Regenboog Bijbel Vertaling


RBVI

Uitleg


hoofdstuk
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   

vers
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   29   

HSV
(TR)
Een goede boom kan geen slechte vruchten voortbrengen en een slechte boom kan geen goede vruchten voortbrengen.
NBV
(NA27)
Een goede boom kan geen slechte vruchten dragen, evenmin als een slechte boom goede vruchten dragen kan.
NBG51
(N(A))
Een goede boom kan geen slechte vruchten dragen, of een slechte boom goede vruchten dragen.
NW
(WH)
een goede boom kan geen waardeloze vruchten dragen, noch kan een rotte boom voortreffelijke vruchten voortbrengen.
RBV
(BZ+)
Een goede boom kan geen schadelijke vruchten voortbrengen, en een rotte boom [kan] geen waardevolle vruchten voortbrengen.
RBVI
(BZ+)
geen    kan    een boom    goede    vruchten    schadelijke    voortbrengen    en geen    een boom    rotte    vruchten    waardevolle    voortbrengen  


geen  
 
ου
ou
G3756..
gebruikte vertalingenniet(256), geen(45), geens(13), zeker(12), nee(4), ?(1), -(1), {alleen}(1), niet{s}(1)

niet..
G3756niet
geen, geens[zins], zeker [niet], nee, niet{s}

PRT-N
prt-neg..
woordvormpartikel-negatief

niet..
gebruikte vertalingenniet(99), geen(21), zeker(12), geens(12), nee(3)
kan  
 
δυναται
dunatai
G1410..
gebruikte vertalingenkan(19), kunnen jullie(6), kunnen(5), kon(4), zij konden(3), Ik kan(3), zal kunnen(2), kunnen wij(2), had(2), hebben kunnen(2), kunt U(2), U kan(1), U kunt(1), kan er(1), kan Hij(1), u kunt(1), Hij kon(1), Hij kan(1), kunnen zij(1), konden(1), kan hij(1), kon Hij(1)
 G5736..
gebruikte vertalingenkan(17), komt(14), kwam(8), zij kwamen(8), kunnen jullie(6), ontvangt(5), wordt(4), Hij kwam(4), kwamen(4), overleggen jullie(3), pleegt overspel(3), kwam Hij(3), Ik kan(3), antwoordt U(3), komen voort(2), vereren zij(2), Ik heb medelijden(2), kunnen wij(2), kunnen(2), het wordt(2), kwamen samen(2), komen(2), kunt U(2), worden(2), ligt(1), Hij ging binnen(1), Hij riep bij Zich(1), het komt(1), ontstond er(1), {wordt gehaald}(1), kan hij(1), aannemen(1), {terecht} komt(1), riep bij Zich(1), er kwam samen(1), U kan(1), kan Hij(1), kan er(1), gingen naar(1), ik weet(1), gebeurt(1), pleegt zij overspel(1), kunnen zij(1), er kwamen(1), kwamen zij(1), U kunt(1), er wordt {gehangen}(1), komen uit(1), komt Hij(1), overdenken(1), zij is door een demon bezeten(1), hij heeft epilepsie(1), gaat uit(1), hij komt(1), komt voort(1), kwamen er naar(1), kwamen naar(1), gaat hij(1), gaat hij heen(1), hij wordt(1), vrezen wij(1), komen er binnen(1), Hij kan(1), zij gingen binnen(1), er kwam(1), overspel pleegt(1), er ontstond(1), hij gaat(1), u kunt(1), plaatsvindt(1), hij kwam(1), kom(1), overlegden(1)

kunnen..
G1410kunnen
in staat zijn*, mogelijk zijn*

V-PNI-3S
ev ww med/pas-d..
woordvormenkelvoud
werkwoord
medium/passief-deponent

(hij/zij/het) kan..
gebruikte vertalingenkan(17), kan Hij(1), kan er(1), kan hij(1), Hij kan(1)
een boom  
 
δενδρον
dendron
G1186..
gebruikte vertalingenboom(7), bomen(4), een boom(3)

boom..
G1186boom

N-NSN
o ev zn nom..
woordvormonzijdig
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
nominatief

boom..
gebruikte vertalingen
goede  
 
αγαθον
agathon
G18..
gebruikte vertalingengoede(9), goed(5), goede!(3), goeden(2), goeds(1)

goed..
G18goed

A-NSN
o ev bn nom..
woordvormonzijdig
enkelvoud
bijvoegelijk-naamwoord
nominatief

goede..
gebruikte vertalingen
vruchten  
 
καρπους
karpous
G2590..
gebruikte vertalingenvrucht(14), vruchten(10)

vrucht..
G2590vrucht

N-APM
m mv zn acc..
woordvormmannelijk
meervoud
zelfstandig-naamwoord
acusatief

vruchten..
gebruikte vertalingen
schadelijke  
 
πονηρους
ponèrous
G4190..
gebruikte vertalingenslechte(5), kwaad(5), verdorven(4), kwade(3), slechte!(2), slecht(2), slechten(2), schadelijke(2), {afgunstig}(1), verdorvenen(1)

