Regenboog Bijbel Vertaling


RBVI

Uitleg


hoofdstuk
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   

vers
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   29   

HSV
(TR)
Aan hun vruchten zult u hen herkennen. Men plukt toch geen druif van doornstruiken of vijgen van distels?
NBV
(NA27)
Aan hun vruchten zul je hen herkennen. Men plukt toch geen druiven van doornstruiken of vijgen van distels?
NBG51
(N(A))
Aan hun vruchten zult gij hen kennen: men leest toch geen druiven van dorens of vijgen van distels?
NW
(WH)
Aan hun vruchten zult GIJ hen herkennen. Plukt men soms ooit druiven van doorns of vijgen van distels?
RBV
(BZ+)
Aan hun vruchten zullen jullie hen herkennen. [Mensen] vergaren toch geen druiventrossen van doornstruiken of vijgen van distels?
RBVI
(BZ+)
aan    de    vruchten    van hun    jullie zullen herkennen    hen    toch geen    vergaren    van    doornstruiken    een druiventros    druiventrossen    of    van    distels    vijgen  


aan  
 
απο
apo
G575..
gebruikte vertalingenvan(73), uit(33), vanaf(19), voor(11), aan(9), weg(7), vanuit(4), {door}(3), vandaan(3), -(2), vanwege(2), {op}(2), door(1), {bij}(1)

van(uit)..
G575van(uit)
uit, vanaf, voor, aan, weg, vanwege, vandaan

PREP
vz..
woordvormvoorzetsel

van(uit)..
gebruikte vertalingenvan(53), uit(31), vanaf(13), voor(11), weg(6), aan(6), vanuit(4), {door}(3), vandaan(2), {op}(2), vanwege(2), door(1), {bij}(1), -(1)
de  
 
των
tòn
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-GPM
m mv lw gen..
woordvormmannelijk
meervoud
lidwoord
genetief

(van) de..
gebruikte vertalingenvan de(141), de(80), die(8), van die(7), -(3), voor de(3), onder de(2), van(1), dan de(1)
vruchten  
 
καρπων
karpòn
G2590..
gebruikte vertalingenvrucht(14), vruchten(10)

vrucht..
G2590vrucht

N-GPM
m mv zn gen..
woordvormmannelijk
meervoud
zelfstandig-naamwoord
genetief

(van) vruchten..
gebruikte vertalingen
van hun  
 
αυτων
autòn
G846..
gebruikte vertalingenHem(329), van hem(176), van Hem(167), hem(167), tot hen(147), hen(136), van hun(97), tot Hem(62), Hij(48), zij(42), haar(38), tot hem(38), hun(34), het(33), van haar(28), er(20), hij(19), Hem toe(17), voor hen(13), ze(13), aan hen(11), die(11), van hen(10), deze(9), van HEM(8), -(7), aan Hem(7), voor Hem(6), diens(6), bij Hem(6), daar(5), aan hem(5), aan haar(5), zelf(5), voor hem(5), zelfde(5), met Hem(4), {het}(4), tot haar(4), HEM(3), naar Hem(3), {hem}(3), van {hem}(3), Die(2), over Hem(2), met hem(2), tot deze(2), {eraan}(2), {dit}(1), {haar}(1), hetzelfde(1), dat(1), u(1), zijn(1), erop(1), HIJ(1), aan(1), {van} hen(1), aan hun(1), {met} hun(1), tegen hem(1), van deze(1), to haar(1), ervan(1), ZELF(1), door hen(1), hem toe(1), dan hij(1), voor HEM(1), Het(1), dan deze(1), met het(1), hen aan(1), er om(1), met hen(1), {ervoor}(1), er tegen(1), op hen(1), {naar} hen(1), bij hem(1), {Zich}(1)

hem..
G846hem
(van, tot, aan) hem, haar, het, zich, zelf, deze, die, dat, daar

P-GPM
m mv pn gen..
woordvormmannelijk
meervoud
persoonlijk-voornaamwoord
genetief

(van) -..
gebruikte vertalingenvan hun(89), hen(21), zij(15), van hen(9), hun(3), er(2), -(2), {met} hun(1), {ervoor}(1), ze(1), {naar} hen(1), van {hem}(1)
jullie zullen herkennen  
 
