Regenboog Bijbel Vertaling


RBVI

Uitleg


hoofdstuk
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   

vers
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   29   30   
31   32   33   34   35   36   37   38   39   40   41   42   43   44   45   46   47   48   

HSV
(TR)
laat uw woord ja echter ja zijn en uw nee nee; wat hierboven uitgaat, is uit de boze.
NBV
(NA27)
Laat jullie ja ja zijn, en jullie nee nee; wat je daaraan toevoegt komt voort uit het kwaad.
NBG51
(N(A))
Laat het ja, dat gij zegt, ja zijn, en het neen, neen; wat daar bovenuit gaat, is uit den boze.
NW
(WH)
Laat UW woord Ja gewoon Ja betekenen, [en] UW Neen, Neen; want wat daar nog bij komt, is uit de goddeloze.
RBV
(BZ+)
Maar laat jullie woord 'ja', 'ja' zijn, [en jullie] 'nee', 'nee'; meer [dan] dit {komt} uit het kwade [voort].'
RBVI
(BZ+)
laat zijn    maar    het    woord    van jullie    ja    ja    nee    nee    -    -    meer    dit    uit    het    kwade    {komt}  


laat zijn  
 
εστω
estò
G2077..
gebruikte vertalingenlaat zijn(2), laat hij zijn(1)
 G5749..
gebruikte vertalingenlaat zijn(2), wees(2), laat hij zijn(1), {blijf}(1)

laat zijn..
G2077laat zijn

V-PXM-3S
ev ww -..
woordvormenkelvoud
werkwoord


(hij/zij/het) laat zijn..
gebruikte vertalingen
maar  
 
δε
de
G1161..
gebruikte vertalingenmaar(323), en(204), toen(84), nu(65), ook(9), terwijl(8), -(7), bovendien(5), dan(1)

maar..
G1161maar
en, toen, nu, terwijl, ook, bovendien, -

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

maar..
gebruikte vertalingenmaar(311), en(202), toen(84), nu(64), ook(9), terwijl(8), -(7), bovendien(5), dan(1)
het  
 
ο
o
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-NSM
m ev lw nom..
woordvormmannelijk
enkelvoud
lidwoord
nominatief

de..
gebruikte vertalingende(552), -(88), die(42), het(39), wie(36), DIE(9), Die(6), wat(4), dat(3), deze(1), {van} de(1), De(1), DE(1)
woord  
 
λογος
logos
G3056..
gebruikte vertalingenwoord(27), woorden(13), een woord(4), woord{en}(3), antwoord(2), {verhaal}(2), {afrekening}(2), op een woord(1), {woorden}(1), rekenschap(1), met een woord(1), om reden(1)

woord..
G3056woord
uitspraak, {verhaal}, rekenschap, {afrekening}, reden

N-NSM
m ev zn nom..
woordvormmannelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
nominatief

woord..
gebruikte vertalingenwoord(2), {verhaal}(1)
van jullie  
 
υμων
umòn
G5216..
gebruikte vertalingenvan jullie(73), jullie(23), {als} jullie(1), -(1)

(van) jullie..
G5216(van) jullie

P-2GP
mv pn gen..
woordvormmeervoud
persoonlijk-voornaamwoord
genetief

(van) jullie..
gebruikte vertalingenvan jullie(73), jullie(23), {als} jullie(1), -(1)
ja  
 
ναι
nai
G3483..
gebruikte vertalingenja(10)

ja..
G3483ja

PRT
prt..
woordvormpartikel

ja..
gebruikte vertalingenja(10)
ja  
 
ναι
nai
G3483..
gebruikte vertalingenja(10)

ja..
G3483ja

PRT
prt..
woordvormpartikel

ja..
gebruikte vertalingenja(10)
nee  
 
ου
ou
G3756..
gebruikte vertalingenniet(256), geen(45), geens(13), zeker(12), nee(4), ?(1), -(1), {alleen}(1), niet{s}(1)

niet..
G3756niet
geen, geens[zins], zeker [niet], nee, niet{s}

PRT-N
prt-neg..
woordvormpartikel-negatief

niet..
gebruikte vertalingenniet(99), geen(21), zeker(12), geens(12), nee(3)
nee  
 
ου
ou
G3756..
gebruikte vertalingenniet(256), geen(45), geens(13), zeker(12), nee(4), ?(1), -(1), {alleen}(1), niet{s}(1)

niet..
G3756niet
geen, geens[zins], zeker [niet], nee, niet{s}

PRT-N
prt-neg..
woordvormpartikel-negatief

niet..
gebruikte vertalingenniet(99), geen(21), zeker(12), geens(12), nee(3)
-  
 
το
to
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-NSN
o ev lw nom..
woordvormonzijdig
enkelvoud
lidwoord
nominatief

de..
gebruikte vertalingenhet(63), de(56), wat(16), -(9), dat(4), die(3), dit(1), Wat(1)
-  
 
