Regenboog Bijbel Vertaling


RBVI

Uitleg


hoofdstuk
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   

vers
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   29   30   
31   32   33   34   

HSV
(TR)
En vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren vergeven.
NBV
(NA27)
Vergeef ons onze schulden,zoals ook wij hebben vergevenwie ons iets schuldig was.
NBG51
(N(A))
en vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren;
NW
(WH)
en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaars hebben vergeven.
RBV
(BZ+)
En vergeef ons onze schulden, zoals wij ook vergeven [hen] die ons iets verschuldigd zijn.
RBVI
(BZ+)
en    vergeef    ons    de    schulden    van ons    zo    ook    wij    vergeven    die    iets verschuld zijn    ons  


en  
 
και
kai
G2532..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)

en..
G2532en
ook, nu, dan, -, zelfs, {maar}, {toen}, {toch}, {met}, {als}

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

en..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)
vergeef  
 
αφες
aphes
G863..
gebruikte vertalingenlaat begaan(6), zij lieten achter(4), laat(4), zijn vergeven(4), vergeven(3), liet na(3), verliet(3), zal vergeven(3), wordt achterlaten(3), jullie laten na(2), zij lieten begaan(2), Hij liet achter(2), het zal vergeven worden(2), laten jullie toe(2), zij verlieten(2), om te vergeven(2), vergeef(2), jullie vergeven(2), zal vergeven worden(2), verlaten heeft(1), {hebben} achtergelaten(1), stond toe(1), vergeven zal worden(1), vergeven word{en}(1), Hij stond toe(1), liet hij toe(1), {zal} gelaten worden(1), achterliet(1), -(1), zij lieten na(1), nalaat(1), Hij liet toe(1), vergeeft(1), liet toe(1), verlieten(1), {vergeeft}(1), hebben achtergelaten(1), ik heb vergeven(1), vergaf(1), laat hij achter(1), {moet} ik vergeven(1), heeft verlaten(1), laat het(1), had laten weggaan(1), {gaf}(1), laat achter(1), {zal} worden gelaten(1), na te laten(1), laat {hebben}(1), lieten zij achter(1)
 G5628..
gebruikte vertalingenzie!(75), zeg(11), geef(10), laat begaan(6), werp(5), breng(4), leer(4), laat(4), kom binnen(3), neem mee(3), werp uit(3), betaal terug(3), ga uit(3), spreek(3), kom af(2), zie(2), geven(2), rukt uit(2), eet(2), neem(2), vertel(2), laat komen(2), laat hij naar beneden gaan(1), neem weg(1), drink(1), laat afkomen(1), laat Hij afkomen(1), er binnengaan(1), voer weg(1), laat voorbijgaan(1), werp weg(1), breng bijeen(1), laat {hebben}(1), laat weten(1), moet geven(1), laat achter(1), laat het(1), ga(1), vergeef(1), kom(1), verplaats u(1), leg op(1), haal uit(1), bestudeer(1), betaal(1)

vergeven..
G863vergeven
achterlaten, laten (be)gaan, laten, verlaten, nalaten, toelaten, toestaan, laten weggaan

V-2AAM-2S
ev ww act..
woordvormenkelvoud
werkwoord
actief

(u) laat (gaan)..
gebruikte vertalingenlaat(3), laat begaan(1), vergeef(1), laat {hebben}(1), laat achter(1), laat het(1)
ons  
 
ημιν
èmin
G2254..
gebruikte vertalingenons(16), voor ons(7), wij(3), tot ons(1), met wij(1), met ons(1)

(tot) ons..
G2254(tot) ons
voor ons, wij

P-1DP
mv pn dat..
woordvormmeervoud
persoonlijk-voornaamwoord
datief

(tot) ons..
gebruikte vertalingenons(16), voor ons(7), wij(3), tot ons(1), met wij(1), met ons(1)
de  
 