kwaad..
G4190kwaad
slecht, verdorven, schadelijk

A-APM
m mv bn acc..
woordvormmannelijk
meervoud
bijvoegelijk-naamwoord
acusatief

kwaden..
gebruikte vertalingen
voortbrengen  
O_BZ_TR_NA27_C+
ποιειν
poiein
G4160..
gebruikte vertalingendoen(10), doet(7), Ik doe(6), deed(5), voortbrengt(4), maak(4), doe(3), brengt voort(3), zij deden(3), zal doen(3), Hij deed(3), te doen(3), om te doen(3), doen jullie(3), blijf doen(3), moet ik doen(2), doen zij(2), hebben jullie gedaan(2), jullie doen(2), doet U(2), deden(2), heeft Hij gedaan(2), hield(2), maakt(2), deed hij(2), voortbrengen(2), te maken(2), jullie hebben gedaan(2), Hij maakte(2), heeft gedaan(2), zullen hebben(1), te {banen}(1), Hij gedaan had(1), hielden zij(1), gedaan heeft(1), Ik zal doen(1), deden zij(1), kunnen maken(1), hielden(1), gedaan(1), had begaan(1), ik doe(1), {geven}(1), jullie hebben gemaakt(1), U doet(1), Hij heeft gemaakt(1), zij gedaan(1), Hij doet(1), liet(1), heeft gemaakt(1), gedaan had(1), zullen jullie doen(1), voortbracht(1), hij doet(1), maken wij(1), {SCHEPPER}(1), maakte(1), hebben wij gedaan(1), u doet(1), breng voort(1), Ik zal maken(1), ze doet(1), maken(1), hij deed(1), hebben {gewerkt}(1), handelend(1), hij maakte(1), zij gedaan heeft(1), Ik houd(1), maken jullie(1), om te maken(1), u behandeld(1), hebben gemaakt(1), zal hij doen(1), zij doen(1), zal ik doen(1)
 G5721..
gebruikte vertalingente zeggen(10), om te horen(6), te verkondigen(4), had(4), om te genezen(3), onderwijs te geven(3), zeer verontrust te worden(2), horen(2), spreken(2), om aan te houden(2), voor te gaan(2), pas op(2), zeiden(2), te drinken(2), te eten(2), zaaien(2), te vloeken(2), te vermanen(2), voortbrengen(2), dienen(2), om te vergeven(2), om te hebben(2), vasten(2), verwonderde(2), lief te hebben(2), uit te zenden(1), te {banen}(1), te smeken(1), luisten(1), om te verkondigen(1), om uit te werpen(1), uitwerpen(1), nestellen(1), op aandrongen(1), te onderwijzen(1), rondlopen(1), te spreken(1), Hij uit te werpen(1), te misleiden(1), te bespuwen(1), lang bleef(1), te stompen(1), te bedekken(1), te roepen(1), voornaamsten zijn(1), te ondervragen(1), vasthouden(1), te dragen naar(1), verheerlijkten(1), volgen(1), zeer verontwaardigd te worden(1), overkomen(1), roeien(1), om te geven(1), te doen(1), om te doen(1), te plukken(1), sprak(1), zag(1), sliepen(1), om te zaaien(1), te verwijten(1), om te onderwijzen(1), doen(1), te kunnen zeggen(1), te geven(1), kon(1), zij konden uitwerpen(1), treuren(1), er nestelen(1), te hebben(1), vrij te laten(1), te zweren(1), zij spraken(1), om te spreken(1), er plaats was(1), bekend te maken(1), te slaan(1), te zoeken(1), in te laten zien(1), te onderscheiden(1), te lijden(1), houden(1), na te laten(1), er plaats maken(1), vergeven(1)

doen..
G4160doen
voortbrengen, maken, handelen, verrichten, houden, laten (doen)

V-PAN
ww act..
woordvormwerkwoord
actief

doen..
gebruikte vertalingenvoortbrengen(2), te {banen}(1), te doen(1), om te doen(1), doen(1)
en geen  
 
ουδε
oude
G3761..
gebruikte vertalingenook niet(11), en niet(6), en niet(5), ook niet(4), zelfs niet(2), en(2), ook geen(1), noch(1), maar niet(1), zelfs geen(1), ook geen(1), zelfs niet(1), en geen(1), en niet{s}(1)

ook niet..
G3761ook niet
(letterlijk) maar niet, maar geen, ook geen, en niet, en geen, zelfs niet, zelfs geen

ADV
bw..
woordvormbijwoord

ook niet..
gebruikte vertalingenook niet(11), en niet(6), ook niet(4), en niet(4), zelfs niet(2), en(2), ook geen(1), noch(1), maar niet(1), zelfs geen(1), ook geen(1), zelfs niet(1), en geen(1), en niet{s}(1)
een boom  
 
