Regenboog Bijbel Vertaling


RBVI

Uitleg


hoofdstuk
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   

vers
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   29   30   
31   32   33   34   35   36   37   38   39   40   41   42   43   44   45   46   47   48   49   50   51   52   53   54   55   56   57   58   59   60   61   
62   63   64   65   66   67   68   69   70   71   72   73   74   75   76   77   78   79   80   

Dit vers is nog niet vertaald.

  
 
και
kai
G2532..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)

en..
G2532en
ook, nu, dan, -, zelfs, {maar}, {toen}, {toch}, {met}, {als}

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

en..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)
  
 
εγενετο
egeneto
G1096..
gebruikte vertalingenhet was geworden(13), gebeurde het(12), wordt(9), gebeuren(7), worden(7), er ontstond(5), is gebeurd(4), er gebeurd was(4), laat het gebeuren(4), waren gebeurd(3), werden(3), kwam er(3), is geweest(2), is geworden(2), gebeurt(2), komt(2), het wordt(2), werd(2), kan zijn(2), gebeurd(2), wees(2), jullie worden(2), hij wordt(2), er gebeurt was(1), er gebeurde was(1), ontstond er(1), er kwam(1), is er gekomen(1), laat gebeuren(1), er is gebeurd(1), het geworden was(1), was geworden(1), gekomen was(1), waren geweest(1), het gebeurde(1), heeft plaatsgevonden(1), het gebeurd(1), er was {verstreken}(1), gebeurd is(1), Hij was(1), kwam(1), word(1), laat er {voortkomen}(1), het zal gebeuren(1), zijn gebeurd(1), had het blijven bestaan(1), werd het(1), werd{en}(1), er gebeurt(1), zal gebeuren(1), gebeurd zijn(1), hij er wordt(1), er ontstaat(1), was(1), geweest(1), plaatsvindt(1), was er gekomen(1), kan worden(1), er is geweest(1), er gebeurde(1)
 G5633..
gebruikte vertalingengebeurde het(12), er ontstond(4), waren gebeurd(3), werden(3), kwam er(2), zij vergaten(1), was geworden(1), er gebeurde was(1), werd(1), het was geworden(1), het gebeurde(1), is gebeurd(1), er is gebeurd(1), is er gekomen(1), werd{en}(1), werd het(1), vergaten(1), gebeurd(1), kwamen aan(1), er kwam(1), kwam(1), greep vast(1)

worden..
G1096worden
gebeuren, zijn, ontstaan, komen, plaatsvinden

V-2ADI-3S
ev ww med-d..
woordvormenkelvoud
werkwoord
medium-deponent

(hij/zij/het) werd..
gebruikte vertalingengebeurde het(12), er ontstond(4), kwam er(2), werd(1), was geworden(1), het was geworden(1), het gebeurde(1), is gebeurd(1), er gebeurde was(1), er kwam(1), werd{en}(1), werd het(1), gebeurd(1), kwam(1), is er gekomen(1), er is gebeurd(1)
  
 
ως
òs
G5613..
gebruikte vertalingenals(31), zoals(20), voor(3), zo(3), ongeveer(2), hoe(2), {al}(1), hetzelfde als(1)

(zo)als..
G5613(zo)als
voor, hoe, ongeveer

ADV
bw..
woordvormbijwoord

(zo)als..
gebruikte vertalingenals(31), zoals(20), voor(3), zo(3), ongeveer(2), hoe(2), {al}(1), hetzelfde als(1)
  
 
επλησθησαν
eplèsthèsan
G4130..
gebruikte vertalingenwerd vervuld(1), vulde(1), werd gevuld(1)
 G5681..
gebruikte vertalingener gesproken is(5), kwamen bijeen(4), werden verzadigd(4), Hij is opgewekt(4), werden geopend(3), kan vergeleken worden(3), verdorde het(2), verschroeide het(2), verscheen Hij(2), werd gebracht naar(2), kwam bijeen(2), zou worden gered(2), hij geboren was(2), scheurde(2), veranderde Hij van gedaante(2), raakte hij in beroering(2), hij was hersteld(2), is opgewekt(2), is vervuld(2), was gezond(2), werd vervuld(2), zij waren zichtbaar(1), werd{en} opgewekt(1), wij herinneren(1), beefden(1), zij onderwezen waren(1), spleten(1), werd Hij opgenomen(1), Hij werd gerekend(1), bijeen waren gekomen(1), werd gesloten(1), stonden op(1), herinnerde(1), Hij veroordeeld was(1), wordt bekendgemaakt(1), wordt genoemd(1), beefde(1), is gegeven(1), losgemaakt(1), verscheen(1), was zeer verbaasd(1), droogde op(1), werd geopend(1), hij is opgewekt(1), legden aan(1), herinnerde zich(1), was hersteld(1), zij waren verbaasd(1), gezien was(1), Hij werd gedoopt(1), hij was rein(1), het werd {bekend}(1), stond hij op(1), zij waren zeer verbaasd(1), zij raakten in beroering(1), verdorde(1), is overgedragen(1), wordt gerechtvaardig(1), ontwaakte(1), Hij weggestuurd had(1), hij is verdeeld geworden(1), is vetgemest(1), werd bedroefd(1), vol was(1), gegist was(1), was verlost(1), zij stond op(1), werd hij woedend(1), hij bedrogen was(1), werd bevonden(1), is gehoord(1), gebracht(1), was hij gereinigd(1), is er gesproken(1), overgeleverd was(1), werd gebracht(1), gegeven(1), kon verdorren(1), werd verwekt(1), raakte in opschudding(1), stenigde(1), werd hij boos(1), kwamen zij bijeen(1), werd stil(1), werd gevuld(1), werden gebracht naar(1), geboren worden(1), er aanstoot aan namen(1), werden verlost(1), raakten zij in paniek(1), verschenen(1), was genezen(1), werden zij bedroefd(1), werd er gebracht(1), zij werden bedroefd(1), verkort zouden worden(1)

