Regenboog Bijbel Vertaling


RBVI

Uitleg


hoofdstuk
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   

vers
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   29   30   
31   32   33   34   

HSV
(TR)
Wees dan niet bezorgd over de dag van morgen, want de dag van morgen zal voor zichzelf zorgen; [elke] dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.
NBV
(NA27)
Maak je dus geen zorgen voor de dag van morgen, want de dag van morgen zorgt wel voor zichzelf. Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen last.
NBG51
(N(A))
Maakt u dan niet bezorgd tegen de dag van morgen, want de dag van morgen zal zijn eigen zorgen hebben; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.
NW
(WH)
Weest dus nooit bezorgd voor de volgende dag, want de volgende dag zal zijn eigen zorgen hebben. Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.
RBV
(BZ+)
Wees dus niet bezorgd voor de [dag van] morgen, want [de dag van] morgen zal [zijn] eigen zorgen hebben. [Elke] dag [heeft] genoeg aan zijn [eigen] kwaad.
RBVI
(BZ+)
niet    dus    wees bezorgd    voor    de    morgen    de    want    morgen    zal zorgen hebben    [[ de  ]]  eigen    genoeg    -    dag    het    kwaad    van {hem}  


niet  
 
μη

G3361..
gebruikte vertalingenniet(126), geen(28), zins(17), -(16), dan(7), alleen(6), behalve(2), {zonder}(1), {in geval}(1), zeker(1), {anders}(1), soms(1)

niet..
G3361niet
geen, [geen]zins, zeker[geen], dan, alleen, behalve, soms

PRT-N
prt-neg..
woordvormpartikel-negatief

niet..
gebruikte vertalingenniet(126), geen(28), zins(17), -(16), dan(7), alleen(6), behalve(2), {zonder}(1), {in geval}(1), soms(1)
dus  
 
ουν
oun
G3767..
gebruikte vertalingendan(35), daarom(19), dus(6), nu(5), om(2)

dan..
G3767dan
dus, nu, om, daarom

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

dan..
gebruikte vertalingendan(35), daarom(19), dus(6), nu(5), om(2)
wees bezorgd  
 
μεριμνησητε
merimnèsète
G3309..
gebruikte vertalingenwees bezorgd(3), moeten jullie bezorgd zijn(1), zal zorgen hebben(1), zijn jullie bezorgd(1), bezorgd te zijn(1)
 G5661..
gebruikte vertalingengezworen heeft(4), jullie moeten spreken(3), van scheidt(3), ik vrij laat(3), trouwt(3), Hij weg zou sturen(2), verliest(2), kunnen kopen(2), hij wint(2), zij zouden kunnen doden(2), hij verliest(2), te maken(2), hij bindt(2), te drinken geeft(2), doet(2), hij luistert(2), ik kus(2), te dragen(2), zij hebben gehoord(2), moeten jullie geloven(2), misleidt(2), weigert te luisteren(2), mogen zitten(2), Ik doe(2), doet struikelen(2), moet ik doen(2), jullie moeten veronderstellen(2), ontbindt(2), onderwijst(2), moord(2), wees bezorgd(2), scheidt van(2), zij luisteren(1), te zenden(1), u vraagt(1), kunnen maken(1), ik weg zou sturen(1), jullie aan te kunnen houden(1), kopen(1), tot inkeer te laten komen(1), kunnen wij gelijk stellen(1), zij konden beschuldigen(1), Ik kan verkondigen(1), stelen(1), U stoot(1), kan hij plunderen(1), zij lasteren(1), denk(1), zij omkeren(1), lastert(1), om te pijnigen(1), te beërven(1), hij zou laten(1), voorbereidingen treffen(1), jullie horen(1), voortbrengen(1), ik doe(1), aan een paal te hangen(1), het schaden(1), balsemen(1), geloven(1), mocht nemen(1), te kunnen vangen(1), gelooft(1), leg vals getuigenis af(1), steel(1), pleeg overspeel(1), te laten doden(1), bedrieg(1), wij vragen(1), te kunnen doden(1), ik weer kan zien(1), hij moest zwijgen(1), U doet(1), te doden(1), wij voorbereidingen treffen(1), trompettert(1), steeds weer dezelfde woorden te herhalen(1), jullie uittrekken(1), verzamelen(1), hij hoeft te eren(1), u bindt(1), maken wij(1), zweer(1), jullie liefhebben(1), terugkeren(1), kunnen horen(1), vraagt(1), hij vraagt(1), jullie beëindigen(1), aanhoort(1), te kunnen beschuldigen(1), verscheuren(1), U brengt(1), zij spreken(1), vertrappen(1), wij aanstoot geven(1), jullie verachten(1), vervolgen(1), verheerlijken(1), moeten laten noemen(1), zij in de val zouden kunnen lokken(1), er genoeg is(1), te kunnen grijpen(1), zij te dood zouden kunnen laten brengen(1), zij verwijten maken(1), moeten jullie bezorgd zijn(1), jullie vragen(1), zij moesten zwijgen(1), jullie binden(1), overvloedig is(1), een zonde begaat(1), jullie ontbinden(1), overeenstemmen(1), zit(1), om eer te betonen(1), ze doet(1), eer betoont(1)