επιγνωσεσθε
epignòsesthe
G1921..
gebruikte vertalingenherkenden(3), kent(2), jullie zullen herkennen(2), merkte(1), zij herkenden(1), wist(1)
 G5695..
gebruikte vertalingenzullen jullie zien(3), zullen jullie ontvangen(3), zullen zien(3), zult u ontkennen(3), zal ontvangen(3), Ik zal verdragen(2), zullen zitten(2), zij zal voortbrengen(2), zullen komen(2), ik zal ontkennen(2), zullen jullie drinken(2), zal kunnen(2), zij zal leven(2), zal binnenkomen(2), jullie zullen herkennen(2), zullen opstaan tegen(2), er zullen komen(2), {zullen} voorbijgaan(1), zult ontkennen(1), jullie zullen zien(1), zullen gaan(1), zullen omkomen(1), zij zullen ontvangen(1), hij zal komen(1), zullen binnenkomen(1), zullen jullie begrijpen(1), zullen voorbijgaan(1), zult zien(1), zij zouden ontvangen(1), zal vallen(1), zal ontkennen(1), zal hij ondersteunen(1), zullen aanschouwen(1), zal voortkomen(1), zal leven(1), IK gezond zal maken(1), Ik zal uiten(1), zal hij uitlenen(1), zullen treuren(1), het zal gebeuren(1), zal gebeuren(1), zullen uitgaan(1), hij zal verplaatsen(1), zij zullen aanschouwen(1)

(her)kennen..
G1921(her)kennen
(volledig) kennen, (precies) weten, merken

V-FDI-2P
mv ww med-d..
woordvormmeervoud
werkwoord
medium-deponent

(JULLIE) zullen herkennen..
gebruikte vertalingen
hen  
 
αυτους
autous
G846..
gebruikte vertalingenHem(329), van hem(176), van Hem(167), hem(167), tot hen(147), hen(136), van hun(97), tot Hem(62), Hij(48), zij(42), haar(38), tot hem(38), hun(34), het(33), van haar(28), er(20), hij(19), Hem toe(17), voor hen(13), ze(13), aan hen(11), die(11), van hen(10), deze(9), van HEM(8), -(7), aan Hem(7), voor Hem(6), diens(6), bij Hem(6), daar(5), aan hem(5), aan haar(5), zelf(5), voor hem(5), zelfde(5), met Hem(4), {het}(4), tot haar(4), HEM(3), naar Hem(3), {hem}(3), van {hem}(3), Die(2), over Hem(2), met hem(2), tot deze(2), {eraan}(2), {dit}(1), {haar}(1), hetzelfde(1), dat(1), u(1), zijn(1), erop(1), HIJ(1), aan(1), {van} hen(1), aan hun(1), {met} hun(1), tegen hem(1), van deze(1), to haar(1), ervan(1), ZELF(1), door hen(1), hem toe(1), dan hij(1), voor HEM(1), Het(1), dan deze(1), met het(1), hen aan(1), er om(1), met hen(1), {ervoor}(1), er tegen(1), op hen(1), {naar} hen(1), bij hem(1), {Zich}(1)

hem..
G846hem
(van, tot, aan) hem, haar, het, zich, zelf, deze, die, dat, daar

P-APM
m mv pn acc..
woordvormmannelijk
meervoud
persoonlijk-voornaamwoord
acusatief

hen..
gebruikte vertalingenhen(77), zij(7), ze(6), hun(3)
toch geen  
 
μητι
mèti
G3385..
gebruikte vertalingentoch niet(5), niet misschien(1), toch geen(1)

toch niet..
G3385toch niet
toch geen, niet misschien

PRT-I
prt-ov..
woordvormpartikel-ondervragend

toch niet..
gebruikte vertalingentoch niet(5), niet misschien(1), toch geen(1)
vergaren  
 