(ver)vullen..
G4130(ver)vullen

V-API-3P
mv ww pas..
woordvormmeervoud
werkwoord
passief

(ZIJ) ..
gebruikte vertalingen
  
 
αι
ai
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-NPF
v mv lw nom..
woordvormvrouwelijk
meervoud
lidwoord
nominatief

de..
gebruikte vertalingende(43), die(5), -(2), het(1)
  
 
ημεραι
èmerai
G2250..
gebruikte vertalingendagen(39), dag(28), Dag(5), een dag(2)

dag..
G2250dag

N-NPF
v mv zn nom..
woordvormvrouwelijk
meervoud
zelfstandig-naamwoord
nominatief

dagen..
gebruikte vertalingendagen(9)
  
 
της
tès
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-GSF
v ev lw gen..
woordvormvrouwelijk
enkelvoud
lidwoord
genetief

(van) de..
gebruikte vertalingende(96), van de(48), het(35), van het(19), -(3), voor het(2), {in} de(2), bij de(1), {met} de(1), {naar} de(1), die(1), dan het(1)
  
 
λειτουργιας
leitourgias
G3009..
gebruikte vertalingen

..
G3009

N-GSF
v ev zn gen..
woordvormvrouwelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
genetief

(van) ..
gebruikte vertalingen
  
 
αυτου
autou
G846..
gebruikte vertalingenHem(329), van hem(176), van Hem(167), hem(167), tot hen(147), hen(136), van hun(97), tot Hem(62), Hij(48), zij(42), haar(38), tot hem(38), hun(34), het(33), van haar(28), er(20), hij(19), Hem toe(17), voor hen(13), ze(13), aan hen(11), die(11), van hen(10), deze(9), van HEM(8), -(7), aan Hem(7), voor Hem(6), diens(6), bij Hem(6), daar(5), aan hem(5), aan haar(5), zelf(5), voor hem(5), zelfde(5), met Hem(4), {het}(4), tot haar(4), HEM(3), naar Hem(3), {hem}(3), van {hem}(3), Die(2), over Hem(2), met hem(2), tot deze(2), {eraan}(2), {dit}(1), {haar}(1), hetzelfde(1), dat(1), u(1), zijn(1), erop(1), HIJ(1), aan(1), {van} hen(1), aan hun(1), {met} hun(1), tegen hem(1), van deze(1), to haar(1), ervan(1), ZELF(1), door hen(1), hem toe(1), dan hij(1), voor HEM(1), Het(1), dan deze(1), met het(1), hen aan(1), er om(1), met hen(1), {ervoor}(1), er tegen(1), op hen(1), {naar} hen(1), bij hem(1), {Zich}(1)

hem..
G846hem
(van, tot, aan) hem, haar, het, zich, zelf, deze, die, dat, daar

P-GSM
m ev pn gen..
woordvormmannelijk
enkelvoud
persoonlijk-voornaamwoord
genetief

(van) hem..
gebruikte vertalingenvan hem(172), van Hem(166), hem(37), Hem(30), Hij(18), van HEM(8), diens(6), hij(3), er(2), over Hem(2), HIJ(1), naar Hem(1), hun(1), zelfde(1), zijn(1), voor hem(1), {dit}(1), dan hij(1)
  