bezorgd zijn..
G3309bezorgd zijn

V-AAS-2P
mv ww act..
woordvormmeervoud
werkwoord
actief

(JULLIE) wees bezorgd..
gebruikte vertalingen
voor  
 
εις
eis
G1519..
gebruikte vertalingenin(168), naar(93), -(37), tot(22), op(20), voor(15), om(9), aan(7), tussen(3), tegen(3), bij(3), tot in(2), {als}(2), over(1), {over}(1)

in..
G1519in
naar, tot, voor, -, om, aan, tegen, tussen, bij

PREP
vz..
woordvormvoorzetsel

in..
gebruikte vertalingenin(168), naar(93), -(37), tot(22), op(20), voor(15), om(9), aan(7), tussen(3), tegen(3), bij(3), tot in(2), {als}(2), over(1), {over}(1)
de  
 
την
tèn
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-ASF
v ev lw acc..
woordvormvrouwelijk
enkelvoud
lidwoord
acusatief

de..
gebruikte vertalingende(226), het(103), -(8), dat(5), {wie}(1), wat(1)
morgen  
 
αυριον
aurion
G839..
gebruikte vertalingenmorgen(3)

morgen..
G839morgen
vroeg in de ochtend*

ADV
bw..
woordvormbijwoord

morgen..
gebruikte vertalingen
de  
 
η
è
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-NSF
v ev lw nom..
woordvormvrouwelijk
enkelvoud
lidwoord
nominatief

de..
gebruikte vertalingende(119), het(56), -(8), die(5), deze(2), dit(1), dat(1)
want  
 
γαρ
gar
G1063..
gebruikte vertalingenwant(197), toch(3), dan(2), -(1)

want..
G1063want
dan, toch

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

want..
gebruikte vertalingenwant(197), toch(3), dan(2), -(1)
morgen  
 
αυριον
aurion
G839..
gebruikte vertalingenmorgen(3)

