Regenboog Bijbel Vertaling


RBVI

Uitleg


hoofdstuk
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   

vers
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   29   30   
31   32   33   34   35   36   37   38   39   40   41   42   43   44   45   46   47   48   49   50   51   

Dit vers is nog niet vertaald.

  
 
καγω
kagò
G2504..
gebruikte vertalingenook Ik(2), ik ook(2), Ik ook(2), {als} ik(1), en Ik(1), ook(1)

en ik..
G2504en ik
ik ook, dan ik

P-1NS-C
pn nom..
woordvormpersoonlijk-voornaamwoord
nominatief

ik ook..
gebruikte vertalingenook Ik(2), ik ook(2), Ik ook(2), {als} ik(1), en Ik(1), ook(1)
  
 
εωρακα
eòraka
G3708..
gebruikte vertalingenzie toe(3), kijk uit(2), hebben gezien(1), Ik zie(1), Zie toe(1), heeft gezien(1), zie erop toe(1)
 G5758..
gebruikte vertalingenjullie weten(9), is nabij gekomen(7), ik ken(5), wij weten(4), weet(4), ik weet(3), heeft verlost(3), Ik heb van tevoren gezegd(2), Hij heeft gemaakt(1), is uitgegaan(1), gedaan heeft(1), komen(1), u kent(1), gezeten heeft(1), Hij gestorven was(1), is gekomen(1), er heeft {in} geworpen(1), begrijpen jullie(1), staan(1), staan jullie(1), hebt U gemerkt(1), weten(1), zijn gestorven(1), verkocht(1), ben Ik uitgegaan(1), jullie {achten}(1), weet hij(1)

toezien..
G3708toezien
uitkuiken, opletten, zien, lijken

V-RAI-1S-ATT
ww act..
woordvormwerkwoord
actief

..
gebruikte vertalingen
  
 
και
kai
G2532..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)

en..
G2532en
ook, nu, dan, -, zelfs, {maar}, {toen}, {toch}, {met}, {als}

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

en..
gebruikte vertalingenen(2176), ook(98), nu(30), {maar}(12), dan(8), én(6), -(6), {toen}(5), zelfs(5), {toch}(4), {met}(1), {als}(1)
  
 
μεμαρτυρηκα
memarturèka
G3140..
gebruikte vertalingen{legde vast}(1), getuigen jullie(1)
 G5758..
gebruikte vertalingenjullie weten(9), is nabij gekomen(7), ik ken(5), wij weten(4), weet(4), ik weet(3), heeft verlost(3), Ik heb van tevoren gezegd(2), Hij heeft gemaakt(1), is uitgegaan(1), gedaan heeft(1), komen(1), u kent(1), gezeten heeft(1), Hij gestorven was(1), is gekomen(1), er heeft {in} geworpen(1), begrijpen jullie(1), staan(1), staan jullie(1), hebt U gemerkt(1), weten(1), zijn gestorven(1), verkocht(1), ben Ik uitgegaan(1), jullie {achten}(1), weet hij(1)

getuigen..
G3140getuigen
{vastleggen}

V-RAI-1S
ev ww act..
woordvormenkelvoud
werkwoord
actief

(ik) ..
gebruikte vertalingen
  
 
οτι
oti
G3754..
gebruikte vertalingendat(114), -(62), want(43), omdat(24), waarom(2)

(om)dat..
G3754(om)dat
want, -, waarom

CONJ
vw-s..
woordvormvoegwoord-samenvoeging

dat..
gebruikte vertalingendat(114), -(62), want(43), omdat(24), waarom(2)
  
 
ουτος
outos
G3778..
gebruikte vertalingendeze(40), dit(23), die(17), Dit(8), Deze(6), dat(3), {éne}(1)

deze..
G3778deze
dit, die, dat

D-NSM
m ev vnw-d nom..
woordvormmannelijk
enkelvoud
voornaamwoord-demonstratief
nominatief

deze..
gebruikte vertalingendit(11), die(11), deze(8), Dit(8), Deze(6), dat(1)
  
