Regenboog Bijbel Vertaling


RBVI

Uitleg


hoofdstuk
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   

vers
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21   22   23   24   25   26   27   28   29   30   
31   32   33   34   35   36   37   38   39   40   41   42   43   44   45   46   47   48   49   50   51   

Dit vers is nog niet vertaald.

  
 
εγενετο
egeneto
G1096..
gebruikte vertalingenhet was geworden(13), gebeurde het(12), wordt(9), gebeuren(7), worden(7), er ontstond(5), is gebeurd(4), er gebeurd was(4), laat het gebeuren(4), waren gebeurd(3), werden(3), kwam er(3), is geweest(2), is geworden(2), gebeurt(2), komt(2), het wordt(2), werd(2), kan zijn(2), gebeurd(2), wees(2), jullie worden(2), hij wordt(2), er gebeurt was(1), er gebeurde was(1), ontstond er(1), er kwam(1), is er gekomen(1), laat gebeuren(1), er is gebeurd(1), het geworden was(1), was geworden(1), gekomen was(1), waren geweest(1), het gebeurde(1), heeft plaatsgevonden(1), het gebeurd(1), er was {verstreken}(1), gebeurd is(1), Hij was(1), kwam(1), word(1), laat er {voortkomen}(1), het zal gebeuren(1), zijn gebeurd(1), had het blijven bestaan(1), werd het(1), werd{en}(1), er gebeurt(1), zal gebeuren(1), gebeurd zijn(1), hij er wordt(1), er ontstaat(1), was(1), geweest(1), plaatsvindt(1), was er gekomen(1), kan worden(1), er is geweest(1), er gebeurde(1)
 G5633..
gebruikte vertalingengebeurde het(12), er ontstond(4), waren gebeurd(3), werden(3), kwam er(2), zij vergaten(1), was geworden(1), er gebeurde was(1), werd(1), het was geworden(1), het gebeurde(1), is gebeurd(1), er is gebeurd(1), is er gekomen(1), werd{en}(1), werd het(1), vergaten(1), gebeurd(1), kwamen aan(1), er kwam(1), kwam(1), greep vast(1)

worden..
G1096worden
gebeuren, zijn, ontstaan, komen, plaatsvinden

V-2ADI-3S
ev ww med-d..
woordvormenkelvoud
werkwoord
medium-deponent

(hij/zij/het) werd..
gebruikte vertalingengebeurde het(12), er ontstond(4), kwam er(2), werd(1), was geworden(1), het was geworden(1), het gebeurde(1), is gebeurd(1), er gebeurde was(1), er kwam(1), werd{en}(1), werd het(1), gebeurd(1), kwam(1), is er gekomen(1), er is gebeurd(1)
  
 
ανθρωπος
anthròpos
G444..
gebruikte vertalingenmens(72), mensen(41), iemand(19), een mens(16), een man(7), van mensen(7), man(5), met een mens(3), Man(2), Mens(1)

mens..
G444mens
iemand, man

N-NSM
m ev zn nom..
woordvormmannelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
nominatief

mens..
gebruikte vertalingeniemand(15), een mens(10), mens(7), een man(4), Mens(1)
  
 
απεσταλμενος
apestalmenos
G649..
gebruikte vertalingenzond hij(5), hij zond(4), zond(3), zond uit(3), zend uit(3), gezonden heeft(2), zonden weg(2), zonden(2), zij zonden(2), uit te zenden(1), had uitgezonden(1), zenden(1), zal Hij uitzenden(1), te zenden(1), zond Hij uit(1), Hij zond(1), gezonden zijn(1), zendt hij(1), Ik ben gezonden(1), zal uitzenden(1), hij zond uit(1), zond hij uit(1), uit zenden(1), HIJ zal uitzenden(1), zend(1), zend hij(1)
 G5772..
gebruikte vertalingenvastgebonden(3), genodigden(3), gekleed(2), ontbonden(2), zegend is(2), gebonden(2), bijeen waren gekomen(2), verdorde(2), gereed gemaakt is(2), zwaar geworden(2), aan een paal werd gehangen(2), onder te binden(1), was afgestompt(1), hij was gekleed(1), stond geschreven(1), ontslapen waren(1), samen bijeen gekomen(1), gezaaid werd(1), lag(1), ingegraveerd(1), met mirre gemengde(1), samen aan een paal gehangen waren(1), uitgehouwen(1), ten huwelijk was beloofd(1), was opgestaan(1), vastzat(1), had aangetrokken(1), gezegend is(1), afgestompt(1), gezegend(1), verdord was(1), ingericht is(1), hij oneer aangedaan was(1), vermengd(1), gezonden zijn(1), geteld(1), bedekt(1), belast zijn(1), vertrapt werd(1), aangeveegd(1), verstrooid(1), gestroopt(1), zij die is gescheiden(1), is smal(1), {liggen}(1), {lag}(1), opgeruimd(1), was gezaaid(1), witgeklakte(1), zijn geslacht(1), zij die vervolgd zijn(1), jullie gezegend zijn(1), jullie vervloekt zijn(1), die is gescheiden(1), bijeengekomen(1), verborgen zijn(1), verborgen(1), verdraaide(1), verdwaald waren(1), een prijs was vastgesteld(1)