morgen..
G839morgen
vroeg in de ochtend*

ADV
bw..
woordvormbijwoord

morgen..
gebruikte vertalingen
zal zorgen hebben  
 
μεριμνησει
merimnèsei
G3309..
gebruikte vertalingenwees bezorgd(3), moeten jullie bezorgd zijn(1), zal zorgen hebben(1), zijn jullie bezorgd(1), bezorgd te zijn(1)
 G5692..
gebruikte vertalingenu zult liefhebben(6), zal geven(6), zal overleveren(6), zij zullen overleveren(5), zal vergeven(3), zal belonen(3), zal verliezen(3), zal doen(3), zal Hij zeggen(3), zal komen(3), zij zullen veroordelen(3), zij zullen misleiden(3), zal vinden(2), gereed zal maken(2), zal Ik vergelijken(2), zij zullen ter dood laten brengen(2), zal erkennen(2), zullen zij vasten(2), zal vernederen(2), zal zeggen(2), zij zullen geven(2), ik zal slaan(2), zal ik voorgaan(2), doden(2), ik zal geven(2), zal Ik zeggen(2), zullen jullie vinden(2), zal geven aan(2), zij zullen doden(2), zal ik terugbetalen(2), zal verlaten(2), u zult hebben(2), zij zullen werpen(2), zullen jullie zeggen(2), u zult overspel plegen(2), zal redden(2), u zult moorden(2), zal dopen(2), jullie zullen vinden(2), zij zullen samen bijeenbrengen(1), HIJ zal uitzenden(1), zij zullen haten(1), zullen doden(1), aangetroffen zal worden(1), Hij zal grondig ziften(1), hij zal met de grootste strengheid straffen(1), Hij zal scheiden(1), zal Hij plaatsen(1), zal Hij zitten(1), zal ik aanstellen(1), zal toewijzen(1), ik zal aanstellen(1), hij zal aanstellen(1), zullen zij overleveren(1), zal trouwen met(1), {verwekken}(1), zal verpulverd worden(1), zullen geven(1), zal hij doen(1), zal hij doden(1), zal verhogen(1), zullen jullie doden(1), zal bijeen brengen(1), zullen jullie(1), zal Hij verbranden(1), zullen jullie vervolgen(1), jullie zullen aan een paal hangen(1), zullen jullie geselen(1), wij voorbereidingen zullen treffen(1), zij zullen {geven}(1), zal jullie laten zien(1), zal afbreken(1), Ik zal bouwen(1), zal tegemoet komen(1), zullen samen brengen(1), zal vragen(1), zal Hij uitzenden(1), zal wegrollen(1), zullen vergezellen(1), zij zullen worden(1), zal hij doen terugkeren(1), zij leggen(1), zullen zij wegnemen(1), zullen zij uitwerpen(1), zullen zij spreken(1), Hij zou vinden(1), naar spuwen(1), zullen overreden(1), zullen hebben(1), wij zullen geloven(1), zal ik doen(1), zullen zij dragen(1), Hij zal bijstaan(1), Ik zal doen(1), zou genezen(1), bespotten(1), geselen(1), zullen jullie het kruiden(1), hij zeggen moest(1), zal worden(1), zal het baten(1), zal weiden(1), Ik zal vragen(1), IK zal leggen(1), zal hij bekendmaken(1), Hij zal twisten(1), {eruit} tillen(1), grijpen(1), zal rust geven(1), {heeft}(1), Hij zal luid roepen(1), zal horen(1), u zult terugbetalen(1), zij zal veroordelen(1), zullen moeten geven(1), zal hij plunderen(1), zal Hij uitdoven(1), zullen hoop hebben(1), zal slaan(1), zal dwingen te gaan(1), zullen komen(1), ik zal volgen(1), zal genezen(1), zult u inzicht hebben(1), zullen zeggen(1), zal Ik openlijk verklaren(1), zult u zeggen(1), zal zorgen hebben(1), hij zal haten(1), u zult haten(1), hij zal liefhebben(1), zal hij verachten(1), zullen zij geselen(1), jullie zullen spreken(1), ik zal terugkeren(1), zullen jullie horen(1), Ik zal maken(1), zult u heilige dienst verrichten(1), zullen beërven(1), {moet} ik vergeven(1), u zult vinden(1), {kan} zondigen(1), u zult stelen stelen(1), u zult vals getuigenis afleggen(1), zullen jullie doen(1), hij zal vragen(1), zal ik gegeven(1), zal ik geven(1), zult u eer betonen(1), zal beërven(1), zal onmogelijk zijn(1), u zult {geven}(1), zal uitzenden(1), zij zullen verzamelen(1), Ik zal openen(1), zal ik zeggen(1), zullen jullie kijken(1), wij zullen verzamelen(1), u zult eed breken(1), zullen stralen(1), zal Hij belonen(1), zal herstellen(1), Ik zal gegeven(1), zullen overweldigen(1), zij zullen afscheiden(1), zal ik bouwen(1), u zult op de proef stellen(1)

bezorgd zijn..
G3309bezorgd zijn

V-FAI-3S
ev ww act..
woordvormenkelvoud
werkwoord
actief

(hij/zij/het) zal bezorgd zijn..
gebruikte vertalingen
[[ de  ]]
BZ_TR_A
τα
ta
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-APN
o mv lw acc..
woordvormonzijdig
meervoud
lidwoord
acusatief

de..
gebruikte vertalingende(106), wat(16), het(12), -(2), dat(1), die(1)
eigen  
O_BZ_TR_NA27_C+
εαυτης
eautès
G1438..
gebruikte vertalingenzichzelf(17), elkaar(11), zich(8), Zichzelf(3), jullie zelf(2), jullie(2), {zich}zelf(2), eigen(2), hun(2), voor zichzelf(2), {onder} elkaar(1), {uzelf}(1), Zich(1), voor {u}zelf(1), dan hijzelf(1), hun eigen(1), tot elkaar(1), haar eigen(1)

zichzelf..
G1438zichzelf
zich, uzelf, eigen, elkaar

F-3GSF
v ev vnw-rf gen..
woordvormvrouwelijk
enkelvoud
voornaamwoord-reflexsief
genetief