 
απηλθεν
apèlthen
G565..
gebruikte vertalingenging(5), ging heen(3), hij ging heen(3), gaan(2), zij gaan(2), ging hij weg(2), gingen(2), Hij ging(2), ging weg(2), ging Hij(2), zij gingen(2), zij kwamen(2), ga(2), hij ging weg(1), gingen zij(1), zij moeten gaan(1), vertrokken(1), ging Hij heen(1), {verdween}(1), zij ging(1), vertrok(1), zullen gaan(1), moeten wij gaan(1), om te weg gaan(1), te komen(1), zij gingen erheen(1), om te gaan(1), erheen gaan(1), weg te gaan(1), heen gaat(1), ging voort(1), te gaan(1), heen ging(1), {zij} weggaan(1), gingen zij weg(1), gingen heen(1), hij ging(1), heen te gaan(1), ging verder(1), heengingen(1)
 G5627..
gebruikte vertalingenzei(133), Hij zei(21), kwam(16), zij zeiden(13), zeiden(12), hebben jullie gelezen(9), viel(8), heeft gezegd(7), zag Hij(7), is gekomen(6), zei Hij(6), ging(6), Ik ben gekomen(5), gingen(5), kwamen(5), zijn jullie uitgegaan(5), zeiden zij(5), zij namen(4), zij aten(4), hij zei(4), Hij ging(4), zij zagen(4), nam(3), Hij vertrok(3), zij kwamen(3), jullie hebben ontvangen(3), is dood(3), Hij wierp uit(3), vluchten(3), hij binnenkwam(3), Hij kwam(3), ging uit(3), Hij zag(3), voerden weg(3), hij zag(3), vroegen(3), gingen zij(3), ging voort(3), viel neer(3), kwam er naar(3), kwam{en}(3), Hij had gezegd(2), jullie hebben opgehaald(2), zij zei(2), zagen zij(2), ging hij weg(2), gekomen is(2), zij brachten(2), kwam binnen(2), zij brachten bijeen(2), hebt U verlaten(2), zij wierpen(2), zij voerden weg(2), kwam er(2), Hij heeft gezegd(2), ging Hij(2), vond Hij(2), ik heb gezegd(2), vluchten weg(2), viel Hij neer(2), vertrok(2), gingen zij weg(2), wierpen(2), zij vonden(2), stierf(2), hebt gezegd(2), hebben wij gezien(2), jullie hebben gekleed(2), hij ging(2), zag hij(2), hielden(2), er ontstonden(2), kwamen op(2), bent U gekomen(2), zij gingen(2), ging Hij op(2), at{en} op(2), ging weg(2), at(2), wij hebben gezien(2), zij hadden gezien(2), nam mee(2), zei hij(2), het stortte in(2), zij had voortgebracht(2), kwam Hij(2), zagen(1), kwamen zij(1), zij stonden versteld(1), herkenden(1), zij gingen zitten(1), Hij {klom} omhoog(1), zij aangenomen hebben(1), wij zijn gekomen(1), zij kwamen samen(1), kwamen eerder(1), ze liepen gezamelijk snel(1), wierp neer(1), zond Hij weg(1), kwam Hij binnen(1), het was(1), {verdween}(1), vertrok vandaar(1), liepen zij snel(1), onderging(1), Hij kwam binnen(1), Hij is uitzinnig(1), zij merkte(1), Hij was binnengekomen(1), vertelde(1), hij ging heen(1), er kwamen(1), opstaat(1), rende hij(1), stond zij op(1), hij heeft geworpen(1), {voorbereiding}(1), zij dronken(1), sloegen zij(1), heeft(1), heeft er {in} geworpen(1), zij wierp er {in}(1), zij hebben er {in} geworpen(1), hieuw af(1), vluchtte weg(1), te gaan(1), Hij dood was(1), overviel(1), Hij nam(1), gezegd had(1), grepen(1), hij vertrok naar(1), zegt U(1), hebben gehad(1), ging hij uit(1), hij gestorven was(1), hij stond op(1), te staan(1), er kwam(1), {stak}(1), bracht(1), Hij(1), hebben gezien(1), vertrokken(1), hij stierf(1), zij begrepen(1), zij spraken(1), hij ging weg(1), vonden(1), merkte(1), kwam Hij omhoog(1), zij kwam(1), om te vragen(1), vond(1), vroeg Hij(1), kwam naar(1), ontvingen(1), nam Hij(1), ik ben gekomen(1), trok uit(1), u binnengekomen(1), zij hielden(1), hij nam nee(1), ze kwamen om(1), begrepen zij(1), Hij sprak(1), zij ontvingen(1), hij vond(1), wierpen zij(1), Ik sprak(1), vielen zij neer(1), jullie hebben meegenomen(1), wij hebben meegenomen(1), stapte Hij in(1), ging verder(1), zij hebben gezien(1), zij herkenden(1), er op ging uit(1), zij gingen erheen(1), ik weggegaan ben(1), werpen(1), Hij gesproken had(1), kwam hij tegen(1), gingen heen(1), Ik heb gevonden(1), zij vonden er(1), vonden zij er(1), er kwam naar(1), heeft gezien(1), zag(1), sloegen(1), {hieuw} af(1), merkte op(1), ik heb gezondigd(1), ombrengen(1), er kwam uit(1), troffen zij(1), is voorbijgegaan(1), stond(1), ik heb geleden(1), Ik gekomen ben(1), hebben wij uitgeworpen(1), meenamen(1), ik wist(1), stormde tegen(1), zij merkten(1), zij hebben gehad(1), binnenging(1), jullie zijn gekomen(1), wij zien hebben(1), hebben wij zien(1), zij stelden vast(1), zijn wij gekomen(1), hebben wij gekleed(1), Ik heb gekend(1), hebben wij ontvangen(1), kwamen binnen(1)

