Regenboog Bijbel Vertaling


RBVI

Uitleg


hoofdstuk
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   

vers
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   29   30   
31   32   33   34   35   36   37   38   39   40   41   42   43   44   45   46   47   48   49   50   51   

Dit vers is nog niet vertaald.

  
 
ουτος
outos
G3778..
gebruikte vertalingendeze(40), dit(23), die(17), Dit(8), Deze(6), dat(3), {éne}(1)

deze..
G3778deze
dit, die, dat

D-NSM
m ev vnw-d nom..
woordvormmannelijk
enkelvoud
voornaamwoord-demonstratief
nominatief

deze..
gebruikte vertalingendit(11), die(11), deze(8), Dit(8), Deze(6), dat(1)
  
 
εστιν
estin
G2076..
gebruikte vertalingenis(111), het is(23), betekent(10), is het(9), Hij is(7), er is(7), {hebben}(3), ze is(3), was(2), Hij was(2), het betekent(2), {komt}(2), is er(2), -(2), HIJ is(2), {kan zijn}(1), er zijn(1), het was(1), is hij(1), zijn(1), hij is(1), is Hij(1), {kan} Hij {zijn}(1)
 G5748..
gebruikte vertalingenis(111), zijn(27), het is(23), bent(13), ben(10), betekent(10), is het(9), er is(7), Hij is(7), zij zijn(6), U bent(6), u bent(6), er zijn(5), zijn jullie(4), {hebben}(3), ze is(3), ik ben(3), zijn zij(2), was(2), Hij was(2), -(2), het betekent(2), is er(2), {komt}(2), Ik ben(2), HIJ is(2), {kan zijn}(1), jullie zijn(1), bent u hier(1), jullie {toebehoren}(1), het was(1), wij zijn(1), is hij(1), verklaarde zij(1), hij is(1), ik ben het(1), zij er zijn(1), ben het(1), het bent(1), is Hij(1), zijn er(1), ben Ik(1), bent u(1), {kan} Hij {zijn}(1)

is..
G2076is
betekent, {komt}, {heeft}

V-PXI-3S
ev ww -..
woordvormenkelvoud
werkwoord


(hij/zij/het) is..
gebruikte vertalingenis(111), het is(23), betekent(10), is het(9), Hij is(7), er is(7), {hebben}(3), ze is(3), was(2), Hij was(2), het betekent(2), {komt}(2), is er(2), -(2), HIJ is(2), {kan zijn}(1), er zijn(1), het was(1), is hij(1), zijn(1), hij is(1), is Hij(1), {kan} Hij {zijn}(1)
  
 
περι
peri
G4012..
gebruikte vertalingenover(18), vanwege(6), om heen(5), rond(5), om(3), betreffende(3), {van}(2), betreft(2), op(2), omstreeks(1), {naar}(1), {omgeving}(1), {met}(1)

over..
G4012over
rond, om(heen), vanwege, betreffende, na, {voor}

PREP
vz..
woordvormvoorzetsel

over..
gebruikte vertalingenover(18), vanwege(6), om heen(5), rond(5), om(3), betreffende(3), {van}(2), betreft(2), op(2), omstreeks(1), {naar}(1), {omgeving}(1), {met}(1)
  
 
ου
ou
G3739..
gebruikte vertalingenwie(54), wat(51), die(46), dat(21), welke(5), waar{mee}(4), waar(4), Wie(4), aan de(3), de(3), Die(3), -(3), {voor Hem}(2), {hen}(2), aan wie(2), waarvan(2), van wie(2), waarover(1), voor wie(1), waarin(1), hij(1), deze(1), {iemand}(1), van {Hem}(1), waar{op}(1), het(1), welk(1), {als}(1)

wie..
G3739wie
wat, welke, waar, die, dat, deze, de

R-GSM
m ev vnw-rl gen..
woordvormmannelijk
enkelvoud
voornaamwoord-relatief
genetief

(van) wie..
gebruikte vertalingenwie(5), -(2), wat(2), {voor Hem}(2), dat(1), het(1), van {Hem}(1), van wie(1)
  
 
εγω
egò
G1473..
gebruikte vertalingenIk(32), ik(14), IK(4)

ik..
G1473ik

P-1NS
ev pn nom..
woordvormenkelvoud
persoonlijk-voornaamwoord
nominatief

ik..
gebruikte vertalingenIk(32), ik(14), IK(4)
  