τα
ta
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-APN
o mv lw acc..
woordvormonzijdig
meervoud
lidwoord
acusatief

de..
gebruikte vertalingende(106), wat(16), het(12), -(2), dat(1), die(1)
schulden  
 
οφειληματα
opheilèmata
G3783..
gebruikte vertalingenschulden(1)

schuld..
G3783schuld

N-APN
o mv zn acc..
woordvormonzijdig
meervoud
zelfstandig-naamwoord
acusatief

schulden..
gebruikte vertalingen
van ons  
 
ημων
èmòn
G2257..
gebruikte vertalingenvan ons(13), ons(3), wij(1)

(van) ons..
G2257(van) ons
wij

P-1GP
mv pn gen..
woordvormmeervoud
persoonlijk-voornaamwoord
genetief

(van) ons..
gebruikte vertalingenvan ons(13), ons(3), wij(1)
zo  
 
ως
òs
G5613..
gebruikte vertalingenals(31), zoals(20), voor(3), zo(3), ongeveer(2), hoe(2), {al}(1), hetzelfde als(1)

(zo)als..
G5613(zo)als
voor, hoe, ongeveer

ADV
bw..
woordvormbijwoord

(zo)als..
gebruikte vertalingenals(31), zoals(20), voor(3), zo(3), ongeveer(2), hoe(2), {al}(1), hetzelfde als(1)
ook  
 
και
kai
G2532..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)

en..
G2532en
ook, nu, dan, -, zelfs, {maar}, {toen}, {toch}, {met}, {als}

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

en..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)
wij  
 
ημεις
èmeis
G2249..
gebruikte vertalingenwij(8)