(uit)zenden..
G649(uit)zenden
wegzenden

V-RPP-NSM
m ev ww pas..
woordvormmannelijk
enkelvoud
werkwoord
passief

(hij) ..
gebruikte vertalingen
  
 
παρα
para
G3844..
gebruikte vertalingenbij(14), langs(6), van(6), {door}(2), -(1), naar(1), naaste(1), met(1), voor(1), {onder}(1), {naar}(1)

bij..
G3844bij
langs, naast*, vanaf*, van, voor, aan*, met

PREP
vz..
woordvormvoorzetsel

bij..
gebruikte vertalingenbij(12), langs(6), van(3), {door}(2), naar(1), {naar}(1), voor(1), {onder}(1)
  
 
θεου
theou
G2316..
gebruikte vertalingenGOD(105), van GOD(5)

GOD..
G2316GOD

N-GSM
m ev zn gen..
woordvormmannelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
genetief

(van) GOD..
gebruikte vertalingenGOD(59), van GOD(5)
  
 
ονομα
onoma
G3686..
gebruikte vertalingennaam(35), {heette}(4), namen(1)

naam..
G3686naam

N-NSN
o ev zn nom..
woordvormonzijdig
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
nominatief

naam..
gebruikte vertalingennaam(5), {heette}(2)
  
 
αυτω
autò
G846..
gebruikte vertalingenHem(329), van hem(176), van Hem(167), hem(167), tot hen(147), hen(136), van hun(97), tot Hem(62), Hij(48), zij(42), haar(38), tot hem(38), hun(34), het(33), van haar(28), er(20), hij(19), Hem toe(17), voor hen(13), ze(13), aan hen(11), die(11), van hen(10), deze(9), van HEM(8), -(7), aan Hem(7), voor Hem(6), diens(6), bij Hem(6), daar(5), aan hem(5), aan haar(5), zelf(5), voor hem(5), zelfde(5), met Hem(4), {het}(4), tot haar(4), HEM(3), naar Hem(3), {hem}(3), van {hem}(3), Die(2), over Hem(2), met hem(2), tot deze(2), {eraan}(2), {dit}(1), {haar}(1), hetzelfde(1), dat(1), u(1), zijn(1), erop(1), HIJ(1), aan(1), {van} hen(1), aan hun(1), {met} hun(1), tegen hem(1), van deze(1), to haar(1), ervan(1), ZELF(1), door hen(1), hem toe(1), dan hij(1), voor HEM(1), Het(1), dan deze(1), met het(1), hen aan(1), er om(1), met hen(1), {ervoor}(1), er tegen(1), op hen(1), {naar} hen(1), bij hem(1), {Zich}(1)

hem..
G846hem
(van, tot, aan) hem, haar, het, zich, zelf, deze, die, dat, daar

P-DSM
m ev pn dat..
woordvormmannelijk
enkelvoud
persoonlijk-voornaamwoord
datief

(tot) hem..
gebruikte vertalingenHem(101), tot Hem(62), hem(45), tot hem(38), Hem toe(17), Hij(6), bij Hem(6), aan Hem(5), aan hem(5), met Hem(4), voor hem(4), voor Hem(4), met hem(2), hij(2), er(2), naar Hem(2), tegen hem(1), erop(1), hem toe(1), bij hem(1), daar(1), er om(1), voor HEM(1)
  
 
ιωαννης
iòannès
G2491..
gebruikte vertalingenJohannes(42), van Johannes(9), dan Johannes(1), aan Johannes(1)

Johannes..
G2491Johannes

betekent: JEHOVAH is een genadige gever

N-NSM
m ev zn nom..
woordvormmannelijk
enkelvoud
zelfstandig-naamwoord
nominatief

Johannes..
gebruikte vertalingenJohannes(17)


Afwijkingen
Er zijn geen afwijkingen in dit vers.

Basisteksten
BZByzantijnse/meerderheidstekst (2000)
NA27Tekst van Nestle-Aland (1993)
TRTextus Receptus (1896)
WHTekst van Westcott-Hort (1881)