 
ειπον
eipon
G2036..
gebruikte vertalingenzei(132), Hij zei(21), zij zeiden(13), zeiden(12), zeg(11), heeft gezegd(6), zei Hij(6), zegt(6), zeiden zij(5), vertel(4), vroegen(3), hij zei(3), wij zeggen(3), spreek(3), te zeggen(3), hebt gezegd(2), Hij heeft gezegd(2), ik heb gezegd(2), om te zeggen(2), zij zeggen(2), Hij sprak(2), vraagt(2), zij zei(2), u vertelt(2), zei hij(2), te vertellen(2), vertelde(2), Hij had gezegd(2), zegt U(1), gezegd had(1), Hij gezegd had(1), zij spraken(1), zouden zeggen(1), hij zegt(1), zeggen wij(1), Hij(1), Hij gesproken had(1), Ik sprak(1), om te vragen(1), spreken(1), ik zeg(1), vroeg Hij(1), zeggen(1), zou zeggen(1), jullie zeggen(1), jullie vertellen(1), sprak(1)
 G5627..
gebruikte vertalingenzei(133), Hij zei(21), kwam(16), zij zeiden(13), zeiden(12), hebben jullie gelezen(9), viel(8), heeft gezegd(7), zag Hij(7), is gekomen(6), zei Hij(6), ging(6), Ik ben gekomen(5), gingen(5), kwamen(5), zijn jullie uitgegaan(5), zeiden zij(5), zij namen(4), zij aten(4), hij zei(4), Hij ging(4), zij zagen(4), nam(3), Hij vertrok(3), zij kwamen(3), jullie hebben ontvangen(3), is dood(3), Hij wierp uit(3), vluchten(3), hij binnenkwam(3), Hij kwam(3), ging uit(3), Hij zag(3), voerden weg(3), hij zag(3), vroegen(3), gingen zij(3), ging voort(3), viel neer(3), kwam er naar(3), kwam{en}(3), Hij had gezegd(2), jullie hebben opgehaald(2), zij zei(2), zagen zij(2), ging hij weg(2), gekomen is(2), zij brachten(2), kwam binnen(2), zij brachten bijeen(2), hebt U verlaten(2), zij wierpen(2), zij voerden weg(2), kwam er(2), Hij heeft gezegd(2), ging Hij(2), vond Hij(2), ik heb gezegd(2), vluchten weg(2), viel Hij neer(2), vertrok(2), gingen zij weg(2), wierpen(2), zij vonden(2), stierf(2), hebt gezegd(2), hebben wij gezien(2), jullie hebben gekleed(2), hij ging(2), zag hij(2), hielden(2), er ontstonden(2), kwamen op(2), bent U gekomen(2), zij gingen(2), ging Hij op(2), at{en} op(2), ging weg(2), at(2), wij hebben gezien(2), zij hadden gezien(2), nam mee(2), zei hij(2), het stortte in(2), zij had voortgebracht(2), kwam Hij(2), zagen(1), kwamen zij(1), zij stonden versteld(1), herkenden(1), zij gingen zitten(1), Hij {klom} omhoog(1), zij aangenomen hebben(1), wij zijn gekomen(1), zij kwamen samen(1), kwamen eerder(1), ze liepen gezamelijk snel(1), wierp neer(1), zond Hij weg(1), kwam Hij binnen(1), het was(1), {verdween}(1), vertrok vandaar(1), liepen zij snel(1), onderging(1), Hij kwam binnen(1), Hij is uitzinnig(1), zij merkte(1), Hij was binnengekomen(1), vertelde(1), hij ging heen(1), er kwamen(1), opstaat(1), rende hij(1), stond zij op(1), hij heeft geworpen(1), {voorbereiding}(1), zij dronken(1), sloegen zij(1), heeft(1), heeft er {in} geworpen(1), zij wierp er {in}(1), zij hebben er {in} geworpen(1), hieuw af(1), vluchtte weg(1), te gaan(1), Hij dood was(1), overviel(1), Hij nam(1), gezegd had(1), grepen(1), hij vertrok naar(1), zegt U(1), hebben gehad(1), ging hij uit(1), hij gestorven was(1), hij stond op(1), te staan(1), er kwam(1), {stak}(1), bracht(1), Hij(1), hebben gezien(1), vertrokken(1), hij stierf(1), zij begrepen(1), zij spraken(1), hij ging weg(1), vonden(1), merkte(1), kwam Hij omhoog(1), zij kwam(1), om te vragen(1), vond(1), vroeg Hij(1), kwam naar(1), ontvingen(1), nam Hij(1), ik ben gekomen(1), trok uit(1), u binnengekomen(1), zij hielden(1), hij nam nee(1), ze kwamen om(1), begrepen zij(1), Hij sprak(1), zij ontvingen(1), hij vond(1), wierpen zij(1), Ik sprak(1), vielen zij neer(1), jullie hebben meegenomen(1), wij hebben meegenomen(1), stapte Hij in(1), ging verder(1), zij hebben gezien(1), zij herkenden(1), er op ging uit(1), zij gingen erheen(1), ik weggegaan ben(1), werpen(1), Hij gesproken had(1), kwam hij tegen(1), gingen heen(1), Ik heb gevonden(1), zij vonden er(1), vonden zij er(1), er kwam naar(1), heeft gezien(1), zag(1), sloegen(1), {hieuw} af(1), merkte op(1), ik heb gezondigd(1), ombrengen(1), er kwam uit(1), troffen zij(1), is voorbijgegaan(1), stond(1), ik heb geleden(1), Ik gekomen ben(1), hebben wij uitgeworpen(1), meenamen(1), ik wist(1), stormde tegen(1), zij merkten(1), zij hebben gehad(1), binnenging(1), jullie zijn gekomen(1), wij zien hebben(1), hebben wij zien(1), zij stelden vast(1), zijn wij gekomen(1), hebben wij gekleed(1), Ik heb gekend(1), hebben wij ontvangen(1), kwamen binnen(1)

