Regenboog Bijbel Vertaling


RBVI

Uitleg


hoofdstuk
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   

vers
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   29   30   
31   32   33   34   35   36   37   38   39   40   41   42   43   44   45   

HSV
(TR)
Het begin van het Evangelie van Jezus Christus, de Zoon van God.
NBV
(NA27)
Het begin van het evangelie van Jezus Christus, Zoon van God.
NBG51
(N(A))
Begin van het Evangelie van Jezus Christus.
NW
(WH)
[Het] begin van het goede nieuws over Jezus Christus:
RBV
(BZ+)
[Het] begin van het goede nieuws van Jezus Christus, Zoon van GOD.
RBVI
(BZ+)
begin    van het    goede nieuws    van Jezus    Christus    Zoon    [[ van de  ]]  GOD  


begin  
 
αρχη
archè
G746..
gebruikte vertalingenbegin(7), een begin(1)

begin..
G746begin

N-NSF
v ev zn nom..
woordvormvrouwelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
nominatief

begin..
gebruikte vertalingenbegin(1), een begin(1)
van het  
 
του
tou
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-GSN
o ev lw gen..
woordvormonzijdig
enkelvoud
lidwoord
genetief

(van) de..
gebruikte vertalingende(34), van de(28), van het(22), het(16), dan de(2), van(1), aan het(1)
goede nieuws  
 
ευαγγελιου
euangeliou
G2098..
gebruikte vertalingengoede nieuws(12)

goede nieuws..
G2098goede nieuws
(Grieks) evangelie*

N-GSN
o ev zn gen..
woordvormonzijdig
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
genetief

(van) goede nieuws..
gebruikte vertalingengoede nieuws(3)
van Jezus  
 
ιησου
ièsou
G2424..
gebruikte vertalingenJezus(260), van Jezus(5), Jezus!(3), over Jezus(1)

Jezus..
G2424Jezus

betekent: JEHOVAH is redding

N-GSM
m ev zn gen..
woordvormmannelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
genetief

(van) Jezus..
gebruikte vertalingenJezus(15), van Jezus(5), over Jezus(1)
Christus  
 
χριστου
christou
G5547..
gebruikte vertalingenChristus(26), van Christus(1), Chritus(1)

Christus..
G5547Christus

betekent: gezalfde

N-GSM
m ev zn gen..
woordvormmannelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
genetief

(van) Christus..
gebruikte vertalingenChristus(8), van Christus(1)
Zoon  
O?_BZ_TR_NA27_A
υιου
uiou
G5207..
gebruikte vertalingenZoon(80), zonen(19), zoon(12), een Zoon(7), Zoon!(5), {vrienden}(2), een zoon(1), jong(1)

zoon..
G5207zoon
jong

N-GSM
m ev zn gen..
woordvormmannelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
genetief

(van) Zoon..
gebruikte vertalingenZoon(9), zoon(1)
[[ van de  ]]
BZ_TR_A
του
tou
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-GSM
m ev lw gen..
woordvormmannelijk
enkelvoud
lidwoord
genetief

(van) van de..
gebruikte vertalingenvan de(227), de(98), van het(22), het(13), DIE(8), -(8), van(4), dat(3), die(2), aan de(1), {uit} de(1), wie(1), van die(1), van wie(1)
GOD  
O?_BZ_TR_NA27_A
θεου
theou
G2316..
gebruikte vertalingenGOD(105), van GOD(5)

GOD..
G2316GOD

N-GSM
m ev zn gen..
woordvormmannelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
genetief

(van) GOD..
gebruikte vertalingenGOD(59), van GOD(5)


Afwijkingen
O?_BZ_TR_NA27_Awaarschijnlijk oorspronkelijk, komt voor  
BZ_TR_A[[ komt voor  ]]

Basisteksten
BZByzantijnse/meerderheidstekst (2000)
NA27Tekst van Nestle-Aland (1993)
TRTextus Receptus (1896)
WHTekst van Westcott-Hort (1881)