eten(5), komt(4), zien(3), jullie binnenkomen(3), Ik drink(3), zij zien(3), gaat voorbij(3), wij zeggen(3), uit te werpen(2), jullie zien(2), te vertellen(2), moeten wij betalen(2), jullie vertrekken(2), vraagt(2), zij zeggen(2), IK plaats(2), valt(2), u vertelt(2), gaan voorbij(2), jullie vergeven(2), laten wij zien(2), hij terugbetaald zou hebben(2), overlevert(2), vertel(2), over te kunnen leveren(2), sterft(2), kom(2), zij kunnen zien(2), jullie komen(2), Hij komt(1), zij konden voorzetten(1), U kan leggen op(1), wij in kunnen gaan(1), laten wij gaan(1), kunnen wij vergelijken(1), te laten weten(1), u geeft(1), leggen op(1), was opgestaan(1), geven(1), voor te zetten(1), droeg(1), zij wegleiden(1), zij opstaan(1), zij zijn opgestaan(1), moet nemen(1), vind(1), binnengaat(1), zij drinken(1), wij zien(1), voorbij kon gaan(1), Ik kan eten(1), nalaat(1), achterlaat(1), ontvangt(1), kan binnenkomen(1), te weten zou komen(1), kan vastgrijpen(1), heeft opgelevert(1), hij zegt(1), Ik kan bekijken(1), om in ontvangst te nemen(1), zeggen wij(1), vergeeft(1), Hij moet lijden(1), jullie zeggen(1), U komt(1), werp(1), geef(1), te vertrekken(1), HIJ uitzendt(1), Hij neemt weg(1), ga binnen(1), ga(1), mij halen(1), kunnen wij drinken(1), voorbijgaa{n}(1), spreken(1), ik zeg(1), u zult uitkomen(1), u hebt betaald(1), kunnen we eten(1), jullie drinken(1), jullie eten(1), uitgaat(1), kunnen begrijpen(1), zou zeggen(1), moeten jullie naar toe gaan(1), jullie vinden(1), over te leveren(1), te zeggen(1), het komt(1), zij moeten gaan(1), zouden zeggen(1), zien jullie(1), kunnen jullie ontkomen(1), {vergeeft}(1), kunnen jullie binnenkomen(1), is opgestaan(1), Hij kon leggen op(1), zeggen(1), jullie kunnen vinden(1), behouden(1), jullie vertellen(1), werpt(1)

zien..
G1492zien
weten, kennen, doorzien, (op)merken, bezien, begrijpen, kijken

V-2AAS-3P
mv ww act..
woordvormmeervoud
werkwoord
actief

(ZIJ) kunnen zien..
gebruikte vertalingenzij zien(3), zij kunnen zien(2)
van jullie  
 
υμων
umòn
G5216..
gebruikte vertalingenvan jullie(73), jullie(23), {als} jullie(1), -(1)

(van) jullie..
G5216(van) jullie

P-2GP
mv pn gen..
woordvormmeervoud
persoonlijk-voornaamwoord
genetief

(van) jullie..
gebruikte vertalingenvan jullie(73), jullie(23), {als} jullie(1), -(1)
de  
 
τα
ta
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-APN
o mv lw acc..
woordvormonzijdig
meervoud
lidwoord
acusatief

de..
gebruikte vertalingende(106), wat(16), het(12), -(2), dat(1), die(1)
waardevolle  
 
καλα
kala
G2570..
gebruikte vertalingenwaardevolle(14), beter(8), goede(4), waardevol(2), goed(2), juist(2)

waardevol..
G2570waardevol
juist, goed, mooi

A-APN
o mv bn acc..
woordvormonzijdig
meervoud
bijvoegelijk-naamwoord
acusatief

waardevolle..
gebruikte vertalingen
werken  
 
εργα
erga
G2041..
gebruikte vertalingenwerken(4), een daad(2), werk(1)

werk..
G2041werk
daad, handeling*, verrichting*

N-APN
o mv zn acc..
woordvormonzijdig
meervoud
zelfstandig-naamwoord
acusatief

werken..
gebruikte vertalingen
en  
 
και
kai
G2532..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)