zeggen..
G2036zeggen
vertellen, spreken, vragen

V-2AAI-1S
ev ww act..
woordvormenkelvoud
werkwoord
actief

(ik) ik heb gezegd..
gebruikte vertalingenik heb gezegd(2), Ik sprak(1)
  
 
οπισω
opisò
G3694..
gebruikte vertalingenachter(5), na(4), {volg}(2), achterna(1), terug(1)

achter..
G3694achter
na, terug, later, {volg}

ADV
bw..
woordvormbijwoord

na..
gebruikte vertalingenachter(5), na(4), {volg}(2), achterna(1), terug(1)
  
 
μου
mou
G3450..
gebruikte vertalingenvan Mij(74), van mij(24), van MIJ(16), Mij(12), mij(3), {dan} ik(2), voor Mij(1), {naar} Mij(1), {voor} Mij(1)

mij..
G3450mij
ik

P-1GS
ev pn gen..
woordvormenkelvoud
persoonlijk-voornaamwoord
genetief

(van) mij..
gebruikte vertalingenvan Mij(74), van mij(24), van MIJ(16), Mij(12), mij(3), {dan} ik(2), voor Mij(1), {naar} Mij(1), {voor} Mij(1)
  
 
ερχεται
erchetai
G2064..
gebruikte vertalingenkwam(30), komt(22), zij kwamen(14), komen(13), kwamen(13), Hij kwam(10), kom(6), is gekomen(6), Ik ben gekomen(5), Hij komt(5), kwam Hij(5), zij kwam(4), gekomen is(4), kwam er(3), er kwam(3), te komen(3), kwam{en}(3), kwamen zij(3), hij komt(3), om te komen(2), komende(2), Hij ging(2), er zullen komen(2), zullen komen(2), gingen(2), laat komen(2), er ontstonden(2), was gekomen(2), bent U gekomen(2), gaan(1), {wordt gehaald}(1), komt Hij(1), gingen zij(1), bleven zij komen(1), het komt(1), was {geworden}(1), er kwamen(1), hij zal komen(1), zijn gekomen(1), gekomen(1), gekomen was(1), {komst}(1), zij gingen(1), Ik gekomen ben(1), wij zijn gekomen(1), komen zou(1), ik ben gekomen(1), gekomen waren(1), was gegaan(1), hij kwam(1), kan komen(1), zijn wij gekomen(1), jullie zijn gekomen(1), die komt(1), kunnen komen(1)
 G5736..
gebruikte vertalingenkan(17), komt(14), kwam(8), zij kwamen(8), kunnen jullie(6), ontvangt(5), wordt(4), Hij kwam(4), kwamen(4), overleggen jullie(3), pleegt overspel(3), kwam Hij(3), Ik kan(3), antwoordt U(3), komen voort(2), vereren zij(2), Ik heb medelijden(2), kunnen wij(2), kunnen(2), het wordt(2), kwamen samen(2), komen(2), kunt U(2), worden(2), ligt(1), Hij ging binnen(1), Hij riep bij Zich(1), het komt(1), ontstond er(1), {wordt gehaald}(1), kan hij(1), aannemen(1), {terecht} komt(1), riep bij Zich(1), er kwam samen(1), U kan(1), kan Hij(1), kan er(1), gingen naar(1), ik weet(1), gebeurt(1), pleegt zij overspel(1), kunnen zij(1), er kwamen(1), kwamen zij(1), U kunt(1), er wordt {gehangen}(1), komen uit(1), komt Hij(1), overdenken(1), zij is door een demon bezeten(1), hij heeft epilepsie(1), gaat uit(1), hij komt(1), komt voort(1), kwamen er naar(1), kwamen naar(1), gaat hij(1), gaat hij heen(1), hij wordt(1), vrezen wij(1), komen er binnen(1), Hij kan(1), zij gingen binnen(1), er kwam(1), overspel pleegt(1), er ontstond(1), hij gaat(1), u kunt(1), plaatsvindt(1), hij kwam(1), kom(1), overlegden(1)