δενδρον
dendron
G1186..
gebruikte vertalingenboom(7), bomen(4), een boom(3)

boom..
G1186boom

N-NSN
o ev zn nom..
woordvormonzijdig
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
nominatief

boom..
gebruikte vertalingen
rotte  
 
σαπρον
sapron
G4550..
gebruikte vertalingenrotte(3), rot(2)

rotte..
G4550rotte

A-NSN
o ev bn nom..
woordvormonzijdig
enkelvoud
bijvoegelijk-naamwoord
nominatief

rotte..
gebruikte vertalingen
vruchten  
 
καρπους
karpous
G2590..
gebruikte vertalingenvrucht(14), vruchten(10)

vrucht..
G2590vrucht

N-APM
m mv zn acc..
woordvormmannelijk
meervoud
zelfstandig-naamwoord
acusatief

vruchten..
gebruikte vertalingen
waardevolle  
 
καλους
kalous
G2570..
gebruikte vertalingenwaardevolle(14), beter(8), goede(4), waardevol(2), goed(2), juist(2)

waardevol..
G2570waardevol
juist, goed, mooi

A-APM
m mv bn acc..
woordvormmannelijk
meervoud
bijvoegelijk-naamwoord
acusatief

waardevolle..
gebruikte vertalingen
voortbrengen  
 
ποιειν
poiein
G4160..
gebruikte vertalingendoen(10), doet(7), Ik doe(6), deed(5), voortbrengt(4), maak(4), doe(3), brengt voort(3), zij deden(3), zal doen(3), Hij deed(3), te doen(3), om te doen(3), doen jullie(3), blijf doen(3), moet ik doen(2), doen zij(2), hebben jullie gedaan(2), jullie doen(2), doet U(2), deden(2), heeft Hij gedaan(2), hield(2), maakt(2), deed hij(2), voortbrengen(2), te maken(2), jullie hebben gedaan(2), Hij maakte(2), heeft gedaan(2), zullen hebben(1), te {banen}(1), Hij gedaan had(1), hielden zij(1), gedaan heeft(1), Ik zal doen(1), deden zij(1), kunnen maken(1), hielden(1), gedaan(1), had begaan(1), ik doe(1), {geven}(1), jullie hebben gemaakt(1), U doet(1), Hij heeft gemaakt(1), zij gedaan(1), Hij doet(1), liet(1), heeft gemaakt(1), gedaan had(1), zullen jullie doen(1), voortbracht(1), hij doet(1), maken wij(1), {SCHEPPER}(1), maakte(1), hebben wij gedaan(1), u doet(1), breng voort(1), Ik zal maken(1), ze doet(1), maken(1), hij deed(1), hebben {gewerkt}(1), handelend(1), hij maakte(1), zij gedaan heeft(1), Ik houd(1), maken jullie(1), om te maken(1), u behandeld(1), hebben gemaakt(1), zal hij doen(1), zij doen(1), zal ik doen(1)
 G5721..
gebruikte vertalingente zeggen(10), om te horen(6), te verkondigen(4), had(4), om te genezen(3), onderwijs te geven(3), zeer verontrust te worden(2), horen(2), spreken(2), om aan te houden(2), voor te gaan(2), pas op(2), zeiden(2), te drinken(2), te eten(2), zaaien(2), te vloeken(2), te vermanen(2), voortbrengen(2), dienen(2), om te vergeven(2), om te hebben(2), vasten(2), verwonderde(2), lief te hebben(2), uit te zenden(1), te {banen}(1), te smeken(1), luisten(1), om te verkondigen(1), om uit te werpen(1), uitwerpen(1), nestellen(1), op aandrongen(1), te onderwijzen(1), rondlopen(1), te spreken(1), Hij uit te werpen(1), te misleiden(1), te bespuwen(1), lang bleef(1), te stompen(1), te bedekken(1), te roepen(1), voornaamsten zijn(1), te ondervragen(1), vasthouden(1), te dragen naar(1), verheerlijkten(1), volgen(1), zeer verontwaardigd te worden(1), overkomen(1), roeien(1), om te geven(1), te doen(1), om te doen(1), te plukken(1), sprak(1), zag(1), sliepen(1), om te zaaien(1), te verwijten(1), om te onderwijzen(1), doen(1), te kunnen zeggen(1), te geven(1), kon(1), zij konden uitwerpen(1), treuren(1), er nestelen(1), te hebben(1), vrij te laten(1), te zweren(1), zij spraken(1), om te spreken(1), er plaats was(1), bekend te maken(1), te slaan(1), te zoeken(1), in te laten zien(1), te onderscheiden(1), te lijden(1), houden(1), na te laten(1), er plaats maken(1), vergeven(1)

doen..
G4160doen
voortbrengen, maken, handelen, verrichten, houden, laten (doen)

V-PAN
ww act..
woordvormwerkwoord
actief

doen..
gebruikte vertalingenvoortbrengen(2), te {banen}(1), te doen(1), om te doen(1), doen(1)


Afwijkingen
O_BZ_TR_NA27_C+vrijwel zeker oorspronkelijk, ander woord, merkbaar  

Basisteksten
BZByzantijnse/meerderheidstekst (2000)
NA27Tekst van Nestle-Aland (1993)
TRTextus Receptus (1896)
WHTekst van Westcott-Hort (1881)