 
εστιν
estin
G2076..
gebruikte vertalingenis(111), het is(23), betekent(10), is het(9), Hij is(7), er is(7), {hebben}(3), ze is(3), was(2), Hij was(2), het betekent(2), {komt}(2), is er(2), -(2), HIJ is(2), {kan zijn}(1), er zijn(1), het was(1), is hij(1), zijn(1), hij is(1), is Hij(1), {kan} Hij {zijn}(1)
 G5748..
gebruikte vertalingenis(111), zijn(27), het is(23), bent(13), ben(10), betekent(10), is het(9), er is(7), Hij is(7), zij zijn(6), U bent(6), u bent(6), er zijn(5), zijn jullie(4), {hebben}(3), ze is(3), ik ben(3), zijn zij(2), was(2), Hij was(2), -(2), het betekent(2), is er(2), {komt}(2), Ik ben(2), HIJ is(2), {kan zijn}(1), jullie zijn(1), bent u hier(1), jullie {toebehoren}(1), het was(1), wij zijn(1), is hij(1), verklaarde zij(1), hij is(1), ik ben het(1), zij er zijn(1), ben het(1), het bent(1), is Hij(1), zijn er(1), ben Ik(1), bent u(1), {kan} Hij {zijn}(1)

is..
G2076is
betekent, {komt}, {heeft}

V-PXI-3S
ev ww -..
woordvormenkelvoud
werkwoord


(hij/zij/het) is..
gebruikte vertalingenis(111), het is(23), betekent(10), is het(9), Hij is(7), er is(7), {hebben}(3), ze is(3), was(2), Hij was(2), het betekent(2), {komt}(2), is er(2), -(2), HIJ is(2), {kan zijn}(1), er zijn(1), het was(1), is hij(1), zijn(1), hij is(1), is Hij(1), {kan} Hij {zijn}(1)
  
 
ο
o
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-NSM
m ev lw nom..
woordvormmannelijk
enkelvoud
lidwoord
nominatief

de..
gebruikte vertalingende(552), -(88), die(42), het(39), wie(36), DIE(9), Die(6), wat(4), dat(3), deze(1), {van} de(1), De(1), DE(1)
  
 
υιος
uios
G5207..
gebruikte vertalingenZoon(80), zonen(19), zoon(12), een Zoon(7), Zoon!(5), {vrienden}(2), een zoon(1), jong(1)

zoon..
G5207zoon
jong

N-NSM
m ev zn nom..
woordvormmannelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
nominatief

zoon..
gebruikte vertalingenZoon(57), een Zoon(5), zoon(2)
  
 
του
tou
G3588..
gebruikte vertalingende(2553), het(619), van de(454), -(244), die(177), van het(62), tot de(61), wat(48), wie(42), aan de(38), dat(27), DIE(26), voor de(24), met de(21), op de(10), van die(9), Die(8), van(6), voor het(6), de toe(5), dan de(5), {tijdens} de(5), aan die(5), deze(5), tot die(5), dit(4), aan het(4), bij de(3), onder de(2), in de(2), tot(2), aan(2), tot het(2), door de(2), voor wie(2), met het(2), {in} de(2), naar de(2), {iemand}(1), {op} de(1), {dat}(1), {wie}(1), over de(1), {met} de(1), {uit} de(1), Wat(1), van wie(1), voor die(1), De(1), {sommigen}(1), op het(1), {naar} de(1), DE(1), dan het(1), aan wie(1), {van} de(1), {voor} het(1)

de..
G3588de
(van/tot) het, die, dat, dit, wie, wat

T-GSM
m ev lw gen..
woordvormmannelijk
enkelvoud
lidwoord
genetief

(van) van de..
gebruikte vertalingenvan de(227), de(98), van het(22), het(13), DIE(8), -(8), van(4), dat(3), die(2), aan de(1), {uit} de(1), wie(1), van die(1), van wie(1)
  
 
θεου
theou
G2316..
gebruikte vertalingenGOD(105), van GOD(5)

GOD..
G2316GOD

N-GSM
m ev zn gen..
woordvormmannelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
genetief

(van) GOD..
gebruikte vertalingenGOD(59), van GOD(5)


Afwijkingen
Er zijn geen afwijkingen in dit vers.

Basisteksten
BZByzantijnse/meerderheidstekst (2000)
NA27Tekst van Nestle-Aland (1993)
TRTextus Receptus (1896)
WHTekst van Westcott-Hort (1881)