komen..
G2064komen
gaan, onstaan

V-PNI-3S
ev ww med/pas-d..
woordvormenkelvoud
werkwoord
medium/passief-deponent

(hij/zij/het) komt..
gebruikte vertalingenkomt(12), kwam(5), Hij kwam(4), kwam Hij(3), {wordt gehaald}(1), er kwam(1), hij kwam(1), komen(1), hij komt(1), komt Hij(1)
  
 
ανηρ
anèr
G435..
gebruikte vertalingenmannen(5), man(4), een man(3), aan een man(1)

man..
G435man

N-NSM
m ev zn nom..
woordvormmannelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
nominatief

man..
gebruikte vertalingen
  
 
ος
os
G3739..
gebruikte vertalingenwie(54), wat(51), die(46), dat(21), welke(5), waar{mee}(4), waar(4), Wie(4), aan de(3), de(3), Die(3), -(3), {voor Hem}(2), {hen}(2), aan wie(2), waarvan(2), van wie(2), waarover(1), voor wie(1), waarin(1), hij(1), deze(1), {iemand}(1), van {Hem}(1), waar{op}(1), het(1), welk(1), {als}(1)

wie..
G3739wie
wat, welke, waar, die, dat, deze, de

R-NSM
m ev vnw-rl nom..
woordvormmannelijk
enkelvoud
voornaamwoord-relatief
nominatief

wie..
gebruikte vertalingenwie(43), die(13), deze(1), hij(1), dat(1), {als}(1), {iemand}(1), Die(1)
  
 
εμπροσθεν
emprosthen
G1715..
gebruikte vertalingenvoor(19), bij(1)

voor..
G1715voor
bij

PREP
vz..
woordvormvoorzetsel

voor..
gebruikte vertalingenvoor(19), bij(1)
  
 
μου
mou
G3450..
gebruikte vertalingenvan Mij(74), van mij(24), van MIJ(16), Mij(12), mij(3), {dan} ik(2), voor Mij(1), {naar} Mij(1), {voor} Mij(1)

mij..
G3450mij
ik

P-1GS
ev pn gen..
woordvormenkelvoud
persoonlijk-voornaamwoord
genetief

(van) mij..
gebruikte vertalingenvan Mij(74), van mij(24), van MIJ(16), Mij(12), mij(3), {dan} ik(2), voor Mij(1), {naar} Mij(1), {voor} Mij(1)
  