δε
de
G1161..
gebruikte vertalingenmaar(323), en(204), toen(84), nu(65), ook(9), terwijl(8), -(7), bovendien(5), dan(1)

maar..
G1161maar
en, toen, nu, terwijl, ook, bovendien, -

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

maar..
gebruikte vertalingenmaar(311), en(202), toen(84), nu(64), ook(9), terwijl(8), -(7), bovendien(5), dan(1)
meer  
 
περισσον
perisson
G4053..
gebruikte vertalingenveel {zwaarder}(2), buitengewoon(2), {uitbundiger}(1), veel meer dan(1), meer(1)

veel meer..
G4053veel meer
overvloed, buitengewoon, {uitbundig}

A-NSN
o ev bn nom..
woordvormonzijdig
enkelvoud
bijvoegelijk-naamwoord
nominatief

meer..
gebruikte vertalingen
dit  
 
τουτων
toutòn
G5130..
gebruikte vertalingendeze(8), van deze(3), dan deze(1), dit(1)

(van) deze..
G5130(van) deze
dit

D-GPM
m mv vnw-d gen..
woordvormmannelijk
meervoud
voornaamwoord-demonstratief
genetief

(van) deze..
gebruikte vertalingen
uit  
 
εκ
ek
G1537..
gebruikte vertalingenuit(60), van(37), aan(20), vanuit(11), -(5), bij(5), voor(3), vanaf(3), door(3), naar(2)

uit..
G1537uit
van, naar, aan, bij, door, voor, vanuit, vanaf

PREP
vz..
woordvormvoorzetsel

uit..
gebruikte vertalingenuit(46), van(15), aan(13), bij(4), vanaf(3), vanuit(3), voor(3), -(2), naar(2), door(2)
het  
 
του
tou
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-GSM
m ev lw gen..
woordvormmannelijk
enkelvoud
lidwoord
genetief

(van) van de..
gebruikte vertalingenvan de(227), de(98), van het(22), het(13), DIE(8), -(8), van(4), dat(3), die(2), aan de(1), {uit} de(1), wie(1), van die(1), van wie(1)
kwade  
 
πονηρου
ponèrou
G4190..
gebruikte vertalingenslechte(5), kwaad(5), verdorven(4), kwade(3), slechte!(2), slecht(2), slechten(2), schadelijke(2), {afgunstig}(1), verdorvenen(1)

kwaad..
G4190kwaad
slecht, verdorven, schadelijk

A-GSM
m ev bn gen..
woordvormmannelijk
enkelvoud
bijvoegelijk-naamwoord
genetief

(van) kwade..
gebruikte vertalingen
{komt}  
 
εστιν
estin
G2076..
gebruikte vertalingenis(111), het is(23), betekent(10), is het(9), Hij is(7), er is(7), {hebben}(3), ze is(3), was(2), Hij was(2), het betekent(2), {komt}(2), is er(2), -(2), HIJ is(2), {kan zijn}(1), er zijn(1), het was(1), is hij(1), zijn(1), hij is(1), is Hij(1), {kan} Hij {zijn}(1)
 G5748..
gebruikte vertalingenis(111), zijn(27), het is(23), bent(13), ben(10), betekent(10), is het(9), er is(7), Hij is(7), zij zijn(6), U bent(6), u bent(6), er zijn(5), zijn jullie(4), {hebben}(3), ze is(3), ik ben(3), zijn zij(2), was(2), Hij was(2), -(2), het betekent(2), is er(2), {komt}(2), Ik ben(2), HIJ is(2), {kan zijn}(1), jullie zijn(1), bent u hier(1), jullie {toebehoren}(1), het was(1), wij zijn(1), is hij(1), verklaarde zij(1), hij is(1), ik ben het(1), zij er zijn(1), ben het(1), het bent(1), is Hij(1), zijn er(1), ben Ik(1), bent u(1), {kan} Hij {zijn}(1)

is..
G2076is
betekent, {komt}, {heeft}

V-PXI-3S
ev ww -..
woordvormenkelvoud
werkwoord


(hij/zij/het) is..
gebruikte vertalingenis(111), het is(23), betekent(10), is het(9), Hij is(7), er is(7), {hebben}(3), ze is(3), was(2), Hij was(2), het betekent(2), {komt}(2), is er(2), -(2), HIJ is(2), {kan zijn}(1), er zijn(1), het was(1), is hij(1), zijn(1), hij is(1), is Hij(1), {kan} Hij {zijn}(1)


Afwijkingen
Er zijn geen afwijkingen in dit vers.

Basisteksten
BZByzantijnse/meerderheidstekst (2000)
NA27Tekst van Nestle-Aland (1993)
TRTextus Receptus (1896)
WHTekst van Westcott-Hort (1881)