συλλεγουσιν
sullegousin
G4816..
gebruikte vertalingenverzamelen(2), zij zullen verzamelen(1), verzamelden(1), verzameld wordt(1), verzamel(1), wij zullen verzamelen(1), vergaren(1)
 G5719..
gebruikte vertalingenIk zeg(62), zei(61), Hij zei(28), zij zeiden(15), heeft(13), zeggen(11), zeg Ik(10), hebben jullie(10), zei Hij(9), zeg(8), willen jullie(7), hij zei(6), zij hebben(5), jullie horen(5), begrijpen jullie(5), brengt voort(5), nam mee(5), maakt onrein(5), jullie hebben(4), zeiden zij(4), Ik wil(4), Ik doe(4), vasten(4), hij heeft(4), doen(4), blijft zoeken naar(4), wilt u(4), doet struikelen(4), zegt(4), weten jullie(4), denken(4), jullie zien(3), zij zeggen(3), is(3), wil(3), ik wil(3), doen jullie(3), zij vroegen(3), hebben(3), spreekt(3), overtreden(3), zij brachten(3), overlijdt(3), staat op het punt(3), het is beter(3), horen(3), zweert(3), zend uit(3), eten(3), zeiden(3), zij hebben ontvangen(3), bracht(3), wij hebben(3), u wilt(3), is rood(2), kent(2), u denkt(2), zien(2), zij zonden(2), volgt(2), wij willen(2), voortbrengt(2), Hij heeft(2), noemt u(2), {komt}(2), zijn werkzaam(2), eert(2), U ziet(2), eten zij(2), zei hij(2), uitwerp(2), hoort U(2), denkt(2), over heersen(2), wij gaan op(2), jullie doen(2), zij zijn bij gebleven(2), doet U(2), stellen jullie op de proef(2), jullie zoeken(2), lelijk maakt(2), Hij roept(2), {vallen} jullie(2), Hij gaat voor uit(2), vindt(2), laten jullie toe(2), van meer belang zijn(2), hebben wij(2), slapen(2), doen zij(2), jullie meten(2), maakt(2), doet(2), getuigen tegen(2), gieten(2), zij tegen getuigen(2), stelen(2), vergeven(2), U kijkt(2), inbreken(2), trouwen zij(2), IK wil(2), drink(2), ik zeg(2), gehoorzaam zijn(2), noemt(2), is verschuldigd(2), werpt Hij uit(2), neemt weg(1), denken jullie(1), wilt U(1), ik oogst(1), verstikken(1), vrucht dragen(1), hebt u(1), hij hield(1), ik bijeen breng(1), scheidt(1), nemen zij aan(1), Hij vond(1), gaat hij heen(1), Ik houd(1), vond Hij(1), Hij ging op(1), Hij opdracht geeft(1), lieten neer(1), eet Hij(1), drinkt(1), zij gehoorzaam zijn(1), vertelden(1), brengt vrucht voort(1), zoeken(1), Ik wil het(1), roept(1), naait(1), u spreekt(1), ik stel onder ede(1), {krijgt}(1), verlangen(1), {doet} scheuren(1), giet(1), {trekt aan}(1), HIJ behagen in heeft(1), het baatte(1), zaait(1), stellen jullie terzijde(1), jullie ontvangen(1), hij zegt(1), zij maakten los(1), U onderwijst(1), wierp(1), gaat heen(1), hij zond(1), zenden(1), zond Hij uit(1), ontbreekt(1), hij volgt(1), Ik geef opdracht(1), u hebt(1), gezag over uitoefenen(1), zij naderden(1), zij riepen(1), Hij nam mee(1), vond(1), brengen naar buiten(1), zetten op(1), kleden(1), dwongen(1), hingen zij aan palen(1), Hij leefde(1), zagen zij(1), zij riepen bijeen(1), jullie noemen(1), het is {zover}(1), slaapt u(1), grepen(1), komt overeen(1), beschuldingen tegen inbrengen(1), jullie spreken(1), samenstroomde(1), ik geloof(1), slaapt(1), wenen jullie(1), Hij zag(1), volgden(1), vroegen(1), houdt(1), wandelen(1), {valt} u {lastig}(1), vraagt(1), namen mee(1), komt het op(1), zij wekten(1), stel onder ede(1), veel hij neer(1), zagen(1), houden vast(1), hij weet(1), herstelt(1), Ik zie(1), ik zie(1), ondervragen(1), hij doet schokken(1), knarsen(1), schuimen(1), hij zag(1), smeekten(1), zij smeekten(1), {maken} onrein(1), Hij doet(1), jullie plaatsen(1), jullie begrijpen(1), jullie herinneren(1), zend hij(1), voorbij ging(1), zien weer(1), verwachten wij(1), lopen(1), grijpen(1), is van meer belang(1), jullie willen(1), op neemt(1), vroeg(1), lastert(1), U uitwept(1), eet(1), zet op(1), zij slaapt(1), {trekt}(1), werpt uit(1), uitwerpt(1), zij horen(1), zij kijken(1), begrijpen(1), ze zien(1), ze horen(1), het hoort(1), Ik spreek(1), spreekt U(1), verstrooit(1), werpen uit(1), zegt hij(1), vindt hij(1), wonen(1), neemt mee(1), hij doet(1), hoort(1), ze schijnt(1), zetten zij(1), HIJ laat opgaan(1), HIJ laat regenen(1), zij menen(1), zij graag(1), aansteken(1), is het nuttig(1), doop(1), als koning regeerde(1), liet hij toe(1), plaatste(1), verliet(1), toonde(1), zij zetten lelijk(1), ze zaaien(1), jullie oordelen(1), jullie nodig hebben(1), ziet u(1), merkt u op(1), vergaren(1), ontvangt(1), bekleedt(1), {ze weven}(1), ze brengen bijeen(1), ze oogsten(1), voed(1), {ze groeien}(1), {ze zwoegen}(1), rukt weg(1), verstikken volledig(1), vergroten(1), zij verbreden(1), zij hebben graag(1), jullie verslinden(1), jullie trekken door(1), jullie versperren(1), zij willen(1), zij leggen(1), onderwijst(1), voorgaan(1), Hij vroeg(1), noemen(1), zij binden samen(1), zij doen(1), maken jullie(1), jullie tienden afstaan(1), zend(1), getuigen jullie(1), samen bijeenbrengt(1), weet(1), het duurt een lange tijd(1), jullie denken(1), jullie zeggen(1), jullie versieren(1), zijn vol(1), jullie reinigen(1), jullie zijn als(1), vol zijn(1), jullie bouwen(1), zij houden(1), zendt hij(1), zeggen jullie(1), zij blijft roepen(1), herinneren jullie(1), wilt(1), lijdt(1), U wilt(1), {terechtkomt}(1), houden zij(1), heen gaat(1), vrucht draagt(1), verkoopt(1), koopt(1), nadert(1), {is}(1), valt hij(1), draagt af(1), ik behandel onrechtvaardig(1), ontbreekt het mij aan(1), zij zei(1), op het punt sta(1), is van plan(1), gezag uitoefenen over(1), hij vroeg(1), maken plaats(1), hij zoeken(1), ontvangen(1), hij zich verheugt(1), u schuldig bent(1), is het beter(1), hij verwacht(1)