en..
G2532en
ook, nu, dan, -, zelfs, {maar}, {toen}, {toch}, {met}, {als}

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

en..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)
verheerlijken  
 
δοξασωσιν
doxasòsin
G1392..
gebruikte vertalingenverheerlijkten(2), zij verheerlijkten(1), zij geëerd worden(1), verheerlijken(1)
 G5661..
gebruikte vertalingengezworen heeft(4), jullie moeten spreken(3), van scheidt(3), ik vrij laat(3), trouwt(3), Hij weg zou sturen(2), verliest(2), kunnen kopen(2), hij wint(2), zij zouden kunnen doden(2), hij verliest(2), te maken(2), hij bindt(2), te drinken geeft(2), doet(2), hij luistert(2), ik kus(2), te dragen(2), zij hebben gehoord(2), moeten jullie geloven(2), misleidt(2), weigert te luisteren(2), mogen zitten(2), Ik doe(2), doet struikelen(2), moet ik doen(2), jullie moeten veronderstellen(2), ontbindt(2), onderwijst(2), moord(2), wees bezorgd(2), scheidt van(2), zij luisteren(1), te zenden(1), u vraagt(1), kunnen maken(1), ik weg zou sturen(1), jullie aan te kunnen houden(1), kopen(1), tot inkeer te laten komen(1), kunnen wij gelijk stellen(1), zij konden beschuldigen(1), Ik kan verkondigen(1), stelen(1), U stoot(1), kan hij plunderen(1), zij lasteren(1), denk(1), zij omkeren(1), lastert(1), om te pijnigen(1), te beërven(1), hij zou laten(1), voorbereidingen treffen(1), jullie horen(1), voortbrengen(1), ik doe(1), aan een paal te hangen(1), het schaden(1), balsemen(1), geloven(1), mocht nemen(1), te kunnen vangen(1), gelooft(1), leg vals getuigenis af(1), steel(1), pleeg overspeel(1), te laten doden(1), bedrieg(1), wij vragen(1), te kunnen doden(1), ik weer kan zien(1), hij moest zwijgen(1), U doet(1), te doden(1), wij voorbereidingen treffen(1), trompettert(1), steeds weer dezelfde woorden te herhalen(1), jullie uittrekken(1), verzamelen(1), hij hoeft te eren(1), u bindt(1), maken wij(1), zweer(1), jullie liefhebben(1), terugkeren(1), kunnen horen(1), vraagt(1), hij vraagt(1), jullie beëindigen(1), aanhoort(1), te kunnen beschuldigen(1), verscheuren(1), U brengt(1), zij spreken(1), vertrappen(1), wij aanstoot geven(1), jullie verachten(1), vervolgen(1), verheerlijken(1), moeten laten noemen(1), zij in de val zouden kunnen lokken(1), er genoeg is(1), te kunnen grijpen(1), zij te dood zouden kunnen laten brengen(1), zij verwijten maken(1), moeten jullie bezorgd zijn(1), jullie vragen(1), zij moesten zwijgen(1), jullie binden(1), overvloedig is(1), een zonde begaat(1), jullie ontbinden(1), overeenstemmen(1), zit(1), om eer te betonen(1), ze doet(1), eer betoont(1)

verheerlijken..
G1392verheerlijken
eren

V-AAS-3P
mv ww act..
woordvormmeervoud
werkwoord
actief

(ZIJ) verheerlijkten..
gebruikte vertalingen
de  
 
τον
ton
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-ASM
m ev lw acc..
woordvormmannelijk
enkelvoud
lidwoord
acusatief

de..
gebruikte vertalingende(263), het(76), -(23), die(7), DIE(4), dat(3), Die(2), wat(1)
VADER  
 
πατερα
patera
G3962..
gebruikte vertalingenVADER(48), vader(29), vaders(2), een vader(2)

vader..
G3962vader

N-ASM
m ev zn acc..
woordvormmannelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
acusatief

vader..
gebruikte vertalingenvader(20), VADER(3)
van jullie  
 
υμων
umòn
G5216..
gebruikte vertalingenvan jullie(73), jullie(23), {als} jullie(1), -(1)

(van) jullie..
G5216(van) jullie

P-2GP
mv pn gen..
woordvormmeervoud
persoonlijk-voornaamwoord
genetief

(van) jullie..
gebruikte vertalingenvan jullie(73), jullie(23), {als} jullie(1), -(1)
DIE  
 
τον
ton
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-ASM
m ev lw acc..
woordvormmannelijk
enkelvoud
lidwoord
acusatief

de..
gebruikte vertalingende(263), het(76), -(23), die(7), DIE(4), dat(3), Die(2), wat(1)
in  
 
εν
en
G1722..
gebruikte vertalingenin(293), op(34), met(29), bij(28), onder(26), door(10), aan(8), tijdens(6), -(6), één(6), vanwege(3), terwijl(3), over(2), binnen(1), {toen}(1), voor(1), te(1), om(1)

in..
G1722in
op, bij, met, onder, door, één, aan, terwijl, vanwege, over, te, tijdens

PREP
vz..
woordvormvoorzetsel

in..
gebruikte vertalingenin(293), op(34), met(29), bij(28), onder(26), door(10), aan(8), tijdens(6), -(6), terwijl(3), vanwege(3), over(2), binnen(1), {toen}(1), om(1), voor(1), te(1)
de  
 
τοις
tois
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-DPM
m mv lw dat..
woordvormmannelijk
meervoud
lidwoord
datief

(tot) de..
gebruikte vertalingende(62), tot de(24), aan de(18), die(11), met de(5), voor de(4), tot die(3), bij de(2), door de(2), aan die(2), het(1), aan wie(1), voor die(1)
hemelen  
 
ουρανοις
ouranois
G3772..
gebruikte vertalingenhemelen(61), hemel(41), van hemel(1), van hemelen(1)

hemel..
G3772hemel

N-DPM
m mv zn dat..
woordvormmannelijk
meervoud
zelfstandig-naamwoord
datief

(tot) hemelen..
gebruikte vertalingenhemelen(23)


Afwijkingen
Er zijn geen afwijkingen in dit vers.

Basisteksten
BZByzantijnse/meerderheidstekst (2000)
NA27Tekst van Nestle-Aland (1993)
TRTextus Receptus (1896)
WHTekst van Westcott-Hort (1881)