wij..
G2249wij
ons

P-1NP
mv pn nom..
woordvormmeervoud
persoonlijk-voornaamwoord
nominatief

wij..
gebruikte vertalingenwij(8)
vergeven  
BZ_TR_V+
αφιεμεν
aphiemen
G863..
gebruikte vertalingenlaat begaan(6), zij lieten achter(4), laat(4), zijn vergeven(4), vergeven(3), liet na(3), verliet(3), zal vergeven(3), wordt achterlaten(3), jullie laten na(2), zij lieten begaan(2), Hij liet achter(2), het zal vergeven worden(2), laten jullie toe(2), zij verlieten(2), om te vergeven(2), vergeef(2), jullie vergeven(2), zal vergeven worden(2), verlaten heeft(1), {hebben} achtergelaten(1), stond toe(1), vergeven zal worden(1), vergeven word{en}(1), Hij stond toe(1), liet hij toe(1), {zal} gelaten worden(1), achterliet(1), -(1), zij lieten na(1), nalaat(1), Hij liet toe(1), vergeeft(1), liet toe(1), verlieten(1), {vergeeft}(1), hebben achtergelaten(1), ik heb vergeven(1), vergaf(1), laat hij achter(1), {moet} ik vergeven(1), heeft verlaten(1), laat het(1), had laten weggaan(1), {gaf}(1), laat achter(1), {zal} worden gelaten(1), na te laten(1), laat {hebben}(1), lieten zij achter(1)
 G5719..
gebruikte vertalingenIk zeg(62), zei(61), Hij zei(28), zij zeiden(15), heeft(13), zeggen(11), zeg Ik(10), hebben jullie(10), zei Hij(9), zeg(8), willen jullie(7), hij zei(6), zij hebben(5), jullie horen(5), begrijpen jullie(5), brengt voort(5), nam mee(5), maakt onrein(5), jullie hebben(4), zeiden zij(4), Ik wil(4), Ik doe(4), vasten(4), hij heeft(4), doen(4), blijft zoeken naar(4), wilt u(4), doet struikelen(4), zegt(4), weten jullie(4), denken(4), jullie zien(3), zij zeggen(3), is(3), wil(3), ik wil(3), doen jullie(3), zij vroegen(3), hebben(3), spreekt(3), overtreden(3), zij brachten(3), overlijdt(3), staat op het punt(3), het is beter(3), horen(3), zweert(3), zend uit(3), eten(3), zeiden(3), zij hebben ontvangen(3), bracht(3), wij hebben(3), u wilt(3), is rood(2), kent(2), u denkt(2), zien(2), zij zonden(2), volgt(2), wij willen(2), voortbrengt(2), Hij heeft(2), noemt u(2), {komt}(2), zijn werkzaam(2), eert(2), U ziet(2), eten zij(2), zei hij(2), uitwerp(2), hoort U(2), denkt(2), over heersen(2), wij gaan op(2), jullie doen(2), zij zijn bij gebleven(2), doet U(2), stellen jullie op de proef(2), jullie zoeken(2), lelijk maakt(2), Hij roept(2), {vallen} jullie(2), Hij gaat voor uit(2), vindt(2), laten jullie toe(2), van meer belang zijn(2), hebben wij(2), slapen(2), doen zij(2), jullie meten(2), maakt(2), doet(2), getuigen tegen(2), gieten(2), zij tegen getuigen(2), stelen(2), vergeven(2), U kijkt(2), inbreken(2), trouwen zij(2), IK wil(2), drink(2), ik zeg(2), gehoorzaam zijn(2), noemt(2), is verschuldigd(2), werpt Hij uit(2), neemt weg(1), denken jullie(1), wilt U(1), ik oogst(1), verstikken(1), vrucht dragen(1), hebt u(1), hij hield(1), ik bijeen breng(1), scheidt(1), nemen zij aan(1), Hij vond(1), gaat hij heen(1), Ik houd(1), vond Hij(1), Hij ging op(1), Hij opdracht geeft(1), lieten neer(1), eet Hij(1), drinkt(1), zij gehoorzaam zijn(1), vertelden(1), brengt vrucht voort(1), zoeken(1), Ik wil het(1), roept(1), naait(1), u spreekt(1), ik stel onder ede(1), {krijgt}(1), verlangen(1), {doet} scheuren(1), giet(1), {trekt aan}(1), HIJ behagen in heeft(1), het baatte(1), zaait(1), stellen jullie terzijde(1), jullie ontvangen(1), hij zegt(1), zij maakten los(1), U onderwijst(1), wierp(1), gaat heen(1), hij zond(1), zenden(1), zond Hij uit(1), ontbreekt(1), hij volgt(1), Ik geef opdracht(1), u hebt(1), gezag over uitoefenen(1), zij naderden(1), zij riepen(1), Hij nam mee(1), vond(1), brengen naar buiten(1), zetten op(1), kleden(1), dwongen(1), hingen zij aan palen(1), Hij leefde(1), zagen zij(1), zij riepen bijeen(1), jullie noemen(1), het is {zover}(1), slaapt u(1), grepen(1), komt overeen(1), beschuldingen tegen inbrengen(1), jullie spreken(1), samenstroomde(1), ik geloof(1), slaapt(1), wenen jullie(1), Hij zag(1), volgden(1), vroegen(1), houdt(1), wandelen(1), {valt} u {lastig}(1), vraagt(1), namen mee(1), komt het op(1), zij wekten(1), stel onder ede(1), veel hij neer(1), zagen(1), houden vast(1), hij weet(1), herstelt(1), Ik zie(1), ik zie(1), ondervragen(1), hij doet schokken(1), knarsen(1), schuimen(1), hij zag(1), smeekten(1), zij smeekten(1), {maken} onrein(1), Hij doet(1), jullie plaatsen(1), jullie begrijpen(1), jullie herinneren(1), zend hij(1), voorbij ging(1), zien weer(1), verwachten wij(1), lopen(1), grijpen(1), is van meer belang(1), jullie willen(1), op neemt(1), vroeg(1), lastert(1), U uitwept(1), eet(1), zet op(1), zij slaapt(1), {trekt}(1), werpt uit(1), uitwerpt(1), zij horen(1), zij kijken(1), begrijpen(1), ze zien(1), ze horen(1), het hoort(1), Ik spreek(1), spreekt U(1), verstrooit(1), werpen uit(1), zegt hij(1), vindt hij(1), wonen(1), neemt mee(1), hij doet(1), hoort(1), ze schijnt(1), zetten zij(1), HIJ laat opgaan(1), HIJ laat regenen(1), zij menen(1), zij graag(1), aansteken(1), is het nuttig(1), doop(1), als koning regeerde(1), liet hij toe(1), plaatste(1), verliet(1), toonde(1), zij zetten lelijk(1), ze zaaien(1), jullie oordelen(1), jullie nodig hebben(1), ziet u(1), merkt u op(1), vergaren(1), ontvangt(1), bekleedt(1), {ze weven}(1), ze brengen bijeen(1), ze oogsten(1), voed(1), {ze groeien}(1), {ze zwoegen}(1), rukt weg(1), verstikken volledig(1), vergroten(1), zij verbreden(1), zij hebben graag(1), jullie verslinden(1), jullie trekken door(1), jullie versperren(1), zij willen(1), zij leggen(1), onderwijst(1), voorgaan(1), Hij vroeg(1), noemen(1), zij binden samen(1), zij doen(1), maken jullie(1), jullie tienden afstaan(1), zend(1), getuigen jullie(1), samen bijeenbrengt(1), weet(1), het duurt een lange tijd(1), jullie denken(1), jullie zeggen(1), jullie versieren(1), zijn vol(1), jullie reinigen(1), jullie zijn als(1), vol zijn(1), jullie bouwen(1), zij houden(1), zendt hij(1), zeggen jullie(1), zij blijft roepen(1), herinneren jullie(1), wilt(1), lijdt(1), U wilt(1), {terechtkomt}(1), houden zij(1), heen gaat(1), vrucht draagt(1), verkoopt(1), koopt(1), nadert(1), {is}(1), valt hij(1), draagt af(1), ik behandel onrechtvaardig(1), ontbreekt het mij aan(1), zij zei(1), op het punt sta(1), is van plan(1), gezag uitoefenen over(1), hij vroeg(1), maken plaats(1), hij zoeken(1), ontvangen(1), hij zich verheugt(1), u schuldig bent(1), is het beter(1), hij verwacht(1)