weggaan..
G565weggaan
heengaan, voortgaan, verdergaan, komen

V-2AAI-3S
ev ww act..
woordvormenkelvoud
werkwoord
actief

(hij/zij/het) ging heen..
gebruikte vertalingenging(5), ging hij weg(2), Hij ging(2), ging Hij(1), vertrok(1), hij ging weg(1), hij ging heen(1), hij ging(1), ging weg(1), ging verder(1), ging voort(1), {verdween}(1)
  
 
εις
eis
G1519..
gebruikte vertalingenin(168), naar(93), -(37), tot(22), op(20), voor(15), om(9), aan(7), tussen(3), tegen(3), bij(3), tot in(2), {als}(2), over(1), {over}(1)

in..
G1519in
naar, tot, voor, -, om, aan, tegen, tussen, bij

PREP
vz..
woordvormvoorzetsel

in..
gebruikte vertalingenin(168), naar(93), -(37), tot(22), op(20), voor(15), om(9), aan(7), tussen(3), tegen(3), bij(3), tot in(2), {als}(2), over(1), {over}(1)
  
 
τον
ton
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-ASM
m ev lw acc..
woordvormmannelijk
enkelvoud
lidwoord
acusatief

de..
gebruikte vertalingende(263), het(76), -(23), die(7), DIE(4), dat(3), Die(2), wat(1)
  
 
οικον
oikon
G3624..
gebruikte vertalingenhuis(17), een huis(5), van huis(2), huizen(1)

huis..
G3624huis

N-ASM
m ev zn acc..
woordvormmannelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
acusatief

huis..
gebruikte vertalingenhuis(12), een huis(3)
  
 
αυτου
autou
G846..
gebruikte vertalingenHem(329), van hem(176), van Hem(167), hem(167), tot hen(147), hen(136), van hun(97), tot Hem(62), Hij(48), zij(42), haar(38), tot hem(38), hun(34), het(33), van haar(28), er(20), hij(19), Hem toe(17), voor hen(13), ze(13), aan hen(11), die(11), van hen(10), deze(9), van HEM(8), -(7), aan Hem(7), voor Hem(6), diens(6), bij Hem(6), daar(5), aan hem(5), aan haar(5), zelf(5), voor hem(5), zelfde(5), met Hem(4), {het}(4), tot haar(4), HEM(3), naar Hem(3), {hem}(3), van {hem}(3), Die(2), over Hem(2), met hem(2), tot deze(2), {eraan}(2), {dit}(1), {haar}(1), hetzelfde(1), dat(1), u(1), zijn(1), erop(1), HIJ(1), aan(1), {van} hen(1), aan hun(1), {met} hun(1), tegen hem(1), van deze(1), to haar(1), ervan(1), ZELF(1), door hen(1), hem toe(1), dan hij(1), voor HEM(1), Het(1), dan deze(1), met het(1), hen aan(1), er om(1), met hen(1), {ervoor}(1), er tegen(1), op hen(1), {naar} hen(1), bij hem(1), {Zich}(1)

hem..
G846hem
(van, tot, aan) hem, haar, het, zich, zelf, deze, die, dat, daar

P-GSM
m ev pn gen..
woordvormmannelijk
enkelvoud
persoonlijk-voornaamwoord
genetief

(van) hem..
gebruikte vertalingenvan hem(172), van Hem(166), hem(37), Hem(30), Hij(18), van HEM(8), diens(6), hij(3), er(2), over Hem(2), HIJ(1), naar Hem(1), hun(1), zelfde(1), zijn(1), voor hem(1), {dit}(1), dan hij(1)


Afwijkingen
Er zijn geen afwijkingen in dit vers.

Basisteksten
BZByzantijnse/meerderheidstekst (2000)
NA27Tekst van Nestle-Aland (1993)
TRTextus Receptus (1896)
WHTekst van Westcott-Hort (1881)