Regenboog Bijbel Vertaling


RBVI

Uitleg


hoofdstuk
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   

vers
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   29   30   
31   32   33   34   35   36   37   38   39   40   41   42   43   44   45   

HSV
(TR)
En heel de stad had zich verzameld bij de deur.
NBV
(NA27)
alle inwoners van de stad hadden zich bij de deur van het huis verzameld.
NBG51
(N(A))
En de gehele stad was te hoop gelopen bij de deur.
NW
(WH)
en de hele stad had zich vlak voor de deur verzameld.
RBV
(BZ+)
En heel de stad was samen bijeen gekomen voor de deur.
RBVI
(BZ+)
en    de    stad    heel    samen bijeen gekomen    was    voor    de    deur  


en  
 
και
kai
G2532..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)

en..
G2532en
ook, nu, dan, -, zelfs, {maar}, {toen}, {toch}, {met}, {als}

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

en..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)
de  
 
η
è
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-NSF
v ev lw nom..
woordvormvrouwelijk
enkelvoud
lidwoord
nominatief

de..
gebruikte vertalingende(119), het(56), -(8), die(5), deze(2), dit(1), dat(1)
stad  
 
πολις
polis
G4172..
gebruikte vertalingenstad(26), steden(7), een stad(3)

stad..
G4172stad

N-NSF
v ev zn nom..
woordvormvrouwelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
nominatief

stad..
gebruikte vertalingenstad(5), een stad(1)
heel  
BZ_TR_T-
ολη
olè
G3650..
gebruikte vertalingenheel(30), hele(8), alles(3), helemaal(1)

heel..
G3650heel
alles, helemaal

A-NSF
v ev bn nom..
woordvormvrouwelijk
enkelvoud
bijvoegelijk-naamwoord
nominatief

heel..
gebruikte vertalingenheel(1)
samen bijeen gekomen  
 
επισυνηγμενη
episunègmenè
G1996..
gebruikte vertalingenzullen samen brengen(1), samen bijeen gekomen(1), zij zullen samen bijeenbrengen(1), samen bijeenbrengt(1), samen bijeen brengen(1)
 G5772..
gebruikte vertalingenvastgebonden(3), genodigden(3), gekleed(2), ontbonden(2), zegend is(2), gebonden(2), bijeen waren gekomen(2), verdorde(2), gereed gemaakt is(2), zwaar geworden(2), aan een paal werd gehangen(2), onder te binden(1), was afgestompt(1), hij was gekleed(1), stond geschreven(1), ontslapen waren(1), samen bijeen gekomen(1), gezaaid werd(1), lag(1), ingegraveerd(1), met mirre gemengde(1), samen aan een paal gehangen waren(1), uitgehouwen(1), ten huwelijk was beloofd(1), was opgestaan(1), vastzat(1), had aangetrokken(1), gezegend is(1), afgestompt(1), gezegend(1), verdord was(1), ingericht is(1), hij oneer aangedaan was(1), vermengd(1), gezonden zijn(1), geteld(1), bedekt(1), belast zijn(1), vertrapt werd(1), aangeveegd(1), verstrooid(1), gestroopt(1), zij die is gescheiden(1), is smal(1), {liggen}(1), {lag}(1), opgeruimd(1), was gezaaid(1), witgeklakte(1), zijn geslacht(1), zij die vervolgd zijn(1), jullie gezegend zijn(1), jullie vervloekt zijn(1), die is gescheiden(1), bijeengekomen(1), verborgen zijn(1), verborgen(1), verdraaide(1), verdwaald waren(1), een prijs was vastgesteld(1)

samen bijeen brengen..
G1996samen bijeen brengen

V-RPP-NSF
v ev ww pas..
woordvormvrouwelijk
enkelvoud
werkwoord
passief

(zij) was samen bijeen gebracht..
gebruikte vertalingensamen bijeen gekomen(1)
was  
BZ_TR_T-
ην
èn
G2258..
gebruikte vertalingenwas(26), zij waren(10), waren(8), -(6), Hij was(6), er was(6), hij was(5), er waren(3), het was(3), zou zijn geweest(2), u bent geweest(2), waren er(2), hadden(2), Hij had(2), had{den}(2), {werd}(2), was het(2), {kwamen}(1), {kwam}(1), was geweest(1), {hielden}(1), er hadden(1), was Hij(1), {bleef}(1), zij was(1)
 G5713..
gebruikte vertalingenwas(26), verklaarde(14), zij waren(10), waren(8), -(6), Hij was(6), er was(6), hij was(5), Ik was(3), het was(3), er waren(3), zou zijn geweest(2), u bent geweest(2), waren er(2), hadden(2), Hij had(2), was het(2), {werd}(2), had{den}(2), zij was(1), {kwam}(1), {kwamen}(1), was Ik(1), was geweest(1), Hij verklaarde(1), wij hadden {geleefd}(1), er hadden(1), wij waren geweest(1), was Hij(1), {bleef}(1), hij verklaarde(1), {hielden}(1)

waren..
G2258waren
hadden

V-IXI-3S
ev ww -..
woordvormenkelvoud
werkwoord


(hij/zij/het) was..
gebruikte vertalingenwas(24), Hij was(6), er was(6), -(5), hij was(5), het was(3), was het(2), zou zijn geweest(2), had{den}(2), Hij had(2), {werd}(2), was geweest(1), {kwam}(1), zij was(1), {bleef}(1), waren(1), was Hij(1), er waren(1)
voor  
 
προς
pros
G4314..
gebruikte vertalingennaar(41), bij(38), om(7), tot(7), met(6), voor(4), -(3), aan(3), onder(1), naar toe(1), {over}(1)

naar..
G4314naar
bij, tot, om, voor, aan, met

PREP
vz..
woordvormvoorzetsel

naar..
gebruikte vertalingennaar(41), bij(38), om(7), tot(7), met(6), voor(4), -(3), aan(3), onder(1), naar toe(1), {over}(1)
de  
 
την
tèn
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-ASF
v ev lw acc..
woordvormvrouwelijk
enkelvoud
lidwoord
acusatief

de..
gebruikte vertalingende(226), het(103), -(8), dat(5), {wie}(1), wat(1)
deur  
 
θυραν
thuran
G2374..
gebruikte vertalingendeur(7), opening(4)

deur..
G2374deur
opening

N-ASF
v ev zn acc..
woordvormvrouwelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
acusatief

deur..
gebruikte vertalingendeur(4), opening(1)


Afwijkingen
BZ_TR_T-andere plaats, niet merkbaar  

Basisteksten
BZByzantijnse/meerderheidstekst (2000)
NA27Tekst van Nestle-Aland (1993)
TRTextus Receptus (1896)
WHTekst van Westcott-Hort (1881)