verzamelen..
G4816verzamelen
vergaren

V-PAI-3P
mv ww act..
woordvormmeervoud
werkwoord
actief

(ZIJ) vergaren..
gebruikte vertalingen
van  
 
απο
apo
G575..
gebruikte vertalingenvan(73), uit(33), vanaf(19), voor(11), aan(9), weg(7), vanuit(4), {door}(3), vandaan(3), -(2), vanwege(2), {op}(2), door(1), {bij}(1)

van(uit)..
G575van(uit)
uit, vanaf, voor, aan, weg, vanwege, vandaan

PREP
vz..
woordvormvoorzetsel

van(uit)..
gebruikte vertalingenvan(53), uit(31), vanaf(13), voor(11), weg(6), aan(6), vanuit(4), {door}(3), vandaan(2), {op}(2), vanwege(2), door(1), {bij}(1), -(1)
doornstruiken  
 
ακανθων
akanthòn
G173..
gebruikte vertalingendoornstruiken(7), dorens(1)

doorn..
G173doorn
doornstruik

N-GPF
v mv zn gen..
woordvormvrouwelijk
meervoud
zelfstandig-naamwoord
genetief

(van) dorens..
gebruikte vertalingen
een druiventros  
BZ_TR_V+
σταφυλην
staphulèn
G4718..
gebruikte vertalingendruiventrossen(1), een druiventros(1)

druiventros..
G4718druiventros

N-ASF
v ev zn acc..
woordvormvrouwelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
acusatief

druiventros..
gebruikte vertalingen
druiventrossen  
WH_NA27_V+
σταφυλας
staphulas
G4718..
gebruikte vertalingendruiventrossen(1), een druiventros(1)

druiventros..
G4718druiventros

N-APF
v mv zn acc..
woordvormvrouwelijk
meervoud
zelfstandig-naamwoord
acusatief

..
gebruikte vertalingen
of  
 
η
è
G2228..
gebruikte vertalingenof(88), dan(13), óf(4), -(2)

of..
G2228of
dan

PRT
prt..
woordvormpartikel

of..
gebruikte vertalingenof(88), dan(13), óf(4), -(2)
van  
 
απο
apo
G575..
gebruikte vertalingenvan(73), uit(33), vanaf(19), voor(11), aan(9), weg(7), vanuit(4), {door}(3), vandaan(3), -(2), vanwege(2), {op}(2), door(1), {bij}(1)

van(uit)..
G575van(uit)
uit, vanaf, voor, aan, weg, vanwege, vandaan

PREP
vz..
woordvormvoorzetsel

van(uit)..
gebruikte vertalingenvan(53), uit(31), vanaf(13), voor(11), weg(6), aan(6), vanuit(4), {door}(3), vandaan(2), {op}(2), vanwege(2), door(1), {bij}(1), -(1)
distels  
 
τριβολων
tribolòn
G5146..
gebruikte vertalingendistels(1)

distel..
G5146distel

N-GPM
m mv zn gen..
woordvormmannelijk
meervoud
zelfstandig-naamwoord
genetief

(van) distels..
gebruikte vertalingen
vijgen  
 
συκα
suka
G4810..
gebruikte vertalingenvoor vijgen(1), vijgen(1)

vijg..
G4810vijg

N-APN
o mv zn acc..
woordvormonzijdig
meervoud
zelfstandig-naamwoord
acusatief

vijgen..
gebruikte vertalingen


Afwijkingen
BZ_TR_V+andere vorm, merkbaar  
WH_NA27_V+andere vorm, merkbaar  

Basisteksten
BZByzantijnse/meerderheidstekst (2000)
NA27Tekst van Nestle-Aland (1993)
TRTextus Receptus (1896)
WHTekst van Westcott-Hort (1881)