vergeven..
G863vergeven
achterlaten, laten (be)gaan, laten, verlaten, nalaten, toelaten, toestaan, laten weggaan

V-PAI-1P
mv ww act..
woordvormmeervoud
werkwoord
actief

(WIJ) vergeven..
gebruikte vertalingen
die  
 
τοις
tois
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-DPM
m mv lw dat..
woordvormmannelijk
meervoud
lidwoord
datief

(tot) de..
gebruikte vertalingende(62), tot de(24), aan de(18), die(11), met de(5), voor de(4), tot die(3), bij de(2), door de(2), aan die(2), het(1), aan wie(1), voor die(1)
iets verschuld zijn  
 
οφειλεταις
opheiletais
G3781..
gebruikte vertalingendie verschuldigd was(1), iets verschuld zijn(1)

schulderaar*..
G3781schulderaar*
die iets verschuldigd is

N-DPM
m mv zn dat..
woordvormmannelijk
meervoud
zelfstandig-naamwoord
datief

(tot) iets verschuld zijn..
gebruikte vertalingen
ons  
 
ημων
èmòn
G2257..
gebruikte vertalingenvan ons(13), ons(3), wij(1)

(van) ons..
G2257(van) ons
wij

P-1GP
mv pn gen..
woordvormmeervoud
persoonlijk-voornaamwoord
genetief

(van) ons..
gebruikte vertalingenvan ons(13), ons(3), wij(1)


Afwijkingen
BZ_TR_V+andere vorm, merkbaar  

Basisteksten
BZByzantijnse/meerderheidstekst (2000)
NA27Tekst van Nestle-Aland (1993)
TRTextus Receptus (1896)
WHTekst van Westcott-Hort (1881)