(van) haarzelf..
gebruikte vertalingen
genoeg  
 
αρκετον
arketon
G713..
gebruikte vertalingenvoldoende(1), genoeg(1)

voldoende..
G713voldoende
genoeg

A-NSN
o ev bn nom..
woordvormonzijdig
enkelvoud
bijvoegelijk-naamwoord
nominatief

genoeg..
gebruikte vertalingen
-  
 
τη

G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-DSF
v ev lw dat..
woordvormvrouwelijk
enkelvoud
lidwoord
datief

(tot) de..
gebruikte vertalingende(73), het(54), -(13), op de(7), tot de(5), voor de(3), voor het(3), van het(2), aan de(2), met het(2), naar de(1), met de(1), {voor} het(1)
dag  
 
ημερα
èmera
G2250..
gebruikte vertalingendagen(39), dag(28), Dag(5), een dag(2)

dag..
G2250dag

N-DSF
v ev zn dat..
woordvormvrouwelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
datief

(tot) dag..
gebruikte vertalingendag(12), Dag(5), een dag(1)
het  
 
η
è
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-NSF
v ev lw nom..
woordvormvrouwelijk
enkelvoud
lidwoord
nominatief

de..
gebruikte vertalingende(119), het(56), -(8), die(5), deze(2), dit(1), dat(1)
kwaad  
 
κακια
kakia
G2549..
gebruikte vertalingenkwaad(1)

slechtheid..
G2549slechtheid
kwaadaardigheid, kwaad

N-NSF
v ev zn nom..
woordvormvrouwelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
nominatief

kwaad..
gebruikte vertalingen
van {hem}  
 
αυτης
autès
G846..
gebruikte vertalingenHem(329), van hem(176), van Hem(167), hem(167), tot hen(147), hen(136), van hun(97), tot Hem(62), Hij(48), zij(42), haar(38), tot hem(38), hun(34), het(33), van haar(28), er(20), hij(19), Hem toe(17), voor hen(13), ze(13), aan hen(11), die(11), van hen(10), deze(9), van HEM(8), -(7), aan Hem(7), voor Hem(6), diens(6), bij Hem(6), daar(5), aan hem(5), aan haar(5), zelf(5), voor hem(5), zelfde(5), met Hem(4), {het}(4), tot haar(4), HEM(3), naar Hem(3), {hem}(3), van {hem}(3), Die(2), over Hem(2), met hem(2), tot deze(2), {eraan}(2), {dit}(1), {haar}(1), hetzelfde(1), dat(1), u(1), zijn(1), erop(1), HIJ(1), aan(1), {van} hen(1), aan hun(1), {met} hun(1), tegen hem(1), van deze(1), to haar(1), ervan(1), ZELF(1), door hen(1), hem toe(1), dan hij(1), voor HEM(1), Het(1), dan deze(1), met het(1), hen aan(1), er om(1), met hen(1), {ervoor}(1), er tegen(1), op hen(1), {naar} hen(1), bij hem(1), {Zich}(1)

hem..
G846hem
(van, tot, aan) hem, haar, het, zich, zelf, deze, die, dat, daar

P-GSF
v ev pn gen..
woordvormvrouwelijk
enkelvoud
persoonlijk-voornaamwoord
genetief

(van) haar..
gebruikte vertalingenvan haar(28), haar(5), aan haar(2), van {hem}(2), van deze(1), -(1), ervan(1), daar(1)


Afwijkingen
BZ_TR_A[[ komt voor  ]]
O_BZ_TR_NA27_C+vrijwel zeker oorspronkelijk, ander woord, merkbaar  

Basisteksten
BZByzantijnse/meerderheidstekst (2000)
NA27Tekst van Nestle-Aland (1993)
TRTextus Receptus (1896)
WHTekst van Westcott-Hort (1881)