 
γεγονεν
gegonen
G1096..
gebruikte vertalingenhet was geworden(13), gebeurde het(12), wordt(9), gebeuren(7), worden(7), er ontstond(5), is gebeurd(4), er gebeurd was(4), laat het gebeuren(4), waren gebeurd(3), werden(3), kwam er(3), is geweest(2), is geworden(2), gebeurt(2), komt(2), het wordt(2), werd(2), kan zijn(2), gebeurd(2), wees(2), jullie worden(2), hij wordt(2), er gebeurt was(1), er gebeurde was(1), ontstond er(1), er kwam(1), is er gekomen(1), laat gebeuren(1), er is gebeurd(1), het geworden was(1), was geworden(1), gekomen was(1), waren geweest(1), het gebeurde(1), heeft plaatsgevonden(1), het gebeurd(1), er was {verstreken}(1), gebeurd is(1), Hij was(1), kwam(1), word(1), laat er {voortkomen}(1), het zal gebeuren(1), zijn gebeurd(1), had het blijven bestaan(1), werd het(1), werd{en}(1), er gebeurt(1), zal gebeuren(1), gebeurd zijn(1), hij er wordt(1), er ontstaat(1), was(1), geweest(1), plaatsvindt(1), was er gekomen(1), kan worden(1), er is geweest(1), er gebeurde(1)
 G5754..
gebruikte vertalingenis gebeurd(3), is geweest(2), gebeurt(1), heeft plaatsgevonden(1), gekomen is(1), Hij heeft vertrouwd(1), er is geweest(1), was er gekomen(1), er gebeurt was(1)

worden..
G1096worden
gebeuren, zijn, ontstaan, komen, plaatsvinden

V-2RAI-3S
ev ww act..
woordvormenkelvoud
werkwoord
actief

(hij/zij/het) is geworden..
gebruikte vertalingenis gebeurd(3), is geweest(2), gebeurt(1), heeft plaatsgevonden(1), was er gekomen(1), er is geweest(1), er gebeurt was(1)
  
 
οτι
oti
G3754..
gebruikte vertalingendat(114), -(62), want(43), omdat(24), waarom(2)

(om)dat..
G3754(om)dat
want, -, waarom

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

dat..
gebruikte vertalingendat(114), -(62), want(43), omdat(24), waarom(2)
  
 
πρωτος
pròtos
G4413..
gebruikte vertalingeneerste(16), eersten(9), op eerste(1), voornaamste(1)

eerste..
G4413eerste
voorste, voornaamste

A-NSM
m ev bn nom..
woordvormmannelijk
enkelvoud
bijvoegelijk-naamwoord
nominatief

eerste..
gebruikte vertalingeneerste(7)
  
 
μου
mou
G3450..
gebruikte vertalingenvan Mij(74), van mij(24), van MIJ(16), Mij(12), mij(3), {dan} ik(2), voor Mij(1), {naar} Mij(1), {voor} Mij(1)

mij..
G3450mij
ik

P-1GS
ev pn gen..
woordvormenkelvoud
persoonlijk-voornaamwoord
genetief

(van) mij..
gebruikte vertalingenvan Mij(74), van mij(24), van MIJ(16), Mij(12), mij(3), {dan} ik(2), voor Mij(1), {naar} Mij(1), {voor} Mij(1)
  
 
ην
èn
G2258..
gebruikte vertalingenwas(26), zij waren(10), waren(8), -(6), Hij was(6), er was(6), hij was(5), er waren(3), het was(3), zou zijn geweest(2), u bent geweest(2), waren er(2), hadden(2), Hij had(2), had{den}(2), {werd}(2), was het(2), {kwamen}(1), {kwam}(1), was geweest(1), {hielden}(1), er hadden(1), was Hij(1), {bleef}(1), zij was(1)
 G5713..
gebruikte vertalingenwas(26), verklaarde(14), zij waren(10), waren(8), -(6), Hij was(6), er was(6), hij was(5), Ik was(3), het was(3), er waren(3), zou zijn geweest(2), u bent geweest(2), waren er(2), hadden(2), Hij had(2), was het(2), {werd}(2), had{den}(2), zij was(1), {kwam}(1), {kwamen}(1), was Ik(1), was geweest(1), Hij verklaarde(1), wij hadden {geleefd}(1), er hadden(1), wij waren geweest(1), was Hij(1), {bleef}(1), hij verklaarde(1), {hielden}(1)

waren..
G2258waren
hadden

V-IXI-3S
ev ww -..
woordvormenkelvoud
werkwoord


(hij/zij/het) was..
gebruikte vertalingenwas(24), Hij was(6), er was(6), -(5), hij was(5), het was(3), was het(2), zou zijn geweest(2), had{den}(2), Hij had(2), {werd}(2), was geweest(1), {kwam}(1), zij was(1), {bleef}(1), waren(1), was Hij(1), er waren(1)


Afwijkingen
Er zijn geen afwijkingen in dit vers.

Basisteksten
BZByzantijnse/meerderheidstekst (2000)
NA27Tekst van Nestle-Aland (1993)
TRTextus Receptus (1896)
WHTekst van Westcott-Hort (1881)